Maandelijks archief: november 2015
Voordracht
Optreden bij Reuring
.
Op zaterdag 28 november zal ik samen met de dichters Edith de Gilde, Martin Wijtgaard en Elly Stolwijk optreden bij het fijne podium van dichter en vriendin Alja Spaan. Alja, met wie ik samen ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ publiceerde bij haar uitgeverij is al jaren actief in Alkmaar. Eerst bij haar thuis in haar huiskameratelier onder de titel ‘Alkmaar Anders’ en de laatste jaren met Reuring, dit keer in de Aikemazaal van Grand Café Koekenbier aan de Kennemerstraatweg 16 in Alkmaar.
Onder het motto “Oh death, my poetic death!” zal ik daar enige diep doorwrochte, trieste en minder trieste gedichten voordragen. Komt allen zou ik zeggen, de toegang is gratis. Vanaf 16.00 u bent u van harte welkom.
.
Van Edith de Gilde het gedicht ‘Als zwijgen’ uit haar bundel ‘Vleugels van cement’ uit 2012.
.
Als zwijgen
Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.
Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.
Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.
Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!
Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.
Poster: Helle van Aardenberg
Onderstroom
Een recensie
.
op zondag 15 november presenteerde Greta Lugtmeier in Rockanje voor een geïnteresseerd publiek haar debuutbundel als dichter met de titel ‘Onderstroom’ . Ook mij had ze gevraagd om samen met Sabine Kars, Marijke van Geest, Niels Snoek, Anna Schenk en Juul Kortekaas deze presentatie aan te vullen met onze poëzie.
De daar voor € 14,- aangeschafte bundel ligt nu voor me om te recenseren. Allereerst valt op hoeveel tijd en aandacht er besteed is aan deze bundel. De voorkant met delen van foto’s van de kust (zand, strand, branding, zee) geven al een deel van de inhoud weg, net als de titel Onderstroom, al is die ook duidelijk voor meerdere interpretaties gebruikt in de thematiek van de gedichten.
de foto’s komen ook terug in de bundel die een rustige bladspiegel laat zien. Sommige pagina’s bestaan uit een foto waarop het gedicht te lezen is, andere zijn bijvoorbeeld zwart met daarop in wit het gedicht. Mooi vormgegeven en met een fijn lettertype, al is de lettergrootte wat klein naar mijn zin.
In zijn voorwoord schrijft Niels Snoek ” Lees deze gedichten met alle vijf de zintuigen” en “.. Gebruik ook het zesde zintuig” .
Vooral die laatste aanbeveling is terecht want de poëzie van Greta is wat ik ‘ getuigenispoezie’ noem waarbij het van belang is dat je je kunt inleven in de tekst en de thema’s die de dichter je voorschotelt. De gedichten zijn niet eenvoudig en luchtig van toon. De achterflap tekst verraadt al dat de bundel in verband staat met haar serieuze, soms wat weemoedige kant (van de dichter). Dat is zeker het geval.
Niet voor niets denk ik, hebben de eerste gedichten in de bundel titels als Verlangen en Weemoed, twee woorden die ik elders in de bundel nog een aantal maal voorbij zie komen. Maar er is ook plaats voor verlangen, respect en liefde. Alle gedichten, of ze nu somber, weemoedig, serieus of juist hoopvol van strekking zijn hebben iets warms, je leest er de persoonlijkheid van Greta in terug.
De gedichten variëren in lengte van korte haiku-achtige gedichtjes van een paar korte zinnen tot bladzijde vullend. Sommige zijn geïnspireerd op gedichten van andere dichters maar dat staat er netjes onder aan de pagina bij andere hebben juist weer het water, de zee als thema. Ook hier komt de onderstroom weer naar boven.
Voor wie van toegankelijke, persoonlijke en veelal serieuze poezie houdt is dit zeker een aanrader. Dat er ook een zekere speelsheid in de poëzie van Greta schuilgaat blijkt wel uit het gedicht ‘Leven’.
.
leven
.
de première van de musical Barnum
miste ik maar met een dag
de aanslag van Mohammed Atta op Lower Manhattan
slechts met een paar uur
die aanrijding laatst in de Botlek
met een paar seconden
opgelucht koester ik mijn momenten:
je mist meer dan je meemaakt, zo is het leven
.
We refugees
Benjamin Zephaniah
.
De in Jamaica geboren dichter en musicus Benjamin Obadiah Iqbal Zephaniah groeide op in de Engelse plaats Birmingham, in de wijk Handsworth (van de Handsworth riots) alwaar hij naar een school voor moeilijk opvoedbare jongeren werd gestuurd. Dat dit geen effect had blijkt uit het feit dat hij uiteindelijk in de gevangenis terecht kwam voor inbraak. Na zijn gevangenisstraf nam hij afscheid van de misdaad en wijdde hij zich aan muziek en poëzie.
Als DJ en dichter onderscheidde hij zich van andere Jamaicaanse kunstenaars in Engeland door Engeland als zijn belangrijkste ‘point of interest’ te kiezen in plaats van Jamaica maar zijn afkomst daarin wel te integreren.
Op zijn 22ste in 1980 publiceerde hij de dichtbundel ‘Pen Rhythm’ waarna nog 17 poëziebundels volgden alsmede kinderboeken, romans en theaterteksten. Ook speelde hij mee in een aantal speelfilms en bracht hij verschillende platen en cd’s uit.
Zijn sociale geëngageerdheid blijkt uit veel van zijn gedichten zoals ook in het gedicht ‘We Refugees’.
.
We Refugees
.
I come from a musical place
Where they shoot me for my song
And my brother has been tortured
By my brother in my land.
I come from a beautiful place
Where they hate my shade of skin
They don’t like the way I pray
And they ban free poetry.
I come from a beautiful place
Where girls cannot go to school
There you are told what to believe
And even young boys must grow beards.
I come from a great old forest
I think it is now a field
And the people I once knew
Are not there now.
We can all be refugees
Nobody is safe,
All it takes is a mad leader
Or no rain to bring forth food,
We can all be refugees
We can all be told to go,
We can be hated by someone
For being someone.
I come from a beautiful place
Where the valley floods each year
And each year the hurricane tells us
That we must keep moving on.
I come from an ancient place
All my family were born there
And I would like to go there
But I really want to live.
I come from a sunny, sandy place
Where tourists go to darken skin
And dealers like to sell guns there
I just can’t tell you what’s the price.
I am told I have no country now
I am told I am a lie
I am told that modern history books
May forget my name.
We can all be refugees
Sometimes it only takes a day,
Sometimes it only takes a handshake
Or a paper that is signed.
We all came from refugees
Nobody simply just appeared,
Nobody’s here without a struggle,
And why should we live in fear
Of the weather or the troubles?
We all came here from somewhere.
.
‘We refugees’ voorgedragen door Dan Saverey Raz
Kap
Maarten Doorman
.
Maarten Doorman (1957) is filosoof, schrijver, essayist en dichter. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar aan de UvA en doceert hij cultuurfilosofie aan de universiteit van Maastricht. In 1985 debuteerde hij met de bundel ‘weg, wegen’ waarna nog 5 poëziebundels volgden. Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Kap’.
.
Kap
.
Ze braken het bos
af: boom voor boom
gingen ze tegen de grond,
de dennen.
.
Zo klein als ik was
keek ik plotseling
doodgewoon over hen heen.
.
In het nieuwe licht rezen
wijken op, wegen kwamen
en gingen overal; naar toe.
.
Die sloeg ik dan ook in.
De bomen achterna.
.
Smoking poets
Advice to a young poet
.
Pat Nolan (1943) is een Canadees dichter die bijna zijn hele leven lang woont in het noorden van California. Hij is behalve dichter ook uitgever, redacteur en vertaler van poëzie. Zijn werk is gepubliceerd in tijdschriften, magazines in de VS, Azië en Europa en is verschenen in verschillende bloemlezingen. In totaal publiceerde Nolan al meer dan een dozijn titels.
Samen met Heith Abbott, Mareen Owen en Michael Sowl is hij de oprichter van de Miner School of Haikai Poets. De Haikai no renga of Renku is een Japanse versvorm die uit de 16e eeuw stamt. Haikai wordt echter ook gebruikt als verzamelnaam voor Japanse versvormen als de Haiku, de Senryu, de Haiga en de Haibun.
Pat Nolan heeft echter ook een bijzonder aardig boekje uitgegeven met poëzie en tekeningen van rokende dichters (smoking poets). Uit de serie Smoking poets hier een aantal voorbeelden van W.H. Auden, André Breton en bij het gedicht van Pat Nolan de rokende dichter Dylan Thomas.
.
Het mes op de gorgel
C. Buddingh’
.
In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.
Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.
Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.
.
De Blobber
.
De blobber heeft een kop van kalk,
Maar ogen als een neushoornvalk.
.
Hij doet echter graag interessant,
En draagt een bril met gouden rand,
.
Die hij, uit vrees hem te verliezen,
Wanneer hij onverwacht moet niezen,
.
En wijl zijn kop wat steun behoeft,
In zijn halswervels heeft geschroefd,
.
Hetgeen zijn houding tevens iets
Bijzonder statigs geeft, of niets
.
Op deze waereld kan gebeuren
Dat zijn sereniteit kan steuren.
.
Driehoek
Onbegonnen werk
.
Deze zondag een gedicht van Herman de Coninck uit zijn bundel ‘Onbegonnen werk, gedichten 1964 – 1982’ uit 1984 met de titel ‘Driehoek’.
.
Driehoek
.
Het leek wel een goeie driehoeksverhouding:
ik hield van jou
en van mij.
.
Ik hield van jou zoals je dat alleen maar
voor het eerst doet: alsof het elke keer
voor het laatst is.
.
Ik hield van jou om de manier waarop ik je
in alle stàten bracht,
in België, Frankrijk, Nederland, Joegoslavië,
geluk was inderdaad zo uitgestrekt als hele landen
en telkens net zo onderling verschillend.
.
Ik hield van jou om de manier waarop je,
over mijn schouder meelezend, kon zeggen:
jaja, schrijven hoe goed je het kan,
dàt kan je wel, maar laat maar eens zien.
.
En ik hield van mij, o, wat hield ik
even nadien van mij, want hoe zalig was het
mezelf te zijn
in jouw armen.
.
Each X Other
Gedichten op kledingstukken
.
Het Parijse modelabel Each X Other heeft in de opzet van haar collectie voor 2015-2016 (FW 15-16) opnieuw gezocht naar het concept ‘Art meets fashion’. Men heeft dit onder andere gedaan met de conceptuele band ‘Liquid Architecture en met de dichter en contemporain kunstenaar Robert Montgomery.
Over Robert Montgomery schreef ik al eerder (op 21 februari 2013) maar toen betrof het billboards en publieke communicatiemogelijkheden die hij gebruikt om zijn poëzie onder de mensen te brengen. Zijn poëzie bespreekt, viert en berispt gelijktijdig het moderne leven en legt op die manier schrijnender dan ooit aan ons uit hoe het zit met het moderne leven.
Uit de FW 15-16 collectie een t-shirt en een trui waarop een gedicht en een fragment van een gedicht van Montgomery is aangebracht. Het gedicht op het t-shirt is te lezen op de laatste foto.
.
Alle kleding in deze collectie is te vinden op:
http://www.each-other.com/download/press/fw15/04_LINESHEET/EachxOther_Linesheet_FW15.pdf
Onderstroom
Voordracht bij presentatie bundel
.
Op zondag 15 november wordt in Tabak en gemak op het Dorpsplein 20 in Rockanje de debuutbundel van Greta Lugtmeier gepresenteerd met de titel ‘Onderstroom’. Zij heeft een aantal dichters gevraagd om hieraan luister te geven waaronder ook ik. De dichters die samen met Greta het programma invulling zullen geven zijn: Niels Snoek, Sabine Kars, Joh Muller, Marijke van Geest en ikzelf dus. Anna Schenk en Juul Kortekaas delen hun tweespraak over de zee en de poëtische muziek is in de handen van De Troubabrours.
De inloop is vanaf 13.30 en het programma begint om 14.00. De toegang is gratis.
.
Van één van de dichters, Sabine Kars (http://sabinekars.nl/) het gedicht ‘er is niet één manier’.
.
Er is niet één manier
.
er is niet één manier
om een afscheid te oefenen
te proeven hoe de bodem smaakt
.
en er vervolgens uiteraard geen raad mee weten
maar betegeling roept nog altijd weerstand op
.
de avond viel in onvoltooide delen
geen ruimte meer om langer in het zicht
en onbedoeld samen te bestaan
.
het is niet zeker of we nog werden waargenomen
roerloos – na die laatste beweging tegen negenen
.
doorschijnend
en de knieën opgetrokken
.
huidgespannen
schuilplaatsen
in het nachtlicht
.
Cult dichter
Weldon Kees
.
De cult dichter of cult poet Weldon Kees (1914 – 1955) was enig kind van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Behalve dichter was hij schilder, literair criticus, romanschrijver, toneelschrijver, jazz pianist, korte verhalen schrijver en filmmaker. Ondanks zijn korte leven wordt hij gezien als één van de meest belangrijke dichters van het midden van de vorige eeuw met generatiegenoten als John Berryman, Elisabeth Bishop en Robert Lowell. Zijn werk heeft veel invloed gehad op dichters in generaties na hem en is opgenomen in vele bloemlezingen.
Zijn poëzie, vooral in de laatste periode van zijn leven was sardonisch en confessioneel. Ondanks dat hij in kringen van de San Francisco Renaissance verkeerde. Kees verdween vervolgens onder verdachte omstandigheden. In 1955 vond de politie van San Francisco zijn auto bij de Golden gate Bridge met de sleutels in het contactslot. Twee vrienden van hem gingen naar zijn appartement om hem te zoeken. Daar troffen ze slechts zijn kat Lonesome aan, een paar rode sokken in de wastafel. Zijn portemonnee, zijn horloge en een slaapzak ontbraken. Er was geen geld van zijn rekening met 800 dollar opgenomen en geen afscheidsbrief. Na dit incident heeft nooit iemand meer iets van Weldon Kees vernomen.
The porchlight coming on again,
Early November, the dead leaves
Raked in piles, the wicker swing
Creaking. Across the lots
A phonograph is playing Ja-Da.
.
An orange moon. I see the lives
Of neighbors, mapped and marred
Like all the wars ahead, and R.
Insane, B. with his throat cut,
Fifteen years from now, in Omaha.
.
I did not know them then.
My airedale scratches at the door.
And I am back from seeing Milton Sills
And Doris Kenyon. Twelve years old.
The porchlight coming on again.
.
.
Schilderij van Weldon Kees uit 1949 getiteld ‘8XX’
.




















