Auteursarchief: woutervanheiningen
The word made flesh
Literary tattoos
.
Al eerder schreef ik over literaire tatoeages van met name (gedeelten van) gedichten van E.E. Cummings. In de categorie gedichten op vreemde plekken ook al over zinnen en soms hele gedichten, getatoeëerd op de meest vreemde plekken op het lichaam. Pas geleden las mijn collega Wendie een folder over mediawijsheid waarin een boek stond over literaire tatoeages met de titel ‘The word made flesh’ van Eva Talmadge en Justin Taylor. Al eerder schreef ik over dit boek (op 5 april 2013). Omdat wij op scholen bezig zijn met mediawijsheid is het boek aangeschaft. En het is een feest voor het oog, voor liefhebbers van tatoeages, literatuur, poëzie maar vooral voor liefhebbers van de combinatie van deze dingen.
De meest bijzondere tatoeages staan in het boek. Met korte quotes uit literaire meesterwerken, zinnen uit gedichten, volledige gedichten, afbeeldingen met betrekking tot literaire meesterwerken en zelfs een tatoeage van het nummer voor poëzie in de Dewey Decimal System (een bibliotheek ontsluitingssysteem) nummer 811. De flaptekst vermeld:
The Word Made Flesh: Literary Tattoos from Bookworms Worldwide is a guide to the emerging subculture of literary tattoos — a collection of 100 full-color photographs of human skin indelibly adorned with quotations and images from Pynchon to Dickinson to Shakespeare to Plath. Packed with beloved lines of verse, literary portraits, and illustrations — and statements from the bearers on their tattoos’ history and the personal significance of the chosen literary work — The Word Made Flesh is part photo collection, part literary anthology written on skin.
Het book (of de liefhebbers) hebben ook een blog en een Facebookpagina. Op http://tattoolit.com/ vind je nog veel meer mooie en inspirerende voorbeelden en op https://www.facebook.com/pages/The-Word-Made-Flesh-Literary-Tattoos-from-Bookworms-Worldwide/115714261811061?ref=stream vind je de Facebookpagina van het boek.
.
Hieronder twee bijzondere voorbeelden van volledige gedichten in bijzondere vormen:
‘I go back to may 1937’ door Sharon Olds (voor de tekst van dit gedicht verwijs ik je graag naar mijn post van 29 april 2013)
En een orchidee gemaakt van de tekst van het gedicht ‘Dirge without music’ van Edna St. Vincent Millay en ‘Curse against elegies’ door Anne Sexton.
Met dank aan Ronald Wagenaar voor de foto’s.
Willy Spillebeen
Dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer, essayist
.
Afgelopen zaterdag, op de bundelpresentatie van Hervé Deleu (zie post van afgelopen maandag) had ik de eer om voorgesteld te worden aan één van Vlaanderens grootste dichters/schrijvers Willy Spillebeen. Willy (81 jaar) is een allervriendelijkste bescheiden man. Nog vol plannen en ideeën voor romans en nieuwe uitgaven. Zo vertelde hij me dat in het voorjaar van 2014 een aantal liefdesgedichten van E.E. Cummings (een van mijn favoriete dichters) in zijn vertaling op de markt komen.
Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van metafysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. (bron: Wikipedia).
In totaal bracht hij 11 poëziebundels uit, 34 romans, 11 essays, 10 vertalingen, 5 bloemlezingen en vele kritische bijdragen over poëzie. Voorwaar een groot schrijver/dichter waar best weer eens wat aandacht aan besteedt mag worden.
Hieronder een prachtig gedicht van zijn hand.
Vlieger
.
Ik spit in mijn tuin van heden
en het handvat van mijn spade
wordt plots de houten klos –
het vliegertouw schiet los
en de vlieger op een windvlaag
springt als een vis in de hemel.
.
We liepen die middag over de stoppels
van de keiheuvel
bij het kastanjebos.
Het was de laatste augustusmaand
van mijn kinderjaren en ons spel
duurde niet langer dan een uur.
Maar dat ene uur bleef leven
en zoveel latere jaren zijn dood.
.
Plots brak een onweer los.
De wereld leek te vergaan.
De vlieger werd doorweekt.
Hij is nooit meer omhooggegaan.
.
uit: Land van vergeten, (Gent, Poëziecentrum 1995)
Met dank aan http://www.poezie-leestafel.info
.
Prijsuitreiking Ongehoord! gedichtenwedstrijd 2013
Niet op zondag 3 november maar op zondag 27 oktober
.
Om zoveel mogelijk mensen te bereiken ook via mijn blog deze mededeling. De uitreiking van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd zal niet plaats vinden op zondag 3 november (zoals tot nu toe gecommuniceerd is) maar op zondag 27 oktober
Door een stukje miscommunicatie zijn we erachter gekomen dat we de verkeerde datum hebben gecommuniceerd. Alle deelnemers krijgen een mail met daarin de goede datum.
Namens het bestuur van stichting Ongehoord! onze excuses voor eventueel ongemak. Kijk voor alle informatie op http://www.stichtingongehoord.com
Presentatie bundel Hervé Deleu
De geur van de maan
.
Op zaterdag 12 oktober reisde ik af voor de presentatie van de nieuwe dichtbundel van Hervé Deleu. Hervé, in 2012 winnaar van de eerste Ongehoord! Gedichtenwedstrijd had al eerder in eigen beheer wat kleine bundeltjes uitgegeven maar nu was het een bijzondere dag.
De presentatie van deze mooie bundel vond plaats in het Cultuurcentrum De Steiger in de woonplaats van Hervé, Menen. De introductie van de sprekers en musici werd gedaan door Tine Ducatteeuw (lerares dictie). Zij deed dit op een zeer eigen wijze, met uitspraken van dichters in een prachtig Vlaams. Als eerste was de beurt aan de Schepen van Cultuur Griet Vanryckeghem om een inleidend woord te spreken. Dat deed zij zeer professioneel, alweer met een prachtige Vlaamse tongval die de schrijver van dit verslag niet onberoerd liet. Zeker niet toe zij ook nog eens het (erotische) winnende gedicht van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd van Hervé voordroeg.
Vervolgens kwam Marcel Vaandrager aan het woord. Marcel is de uitgever van De geur van de maan. Hij vertelde over het proces van de uitgave, over de thema’s in Hervé’s werk en ook hij droeg een aantal gedichten van Hervé voor.
Vervolgens werd er gemusiceerd door een tweetal leerlingen van de plaatselijke muziekschool. Na dit muzikaal intermezzo was ik aan de beurt. Ik vertelde over de poëzie van Hervé waarin zijn (en mijn) favoriete thema ‘De vrouw’ veelvuldig voorkomt. Over hoe Hervé (net als ik) pas op latere leeftijd met poëzie naar buiten komt maar ook over het talent van Hervé om ook over andere zaken met veel poëtisch gevoel te dichten. Ook ik mocht drie gedichten van Hervé voordragen (zie de post van gisteren).
Hierna werd er opnieuw prachtig op de vleugel gespeeld door twee leerlingen van de muziekschool en tenslotte kreeg Hervé het woord. Bescheiden als Hervé is deed hij het voorkomen of het hem allemaal was overkomen. Hij bedankte de dichter/schrijver en stadsgenoot Willy Spillebeen voor zijn meelezen en kritiek, de sprekers (Marcel en mij) en uiteraard zijn vrouw Lut voor haar steun.
Hierna was het tijd voor een informeel samenzijn en de verkoop/signeersessie van de bundel.
Tijdens deze receptie sprak ik met de Schepen Griet Vanryckeghem en de dichter Willy Spillebeen (81 jaar en nog vol levenslust en enthousiasme) en zijn vriendin en natuurlijk met Hervé en Lut. Al met al was het een zeer geslaagde, interessante en mooie presentatie van een prachtige bundel.
De bundel is te koop voor € 15,- via http://www.marcelvaandrager.nl
Om 20.00 uur nam ik afscheid van een fijn gezelschap mensen om met de terugreis van 2 1/2 uur naar huis aan te vangen. Ik heb het er zeer graag voor over gehad. Het was meer dan de moeite waard, waarvoor dank.
.
De nieuwe bundel van Hervé
Tine Ducatteeuw
Een trotse Hervé met zijn vrouw Lut
Marcel Vaandrager met achter hem Schepen van Cultuur Griet Vanryckeghem
De dichter signeert
Marcel Vaandrager in gesprek met dichter/schrijver/vertaler Willy Spillebeen
De geur van de maan
Menen 2013
.Gistermiddag was de bundelpresentatie van Hervé Deleu’s nieuwste dichtbundel ‘De geur van de maan’.
Morgen hiervan uitgebreid verslag. Vandaag een prachtig gedicht van Hervé.
.
Nu je gaat…
Sierlijk is niet de zwaan
maar het water
waarin de zwaan zich eindloos in weerspiegeld waant.
Het warmst is niet jouw blik
maar de mijne
omdat jouw blik als harde marmer glanzen gaat.
Het zachtst zijn niet jouw armen
maar de mijne
omdat jouw armen mij als versteend alléén doen staan.
Teder zijn niet jouw woorden
maar de mijne
omdat jouw woorden in mij onhoorbaar wonden slaan.
Verdriet is niet de traan
maar de kilte
die ik als sjaal eeuwig omheen mijn schouders draag.
En toch…
Naast alles wat niet bleef, bleef jij mij over
want alles gaat voorbij, maar niets gaat over.
/
Vlakbij je hart
Harriet Laurey
.
In de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag Harriet Laurey. Harriet werd in 1924 in Eindhoven geboren. Zij is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor jonge kinderen.
Als dichteres debuteerde Laurey in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in De Nieuwe Eeuw. Snel volgden meer gedichten en zij werd enkele jaren redactrice van het tijdschrift Roeping en medewerkster van Nieuwe Stemmen. Haar eerste zelfstandige publicatie is een kleine cyclus liefdeslyriek die in 1950 verscheen onder de titel Voorland.
De bundel ‘Triple alliantie’ verscheen ongedateerd (in 1951) bij Uitgeverij Helmond en bevat behalve van Harriet Laurey ook gedichten van Lou Vleugelhof en Frans Babylon. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley‘, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Net als de bundel ‘Oorbellen‘ (1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond dit werk veel bijval bij een groot publiek.
Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘Vlakbij je hart’.
.
Vlakbij je hart
.
Vlakbij je hart moet ik soms denken aan
het droefste liefs, en kan het niet vertellen,
maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,
zo driftig en gehaast als waterbellen.
Ik lig het bijna, bijna te verstaan,
met open mond, om het langzaam te spellen.
.
Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,
bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,
dat ik weer stil word van verwondering.
En als ik zo lang naar je heb gekeken,
dat alle woorden zijn teruggeweken,
weten mijn lippen maar van: lieveling…
.
Daniëlle en de Munsterkerk
Gedichten op vreemde plekken: op een bouwplaat
.
Via Facebook kwam een bericht van Daniëlle Danker tot mij over een bouwplaat van de Munsterkerk in Roermond. Op de bouwplaat een gedicht van Daniëlle die, als je de bouwplaat in elkaar zet, op de onderkant van het bouwwerk staat. Jurriaan Verhofstad is de maker van deze bouwplaat.
Het gedicht:
.
Vouw mij, de Munsterkerk
gelijk je vaardige handen
tot een vroom gebed
en zie daar,
één van God’s
meestermunsterwerken
is onder zijn Alziend Oog
in al haar pracht
inééngezet
.
Stadsdichters
In Nederland (en België)
.
Nederland kent vele stadsdichters. Om precies te zijn waren het er vorig jaar 50. Volgens mij zaten daar ook dorpsdichters bij maar voor het gemak (waarom ook niet) houden we het op stadsdichters. Nederland telde op 1 januari 2013 precies 408 gemeenten. Dat wil zeggen dat maar 12,3% van de Nederlandse gemeenten over een stadsdichter beschikt. In Vlaanderen is het aantal inmiddels gegroeid naar 5 (van 3).
Wat is eigenlijk een stadsdichter? Stadsdichters zijn dichters die officieel door een college van burgemeester en wethouders zijn benoemd. Hun taak is meestal een aantal gedichten schrijven over de gemeente of over activiteiten en gebeurtenissen in de gemeente. Dat varieert van een paar gedichten per jaar tot maandelijks een gedicht. Sommige stadsdichters hebben daarnaast de rol van aanjager. In hun functie van stadsdichter mogen of moeten ze de inwoners van de gemeente kennis laten maken met poëzie of activiteiten op het gebied van de poëzie.
De stadsdichter van Hengelo, Fred van de Ven heeft nu voorgesteld om te komen tot een instituut voor stadsdichters. Zo’n instituut zou dan aanbevelingen kunnen doen aan de colleges: over het aantal gedichten dat geschreven zou kunnen worden, over de publicatie en over de vergoeding. Want in de regel is het liefdewerk, oud papier.
In 2005 werd de eerste stadsdichtersbundel ‘De stad en ik’ uitgegeven door uitgeverij Kontrast, onder redactie van Gerard Beense (Stadsdichter van Lelystad) gevolgd door ‘Verzen van verbondenheid’ in 2008 en ‘Stadsdichters bijeen’ in 2009 tijdens de 5e stadsdichtersdag in Lelystad. Inmiddels is de 9e stadsdichtersdag geweest in Lelystad, georganiseerd door de stichting Poëtikos, met een stadsdichtersgedichtenwedstrijd, dus volgend jaar het tweede lustrum.
De winnaar van deze wedstrijd was stadsdichter van Hengelo Lowie Gilissen met het gedicht ‘Amsterdam’.
.
Amsterdam
Nabij gehei dreunt, dreunt, dreunt,
in een dwingend ritme
als van een metronoom.
Op die doffe beat houden trams
met hun triangeltringtingtinggetinkel
en ssschurend sssnerpen
van weerbarstig wentelende wielen
helemaal geen maat.
Opgevoerde brommers overstemmen
met knalpijphard geknettterrrr
en passant moeiteloos
nerveuze claclaxons van schildpadtrage taxi’s.
Doppleriaans nadert met steeds meer nadruk
de viertonige ta-ti-ta-ta sirene
van een slalomambulance.
Te midden van deze ongeorkestreerde kakofonie
staat een straatmuzikant op zijn viool
een ti-ta-ti-ta partita van Bach te spelen,
alsof al die helse herrie om hem heen niet bestaat.
En warempel,
ik denk dat ook,
één hemels ogenblik.
.
Pik in ’t is winter
Albert Donk
.
In de serie (bijna) vergeten dichters vandaag Albert Donk (1929). De Rotterdammer Donk publiceerde een aantal dichtbundels (Vogels van steen, Ontroerend is dit alfabet, De doos van het gedicht) en verhalenbundels. Hij was docent aan de pedagogische academie en schreef teksten voor de NCRV schoolradio. In 1973 publiceerde hij bij De Beuk in Amsterdam Pik in ’t is winter.
Uit deze bundel het gedicht Een vrouw is … (1)
.
Een vrouw is … (1)
.
Een vrouw is een hele uitstalling
een marktkraam vol begeerlijke zaken
zelfs een steentje in haar schoen
weet ze nog charmant te verkopen
zelfs een sliertje haar verkeerd
of een zakkende kous
wekt de toeschouwer tot eetlust
.
’t is goed zaken doen met vrouwen
hoewel,
soms geven ze alles voor niets
zonder restricties gratis
aan een platzakke koper
.
en sta je met geld in je hand
raar op je eenzame neus te kijken
.
(bijna) vergeten dichters
Nieuwe categorie
.
Iedereen die van poëzie houdt kent wel een dichter, overleden of nog levend, waar nauwelijks of geen interesse meer in is. Een (bijna) vergeten dichter. Bijna, want anders zou je niet op de naam of het gedicht kunnen komen. Als ik in mijn boekenkast kijk staan daar dichtbundels van dichters die je nooit ergens tegenkomt, niet in verzamelbundels, niet op gedichtenwebsites, nergens en die toch de moeite waard zijn.
Voor al die (bijna) vergeten dichters ga ik een klein maar fijn podium ter beschikking stellen. Heb je zelf een dichter waarvan je vindt dat deze nog eens een extra podium verdient? Ken je een gedicht van een (bijna) vergeten dichter die je nog eens in het zonnetje wil zetten?
Mail dit dan door aan mij op woutervanheiningen@yahoo.com
Ik zal met enige regelmaat (bijna) vergeten dichters aan de vergetelheid ontrukken in deze nieuwe categorie. Vandaag beginnend met de dichter Mea Strand.
Mea Strand werd geboren in 1924 en uit haar bundel Orion (De windroos, Amsterdam 1956) het gedicht ‘Ik zag’.
.
Ik zag
.
Ik zag er kwam een geur uit mijn hand
ik keek een handvol spiegeltjes
versplinterende zon of honderd brandglazen
sprongen mijn ogen in diamanten
elke scherf een grotere geur
en elke geur een zwaar woord
en elk woord een wond
en elke wond een wonderlijke kleurige haan
handpalm vrolijke wonderschelp
.
























