Site-archief
Dan
Joost Oomen
.
Dichter, schrijver, columnist, drummer en performer Joost Oomen (1990) debuteerde in 2011 met de dichtbundel ‘Vliegenierswonden’. Hij was huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen en stadsdichter van Groningen en won in 2011 het Hendrik de Vriesstipendium voor nieuwe literatuur. In 2021 werd hij door de Volkskrant uitgeroepen tot hét literaire talent van dat jaar. Na tien jaar lang langs alle poëziepodia van Europa te trekken verscheen in 2023 eindelijk zijn dichtbundel ‘Lievegedicht’. Joost Oomen staat dit jaar voor het eerst op de Nacht van de Poëzie dat op 7 oktober plaats vindt in Utrecht.
Uit zijn laatste poëziebundel ‘Lievegedicht’ nam ik het gedicht ‘Dan’. En hoewel Onno-Sven Tromp in zijn recentie op de Meanderwebsite heel terecht stelt: “Als er in ‘Lievegedicht’ één ding duidelijk wordt, dan is het wel dat Oomen een hongerige en dorstige dichter is. De liefde van de dichter gaat duidelijk door de maag. Er staat in de bundel bijna geen enkel gedicht waarin geen eten of drinken voorkomt, variërend van pudding tot ananaszee en van lolly’s tot roomboter.” is er in dit gedicht slechts sprake van het delen van een nectarine.
.
Dan
.
eerst heb je elkaar
nog nooit gezien
dan heb je elkaar gezien
maar weet je het nog niet
bijvoorbeeld op een groot feest waar je
later van weet dat je er allebei was
als dichte sneeuw
waarin geen vlok geen vlok
de ander zag
maar uiteindelijk samen
in een dekbed belandde
.
dan zie je elkaar
voor de eerste keer
.
dan zoen je voor de eerste keer
dan wordt het opeens april
dan hou je van elkaar
dan deel je een nectarine
.
dan leer je steeds beter
hoe de ander het liefst door de stad wil fietsen
en doe je dat vervolgens ook
dan word je een keer nat
zo nat dat je je schoenen leeg kunt gieten
bij thuiskomst op de donkerblauwe mat
.
en je gaat allebei op blote voeten naar boven
je gaat in bed liggen met twee koude regenlijven
stijf tegen elkaar aan
.
dan heb je één keer ruzie in datzelfde bed
dan heb je geen keer ruzie in datzelfde bed
zie je springbalsemien en knijp je erin
dan word je gelukkig en bijt je zachtjes in haar nek
.
dan zegt ze dat ze niet meer slapen kan
voordat jij ‘tot morgen’ hebt gezegd.
.
Vrouwen dichten anders
Chawwa Wijnberg
.
Toen Cox Habbema gevraagd werd om een dichtbundel samen te stellen met poëzie van vrouwen ging ze ‘alles wat Nederlandse dichteressen hebben geschreven opnieuw lezen’. Persoonlijk lijkt me dat ondoenlijk want er zijn er zoveel en ze hebben zoveel mooie bundels geschreven. Maar Habbema deed het om een antwoord te krijgen op de vraag: schrijven vrouwen anders?
Ze schrijft in haar voorwoord: “Van vele dichteressen had ik nooit gehoord, en van velen van wie ik hoorde, kon ik niets vinden. Ik heb genomen wat ik vond in dichtbundels en bloemlezingen, en ontdekte dat er niets mooiers is dan de verukkelijke willekeur van te mogen bundelen wat je mooi vindt.”
Toch vond ze ook een antwoord op haar vraag. Vrouwen dichten anders. Het is niet de door vrouwelijke dichters gehanteerde vorm die afwijkt van die van hun mannelijke collega’s, het is niet hoe ze spreken – het zit in wat ze zeggen en in de thema’s die ze aansnijden.
In deze bloemlezing staan vrijwel alle bekende namen uit de tijd dat deze bundel uitkwam (2000) maar ook verschillende namen die ik niet kende. Zoals de dichter Chawwa Wijnberg (1942-2019) was een Joodse dichter, columnist en beeldend kunstenaar. In januari van 2003 werd ze als eerste benoemd tot stadsdichter van Middelburg, waar ze vanaf het jaar 2000 woonde met haar partner Marianne Gossije.
Vanaf 1984 volgde zij een aantal jaren de poëzie-workshops van Elly de Waard. Van 1985 tot 1989 maakte zij deel uit van ‘De nieuwe wilden’, een groep vrouwelijke dichters die onder leiding van De Waard enige furore maakte. In 1988, 1995 en 1996 trad zij op tijdens de Nacht van de Poëzie te Utrecht. In deze bundel is het gedicht ‘Vaderdag’ opgenomen uit de bundel ‘Handboek voor de joodse kat’ uit 1993.
.
Vaderdag
.
andere kinderen hadden vaders, de liefste
bij ons was er de man van moeder
en dat schilderij
.
hun vader was de grootste, sterkste
de tijd beet gaten, zaagde poten
liet hem
in tegenwind en tijd vervallen
.
alleen de mijne
bleef onveranderd held
goed en in een gouden lijst
.
nagelaten hangt hij zonder knieën
niet van straf en niet van knuffelen
niet van voedde op
mijn vader, wijs ik de visite
.
zijn stierenek en boze ogen, zie je
dat zijn mijn oren; mijn moeder zei
men vond hem eigenwijs
.
alleen dat slecht geverfde doek
dag vader
jonger dan ik ben jij
.
Flessenpost
Stoppen met roken in 87 gedichten
.
Het komt voor dat ik voor mijn boekenkast sta en dan een dichtbundel zie waar ik bij aankoop en lezing heel erg enthousiast over was, maar helemaal vergeten was dat ik de bundel had. In het geval van ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ van Dimitri Verhulst uit 2017 weet ik nog heel goed dat ik de bundel kocht en waarom. Tijdens de 35e Nacht van de Poëzie 2017 in Utrecht lazen meer dan twintig dichters poëzie voor. Op Radio 1 werden deze voordrachten uitgezonden door de VPRO. Een van die dichters was de Vlaamse dichter Dimitri Verhulst (1972) en ik herinner me dat ik meteen werd getroffen door zijn voordracht van het gedicht ‘Laten wij al afscheid nemen’.
Nu ik de bundel weer ter hand neem en lees ben ik opnieuw onder de indruk van het dichterschap van Verhulst. Daarom wil ik graag opnieuw een gedicht delen uit de bundel. Het zijn de nummers 1 en 2 uit het hoofdstuk ‘Flessenpost’ dat ook nog de gedichten 3 en 4 omvat.
.
1.
laat mij het zijn die subiet overblijft
wanneer je gaat
zo ben jij het die het wordt bespaard
te zien dat winters blijven komen
ook als wij ons niet meer kunnen warmen
aan elkaar
.
laat mij je overleven, zij het niet te lang
zodat ik je missen kan
en ik zal er mij van vergewissen dan
dat het duister zuigt, de leegte trekt
niets ergers dan te moeten wachten
en toch klaar te zijn voor het vertrek
.
laat mij het zijn die straks alleen ontbijt
met stompe tanden naast de krant
ik kom je dagelijks tekort
sleep mij van spleen naar wee
en wil vooral niet dat het beter wordt
mijn lief, mijn lief, mijn lief
.
2.
geef mij de rouw, ik zal ze dragen
voorbij mijn kunnen, in alle koppigheid
ik drentel door mij al te lange dagen
van kop tot teen gehuld in ochtendgrijs
en ik zal drinken hoewel ik ’t niet verdraag
op ons, dat we mochten, eventjes bestaan
.
ga jij mij voor maar in die domme dood
ons bed ligt slechter dan het graf
ik zal naar je tasten in de nacht
je wordt de leegte die mijn schoot niet past
de mens een muur die duizend malen horen zal
hoezeer ik jou heb liefgehad
.
geef maar aan mij de eenzaamheid
en ik zal onbedaarlijk wenen
wanneer ik met mezelf ga spelen
aan ons denkend, hoe het was,
‘k zal van je dromen in detail
en daarna komen en kapotgaan bovenal
Poëzie luisteren
Ode aan de nacht
.
Poëzie moet je lezen, regelmatig lezen, herlezen, maar poëzie kun je ook voor laten lezen of laten voordragen. In tijden van Corona is het moeilijk om poëziepodia te bezoeken (al komen er het en der wel weer initiatieven onder strenge regels tot stand) dus kun je kijken naar alternatieven. Zoals het luisteren naar poëzie. Dat kan via Youtube (er is echt een heel grote verzameling binnen en buitenlandse dichters te beluisteren), via streamingdiensten of gewoon nog ouderwets vanaf cd’s.
Ik schreef op dit blog al eerder over luister cd’s met poëzie zoals over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/04/29/dichters-in-de-nacht/ Dichters in de nacht, twee cd’s met een registratie van de 25ste nacht van de poëzie in Vredenburg Utrecht, maar ook over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/14/de-goddelijke-vonk/ De goddelijke vonk, gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof, en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/09/taal-zonder-mij/ over het 4 cd-luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts van uitgeverij Rubinstein.
Daar wil ik er vandaag een aan toe voegen. In 2005 namelijk (voordat ‘Dichters in de nacht’ verscheen in 2006) kwam de 4-cd verzameling uit onder de titel ‘De nacht van de poëzie’ samengesteld door Anneke van Dijk en Koen Vergeer. Op deze 4 cd’s zijn de beste voordrachten van 25 jaar Nacht van de poëzie verzameld. Vrijwel alle bekende dichters die er ooit stonden zijn vertegenwoordigd op deze 4 cd’s: Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, Judith Herzberg, Jules Deelder, Herman de Coninck, Leo Vroman, Remco Campert, Tjitskes Jansen en ga zo maar door. Een feest der poëzie kortom, 4,5 uur luisterplezier. En hoewel uit 2006 is deze prachtige verzameling nog steeds te koop voor een vriendelijke prijs.
In 2002 stond Anneke Brassinga op de Nacht van de poëzie. Van haar het gedicht ‘Aan zee’ uit haar bundel ‘Wachtwoorden’ uit 2005.
.
Aan zee
.
De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht
.
het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.
De grom uit de hond halen
Iduna Paalman
.
Iduna Paalman (1991) is een jonge dichter die naast poëzie ook proza en toneelteksten schrijft. In het najaar van 2019 debuteerde ze met de dichtbundel ‘De grom uit de hond halen‘. In de Volkskrant werd ze vervolgens uitgeroepen tot literair talent van het jaar. Haar werk werd onder meer gepubliceerd in De Gids, De Revisor, Het Liegend Konijn, Kluger Hans, NRC Handelsblad en op VPRO.nl. Iduna Paalman was actief bij De Nacht van de Poëzie, Lowlands, Geen Daden Maar Woorden en Dichters in de Prinsentuin.
Ze studeerde Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Humboldt Universität in Berlijn, en voltooide de geschiedenismaster Duitslandstudies. Naast het schrijven werkt ze als presentator en docent.
In haar debuutbundel staat het gedicht ‘De waarheid’.
.
De waarheid
.
De waarheid is: ik ben je zwembroek vergeten
en een pak sap, mijn zakmes ook, ik heb
alleen een handdoek voor mezelf, de waarheid
is: ik sta bij een heel andere plas, bij een heel andere
man, eentje met een hond, eentje die het water zelf heeft uitgegraven
zo met zijn handen door al die lagen, de waarheid is: ik laat me dragen
.
er is een picknickkleed met grasmotief en een schoonmoeder plukt ergens een boeket
schenkt de wijn bij, zegt verder weinig, een gil van een kind dat
voor het eerst te water raakt, mijn leven heb ik daar gelaten
waar het mij onmisbaar heeft gemaakt
.
daar zit je, niets te drinken, zo nat, zo naakt
het brood een onafgeschoten kogel op de grond
geen hond die op ideeën komt.
.
VPRO poëzie
Dichterbij
.
Afgelopen zaterdag was de 33ste ‘Nacht van de poëzie’. De VPRO was weer zeer actief rondom deze Nacht. Op de website van de VPRO http://www.VPRO.nl/boeken is veel informatie te vinden rondom deze 33ste Nacht. Dichtersinterviews, poëziebundels en gedichtentips maar ook de rubriek ‘Dichterbij’.
In ‘Dichterbij’ zijn inmiddels 29 afleveringen te bekijken (ook via het Youtube kanaal van de VPRO, waarop je je kunt abonneren). In deze korte portretten wordt een korte schets getoond uit het leven van de dichter en gedurende deze schets wordt een gedicht voorgedragen.
Hieronder een voorbeeld met de dichter Erik Jan Harmens.
En voor de liefhebbers van geschreven poëzie een ander gedicht van deze dichter.
.
Tussenstuk
zou u het willen herhalen
niet steeds weer opnieuw één keer
ik zal er niet meer doorheen praten
het woord is aan u en utoen we kwamen wisten we eigenlijk niet of we al mochten komen
we wisten ook niet bij wie we kwamen we schoven gewoon maar aan
en lieten het ons smaken maar wat er tussen onze kiezen achterbleef wisten we niet
en we konden het ook niet vragen want de andere gasten aan tafel bliezen geen adem meer uit
ze werden afgeruimd als een tafellaken en highfiveden een hemel in
het is niet dat ik geen woord heb verstaan van wat u zei
ik verstond alleen de zelfstandige naamwoorden niet
als u die nu even op dit opengevouwen tafelservet wilt opschrijven
met de lipstick van de vrouw die ik ontvallen ben
toen we gingen wisten we eigenlijk niet of we al mochten gaan
bij iedere stap verwachtten we een securicorhand tussen de bladen
maar daar was de deur al met de fooivragende apen
en buitenlucht als een kamp in je gezicht
met al mijn tandplak heb ik u vader lief
.
Notitie
Remco Campert
.
Afgelopen weekend was zijn laatste optreden voor publiek tijdens de Nacht van de Poëzie in Tivoli Utrecht, daarom vandaag een gedicht van deze ‘laatst levende’ vijftiger zoals hij zichzelf ziet; Remco Campert.
.
Notitie
Gauw opschrijven voor ik het vergeet:
in de auto met D. en haar vader
dwars door Amerika’s seizoenen heen
de vochtige zon in Santa Barbera
de kletsnatte sneeuw in Denver
en in alle Best Westerns
het knipperlicht van de televisie
op haar lieve slapen de gezicht
van weer heel jong meisje zijn
maar het schrijven van de woorden
verandert wat ik niet vergeten moet
dat wat geen woorden had
enkel, levend, ademend beeld was
zodat ik nu twee versies van hetzelfde heb
die ik vandaag nog over elkaar kan leggen
maar waarvan morgen als ik weg ben
alleen de woorden resten
die aan iets herinneren
waar geen oog meer weet van heeft.
Uit: Nieuwe herinneringen, 2007
.
Dichters in de Nacht
Luister CD
.
De Nacht van de Poëzie (De nacht) geldt al 31 jaar als één van de best bezochte podiumevenementen van de Nederlandse letteren. Tot 2007 werd de Nacht gehouden in de grote zaal van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. In 2008 verhuisde het naar Vredenburg Leidse Rijn. Door de verbouwing van het muziekcentrum werd de Nacht in 2009 overgeslagen om in 2010 en 2011 in kleinere vorm terug te keren in de Utrechtse Stadsschouwburg. In 2013 werd het georganiseerd in Media Plaza in de Jaarbeurs en in 2014 keert de Nacht terug naar het nieuwe Vredenburg.
Enige tijd geleden kreeg ik de luister CD ‘Dichters in de Nacht’ cadeau. Op deze CD een luisterversie van de jubileumnacht (25 jaar de Nacht) waarop vele bekende dichters zijn te beluisteren die het podium in Vredenburg betraden. Onder hen Gerrit Komrij, Leonard Nolens, Rutger Kopland, Jean Pierre Rawie, Jules Deelder maar ook het duo optreden van Remco Campert en Cees Nooteboom. De CD is uitgegeven door uitgeverij Rubinstein in 2006.
Van de dichter K. Michel, het gedicht ‘Ook de vissen’die op de CD staat.
.
Ook de vissen
Zou je de Haagse Hofvijver overeind zetten
rechtstandig als een majestueuze wand van water
om het licht de diepte te laten doorstralen
om de stad een doorzichtige spiegel te bieden
een oudgouden glans zou over de huizen strijken
en iemand roept als eerste ‘kijk’ en wijst
toeterend komt het hele verkeer tot stilstand
abrupt worden alle vergaderingen opgeschort
en de straten vullen zich met ogen en geroezemoes
een vorstelijk banket, jagers in een herfstbos
zegels en paperassen, gesluierde naakte vrouwen
iedereen ziet in de vijverwand iets anders
maar allemaal blikken ze diep in de tijd terug
En eindelijk kunnen de hofvissen ook eens
over de schubbenhuid van de daken uitkijken
naar de glinsterende torens en ijspaleizen
de bomen bij de duinen, het gele strandzand
‘kijk’ stoten de vissen elkaar aan, ‘dat zilvergrijze
dat schitterende schuimende, woelende weidse
dat zich daar uitstrekt tot aan de einder en verder
dat is nou de zee, ja dat daar is de zee’













