Site-archief

Spiegelsestet

Versvorm

.

De Spiegelsestet is een versvormpje bedacht door Shelley A. Cephas (Mirror sestet). Cephas bedacht ook de vormen Decquain, Octameter, Trilonet en de Triquain.
De Spiegelsestet bestaat uit zes regels, het eerste woord van regel 1 rijmt op het laatste woord van regel 1.Het eerste woord van regel 2 is het laatste woord van regel 1 en het laatste woord van regel 2 is het eerste woord van regel 1. Voor de volgende twee regels en de daaropvolgende twee regels geldt hetzelfde. In de oorspronkelijke vorm wordt niet over metrum gesproken.
Hier twee voorbeelden:
.

Zomerklacht

 

Verdriet geeft regen mij nog niet,

Niet nattigheid zorgt voor verdriet,

Toch maakt klimaat mij stuurs en log.

Log is het juiste woord, ja toch?

Laat zonschijn mij nu zijn tot baat.

Baat mag zij zijn, eer vroeg dan laat!

.

It worked

.

“Turds like him can speak in fancy words.

Words that  promise much. Those phony turds.

Great gods I fell for it.”  Here I wait,

Wait for Merlin to do something great.

“Smile for then he’ll make it worth your while.

While there, he’ll match figure to your smile.”

.

Tempels in woestijnen

Boeli van Leeuwen

.

Willem Cornelis Jacobus (Boeli) van Leeuwen (1922 – 2007) was een Nederlands-Antilliaans schrijver en dichter. Van Leeuwen studeerde rechten in Leiden en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Op Curaçao vervulde hij verschillende publieke functies waaronder die van bestuurssecretaris van de Antillen. Na zijn pensionering werkte hij als pro-Deoadvocaat in de probleemwijk Scharloo.

Als dichter debuteerde hij in 1947 met de, in eigen beheer uitgegeven, bundel ‘Tempels in woestijnen’ bij Imprenta Bolívar. In 1959 publiceerde hij zijn eerste roman ‘De rots der struikeling’ waarvoor hij in 1961 de Vijverbergprijs (nu Ferdinand Bordewijk Prijs) kreeg. Binnen dit werk speelt het leven op Curaçao een belangrijke rol. Dit wordt veelal gekoppeld aan belangrijke Bijbelse thema’s rondom schuld, seksualiteit en verantwoordelijkheid. De paradoxen tussen individu en sociale omgeving worden hiermee uitgedrukt.

In De Parelduiker, tijdschrift over schrijvers, litaratuur en hun geschiedenis, nummer 5 van 2013  http://docplayer.nl/13575712-De-parelduiker-een-parelduiker-vreest-den-modder-niet-multatuli.html  staat een lang artikel over Boeli van Leeuwen en een paar gedichten uit zijn debuutbundel waaronder het gedicht ‘Nacht’.

.

Nacht
.
Tropennacht, karbonkelsterren aan het firmament,
Het zwoel gewelf waaruit de bleke maan
Schaduwen van weemoed achter lemen hutten zendt
En schimmige geraamten triest vergaan.
De schurftige kokosstammen met verziekte huid
Kreunen in de dorre grond van dorst.
Het landhuis, een verlaten bruid,
Droomt hooghartig boven krullengeborduurde gevelborst.
1947,
Een negerin gaat door de nacht
Gevangen in betovering der dingen;
En de lucht wordt zwaar van angst en macht.
Nu groeit het menselijk verlangen
En de hunkering
Naar beelden die men nooit meer kan vervangen.
.
.

Simon Vinkenoog

gedicht

.

In 1973 richtte Remco Campert het tijdschrift ‘gedicht’.op dat werd uitgegeven door de Bezige Bij. ‘gedicht’ was een tijdschrift dat uitsluitend gewijd was aan poëzie en het vertegenwoordigde geen stroming in de Nederlandse letteren, maar wilde poëzie brengen van goede kwaliteit, of wat de redacteur daarvoor aanzag. Het tijdschrift stond open voor debuterende en gevestigde dichters. Het tijdschrift ‘gedicht’ verscheen 4 maal per jaar. Uit nummer 5 van de tweede jaargang (1975) koos ik voor een gedicht van de dichter Simon Vinkenoog getiteld ‘Anna sunya’.

.

anna sunya

.

in de fontein

van het licht

dat alle dorst lest

is alles waar

.

alles leeft

.

voor haar

is alles

een, vanuit

haar is alles

waar

.

anna sunya

zuiver niets

teder levend

kwetsbaar

wonder

.

dochter

.

je bent volmaakt

hoe is het mogelijk?

maar- het is waar-

je bent volmaakt

.

Hoe je vaart

Nieuw gedicht

.

De laatste tijd heb ik niet veel nieuwe gedichten geschreven. Ik raak daar niet van streek van, het komt wanneer het komt. Toch schreef ik pas geleden weer iets nieuws, het gedicht ‘Hoe je vaart’.

.

Hoe je vaart

Verlaat de kajuit, verlaat
het schip, het grote water lonkt naar je.
Trek eropuit, de oneindig grote oppervlakten
liggen braak. Niet voor niets, niet zonder reden,
klaar te worden ontdekt, geëxploiteerd.

Stap in de reddingsboot, neem je plaats in, kijk
niet om, laat vrouwen en kinderen hun
weg zoeken, op eigen benen.
De kapitein zwaait af, gedag, tot nader order.

Ook met een buitenboordmotor is het
geriefelijk varen, met minder vaart misschien
maar wendbaar, eenvoudiger de koers
te verleggen, een andere wind te kiezen.

.

Koepoortbrug

Delft

.

Al eerder schreef ik over het initiatief van de stichting Brugwachtershuisjes over het aanbrengen van poëzie op oude brugwachtershuisjes. Ook schreef ik al eerder over poëzie onder bruggen (wanneer de brug open gaat kunnen de wachtende voetgangers, fietsers en automobilisten een gedicht lezen dat onder de brug is aangebracht. Niuew is nu het gedicht of poëzie aangebracht op de brug zelf. Dat wil zeggen op de randen van de brug of de hekken om de brug. Vorige week werd in Delft op de Koepoortbrug op de kadehekken zinnen uit een gedicht aangebracht van de Delftse dichters Fleur Fok, Cindy Righarts, Tjitske de Haas en Mary Heylema (uit Zeist). De zinnen in volgorde zoals aangebracht op de Koepoortbrug zijn:

.

Vol trekschuiten die gedwee / Over het gladde water glijden

Mijn gedachten laat ik op het water vrij

Wij schepen in / met onze kussen / dichten wij de ruimte tussen…..

Langs het jaagpad stroomt de tijd naar een traag en kalm later

.

Woordwaarde

Mirjam Noach

.

Dichters kom je op de gekste plekken tegen. Zo blijkt een collega van me bij ProBiblio (de provinciale ondersteuningsorganisatie van bibliotheken) Mirjam Noach polderdichter van de Haarlemmermeer te zijn. Begin dit jaar hield de bibliotheek Haarlemmermeer een collecte van woorden. Van de meer dan 100 opgehaalde woorden maakte Mirjam het volgende gedicht ‘Woordwaarde’ waaruit duidelijk blijkt in welke omgeving je dit gedicht kan plaatsen.

.

Woordwaarde

.

Hoi windmolen in het open landschap van de polder,
Ben je polderwind aan het vangen?
Zo dicht bij Schiphol in de stroom van vliegtuigen,
En het vliegtuiglawaai.
Mensen op weg naar de zomerzon
Opstijgend via de Bulderbaan
Langs het laatste stukje Bulderbos.

Afhankelijk van de tijd kleurt de lucht oranje
Hemelsbreed zicht op het uit de klei getrokken land.
Kruisbestuiving door het bedwingen van de waterwolf,
Waar akkerbouw ontstond en visch plaatsmaakte voor graan.
Hoe zou Charlotte Demantons dat illustreren
– Wanneer ze zou fietsen op de rechte wegen –
De boerderij van Amersfoordt, de ringvaart en het gemaal?

Onoverzichtelijk lijnenspel boven de oude A9,
Het Haarlemmermeerse bos zonder populieren op de Geniedijk.
In het gras bespreek ik met mijn lief de liefde gezellig in het groen
Calatrava siert met zijn bruggen Harp, Citer en Luit,
De recht-toe-recht-aan-weg.
Rechtlijnig, zonder poespas – weet ook Onno Hoes
Is de polder.

Spottershill en de ruimte aan de horizon waarin we samenleven,
Met koolmees of poldervogel, rups en katjes aan een polderboom.
Als overwinning op het water, in het honkbalstadion
Waar jongeren op de bank
Kansen zien in zonlicht en wind; gratis geldloos edenisme.
Leuk en leerzaam ook voor expats,
Die desalniettemin voor het ijs betalen.

Vliegtuigen vliegen naar het licht
Over de Geniedijk met zijn fietsers
Weg van loslopende honden, hun tak hun poep en nattigheid
En de agressie die dat oproept.
In deze gemeente waar waarachtig de zomerzon
Wonderwel opkomt en ondergaat
En het effect van die juxtapositie ons heeft bereikt
Voelen wij ons (t)huis.

.

Gedichten op vuilniszakken

Tom Lanoye

Het project heet ‘Dichter bij de mensen’. Door toegankelijke teksten van gerenommeerde schrijvers op huisvuilzakken te plaatsen, op grote schaal te verspreiden en zichtbaar te maken voor de hele bevolking, hoopte Kortrijk de bevolking wat cultuur bij te brengen.
Bovendien zag het stadsbestuur in de witte vuilniszakken met zwarte opdruk (Tot nu toe hadden de Kortrijkse huisvuilzakken een donkergrijze kleur) een middel om de verzuring in de maatschappij tegen te gaan. Volgens de verantwoordelijke wethouder De Coene was het een maatregel tegen de verzuring: ‘We leven allemaal in welstand en toch is er een foetercultuur, kijk maar naar de brieven in de krant. Er is een toename van het onbehagen.’

Het sprak de inwoners van de gemeente Kortrijk in België kennelijk nogal aan. De vele duizende vuilniszakken die gedrukt werden waren in no time uitverkocht.

Het gedicht van Tom Lanoy luidt:
.
Vuilnispraat
.
Kom, steek mij vol. Het kan, het mag
het is zelfs obligaat. Kieskeurig ben ik
niet: ik kan tegen een geurtje en zelfs
tegen de kleur van alles wat vergaat.
.
Laat mij met zorg uw vuiligheid verhullen.
Het is mijn zelfgekozen taak. Benut me dus
en wees, voor eens – gesteund door zelfs
de Staat – een zakkenvuller van formaat.
.
Met dank aan Karin Wissink en John Roovers voor het vinden van de foto’s.

Humor, brutaliteit en satire

John Wilmot, graaf van Rochester

.

In de rij van dichters die opvielen door hun krankzinnighied, hun gevaar voor de medemens en hun idiotie mag John Wilmot, de graaf van Rochester (1647 – 1680) zeker niet ontbreken. John Wilmot erfde de titel van graaf bij de dood van zijn vader in 1658. Op 12-jarige leeftijd ging hij naar het Wadham College van de Universiteit van Oxford, waar hij op slechts 14-jarige leeftijd zijn Master of Arts verkreeg. Vervolgens ondernam hij, onder begeleiding van een tutor, de grand tour door Frankrijk en Italië. In 1662 keerde hij terug naar Engeland en begaf zich naar het hof, waar hij vanwege zijn knappe voorkomen, humor en scherpe geest de gunst verwierf van Karel II. In 1665 verwierf hij de heldenstatus door zijn optreden tijdens de Slag in de Baai van Bergen in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

Wilmot had zich echter al vroeg een nogal vrije levenswijze aangemeten en werd door zijn gedrag diverse malen van het hof verwijderd, maar steeds weer in genade aangenomen. Die levenswijze was overigens een aanslag op zijn fortuin en hij besloot de rijke erfgename Elizabeth Malet het hof te maken. Zij wees hem echter af, waarop hij haar op 28 mei 1665 schaakte. De koning werd hierop zo kwaad dat hij hem liet opsluiten in de Tower of London. In 1667 stemde Elizabeth overigens alsnog in met een huwelijk. Dit maakte echter geen eind aan zijn escapades, getuige zijn diverse affaires, onder andere met de actrice Elizabeth Barry, met wie hij in 1677 een dochter kreeg. Hij wierp zich ook op als mecenas voor verschillende dichters en toneelschrijvers, waaronder de dichter John Dryden. Er ontstond ongenoegen met Lord Mulgrave, de latere hertog van Buckingham, een andere begunstiger van Dryden. Deze daagde hem uit tot een duel, waar Wilmot met een smoes (gezondheidsredenen) onderuit kwam. Hierop nam hij wraak op Dryden door hem door een groep mannen aan te laten vallen.

Op 33-jarige leeftijd liet zijn gezondheid hem inderdaad in de steek als gevolg van geslachtsziekten en overmatig alcoholgebruik. In het voorjaar van 1680 trok hij zich terug in zijn huis in Woodstock Park en leek daar uiteindelijk tot inkeer te komen. Hij liet bisschop Gilbert Burnet bij zich komen, die tot de slotsom kwam dat zijn berouw oprecht was, en twee dagen later overleed hij.

Dat John Wilmot over enig talent beschikte blijkt uit dit vers,  met de veelzeggende titel ‘To this moment a rebel’ waarvan de datum onbekend is.

.

To this moment a rebel

.

To this moment a rebel I throw down my arms,
Great Love, at first sight of Olinda’s bright charms.
Make proud and secure by such forces as these,
You may now play the tyrant as soon as you please.

When Innocence, Beauty, and Wit do conspire
To betray, and engage, and inflame my Desire,
Why should I decline what I cannot avoid?
And let pleasing Hope by base Fear be destroyed?

Her innocence cannot contrive to undo me,
Her beauty’s inclined, or why should it pursue me?
And Wit has to Pleasure been ever a friend,
Then what room for Despair, since Delight is Love’s end?

There can be no danger in sweetness and youth,
Where Love is secured by good nature and truth;
On her beauty I’ll gaze and of pleasure complain
While every kind look adds a link to my chain.

‘Tis more to maintain than it was to surprise,
But her Wit leads in triumpth the slave of her eyes;
I beheld, with the loss of my freedom before,
But hearing, forever must serve and adore.

Too bright is my Goddess, her temple too weak:
Retire, divine image! I feel my heart break.
Help, Love! I dissolve in a rapture of charms
At the thought of those joys I should meet in her arms.

.

491-1882
Painting – John Wilmot (1647 – 80) 2nd Earl of Rochester;
English;
Late 17th century.

Zwembad

Sam Hoeck

.

De Vlaamse dichter Sam Hoeck (1995) studeert filosofie aan de universiteit van Antwerpen en wil daarnaast heel graag schrijven.Van tijd tot tijd staat ze op een podium om haar teksten ten gehore te brengen, andere keren weer zijn haar teksten vooral om te lezen. Sam Hoeck is naast dichter ook verzamelaar van pasfoto’s. In 2017 was Sam Hoeck een van de dichters die deelnamen aan de Poeziebustoer. Ook is zij verbonden aan het Collectief Dichterbij, verenigd Kempisch woordtalent. Van haar het prozagedicht ‘ Zwembad’.

.

Zwembad

.

Aan de rand van het zwembad staat een man. Hij neemt een kind

vast bij de enkel en steekt het in de lucht als een trofee. Het kind

hangt ondersteboven. In de veronderstelling dat het kind valt als

het losgelaten wordt, zegt de man: ” Kijk ik red een kind.” Iemand

passeert en zegt: ” Misschien is hij de moeite van het redden niet

waard.” De man laat het kind los. het kind valt ussen haakjes,

wordt niet meer bekeken, ook al is het er nog steeds.

.

Ik draag een badpak waarin mijn tepels uitgesproken aanwezig

zijn. Ik zit aan de rand van het zwembad en het kind in zijn

zwemband drijft voorbij.

.

Ik       Ben je gevallen?

Hij      Ja

Ik       Doet het pijn?

.

Het kind trekt zijn schouders op en laat ze weer los.

.

Hij      Valt wel mee

.

Ik ben bang dat mensen naar mijn tepels kijken. In het water volgt

iedereen dezelfde koers, alleen de gedachten gaan andere kanten

uit. Een vrouw met een rode badmuts op haar hoofd denkt aan de

liefde als een bokswedstrijd: wachten tot de ander opgeeft, zodat

alleen achterblijven een teken van overwinnen is.

.

De fatale bres

Günter Kunert

.

De titel van een boek kan soms tot verwarring leiden. Neem nou de bundel ‘de fatale bres’ vertaalde hedendaagse duitse poëzie. Bij het kopen van dit bundeltje dat de dichter A. Marja als vertaler kent, dacht ik hedendaagse Duitse poëzie te gaan lezen. Totdat ik erachter kwam dat het boekje in 1962 werd uitgegeven. Hedendaags wordt op die manier ineens poëzie uit de jaren ’50 en ’60. De dichters die worden opgevoerd hebben dan ook geboorte jaren tussen 1881 en 1937. Desalniettemin staan er prachtige en goeie gedichten in. Zowel in het Duits als in het Nederlands.

Dichters waarvan ik er maar een paar van naam ken zoals Paul Celan, Ingeborg Bachmann en Peter Hamm. Een dichter die ik niet kende is Günter Kunert (of Guenter Kunert zoals hij in deze bundel wordt opgevoerd).

Kunert (1929) woonde en werkte in de DDR en was lid van de communistische partij. Toen hij in 1976 een petitie tekende omdat de partij Wolf Biermann (een collega schrijver) het lidmaatschap van de partij wilde afnemen, werd hem ook het lidmaatschap afgenomen. In 1979 kon hij door het verkrijgen van een visum naar West Duitsland reizen en daar vestigde hij zich.

Kunert wordt gezien als één van de meest veelzijdige en belangrijkste hedendaagse Duitse schrijvers. Naast poëzie schreef hij essays, autobiografisch werk, aforismen, satires, sprookjes, science fiction, speeches, reisverhalen, film scripts, en romans. Hij werd in verschillende literaire tijdschriften gepubliceerd en hij is daarnaast ook schilder en grafisch ontwerper.

Het gedicht dat uit de bundel ‘de fatale bres’ komt is getiteld ‘Wenn ihr mal kniet vor einem’ of in de vertaling van A. Marja ‘Als u knielt’.

.

Als u knielt

.

Op deze steen

heeft Willem de Veroveraar

en later Napoleon

gezeten-

ook nog Saint-Just

en twee al lang vergeten

koningen – een

de Vijfde en een

de Zestiende.

.

Maar vergeet nooit

dat de steen telkens

warm werd van een paar

levende billen.

.

En niet van een naam.

.

Wenn ihr mal kniet vor einem

.

Auf diesem Stein

sass William de Eroberer

und später Napoleon.

Es hockten Saint-Just

auf ihm und zwei längst

vergessene Könige – ein

Fünfter und ein Sechzehnter.

.

Vergesst bitte nicht,

das der Stein jeweils durch

einen lebenden Hintern

erwärmt wurde.

.

Nicht durch einen Namen.

.