Site-archief
Flamingo
Charlotte van den Broeck
.
Op 28 januari op Nationale Gedichtendag werd bekend dat Charlotte van den Broeck (1991) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut heeft gewonnen met haar bundel ‘Kameleon’. Als groot liefhebber van de Coninck zijn werk was ik dan ook meteen nieuwsgierig naar haar poëzie. Hoewel haar website Splintervingers helaas voor mij gesloten bleef heb ik via de website van Meander toch een paar gedichten van haar kunnen lezen (de bundel heb ik nog niet).
Op de site van Meander valt onder meer over haar te lezen: Niet alleen de vloeiende stijl van haar gedichten valt op, maar ook haar indringende en integere manier van voordragen. Voor Charlotte is schrijven vanzelfsprekend, ze kan zich niet inbeelden dat ze het niet zou doen.
Flamingo
Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.
Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.
Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.
Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.
.
Verkiezing eerste streekdichter van het Westland e.o.
Marijke van Geest
.
Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Schrijvers tussen de kassen, om in de jury plaats te nemen van de verkiezing van de eerste streekdichter van het Westland. Samen met dichter Joz Knoop, collega bibliotheekdirecteur Renske van Kooij, Alphons de Wit (oud gemeenteraadslid en columnist) en Ties Elzenga (oud burgemeester van Naaldwijk) hebben wij begin van deze maand de inzendingen uitvoerig bestudeerd en besproken en van de 7 inzenders stap er één met kop en schouders bovenuit.
Gisteravond tijdens een zeer goed georganiseerde en feestelijke avond werd dan de eerste streekdichter van het Westland gekozen en dat werd Marijke van Geest. In het juryrapport schreef de jury:
Unaniem werd deze dichter gekozen door alle juryleden als de onbetwiste nummer 1. Zowel in muzikaliteit, zeggingskracht, actualiteit en het vermogen zaken poëtisch te verwoorden steekt deze dichter er boven uit. De jury was vooral zeer te spreken over het bijzonder fraaie gedicht ‘Besmette grond’ daarnaast sprak het gedicht over het Westland bij allen tot de verbeelding.
Uit alles wat deze dichter instuurde blijkt een groot poëtisch talent. Deze dichter zal een waardige eerste streekdichter zijn voor het Westland en omstreken. Nummer twee en drie werden Nico van de Wetering en Wim Duijvesteijn.
Een van de gedichten die Marijke van Geest had ingezonden wil ik graag met jullie delen. Het is het gedicht ‘Besmette grond’.
.
Besmette grond
.
Wat groeit nog op
met bloed besmette grond
wie legt het zwijgen op
wie snoert de mond
wie zijn de sprakelozen
.
aan welke wetsteen
wordt het zwaard geslepen
wie heft het op
wie heeft door haat gegrepen
de slachtoffers gekozen
.
welk vuur is heet genoeg
om wapens om te smeden
wie durft het aan
wie offert hoop op vrede
aan de hopelozen
.
met elke strijdbijl
kun je ook bomen hakken
wie bouwt een huis
wie maakt van verse takken
een thuis voor schuldelozen?
.
Optreden van Dwaalkat
Cultuurwethouder Marga de Goeij en Ties Elzenga de juryvoorzitter worden geïnterviewd.
Joz Knoop en oud stadsdichter van Leiden, Jaap Montagne worden geïnterviewd.
Marijke van Geest krijgt de prijs uitgereikt door wethouder Marga de Goeij
De nieuwe streekdichter van het Westland Marijke van Geest.
Marijke zal op het Ongehoord! podium op 14 februari voordragen(zie http://www.stichtingongehoord.com)
Even zuiver als de ongeschreven brief
Rogi Wieg
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.
Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.
Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.
.
In het verlengde van een vleugel
.
Dit is de zee, zeg ik je,
de zee van de vertwijfeling,
de gelaagdheid en die van
verfijndheid, de zee als
zee voor jou. In het verlengde
van een vleugel
.
zal ik de zee zo ontdoen
van die werkelijke zee,
of heb je liever dat
het klinkt zoals water,
dat oproept en uitbeeldt
dat groot is, en misschien als de zee,
zo zonder golven ook,
wie ben je liefst, mij of een ander.
.
Lief
Joost Zwagerman
.
In de Volkskrant van afgelopen vrijdag stond een mooie recensie van Arjan Peters, van de laatste en postuum verschenen poëziebundel van Joost Zwagerman, getiteld ‘Wakend over God’. Bij de recensie stond een gedicht uit deze bundel die ik iedereen die dit niet gelezen heeft, of de Volkskrant niet heeft, graag wil meegeven.
.
Lief
.
Mijn lief, wees alsjeblieft
heel lief voor mij, nu God
mij denkelijk heeft uitgewist.
Mijn lief, blijf alsjeblieft
heel dicht bij mij. Misschien
word ik door God gemist.
.
Mijn lief, vertrouw ook
nu op mij. ik ben niet weg,
God ademt mij. Mijn lief
wees alsjeblieft heel lief
voor mij. Misschien heeft God
zich in mijn dood vergist.
.
Er is hier. Er is tijd.
Herman de Coninck
.
Op deze Herman de Coninckzondag een gedicht zonder titel uit zijn bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 uitgegeven door de Arbeiderspers.
.
Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
.
De winter
Vasalis
.
Morgen, op 23 januari 2016 zal ik, op mijn verjaardag, als cadeautje aan mezelf en mijn lezers, mijn nieuwe kleine bundel ‘XX-XY ; liefdesgedichten’ presenteren via mijn blog, uitgegeven door MUG books. Vanaf die dag zal deze E-bundel gratis te downloaden zijn. In het kader van gedichten over de liefde daarom vandaag alvast een (treurig) liefdesgedicht van Vasalis uit ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1975.
.
De winter
.
De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak
.
Hij luistert: uit een verre boom
klinkt als het ketsen van twee stenen
een vonkenregen van verlangen
zo luid, zo helder en zo bang.
.
De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.
.
De mens
H.A. Spandaw
.
Hajo Albertus Spandaw (1777-1855) was een bekend bestuurder en dichter in zijn tijd. Zo was hij lid van de Provinciale Staten van Groningen, Gedeputeerde van de provincie Groningen, buiten gewoon lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal voor de provincie Groningen (zo ging dat destijds) en raadsheer van het Provinciaal gerechtshof in dezelfde provincie.
Maar Spandaw was ook dichter.In 1800 debuteerde hij met de publicatie van een toneelspel maar met zijn ‘De Vrouwen: Dichtstuk in vier zangen’ werd hij bekend. Naast zijn werk en zijn geschriften was hij ook een veel gevraagd redenaar. In 1851 presenteerde hij ‘Mijn afscheid als dichter’ maar in 1857 (twee jaar na zijn overlijden) werden zijn verzamelde gedichten uitgegeven in vier delen.
Een bekend gedicht van Spandaw is ‘De mens’ uit zijn ‘Gedichten 1857-1859’. En hoewel het gedicht meer dan 150 jaar oud is, is het nog steeds zeer lezenswaardig en actueel.
.
De mens
.
Wat is de mens? Zie hem in volle overvloed
Van aards geluk: zijn borst zal steeds onrustig zwoegen;
De toekomst, die hem vleit en zijn verbeelding voedt,
Vertoont nog hoger heil, belooft hem meer genoegen.
Zijn aanzien stijgt in top – zijn wens blijft onvoldaan;
Zijn roem, luid klinkend, heeft zijn eerzucht niet
bevredigd;
Hij hijgt naar zinvermaak – de wellust lacht hem
aan…
En met een enkle teug heeft hij de kelk geledigd.
Hij streeft naar nieuw genot – en walgt, als hij ‘t
ontvangt;
Hij dorst naar schatten – geeuwt, wanneer ze ’t oog
verblinden;
Hij hoopt en droomt en zwoegt en reikhalst en
verlangt…
Totdat hij in de groeve in ’t eind de rust mag vinden.
Ontneem hem hoop en droom, begoocheling en
schijn,
En hij houdt op, een mens te zijn.
.
De Gids
Internationale poëzie
.
Voor 50 luttele centen kocht ik in Hengelo in een kringloopwinkel een exemplaar van De Gids uit 1994, deel 11/12. Dit deel heeft Internationale Poëzie als onderwerp. Dichters als John Ashbery, Michael Ondaatje, Anne Duden, Peter Handke en Olga Sedakova ( en nog 20 dichters) zijn in dit deel vertegenwoordigd met gedichten. Bijna 150 pagina’s leesplezier.
Ik heb gekozen voor een gedicht van Bruno K. Öijer (1951). Ik kende deze Zweedse dichter niet dus even opgezocht voor iedereen die hem ook niet kende. Öijer is in Zweden een bekend dichter. Hij debuteerde in 1973 met ‘Sång för anarkismen‘ of ‘Lied voor het anarchisme’. Öijer is waarschijnlijk het bekendst door zijn performances op het toneel. In de jaren ’70 was hij lid van de poëziegroep ‘Vesuvius’.
Hij ontving in Zweden verschillende literaire prijzen. Uit De Gids het gedicht ‘We leggen de zwarte puzzel’ vertaald door Hans Kloos.
.
We leggen de zwarte puzzel
.
ik kwam aan de macht
ik zo groen wordt blauw gespeld
en de avond is lang
wanneer deze richt op zijn slaap
.
tapkasten
dolken van neon
ik hoor bestelde liefde afzeggen
en jij woont donker, donkerder dan je denkt
je hart slaat je
.
ik weet nog toen ik moest
de boom was hoger dan hoog
zieken trokken strootjes
om wie het land moest gaan genezen
.
je weet waar het om gaat
ik heb mijn naam gezadeld
ik rijd een gewond dier
en er zijn geen regels
wanneer wij de zwarte puzzel leggen
.
ik zag wie je bent
de ruimte spant een koude haan
de lappenpop tuurt met ogen die ontbreken
en pas in onze slaap nemen wij elkaar
ik weet dat je hebt geroeid
het overgrote deel van elke nacht
tot je eindelijk voorbij alle hulp was verzeild
.




















