Het is alweer even geleden dat ik een liefdesgedicht plaatste. Daarom vandaag het titelloze gedicht van Ed Leeflang uit zijn bundel ‘Op Pennewips plek’ uit 1982. Ed Leeflang ( 1929 – 2008) was enkele jaren actief als journalist, studeerde Nederlands en gaf les in Zeeland en in Amsterdam. Als leraar besteedde hij veel aandacht aan het poëzieonderricht.
Hij begon met het schrijven van liedjesteksten en vertaalde kinderboeken uit het Engels.
Al schreef hij al heel lang poëzie, vanaf zijn vijtiende, toch publiceerde hij pas op zijn vijftigste gedichten. Dieren en de natuur in het algemeen, vooral die van het voormalige Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, spelen een belangrijke rol in zijn poëzie. Ook zijn ervaring als leraar vinden we terug in zijn gedichten zoals ook onderstaand voorbeeld.
Wanneer je mijn blog al wat langer en vaker leest dan weet je dat ik, naast veel aandacht voor fantastische poëzie, ook graag aandacht geef aan, wat ik de rafelranden van de poëzie noem. Een mooi voorbeeld van zo’n rafelrand is het boekje dat ik tegenkwam in de kringloopwinkel. Marktplaatspoëzie, ‘de meest ontroerende advertenties’ verzameld door Jan Hoek.
Zoals Jan het stelt: Bij het lezen van Marktplaatspoëzie word je overvallen door lachbuien, diep medelijden en tranen van ontroering. Nu kan het zijn dat Jan snel aangedaan is (de tranen, lachbuien en het medelijden bleven bij mij tenminste uit bij het lezen) maar dat er wat te genieten valt is een feit. Als je sommige advertenties bekijkt als een vorm van ready made poëzie dan begrijp je wat ik bedoel.
Ik heb er een paar geselecteerd die ik hier met je wil delen.
.
Spoed
.
wie kan ons op korte termijn helpen
meer info per mail
is echt heel dringend!!!
.
Als je je ouders niet eert…
.
Als je je ouders geen eer aandoet…
gaat het HELEMAAL MIS met je!!
…op school.. en in je privéleven…en overal!!!
Let er maar eens op.
Dit is niet zomaar een opmerking!
.
1zaam
.
wie kent het
zo eenzaam zijn, dat je jezelf een SMSje stuurt…
.
Vallen oudere vrouwen op jongere jongens?
.
Vallen oudere vrouwen op jongere jongens, of is dat een fabel?
Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.
Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives, filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.
Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.
Uit deze bundel een aantal gedichten.
.
For Those of Us Working For a New World
The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.
The Woman’s House of Detention
Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.
A Short Note for Liberals
I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.
The Bourgeois Questions
“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”
“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”
A Song for Winds and My Vassar Women
Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.
In 2002 bestond het Vlaams parlement dertig jaar en naar aanleiding van dit jubileum én de opening van het Huis van de Vlaamse Volksvertegenwoordigers, organiseerde het Vlaams parlement een poëziefeest. Vierentwintig dichters lazen voor uit eigen werk. En er werd een bundel uitgegeven met daarin gedichten van deze vierentwintig dichters.
De dichters kwamen uit alle hoeken en gaten van de wereld waar het Nederlands (of een dialect van het Nederlands) gesproken wordt: 10 Vlamingen, 8 Nederlanders, 1 Antilliaan, 1 Surinamer, 1 Zuid Afrikaan en ook 2 Franstalige Belgen en een Duitstalige Belg. Verrassende namen ook (voor mij dan) zoals Frank Martinus Arion (ik kende hem niet als dichter), Shrinivási (Suriname) en William Cliff (een Franstalige dichter).
De bundel is samengesteld door Jozef Deleu en van elke dichter zijn zo’n vijf gedichten opgenomen. Van de Frans- en Duitstalige gedichten ook de Nederlandse vertalingen.
Misschien is dit voor het Nederlandse Parlement ook een goed idee, laat alle parlementariërs hun favoriete gedicht kiezen en bundel deze. Voor dit moment doen we het met dit mooie initiatief uit Vlaanderen. Ik koos voor een gedicht van Gwij Mandelinck (1937).
Mandelinck (pseudoniem van Guido Haerynck) richtte in 1980 de Poëziezomers van Watou op die hij artistiek leidde tot 2008 samen met zijn echtgenote Agnes Hondekyn.
Van Odile Schmidt kreeg ik onder andere de vraag om aandacht te besteden in Dichter op verzoek, aan de dichter Harry Man, omdat “haar jonge gezelschap zo weg was van hem”. Geen beter reden lijkt me dan deze.
Hoewel ik dacht dat Harry Man wellicht een Nederlandse dichter was blijkt hij uit het Verenigd Koninkrijk te komen. Daar wordt Man (1982) gezien als een jonge, eigenzinnige dichter die de grenzen van papier en podium, wetenschap en kunst op intrigerende wijze aftast.
Begonnen als spoken word dichter debuteerde hij in 2014 met ‘Lift’ waarmee hij meteen al de prestigieuze (want langst bestaande) Struga Award won. Deze prijs wordt vergeven in Macedonië.
Harry Man was Clarissa Luard Wordsworth Trust Poet in Residence in 2016 en in 2016 Hawthornden Fellow. In 2016 was hij ook nog TOAST dichter. TOAST Poetry help dichters de stap te zetten van een debuut naar een inbedding van hun werk door ze een podium te bieden en door financiële middelen te vergaren. https://toastpoetry.com/
Zijn meest recente ‘pamphlet’ zoals hij ze zelf noemt, is ‘Finders Keepers’ dat handelt over bedreigde diersoorten op de Engelse eilanden. Hij heeft dit samen gemaakt met de kunstenaar Sophie Gainsley. Man’s poëzie werd al in vele talen vertaald.
Het gedicht ‘Ultrasound’ werd gepubliceerd in Popshot Magazine in 2012.
.
Ultrasound
.
The white artery of your spine
hovers beneath a butterfly’s ghost;
wings budding into flight
twice a second, heartbeat by heartbeat.
The isthmus of your foot kicks in the fluid –
the pressure of the sensor is ticklish.
With the end of his biro the doctor
circles your magnified hand gloved in light
and this shimmer, this afterthought of air
in the trees is the breath of your mother.
Night-blind you will fumble back
to its anthem through the clicks
of your hardening head.
This song, secret as a light switch,
is how your breathing will be.
The warmth of my wrist on your belly;
your pulse and mine in time –
the first of your strengths is to be loved.
Ik kwam dit gedicht tegen van Maria Barnas. Het is gepubliceerd in de bundel ‘Twee zonnen’ uit 2003 en het sprak me op meerdere niveaus aan. Daarbij ben ik gek op radijsjes, (hoe futiel kan een aanleiding zijn om een gedicht te delen?) dus daarom hier het gedicht ‘Mannen’.
.
Mannen
.
Ik denk aan de man die ik liefhad.
Heb ik hem lief?
Hoeveel angsten zijn dat?
Onze borden raakten leger
En aan de rand ligt een bloem, gesneden
uit radijsjes. Een klein uitbundig leven.
Na de terroristische aanslag op de Manchester Arena kwamen mensen bij elkaar om hun woede en verdriet te delen. Bij één van deze bijeenkomsten waar duizenden mensen aanwezig waren droeg Tony Walsh zijn gedicht ‘This is the place’ voor. Dit gedicht dat hij oorspronkelijk schreef voor Forever Manchester, een goede doelen stichting die gemeenschapsactiviteiten ondersteunt in Manchester paste zo goed bij de gevoelens die veel mensen hadden; niet opgeven, doorgaan met leven en als inwoners van Manchester één front vormen. Tony Walsh schrijft onder de naam Longfella en is freelance dichter, schrijver en performer en artist -in-education.
Mijn broer Bart heeft heel lang Bruna pockets verzameld waarvan de omslag was ontworpen door Dick Bruna (ja jongens en meisjes, dat was voor hij met Nijntje doorbrak). Vanuit een esthetisch oogpunt (Bart is grafisch ontwerper bij Brrt.nl) heb ik vele exemplaren voor hem verzameld door op rommelmarkten en in kringloopwinkels altijd uit te kijken naar Brunapockets.
Hoewel hij dit nog altijd doet (het verzamelen) heeft hij er inmiddels al heel veel. Tegenwoordig lijken de rollen wel omgedraaid, nu kijkt hij uit naar dichtbundels in de kringloopwinkel bij hem op de hoek. Afgelopen zondag kreeg ik weer twee bundels die hij daar had aangeschaft waaronder de bundel ‘Het Koningsgraf’ van Bertus Aafjes uit 1949 met als ondertitel ‘Honderd en een sonnetten’.
Bertus Aafjes (1914 – 1993) schreef deze sonnetten in 1947 in Caïro. Uit deze bundel heb ik voor het sonnet ‘Liefhebben’ gekozen
.
Liefhebben
,
Liefhebben is in droefheid zich vermeren,
en voller worden van een vreemd erbarmen,
en langzaam tot de bodem weer te keren
als men ’t geluk drinkt in elkanders armen.
Want wie bemint neemt ook de droefheid over
die zich in ’t andre, zo geliefde leven
genesteld heeft als schaduw in het lover
nevens het zonlicht en daarmee verweven.
Liefhebben is opgroeien in verdriet
en dan in de berusting van het zwijgen,
de toppen van het leven te bestijgen,
tot waar men in het dal der tranen ziet,
dat zacht en blauw is en schier onbewogen,
als somtijds droefheid is in kinderogen.
Het aardige van een website in WordPress bijhouden is dat er een nogal uitgebreid statistiekmodel achter hangt. Zo kan ik zien waar mensen vandaan inloggen op mijn site (uit welk land), onder welke termen met zocht en op mijn website terecht kwam en een leuke (vind ik) welke berichten het meest gelezen worden. Zo nu en dan kijk ik daar eens naar en wat me dit keer opviel is dat onder de berichten die het hoogst genoteerd staan een aantal buitenlandse dichters staan vóór de eerste Nederlandse dichtersnaam.
Die dichters zijn grappig genoeg niet meteen de dichters die ik zou verwachten; Rainer Maria Rilke, Goethe, E.E. Cummings, Antonio Machado én (en dat doet mij deugd) Herman de Coninck. In 2014 en het grootste deel van 2015 was Herman de Coninck dichter van de maand maar dan maandenlang. Elke zondag deelde ik een gedicht van deze meesterdichter met jullie.
Na ongeveer anderhalf jaar wilde ik weer eens iets anders proberen en ging ik variëren in de maandelijkse dichter en sinds kort elke zondag Dichter op verzoek. Daardoor is het werk van Herman de Coninck een beetje uit beeld gebleven de afgelopen periode. Een enkele keer plaatste ik nog wel eens een gedicht van hem maar de laatste dateert alweer van 17 februari van dit jaar.
Daarom voor alle liefhebbers, waaronder niet in de laatste plaats ikzelf vandaag nog een gedicht van deze prachtige Vlaamse dichter getiteld ‘Voor mekaar’ uit ‘Met een klank van hobo’ uit 1980.
.
Voor mekaar
.
Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als mededogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast
Enige tijd geleden mocht ik samen met Joz Knoop (en nog wat andere mensen) voordragen bij Local Literature in Spijkenisse. Daar vertelde Joz mij over de dichter Niels Hansson. Een goede vriend van hem die was overleden. Hij stuurde me, op mijn verzoek, wat informatie en een gedicht toe. Maar (schaam, schaam) in de tijd tussen toen en nu heb ik daar nog niets mee gedaan. Dat ga ik nu (dank voor de reminder Joz!) recht zetten.
Niels Hansson ( 1947 – 2000) was als organisator verbonden aan vrijwel alle nieuwe poëziepodia in Rotterdam. Veelal vanuit zijn ‘eigen’ Stichting Weerwoord, vaak ook in samenwerking met andere organisaties zoals Laurens Literair, Dunya, Poetry International, het Bibliotheektheater, en vele andere. Hoofdthema van zijn poëzie is de menselijke onmacht. ‘Buiten zinnen’ (een selectie uit zijn werk over de periode 1982-1993) was, buiten enkele incidentele publicatie, zijn officiële debuutbundel.
Volgens Joz is het gedicht ‘Kantinemeisje’ misschien wel zijn beste gedicht waarin verlangen en onmacht bij elkaar komen.