Site-archief
Confrontatie
Jelmer Esmyn van Lenteren
.
Dichter Jelmer Esmyn van Lenteren bracht in 2018 bij uitgeverij Proces Verbaal de dichtbundel ‘Het is koud waar ik niet ben’ uit. Ik schreef er destijds deze recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/27/het-is-koud-waar-ik-niet-ben/
Alweer een dichtbundel bij een kleinere uitgeverij die beklijft. Zo zie je maar dat dichtbundels echt niet altijd van een grote bekende uitgeverij hoeven te komen om toch te verrassen en van kwaliteit te zijn (zie de bundels van Mark Boninsegna, Evy Van Eynde, Sabine Kars en Derek Otte).
Uit deze bundel heb ik het gedicht ‘Confrontatie’ gekozen, het eerste gedicht uit de bundel.
.
Confrontatie
.
Je komt jezèlf geregeld op de gekste plekken tegen.
Je schudt dan steeds je hand en zoekt een reden
om je niet te hoeven spreken want het is geen pretje
om te horen dat je almaar niets verandert
.
dat je toch dezelfde bent gebleven.
En dat terwijl jij jezelf bij de vorige gelegenheid
nog zo de les gelezen had. Goed, daar sta je dan –
.
oog in oog met niet eens je evenbeeld, maar met je hele
leven. Nu moet het ergens over gaan.
.
Je overtuigt jezelf dus voor geen meter
maar je blijft wel staan en zegt dat het allicht goed zou zijn
elkaar een paar weken niet te zien.
.
Je kijkt verbeten, vraagt of het aan jou heeft gelegen
maar nee dat heeft het niet.
.
Dan loop je boos bij jou vandaan.
.
Impersant
Evy Van Eynde
.
In het rijtje dichtbundels van de laatste jaren mag er een zeker niet ontbreken en dat is de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, die werd uitgegeven door MUG books, mijn eigen kleine uitgeverij. Ik schreef er een lange recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/02/04/zal-ik-liefde-noemen/ en in die recensie noem ik het gedicht ‘Impersant’. Het woord alleen al intrigeerde me vanaf het begin dat ik het las in het manuscript van deze bundel. Het Vlaams woordenboek op internet geeft als betekenis ‘tegelijkertijd’.
Deze bundel van Evy is om vele redenen een kleinnood, en bij een kleine uitgeverij uitgegeven maar een groot publiek waardig. Na deze bundel volgde al snel ‘Amour Florale’ die ook zeer de moeite waard was. Maar nu dus uit ‘Zal ik liefde noemen’ het gedicht ‘Impersant’.
.
Impersant
.
Mag ik je woorden ondertussen
plukken | plakken
op mijn lijf | waar de stilte
bijten sloeg
.
op het rijm (van mijn vel)
.
Mag ik je zinnen prikken
liefde lassen | in je adempoos
zodat je evenwel ( je kan het niet laten)
mij een blos | toedicht
.
op mijn zandbank
in de kamer met bloemetjesbehang
.
waar jij in een mirage
van vergeten dromen | op volle zee
voorbij komen zal
.
of niet?
.
705
Mark Boninsegna
.
Alweer een bundel uit 2018 van een dichter die ik al langer ken. De, in hart en nieren, Rotterdamse dichter Mark Boninsegna debuteerde in 2018 met de bundel ‘Levensinkt’ bij uitgeverij Douane. In MUGzine nummer 4 komt onder andere werk van hem.
Ik schreef er hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/13/levensinkt-2/ een recensie over. Uit diezelfde bundel vandaag het gedicht ‘705’, een gedicht over Rotterdam (hoe kan het ook anders). Of het hier Vaanweg 705 betreft (waarschijnlijk) of lijn 705 van de metro is me niet helemaal duidelijk (toch eens vragen aan Mark) maar het geeft een mooi inkijkje in zijn blik op Rotterdam.
.
705
.
hier geen poëzie
geen reclamefolders
.
wordt niet om 18:00 uur aardappelen op het vuur gezet
worden geen stortbakken uit elkaar gehaald
.
hier geen Vogel
ook geen Iggy
of pop
.
geen vol bad
geen keel met gat
geen Delta
.
hier wordt niet meer geveinsd
niet meer gelogen
.
geen columns
meziek
kroketten
of Gard Sivik
.
geen Joop
geen dope
geen plastic tasjes
of winkelruiten met stickers
hier is niks nieuws
is niks gemaakt
.
hier is Vaanweg
hier ben ik
.
We beginnen opnieuw met uitstappen
Sabine Kars
.
In het kader van het delen van gedichten uit dichtbundels van de afgelopen jaren vandaag een bundel die ik zeker niet wil overslaan; ‘Hoofdkwartier’ van Sabine Kars (1971) uit 2019. Sabine is ook een dichter die ik al lang ken, dit jaar hebben we haar (samen met Evy Van Eynde en Alek Dabrowski) gevraagd als jurylid voor de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Een wedstrijd waar zij (bij de eerste editie in 2012) zelf tweede werd. Daarnaast was ze een van de eerste dichters die in het nieuwe mini poëziemagazine MUG publiceerde.
In 2019 kwam haar debuutbundel uit bij uitgeverij De Kaneelfabriek, een prachtig en met kwaliteit uitgegeven bundel waarover ik een recensie schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/01/04/hoofdkwartier-een-recensie/. Uit diezelfde bundel hier het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’.
.
we beginnen opnieuw met uitstappen
.
het is niet nodig mijn ogen te tellen
ik ben ze allemaal verloren en de namen
te ver van elkaar verwijderd
komen niet meer terug
.
maar het geluid heb ik bewaard
je zegt dat het het mijne is
.
we hangen aan draden
dragen het vuur op de schouders
.
morgen gaan we in valken over
maar eerst verdelen we de bevroren grond
trekken nog eenmaal zonder veren
op eendagsstelten over de stad
.
Mens
Hans Plomp
.
Schrijver en dichter Hans Plomp is een bijzonder mens. In alles wat ik over hem lees wordt als eerste ingegaan op het feit dat hij, samen met acteur en schrijver Gerben Hellinga, de drijvende kracht was achter het, van de sloophamer, redden van Ruigoord, destijds een dorpje onder de rook van Amsterdam dat opgeslokt dreigde te worden door de expansiedrift van de hoofdstad en tegenwoordig een kunstenaarskolonie huisvest. Als tweede wordt zijn lidmaatschap van het Amsterdams Ballon Gezelschap genoemd, een artistieke groepering van wisselende samenstelling.
Van al de bezigheden van Hans Plomp is zijn poëzie misschien niet de meest in het oog springende maar het feit dat in 2017 de bundel ‘Dit is het beste aller tijden’ verscheen, een selectie uit 50 jaar dichtwerk, geeft wel aan dat we hier met een doorwinterd dichter te maken hebben. Hans Franse schrijft in zijn recensie van deze bundel op https://meandermagazine.nl/2017/08/letteroefeningen-van-een-romantische-backbencher/ onder andere: De poëzie van Hans Plomp is uiterst helder, zijn taalgebruik eenvoudig, zijn woordkeus alledaags, wat ook logisch is gezien zijn bijdrage aan het ’Manifest van de jaren zeventig’, waarin de uitdrukking ‘nieuwe wartaal’ voorkomt, waarmee deze groep schrijvers zich tegen de Vijftigers afzette.
Bij het lezen van het gedicht ‘Mens’ uit ‘Dit is de beste aller tijden’ heb je daar gelijk een goed beeld bij.
.
Mens
.
Het valt me zwaar
van je te houden
.
Heb je vannacht
de jammerklacht
de schuifelende duizendpoot
van duister onbehagen
in de straten van de stad
.
Soms mens,
als ik je zie gaan
met hoeden op en jassen aan
of als ik je zie genieten
op een plekje in de zon.
Soms als ik je voort zie zwoegen
op een rijwiel of op krukken
zou ik je aan mijn hart willen drukken
.
Maar vaak valt het me zwaar
van je te houden
mens
.
Judy Carati
Gedachtengedichten
.
Judy Carati ken ik al langer, ik zag en stond met haar op poëziepodia waar zij, zichzelf begeleidend op gitaar, liedjes zong en gedichten voordroeg. En dat is precies wat ze doet in de bundel/CD ‘Gedachtengedichten’.
De bundel is opgedragen aan Cecilia en wordt voorafgegaan door een tekst die de Russische dichter Boris Ryzji (1974-2001) schreef in 2000 aan de, door hem bewonderde dichter Aleksandr Koesjner dat verscheen als voorwoord in ‘Rotterdam Dagboek’ uit 2006. Dit stukje gaat over zijn bezoek aan onder andere Delft en ik denk dat Judy dit in haar bundel heeft opgenomen omdat een aantal van haar gedichten Delft als onderwerp hebben.
De bundel is in eigen beheer uitgegeven en ziet er heel fraai uit. Op mooi stevig papier zijn de gedichten afgedrukt. De omslag in rood en blauw met een kleine foto van Judy op de kaft en achterin de CD met haar liedjes. Hoewel er ongetwijfeld iets valt te zeggen over haar liedjes beperk ik me tot de gedichten omdat ik daar iets zinnigs over kan zeggen.
Maar voor ik daar iets over schrijf moet me iets van het hart. De bundel heeft een mooie opmaak met een rustige bladspiegel maar wordt, en dat vind ik echt jammer, vaak verstoord door allerlei ‘extra’ informatie over gedicht, onderwerp, verwijzingen naar een andere bundel of de CD of over het feit dat een gedicht voor een speciale gelegenheid is geschreven.
Had er iemand meegelezen of was er enige vorm van redactie geweest dan had dit ‘opgelost’ kunnen worden door deze informatie achterin de bundel apart per pagina weer te geven. Bij het gedicht ‘Stille schuilplaats’ is dit maar liefst een halve pagina in een klein( erg klein) lettertype. Ook achterop de bundel staat heel veel informatie. Het lijkt alsof Judy alles wat ze ook maar kwijt wilde een plekje heeft gegeven in deze bundel en dat doet, in mijn ogen, de bundel een beetje tekort.
Over de gedichten schrijft Judy: ze bevatten persoonlijke elementen, ze zijn hier echter niet altijd 1 op 1 terug te voeren. De teksten zijn veelal ontstaan vanuit observaties en gedachten ( wat de titel verklaart). Dat wat je in het dagelijks leven meemaakt.
Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Herinneringen’:
Nog volop in het heden
fiets ik van Delft naar Rotterdam
de lucht kleurt rood, ik volg het water
in de verte het kerkje
De gedichten zijn duidelijk, beschrijvend, zonder al teveel ingewikkelde poëtische diepgang. Ze schilderen een plaatje waarin je al lezend mee kan gaan. Aan de dingen die ze ziet en beschrijft wordt een emotie meegegeven (berusting, woede, verdriet, verwondering) met name in het hoofdstuk dat dezelfde titel draagt als de bundel.
in het hoofdstuk ‘Fietsend van Delft naar Rotterdam’ vooral gedichten over Delft en in het gedicht ‘Blikken scheidsmuur’ over de dichter Poot ook een verwijzing naar Schipluiden en Abtswoude.
In ‘Aankondiging van de herfst’ tenslotte een aantal gedichten van wat algemenere aard maar steeds met een duidelijke ik en verwijzingen naar ervaringen en herinneringen.
Mijn conclusie na lezing is dat deze bundel een soort van ego document is van Judy, dat er mooie zinnen in staan en teveel informatie. Desalniettemin voor liefhebbers van dit genre van poëzie, het meer persoonlijke en verinnerlijkte, zeker te genieten.
ik wil eindigen met het gedicht dat als ‘Nagedicht’ is opgenomen en daarom niet lijkt te passen bij een van de hoofdstukken getiteld ‘Ontwortelen’.
.
Ontwortelen
.
Bij het water zien de bomen zichzelf
rimpelend, vervormd
in stilte luidruchtig
.
ik wilde wortel schieten
bladeren krijgen en blijven staan
maar de wind waaide mij voorbij de hemel
.
zo verder reizen
ga weg, maar zet je voeten niet in de grond
ga weg, maar krijg geen vleugels in de lucht
.
probeer te drijven op het water
en zie: je komt weer terug
.
Apenlier
Rob Schouten
.
In het krantenknipsel dat ik in de bundel ‘Apenlier’ van Rob Schouten (1954) schrijver, dichter, literatuurcriticus en columnist vind en zo te zien uit een Volkskrant komt (en naar ik vermoed uit 2004 stamt, het jaar dat ‘Apenlier’ werd gepubliceerd) wordt gesteld dat de dichter “troost put uit slordigheid”. Piet Gerbrandy, die de recensie schreef, stelt ook dat hier “een man aan het woord is met een christelijke achtergrond die op levensbeschouwelijke en vooral op erotisch terrein permanent de weg kwijt is, overigens niet tot zijn eigen genoegen”. Gerbrandy eindigt de recensie met “de troost van de slordigheid, daarom gaat het in dit oeuvre”.
Lezend in de bundel kan ik zijn analyse beamen. In het gedicht ‘Lam’ komen een aantal van de genoemde elementen terug. Daarom uit deze bundel dit gedicht.
.
Lam
.
Natuur. Mij best. Parende robben. Mos.
De muizenval. Sla. Een ijskast ontdooien.
Telefoonrekening. Het parlement.
Belachelijk modieuze jurken.
.
Als u maar weet dat ik er ook aan doe,
hoe dronken ook. Wie ligt daar op zijn kant?
Een auto winnen om langs berg en dal…
Bloemlezingen, toeristen, komma’s, punten.
.
Te veel om… nou ja, geweldig veel
en allemaal om het verstand te boeien
dat momenteel helaas geen zitting houdt
maar morgen weer voor alles openstaat.
.
Hoofdkwartier, een recensie
Sabine Kars
.
De lang verwachte debuutbundel van Sabine Kars is er. De bundel ‘Hoofdkwartier’ werd uitgegeven door uitgeverij De Kaneelfabriek en ziet er fraai uit. Met gevoel voor kwaliteit gemaakt, mooi vormgegeven en voorzien van vier secties en een inleidend gedicht. In totaal bevat de bundel 43 gedichten.
De bundel start met de tekst van een nummer van Thom Yorke van Radiohead ‘Climbing up the walls’ van hun CD ‘Okay Computer’. Uit dit nummer zijn de regels: ‘Open up your skull / I’ll be there / climbing up the walls’ van grote betekenis voor de dichter, zo vertelde zij tijdens de presentatie van de bundel in Zutphen op 22 december jongstleden.
De titel ‘Hoofdkwartier’ verwijst naar hersentumor, de strijd die ze voerde, het beklimmen van de muren in haar hoofd en het militaristische aspect van de oorlog die in haar woedde. Al deze aspecten komen eigenlijk meteen al ter sprake in het openingsgedicht ‘ter inzage’. Een gedicht met een duidelijke connotatie op de betekenis die je er gelijk in leest, hier wordt de tijd verdicht door de dichter die voorafging aan het moment dat er een diagnose werd gesteld. Hier lees ik een verslag in soms militaire termen (locatie, uniformiteit, nachtkijkers, staalkaarten, het beramen van een oorlog) van een persoonlijke strijd van een vrouw, de dichter; ‘een vrouw kwam te laat en bladderde af’.
In de volgende sectie ‘dit donker moet verzonnen zijn’ beschrijft Sabine een proces van diagnose, opname, het verblijf in het ziekenhuis, de operatie, het delirische hypnagogische ’niet’ slapen (5.00 uur) en eindigt met het gedicht ‘niemand heeft gelijk’ met de veelbetekenende openingszin ‘dit is hoe we gaan’.
.
niemand heeft gelijk
.
dit is hoe we gaan
.
rauw genoeg
voor het teweegbrengen van
verschroeide aarde
.
In de sectie ‘voetnoten bij het vallen’ lees ik in de gedichten vertwijfeling, opstaan, opnieuw beginnen, de behoefte aan bevestiging en steun.
.
adresboek
.
lief ontsteek je lichten
ik streepte alle namen door
en slapen gaat niet meer
.
lief ontsteek
je lichten
.
In ‘alsof hier niemand woont’ blikt de dichter terug naar specifieke situaties van vertwijfeling en strijd eindigend in het gedicht op pagina 48, gefragmenteerd zoals de dichter zich moet hebben gevoeld, losgetrokken van zekerheden ( lichaam, taal, liefde, het leven) maar eindigend in hoop: ‘ meervoudige vrouw ik blijf nog even / ik word weer later’.
.In de laatste sectie ‘het aanraken nog maar net begonnen’ weerklinkt een voorzichtig hervonden vertrouwen, een nieuwe kennismaking met de lichtheid van het bestaan. In het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’ wordt dit voor mij het meest duidelijk met de zin ‘maar het geluid heb ik bewaard / je zegt dat het het mijne is’.
De bundel eindigt met het gedicht ‘vink’ waarin de dichter af vinkt, een periode afsluit die begon met de oorlog in haar hoofd, wat ze tijdens de presentatie zo mooi verwoorde met de zin ‘het was alsof ik onder een laagje folie leefde’. Met deze bundel is die folie eraf gekrabd en is er lucht en licht gekomen die niet beter had kunnen worden belichaamd dan door de hervonden woorden van de dichter in deze bundel.
Sabine Kars schrijft geen ‘dagboekpoëzie‘ zoals ze zelf zegt of getuigenispoëzie zoals ik het noem, ze schrijft volwassen poëzie over een zwaar onderwerp zonder dat deze zwaarte de poëtische klank of betekenis teniet doet. Dit is een bundel om te lezen en te herlezen, haar rijke taal, haar associatieve vermogen en creativiteit zetten je telkens opnieuw aan het denken. Dat is wat ik in een dichtbundel wil lezen, dat is wat deze dichtbundel biedt.
.
Derrel Niemeijer
Krankzinnig Aangedicht!!!!!
.
Toen ik mijn kast aan het opruimen was kwam ik de bundel ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!’ van de, veel te vroeg gestorven, dichter en fijn mens Derrel Niemeijer tegen. In 2013 deed ik een poging om een recensie te schrijven over deze (op A4 uitgeven) bundel. De recensie vind je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/06/krankzinnig-aangedicht/
Ik denk nog regelmatig terug aan Derrel, aan zijn chaos, zijn aanwezigheid bij poëziepodia, aan zijn laatste jaar, aan zijn levenslust en zijn absurde invallen en aan onze correspondentie op Facebook. Ik heb ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!’ dan ook met enige melancholie terug gelezen.
En opdat we Derrel en zijn poëzie nooit vergeten hier het gedicht ‘Openbaar vervoer’ uit deze bundel, opgedragen aan toen nog zijn geliefde bonbonneke Nancy Meelens, en van een voorwoord voorzien door zijn grote vriend Von Solo.
.
Openbaar vervoer
.
Pak de trein
(klasse vee),
kom niet waar
ik blief te zijn.
.
De NS nimmer
zo slecht geweest
qua vervoer
van varkens.
.
Ik leef als een beest
terwijl ik mens ben.
Word ik daarom
geslacht.
.
Het raakt gewend
om te sterven
en weer te leven,
gelijk de
“Feniks”.
.
Eeuwige cyclus in
het dichtershart.
.
















