Site-archief
Het laatste bed
Ingmar Heytze
.
In 2013 gaf Dagblad Trouw tien dichtbundels uit onder de titel Trouw Poëziecollectie. Het eerste deel van Judith Herzberg werd gratis weggegeven en dat kom ik dan ook vaak tegen bij kringloopwinkels en op rommelmarkten. De andere delen zie ik veel minder vaak. Dit zijn verzamelbundels van Lucebert, Remco Campert, Eva Gerlach, K. Michel, Gerrit Kouwenaar, Ester Naomi Perquin, Rutger Kopland, Ida Gerhardt en Ingmar Heytze.
Van de laatste dichter heb ik nu het deel te pakken. In deze verzamelbundel staan gedichten uit de (toen nog) 10 poëziebundels die van hem verschenen bij uitgeverij Podium. Ik koos voor het gedicht ‘Het laatste bed’.
.
Het laatste bed
.
Als kind had je een eigen leven
op je kleine jongenskamer
met de grote deur vol stickers
die de wereld buitensloot
.
met je beer tussen de dekens
lag je in een glanzend ei
van fantasie, je hebt altijd
geslapen in een soort van boot
.
dit alles komt gewoonlijk bij je op
in onbekende bedden
zoals nu – van een vreemd lichaam
krijg je slaperig een zoen
.
het liefste meisje voor vanavond
alsof zij je kan behoeden
voor je allerlaatste bed
in ziekenhuis of paviljoen.
.
Johan Cruijff
Hard Gras
.
Toen Johan Cruijff in 1997 50 jaar werd, besteedde het voetbaltijdschrift Hard Gras een heel nummer aan hem. Het eerste deel van dit tijdschrift bevat gedichten van dichters en schrijvers over Johan Cruijff. Van o.a. Willem Wilmink, Toon Hermans, K. Schippers, Ronald Giphard, Aad Nuis tot Michel van der Plas. Maar er staat ook een gedicht in van Arnon Grunberg met de intrigerende titel ‘Johan Cruijff heeft het zelf gezegd.
.
Johan Cruijff heeft het zelf gezegd
.
Kijk, met schrijven is het zo:
Je boeken verkopen
of niet.
En dan is er altijd nog wel werk
op het postkantoor.
.
Maar Johan Cruijff heeft gezegd:
ik ben geen dief
van mijn eigen portemonnee.
.
Ik ook niet.
.
Stof zijn wij
Brein en poëzie
.
Voor de bundel ‘Stof zijn wij, brein en poëzie’ zochten Rutger Kopland en Neerlandicus Reinier Spreen gedichten bijeen waarin hersenen en hersenfuncties een rol spelen. Rutger Kopland (pseudoniem van Rudi van den Hoofdakker) die als hoogleraar biologische psychiatrie, hoofd was van een afdeling waarin onderzoek wordt gedaan naar de relatie tussen hersenen en gedrag, was de juiste dichter om deze bundel met Reinier Spreen samen te stellen.
De gedichten in dit bundeltje, dat werd uitgegeven in 2002 door Vergouw Publishing, getuigen van het besef dat het brein een wonderbaarlijke stoffelijke machinerie is, die ons met onszelf en met de wereld om ons heen verbindt.
In deze bundel staan 25 gedichten van dichters als o.a. Leo Vroman, Wiel Kusters, J. Bernlef, M. Vasalis, Gerrit Kouwenaar en Gerrit Achterberg. Het gedicht dat ik koos is van Willem van Toorn, is getiteld ‘Geheugen’en verscheen eerder in ‘Gedichten 1960 – 1997’ uit 2001.
.
Geheugen
.
Hoe je bestaat in mijn hoofd:
op filmpjes van oude tijd
in lussen opgehoopt.
Beelden verstild, maar bereid
.
tot leven te komen zodra
licht van verlangen of spijt
door kristallen schijnt.
Een straat. We kijken je na.
Deur waar je achter verdwijnt.
.
Of: haast onzichtbaar klein
diep in een landschap bewaard,
deel van een ansichtkaart
uit een ontroerd domein
kennelijk. Wie je heeft gespaard
in dat boordevol hoofd van mij
moet wel haast ik zijn.
.
Waar dit je bijna raakt
loopt de film op zijn eind.
.
Een winter aan zee
A. Roland Holst
.
Bij de kringloopwinkel kocht ik twee kleine bundeltjes van A. Roland Holst; ‘Vuur in sneeuw’ en ‘Een winter aan zee’. Deze laatste is in 1961 uitgegeven als Ooievaar pocket 127 en beslaat een lang gedicht in 10 hoofdstukken weer onderverdeeld in delen. ‘Een winter aan zee’ wordt beheerst door drie motieven:
- Een vrouw van thans, die voor de ‘ik’ een tijdlang aan zee in levende lijve de bezielde schoonheid was.
- Helena van Troje, van wie, opgeroepen door de herinnering aan die eerste vrouw, het beeld en de betekenis de achtergrond bepalen.
- De wereld van thans, zoals zij gezien en ervaren wordt vanuit het verlangen, of het heimwee.
In elk van de tien afdelingen of hoofdstukken overheerst één van deze motieven.
Dit is afdeling of hoofdstuk VII in twee delen en heeft de wereld van thans als motief.
.
VII
.
Soms heerst in een duinkom
omtrent vroeg vallend donker
een zwijge’ als van rondom
daar wachtenden. De eenzame
die, in zichzelf verzonken,
daar binnenkomt, vertraagt
zijn pas, door wat geen namen
benoemen thans belaagd.
.
Dit is de plek: wantrouwen
ontzenuwt hier den moed
tot inkeer: in dit nauwe
duindal komt het wel voor,
dat men zichzelf ontmoet,
en aanziet, en moet lezen
in de andre blik. Dit oord
suizelt van angst en vrezen.
.
Young poets en Meander
Nathan van der Borght
.
De redactie van taalplatform Young Poets (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg) organiseert onder andere wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente. Het thema was ‘Vriendschap’. Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander). Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien. Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen. Alle winnende gedichten zijn te lezen op https://meandermagazine.net/wp/2018/05/young-poets/
Winnaar van deze wedstrijd werd Nathan Van der Borght (2001). Nathan studeert Latijn in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Zijn winnende gedicht is getiteld ‘Vriendschap’.
Vriendschap
.
Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.
Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.
Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag
Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.
Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.
Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.
Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.
Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.
Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.
Vriendschap is van jezelf houden.
.
Vuurtoren
Jana Beranová
.
Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.
Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.
Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.
.
Vuurtoren
.
Een stenen tronk grijpt naar de hemel,
arrogant en bijna ongenaakbaar
in zijn erectie.
.
Ritmisch schokkend uit zijn eikel
vloeit lichtgevend zaad
dat nooit opraakt
de weg wijzend naar
blijde verachting.
.
Machteloos en smachtend
hang je aan zijn signalen.
.
Als god hem heeft neergezet,
waarom dan schipbreuk lijden?
.
De moeder de vrouw
Martinus Nijhoff
.
Gisteren werd bekend gemaakt dat Murat Isik, winnaar van de Libris Literatuurprijs 2018 met zijn roman ‘Wees onzichtbaar’, het Boekenweek essay 2019 zal schrijven. Het thema is ontleent aan de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff ‘De moeder de vrouw’. Reden genoeg voor mij om het gedicht van Nijhoff (1894 – 1953) op te zoeken en met jullie te delen.
In de bundel ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, met een inleiding van Jan Wolkers uit 2000 staat dit gedicht (naast nog een aantal gedichten van zijn hand) gepubliceerd. Vele zullen dit gedicht herkennen aan de beroemde openingsregel.
.
De moeder de vrouw
.
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
.
















