Site-archief
Poëziebus 4
Jana Beranová
.
Een groot dichter en vertaler, voormalig stadsdichter van Rotterdam en al lange tijd een goede bekende, dichter Jana Beranová (1935) gaat ook mee dit jaar op de Poëziebus. Haar enorme kennis en ervaring zal veel jonge dichters en performers verder helpen en inspireren.
Jana Beranová vluchtte met haar ouders uit Tsjecho-Slowakije. In Nederland vestigde ze zich als vertaalster en dichteres. Tegenwoordig is ze steeds vaker ook mentor van jonge dichters. Uit het grote oeuvre van Jana het gedicht ‘Plekje op Olsany’ uit de bundel ‘Kiskassend gedicht’ uit 1996.
.
Plekje op Olsany
voor Jan Palach
Kale elzetakken flirten met grafzerken,
eenzaam als verstokte vrijgezellen. Winter-
licht valt op het plekje naakte aarde, niet
ver van de kerkhofmuur.
Ik ken zijn foto, de zachte jongenstrekken,
eenentwintig jaar, zijn toekomst legde hij
in de as (ofschoon geen zelfmoordenaar).
Ik weet de plek op de Wenceslasplein,
het vuur rende met hem mee, drong steeds
dieper in zijn huid. De oogleden weggebrand
doet zijn nacht voorgoed geen ogen dicht.
Met geheven vlam zweren kaarsen sindsdien
onze eed van trouw. Ook op dat plekje op
Olsany. Het is weer lente. En wat voor één.
De elzen kijken hun katjes uit.
.
Poëziebus 2
Michiel van Opstal
.
De tweede dichter die ik wil belichten en meegaat op de Poëziebustoer dit jaar is de Vlaamse dichter Michiel van Opstal. Michiel studeert nog, voor leraar Nederlands en Engels. Hij schrijft gedichten en proza die hij voordraagt van op een podium tot op de tram. “Ik schrijf graag over dagelijkse dingen.” zo zegt hij. Zijn gedichten zijn heel beeldend en vrij zonder vaste vorm.
.
Al aarzelend
.
de aarzeling hangt
tussen
woord en daad
gevolgd door meer woorden
ik weet het niet
U kan nu, heel filosofisch
wanneer weet men iets?
tja
paleizen worden ook maar gebouwd
met gebakken steen, glazuur
het is de fundering die
telt
ze mompelt: misschien
een bijna-woord
met minder daad
morgen stel je haar opnieuw
de vraag:
of ze je nog graag ziet
.
Poëziebus 1
Martin Wijtgaard
.
Sinds de oprichting van stichting de Poëziebus ben ik voorzitter van de raad van toezicht en als zodanig dan ook betrokken bij het wel en wee van dit prachtige initiatief. Net als vorig jaar rijdt ook dit jaar de Poëziebus met een groot aantal dichters door Nederland en Vlaanderen en doet daar 10 steden aan.
En net als vorig jaar zal ik voordat de Poëziebus gaat rijden een week lang elke dag een dichter die meerijdt belichten op dit blog. Ik wil beginnen met de Amsterdamse dichter Martin Wijtgaard. Op 28 november 2015 stond ik nog samen met Martin op het reuring podium van Alja Spaan in Alkmaar en daar kocht ik zijn, in eigen beheer uitgebrachte bundeltje met de titel ‘Zwijgend naar de tering’.
Op zijn blog http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ staat bij zijn biografie:
Martin Wijtgaard (1971) woont en werkt in Amsterdam. Sinds een paar jaar schrijft hij gestructureerde, neo-romantische poëzie, waarin thema’s als dood en vergankelijkheid, onmin, misantropie en geschiedenis (en de dwarsverbanden daartussen) een grote rol spelen. In 2015 publiceerde hij in eigen beheer het bundeltje ‘Zwijgend naar de tering’.
Het gedicht ‘Hamburg’ komt uit deze bundel.
.
Hamburg
.
Het achterland spert hebberige kaken,
gaapt hongerig tussen containerdokken,
en wacht gespannen op het hoge tij,
op droogvoer voor zijn roestige giraffen
.
op zwervers om portieken mee te vullen.
De ebstroom die de kademuren scheurt,
het vuur aanzuigt, diaspora’s verstrooit,
trekt stil door opgeblazen winkelstraten.
.
Het regent in kartonnen koffiebekers
met handjes kleingeld voor een bed en vreten.
De pakhuizen zijn leeg, de banken blut,
.
de wirschaftswunderwinkelwagens steken
verwrongen uit de modder van de fleeten
blindgangers tikken in de diepe prut.
.
Prachtige namen
Ongehoord! poëzie podium
Op zondag 17 april is er in de centrale bibliotheek van Rotterdam een poëziepodium van Ongehoord! Dit keer de ‘Poëziebus’ editie met mooie namen, Nederlandse en Vlaamse. Zo komen uit Vlaanderen Gust Peeters, Sven de Swerts en Infinite Joy (winnaar van de voorronde van de BK poetry slam) en uit Nederland Daan Taks en Marijke Hooghwinkel.
De muziek wordt verzorgd door Iris Penning die nog maar zeer recent haar debuut cd ‘Spreken met suiker’ heeft uitgebracht. Een poëzie en muziekpodium kortom waar wij van Ongehoord! erg blij mee zijn. Natuurlijk is er ook een open podium waar je je voor op kan geven bij de presentator van dienst (en dat ben ik) op de zondag zelf (vooraf, of in de pauze).
Uiteraard is er de mogelijkheid om poëziebundels of de CD van Iris aan te schaffen en in contact te komen met de dichters/muzikante.
Waar: Centrale Bibliotheek Rotterdam, 4e etage
Wanneer: zondag 17 april, van 14.00 tot 16.30 uur (vanaf 13.00 kun je terecht)
Toegang: gratis
Als opwarmertje een nummer van Iris en een gedicht van Daan Taks
Oud en nieuw
Op de grens van 2015 en 2016
.
Op deze laatste dag van 2015 wil ik graag iedereen bedanken voor het lezen van mijn blog, de vele leuke en interessante reacties die ik telkens weer ontvang en voor de vele likes op mijn berichten. 2015 was een jaar waarin ik op het gebied van de poëzie weer vele mooie initiatieven heb mogen leren kennen en meemaken. Persoonlijk waren een aantal optredens in 2015 heel waardevol maar ook mijn bemoeienis met stichting Ongehoord! en iets meer op afstand met een nieuw initiatief als de Poëziebus geven me de zin en de energie om met volle kracht ook in 2016 over de vele gezichten van de poëzie te blijven schrijven.
In dit laatste bericht in 2015 uiteraard een gedicht. Ik heb gekozen voor een gedicht waaruit blijkt dat hoe oud iets ook kan zijn, voor sommigen of in een andere situatie kan iets weer helemaal nieuw zijn. Het betreft hier het gedicht ‘Het paar’ van Heinz Kahlau uit 1931 in een vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns, verschenen in ‘Blanke man’ uit 2002.
.
Het paar
.
Zij lagen been aan been
sinds ze gestorven waren
.
tot men ze vond
.
Ze lagen zo
al zestigduizend jaren.
.
Toen loste men de hand die hem met haar verbond.
.
Gelukkig nieuwjaar!
Ik
Maandag in plaats van Zondag
.
Omdat gisteren de laatste dag was van de Poëziebus geen Herman de Coninck-zondag. Maar speciaal voor alle liefhebbers en fans van de Coninck vandaag dan een gedicht van zijn hand. Vandaag heb ik voor het gedicht ‘Ik’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.
.
Ik
.
Ik, de bij gebrek aan beter
dan maar mezelf zijnde: een soort
De Slegte voor tweedehandse
onverkochte emoties
.
ik kwam jou tegen, je was zo lief
voor mijn melancholie, dat soort
reuma van het gevoelsleven,
maar als ik het warmhield,
bij voorbeeld in jouw armen,
viel het best te harden.
.
Eigenlijk pasten we zo mooi bij elkaar
dat ik sinds je weggaan een derde
ben geworden.
Ik herinner me na twee jaar nauwelijks wie het is
die jou mist.
.


















