Site-archief
Verse taal
Mahsai Attai
.
In 2007 werd door uitgeverij De Brouwerij de bundel ‘Verse Taal’ uitgegeven. In deze bundel met CD staan de verhalen en gedichten van een aantal vluchtelingen dichters. Vluchtelingen van alle tijden (van Chili in de jaren zeventig) tot Irak en Kroatië begin van deze eeuw. Wat hen bindt is een gedeelde geschiedenis van vluchten voor onderdrukking, geweld en angst uit hun vaderland naar Nederland. Schrijfster Alejandra Slutzky, fotograaf Jan Kees Helms en muzikanten Wilma Paalman en Marcel van der Schot stelden deze bundel en CD samen.
Een aantal dichters uit deze bundel heeft als dichter of in de poëzie enige naam gemaakt. Zo staan onder andere Sallah Hassan, Juan Heinsohn Huala en de helaas veel te vroeg gestorven Pero Senda in deze mooi en met respect uitgegeven bundel.
Als gedicht en dichter kies ik vandaag echter voor een wat minder bekende, namelijk Mahsa Attai die destijds vluchtte uit Iran met haar gedicht ‘Het leven’. Het gedicht is al meer dan 10 jaar oud maar nog altijd pijnlijk actueel.
.
Het leven
.
Er is in feite geen plek waar God eindigt en je begint
En geen plek waarop je eindigt en ik begin
.
Oh, laten we leven in vreugde, in liefde onder hen die haten!
Laten we onder mensen die haten leven in liefde
.
Ik adem in en word rustig
Ik adem uit en glimlach
Op dit moment weet ik
Er bestaat geen ander moment
.
Eerst de hoeve, dan het hart
Nederlandse boerderijen in verhalen, gedichten en foto’s
.
Poëzie komt in vele vormen, dat schreef ik al vele malen. Poëziebundels vormen daarop geen uitzondering. Buiten de bundels van dichters zijn er vele bloemlezingen en themabundels uitgegeven. Daarnaast zijn er boeken en bundels die een mengeling bieden van poëzie en andere kunstvormen.
Het boek ‘Eerst de hoeve, dan het hart’ onder redactie van Arie van den Berg uit 2000 is zo’n boek. Aan de hand van verhalen en gedichten van Nederlandse schrijvers en dichters wordt een beeld geschetst van een aantal boerderijen uit vele hoeken van Nederland. Elke boerderij is daarbij in de vorm van een foto vertegenwoordigd om het beeld compleet te maken.
Bekende Nederlandse schrijvers en dichters als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil;, Robert Anker, Carla Boogaards en Rutger Kopland beschreven speciaal voor dit boek boerderijen maar er staan ook bijdragen in die er al waren maar goed bij het thema pasten. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), in literaire kring beter bekend als ‘De Boerenhuisclub’ uit de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil.
Ik heb, uiteraard, voor een poëtische bijdrage gekozen en wel van Karel Eykman met het gedicht ‘Verzuchting van de slome koe’.
.
Verzuchting van de slome koe
.De
waarom ik droevig kijk
dat moet je mij niet vragen
dat is niet anders.
.
niet dat ik ermee zit
je zal mijn niet horen klagen
er zit niks anders op.
.
het gaat zoals het gaat
daar begin je toch niets tegen
daar zit ik heus niet mee.
.
wat kijk je me dan nog aan
ik kijk niet terug, kan mij wat schelen
ik kijk wel voor me uit.
.
als je het niet te erg vindt
ga ik door waar ik was gebleven
wat was dat ook alweer?
.
juist ja, gras.
.
Dichters en schrijvers begraafplaats
Schoonselhof in Antwerpen
.
Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.
Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.
Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.
Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.
.
een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
liefde of toeval niemand weet het
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Graf Gust Gils
Graf Hendrik Conscience
Graf Gerald Walschap
Oude graf Herman de Coninck
Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)
Gedichtenjukebox
Bibliotheek Rotterdam
.
Voor Ongehoord! maar ook voor mijn werk kom ik regelmatig in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Pal naast station Blaak en de markthal gelegen in het centrum van Rotterdam. Al jaren loop ik op de eerste verdieping langs de Gedichtenjukebox en eerlijk gezegd was het nooit in me opgekomen om daar iets over te schrijven. Ten onrechte natuurlijk want de Gedichtenjukebox biedt een keur aan prachtige poëzie.
De echte ouwe jukebox met daarin filmpjes van dichters die voordragen uit eigen werk is gevuld met filmpjes van het VPRO programma Dode Dichters Almanak en biedt onder andere filmpjes met onder andere Simon Vestdijk, Gerrit Kouwenaar, Gerard Reve maar ook Charles Bukowski en Wislawa Szymborska. Op de filmpjes zijn de dichters te zien en te beluisteren terwijl ze zelf hun poëzie voordragen.
Kijk voor alle filmpjes op http://www.vpro.nl/boeken/programmas/dode-dichters-almanak.html of loop een keer binnen bij de centrale bibliotheek in Rotterdam.
.
Hieronder een gedicht van en door Gerard Reve (niet die uit de gedichtenjukebox) met als titel ‘Getuigenis’.
Getuigenis
Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de Dood!
.
Waarom poëzie zo belangrijk is
5 redenen
.
Dat poëzie belangrijk is hoef ik natuurlijk niet uit te leggen zou je zeggen. Iedereen die weleens poëzie leest (of schrijft) kent de kracht van het poëtisch woord. Toch ga ik een poging doen het nog eens uit te leggen. In algemene zin kun je stellen dat poëzie de geletterdheid bevordert , gemeenschappen bouwt, troost en hoop biedt en emotionele veerkracht bevordert.
Hieronder nog 5 specifieke redenen waarom poëzie belangrijk is.
Reden 1: Poëzie zorgt voor begrip en bouwt gemeenschappen
Poëzie kan kinderen (maar ook volwassenen) helpen om hun leven, met behulp van metaforen, beeldspraak en symbolische taal te schetsen als het gaat om pijnlijke ervaringen, of delen van zichzelf te beschrijven, als ze er nog niet aan toe zijn om deze te delen. In poëzie kun je deze dingen vaak op een anonieme manier kwijt. Maar poëzie kan je ook een stem geven, via grammatica, interpunctie, gebruik van kapitalen en onderkasten. Door het spel met de taal kun je je onderscheiden en verenigen.
Reden 2: Poëzie is ritme en muziek
Als je in poëzie niet alle woorden of betekenissen kan begrijpen, kun je toch het ritme voelen en de cadans van een gedicht. Je hoeft niet altijd de volle betekenis van een gedicht te kennen om er toch van te kunnen genieten. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht bij kinderen, kunnen met name jongens worden gegrepen door het ritme en rijm. Het is de meest kinesthetische van alle literatuur, het is fysiek en vol smaak. Poëzie zet je letterlijk en figuurlijk in beweging.
Reden 3: Poëzie zet de deur open naar spreken en luisteren
Als je kijkt naar slam-poëzie of spoken word weet je meteen wat ik bedoel. Ook mensen die misschien niets hebben met de klassieke vormen van poëzie worden vaak gegrepen door de manier waarop juist deze vormen van poëzie worden gebracht. De authenticiteit van deze vormen zorgt zo voor een eigen publiek.
Reden 4: Poëzie geeft mensen die Nederlands leren ruimte
Omdat gedichten regels trotseren, kan poëzie heel toegankelijk zijn voor mensen die nog beperkt zijn in hun woordenschat. Bovendien, poëzie is universeel. Het lezen van poëzie in de eigen taal, kan helpen werelden en talen te overbruggen.
Reden 5: Poëzie helpt je bij het opbouwen van veerkracht
Het lezen en schrijven van poëzie bevordert het sociale en emotionele leren. Een goed geschreven zin in een gedicht kan je helpen om een ervaring op een geheel nieuwe manier te zien of te beleven. Op die manier kunnen inzichten die we hebben, ons nieuwe inzichten en kracht geven. William Butler Yeats zei dit over de poëzie: ‘Het is bloed, verbeelding en intelligentie samen. Het gebiedt ons de wereld te raken en te proeven, te horen en te zien, en het krimpen van alles wat er in de hersenen plaats vindt.
.
Met dank aan Elena Aguilar
Afbeelding BRRT Grafisch
Apollo’s reis door Nederland
Een verzameling geografische gedichten
.
In 1956 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar in de Nimmer Dralend Reeks (nummer 56) ‘Apollo’s reis door Nederland’ een verzameling geografische gedichten samengevoegd door Laurens van der Waals. Gedichten over plaatsen, forten, duinen, sloten, weiden, molens, rivieren en dorpen. Door dichters als Aafjes, Achterberg en Marsman maar ook Jan Walch, E. den Tex en J. Jac Thomson. Ruim 140 pagina’s gedichten en poëzie over Nederland in al haar facetten.
Ook over het deel van Den haag waar ik woon staat een gedicht in de bundel, daarom mijn keuze voor dit gedicht van J.C. Bloem.
.
Scheveningen: mistige wintermiddag
.
Doodstille decemberdag,
Nevel en stilte overal.
Geen enkel geluid maakt gewag
Van een wereld van schijn en schal.
Landwaarts is het kil, maar de kust
Is zoel als een najaarsnoen,
Betogen door een rust
Als van een eeuwig seizoen.
Na de ijdele praal van feest
Schijnt het wanstaltig vertoon
Van bouwsels en plompen geest
Verheven en bijna schoon.
De zwarte brug in de zee
Reikt naar den wolkenden gloor
Van een zon, die niet blonk, en verglee’
In den zilveren mist teloor.
Wat vissers langs ‘t eenzaam strand,
En kindren, spelend op straat —
En de golven, spoelend aan land,
Het geruis, dat hen nooit verlaat.
O meisje, o jonge bruid,
Uw lippen zijn warm en rood,
Het leven dat niemand stuit,
Bloeit eens uit uw wachtenden schoot,
Gij lacht, en uw stap klinkt luid —
Maar het eind van dit al is de dood.
.

























