Categorie archief: Dichtbundels
De containers
Frank Koenegracht
.
Erotische gedichten zijn er in vele soorten en maten. Sommige zijn geschreven op een plant (jawel), andere zijn eigenzinnig, weer andere zijn lustig en er zijn er ook die uitbundig zijn. Maar er zijn er ook waar je een gedicht een paar keer goed voor moet lezen, om precies door te krijgen waarover het hier gaat, en wat de erotische lading (die je bij het voor het eerst doorlezen wel voelt maar misschien niet meteen snapt) precies is.
Zo’n gedicht is het gedicht ‘De containers’ van Frank Koenegracht (1945) uit zijn bundel ‘De verdwijning van Leiden’ uit 1989. Voor wie het niet kent, de Candy was in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw een pornoblaadje.
.
De containers
.
Op mijn velden bloeien ze.
Langs de vondelingeweg
waar de bus kruipt
in zijn rode stofjas.
.
Als de avond valt verschijnt
hun oppasser, de herder van hun
opstapelingen en straten.
.
In zijn houten hut bij zoutlicht
leest hij Candy en later als de kranen
en hun kleine kopjes
.
silhouetten zijn, slaan nevels in
zijn knieën met hamertjes.
Maar Candy is warm en dist
.
dampende schotels op,
blaast zachtjes in het oude haventje
van zijn bekken… brrrrr.
.
De oppasser, klaarkomend, vliegt
op nachthemden klapwiekend van zaad,
bijna russisch,
naar zijn lampje in de hemel.
.
Koude regen
Leo Vromans
.
Regelmatig, wanneer ik in een boekhandel, bibliotheek, antiquariaat of kringloopwinkel ben, maak ik een foto van een gedicht waar ik op dat moment op stuit en waar mijn ogen aan blijven hangen. Vaak betreft het hier dichtbundels die ik zelf heb staan in mijn boekenkast (maar waar ik dan geen idee heb waar) en soms betreft het bundels die ik wel zou willen hebben maar waar (op dat moment) even geen plek voor is. Het bijzondere van dichtbundels is dat ze maar weinig ruimte innemen (omdat ze nou eenmaal vaak dun zijn) maar wanneer je er maar genoeg van hebt, ze toch al snel je boekenkasten vullen.
Zo’n gedicht is ‘Koude regen’ van Leo Vroman (1915-2014). Het komt uit zijn bundel ‘En toch is alles wat we doen natuur’ de mooiste gedichten voor het leven in en rondom ons uit 2018. Ik herinnerde me dat ik dit gedicht had gefotografeerd toen ik gisteren door de stromende koude regen liep om boodschappen te doen. Inmiddels heb ik de bundel ook thuis weten te lokaliseren. Wanneer ik tijd heb ga ik al mijn poëziebundels, zoals het een rechtgeaarde bibliothecaris betaamt, op alfabetische volgorde zetten per schrijver, maar ik vrees dat het nog wel even gaat duren voordat het zover is.
Maar terug naar het gedicht. Het gedicht is geschreven in Fort Worth in 2008 door Vroman in Texas (Verenigde Staten) waar hij sinds 1947 woonde en sinds 1951 ook staatsburger van was geworden. Het gedicht is melancholisch van toon en het beschrijft het verlangen naar de koude regen van het Hollandse klimaat en naar zijn jonge jaren.
.
Koude regen
.
Zij komen in de nacht
Corinne Hoex
.
Afgelopen zomer was ik in Namen in België in Musée Félicien Rops (echt een aanrader) waar ik in de lobby een gedicht tegenkwam van dichter Corinne Hoex (1946). Zij is een bekroonde hedendaagse Belgische schrijfster en lid van de Koninklijke Academie voor Franse Taal- en Letterkunde van België. Ze heeft tot nu toe acht fictie- en prozawerken en meer dan twintig poëziewerken gepubliceerd. Hoex heeft verschillende literaire prijzen gewonnen, waaronder de Prix Félix Denayer 2013 ter erkenning van haar oeuvre.
Het gedicht dat ik daar las, ‘Elles viennent dans la nuit’ komt uit de gelijknamige bundel uit 2018 dat ze samen maakte met illustrator Kikie Crêvecœur . In deze bundel staan acht variaties van elk vijf regels, geschreven als een meditatieve litanie die de mysterieuze nachtelijke aankomst suggereert van degenen (zij) van wie we de naam niet kennen, die we verwelkomen en dan verliezen. Terwijl ze uit een duistere vergetelheid tevoorschijn komen, hebben ‘zij’ even toegang tot het licht en smelten vervolgens terug in de oceaan van de nacht. Voor de Nederlandse lezer die het Frans niet of slecht beheerst vertaalde ik het naar ‘Zij komen in de nacht’.
.
Zij komen in de nacht
.
Een zacht geluid van voetstappen
zij komen in de nacht
vanuit deze verloren plek
om hen te omhelzen
hen te verliezen
.
Ze komen in de nacht
trekken zich los van de vergetelheid
het verliezen,
het opnieuw verliezen
het verlies omarmen
.
Een zacht geluid van stappen
trekt zich los van de vergetelheid
de adem ingehouden
om het te omarmen
het te verliezen.
.
De ingehouden adem,
de herinnering aan de nacht
het verliezen
het opnieuw verliezen
het verlies omarmen
.
Hun naam,
hoe hun naam,
een zacht geluid van stappen,
vanuit deze verloren plek
het verlies omarmen
.
Ze komen in de nacht
een zacht geluid van stappen
het verliezen
het opnieuw verliezen
het verlies omarmen
.
Vanaf deze verloren plek
komen ze in de vergetelheid
een licht geluid van voetstappen
ze te omarmen
ze te verliezen
.
Een licht geluid van voetstappen
de adem van de nacht
het verliezen
het opnieuw verliezen
het verlies omarmen
.
Blind gepakt
Tj. A. de Haan
.
Vandaag begin ik op de vrijdag een nieuwe rubriek. Eigenlijk is dit een onderdeel van Uit mijn boekenkast maar ik noem het toch anders namelijk ‘Blind gepakt’. Het idee is simpel, ik heb inmiddels zo’n 15 meter poëzie in mijn kasten staan. Ik ga voor mijn boekenkast staan en pak met mijn ogen dicht een bundel uit mijn boekenkast. Vervolgens open ik deze op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat zal ik hier delen. Lekker random dus zoals sommige jongeren wel zeggen.
De eerste bundel die ik pak is ‘Gouden munt’ van Tj. A. de Haan uit 1975. Tjaarda A. de Haan (1909-1984), zoals de volledige naam van de dichter luidt, was arts en marine officier en werd geboren in Nederlands Indië. ‘Gouden munt’ is niet meer verkrijgbaar (ik vond nog 1 exemplaar antiquarisch te koop) en toen ik de bundel willekeurig opende stuitte ik op het gedicht ‘Horizon’ .
.
Horizon
.
Je wandelt aan de grenzen van mijn horizon
Niet verder af, maar zelden dichterbij
Je koos een pad, dat voerde weg van mij
En van het water uit een diepe bron
.
Hoe juist, dat ieder mens zijn eigen paden kiest
Het kan daar eenzaam zijn of juist ook vol en druk
Men kan de wanhoop tegenkomen of een groot geluk
’t Is mogelijk dat men alles wint of ook verliest
.
Wanneer de hemel helder is en blauw en wijd
Richt zich de koers op zeker schijnend doel
Dan lacht een zorgeloze vreugd, een trots gevoel
Om iedere zorg en iedere moeilijkheid
.
Maar als het gaan een dwalen wordt, of grauwe mist
Het zicht beperkt tot blinde nevel muur
Die elke spanning wegneemt uit een volgend uur
Dan kan er twijfel zijn aan wat men zeker wist
.
Wel steeds wanneer ik uitkijk naar mijn horizon
En je zie wandelen in een ver verschiet
Dan wil ik dat je weten zult, betwijfelen niet
Dat er een rustpunt is te vinden aan de bron.
.
Van mijn dochter
Willem Adelaar
.
In 2023 werd de Eindhovense dichter, bibliofiel, blogger en beeldend kunstenaar Willem Adelaar 70 jaar en ter gelegenheid van dat feit verscheen bij uitgeverij Leeuwenhof een bloemlezing uit zijn poëzie getiteld ‘Schikzaal’. Willem Adelaar (1953) heeft 9 dichtbundels op zijn naam staan. Als beeldend kunstenaar kwam er in het jaar dat hij 70 werd een expositie in de Kruisruimte in Eindhoven. Een selectie uit zijn collages, schilderijen, pentekeningen, foto’s, dadaïstische wandsculpturen maakte 2 dagen lang de overstap van zijn kleine huis naar de grotere ruimte in de Generaal Bothastraat.
In de bundel ‘Schikzaal’ hebben Jan Bulsink en Johan Meesters (ja die twee van Poëzie Leeft!) een keuze gemaakt uit de vele honderden gedichten die Adelaar schreef in zijn leven. Op de achterflap van de bundel schrijft Adelaar: “Als ik zeg dat ik voortdurend gedreven ben, is dat genoeg? Dat iets mij drijft de vreugde van het scheppen in. Dat iets mij voortdurend doet kijken, het leven onderzoeken. dat ik in elk gedicht opnieuw de taal wil uitvinden, wil verfrissen, wil reinigen van clichés. Zei Komrij niet: “De poëzie is een wasmachine.”
Achterin de bundel zijn twee QR codes opgenomen en wanneer je die scant kom je op een bladzijde van de uitgever met extra werk en voorgelezen werk van Adelaar. Ik heb de bundel met plezier gelezen. Of, zoals Willem adelaar schrijft, de taal steeds opnieuw verfrist wordt weet ik niet maar de gedichten zijn bijzonder leesbaar en zeer te genieten. Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Van mijn dochter’ waarin ik mij als vader van een dochter met een scheppend beroep (glas-in-lood maker) herkende.
.
Van mijn dochter
.
“IETS
antwoordt zij
als ik haar vraag
wat zij gaat maken.
.
“IETS”
zegt zij
die van zelfvertrouwen blaakt
niet driest op zoek gaat naar een naam
maar het gemaakte rustig zonder definitie laat
.
de naam, die komt vanzelf wel
die volgt, op de vorm
drie, vier stukken hout
met wat spijkers aan elkaar verbonden
.
en zelfs als er aan hetgeen dat is ontstaan
geen naam wordt toegevoegd
is het goed
.
allereerst moet het er komen
allereerst moet het gemaakt
.
bestaat het minder zonder naam?
bestaat het onomschreven niet?
.
haar hand laat zij het zeggen
haar hand benoemt
de losse stukken tot een vorm
,
het ding is leesbaar in de ruimte
en draagt van de maker
de naam
.
Hoe heter hoe beter
Els Moors
.
De Vlaamse dichter en schrijver Els Moors ( 1976) woont en werkt in Brussel. Haar met lof overladen poëziedebuut ‘Er hangt een hoge lucht boven ons’ uit 2009 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Bij het balanseer verscheen in 2013 de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’. Deze bundel werd bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs 2015 en met de Prijs Letterkunde van de provincie West Vlaanderen. De bundel werd ook vertaald naar het Frans. In 2015 verscheen bij Brueterich Press de naar het Duits vertaalde bundel ‘Lieder vom pferd über Bord’.
Moors is onder meer docent Creative Writing in Brussel, Antwerpen en Arnhem ArtEZ en redacteur van het literaire tijdschrift “nY”. Sinds 2016 is zij een van de Nederlandstalige dichters in de poule van het ambitieuze, Europese poëzieproject ‘Versopolis’. Ook was zij van 2018-2020 Dichter des vaderlands van België. De gedichten die ze ambtshalve schreef, zijn gebundeld in ‘Knalpatronen’, waarin de gedichten ook in het Frans en Duits zijn opgenomen, en soms in het Arabisch en Afrikaans.
Uit deze bundel ‘Knalpatronen’ uit 2020 nam ik het gedicht ‘Hoe heter hoe beter’.
.
Hoe heter hoe beter: klimaatlied
.
auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat
hoe heter hoe beter
en ja ook op straat
zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)
.
Foto: Guy Kokken
Wisselstroom
Johan Meesters
.
Op 8 september jongstleden werd de nieuwe stichting Poëzie Leeft! geïntroduceerd aan het grote publiek in Wageningen. Een van de drijvende krachten achter deze stichting (voorheen de Johan Meesters stichting) is de Zeeuws Vlaamse dichter en uitgever (uitgeverij Leeuwenhof) Johan Meesters. Op de website van Johan lees ik: “Na een werkzaam leven in het voortgezet onderwijs (als leraar en later als schoolleider) wijdt Johan Meesters zijn leven aan de letteren. Hij draagt op podia overal in Nederland en soms ook in België zijn gedichten voor. Zijn poëzie strekt zich uit van het light verse van zijn eerste bundel (Vermakelijkste verzen) tot de filosofische beschouwingen van later werk.”
Op de dag dat Poëzie Leeft! werd gepresenteerd kwam ook de bundel ‘Bescheidenheid is een doodzonde’ van Johan uit. In deze bundel veel nieuwe gedichten maar ook een afdeling Extra’s met gedichten die eerder verschenen in de eerste versie van ‘Vermakelijkste verzen’ uit 2016, die bij een herziening in 2018 zijn geschrapt (bent u er nog?) alsmede het gedicht ‘Kreupeldicht’ dat niet eerder verscheen maar waarschijnlijk dus ouder is dan de gedichten in het eerste deel van ‘Bescheidenheid is een doodzonde’.
Ik ken Johan al een aantal jaren en vooral zijn niet aflatende enthousiasme en ijver om zijn poëzie overal en nog ergens ten gehore te brengen heeft mij voor hem ingenomen. Daarom, maar ook om deze mooi uitgegeven bundel met fraaie gedichten wat extra aandacht te geven hier het gedicht ‘Wisselstroom’ uit het deel met nieuwe gedichten.
.
Wisselstroom
.
Je pulkt een randje van het gedicht.
Probeert de bladzijde te splitsen
de ware dubbele laag te vinden.
Maar krijgt helaas de zin niet door.
.
Zo blijkt mijn uitgewerkte metafoor
een Breughel voor een blinde
een midvoor zonder vleugelspitsen.
Onderontwikkeld of onderbelicht?
.
Die keuze moet ik zelf maken.
Is het de eerste of de tweede optie?
Ligt het aan jou of ligt het aan mij?
.
Ik voel de schakeling nu nabij
en het voltage waar ik tegenop zie.
De schok, die jou zal raken. En mij.
.
Lees jezelf slim
De kracht van poëzie
.
Zwervend op het internet kwam ik op de website Leesjezelfslim.nl en daar stuitte ik op een artikel getiteld ‘de kracht van poëzie; communiceren door taal en beelden’. In eerste instantie dacht ik, op basis van de afbeeldingen dat het hier een door AI gemaakte website was. Lezend in de artikelen denk ik dit nog steeds al moet ik zeggen dat de voorbeelden van dichters en gedichten er een is die misschien niet een, twee, drie door AI gekozen zou worden. Zo wordt ‘The Road Not Taken’ van Robert Frost (1874-1963) en ‘If’ van Rudyard Kipling (1865 – 1936) aangehaald als voorbeelden van respectievelijk gebruik van symboliek en van beknopte vorm om krachtige emoties en complexe gedachten te vatten in een relatief kort formaat.
Desalniettemin is de opsomming van wat poëzie krachtig maakt een heel duidelijke. De kernonderdelen van wat krachtige poëzie maakt zijn:
- De verbinding tussen woorden en gevoelens
- De kracht van beeldspraak
- De evocatieve kracht van ritme en klank
- Verbeeldingskracht en interpretatie
- De intimiteit van korte vormen
- Bron van reflectie
Wanneer ik deze kernonderdelen, zoals ik ze wil noemen, lees dan moet ik onwillekeurig denken aan de enorme aantallen dichters of mensen die zich dichter noemen, die zich slechts bedienen van een enkele kernwaarde of in veel gevallen soms alleen van klank (lees rijm!). Tegen al die ‘dichters’ zou ik willen zeggen; Lees dit artikel en neem er notie van, gebruik deze kernwaarden in je gedichten en doe moeite om met je poëzie niet alleen voor het snelle effect te gaan (emotie of herkenning) maar probeer middels de taal en de mogelijkheden die de taal biedt tot diepere en oprechte poëzie te komen. Of zoals de (weliswaar wat plechtstatige) conclusie van dit artikel luidt:
“De kracht van poëzie is diep verankerd in zijn vermogen om communicatie te transformeren tot een emotioneel geladen en meeslepende ervaring. Door de nauwkeurige selectie van woorden en beelden creëert poëzie een intense verbinding tussen de dichter, de tekst en de lezer. Beeldspraak, ritme en klank voegen een extra laag van betekenis en emotie toe, terwijl de compacte vorm van poëzie het mogelijk maakt om krachtige emoties en gedachten te vangen in een beknopte vorm.
Poëzie is een kunstvorm die uitnodigt tot interpretatie en interactie. Lezers worden aangemoedigd om hun eigen betekenis te ontdekken en zich te verdiepen in de rijke lagen van de tekst. Terwijl we ons openstellen voor de wereld van poëzie, worden we beloond met momenten van diepe reflectie, zelfontdekking en een diepgaand begrip van de menselijke ervaring.
Door poëzie te omarmen als een uniek communicatiemiddel, kunnen we ons vermogen om emoties te begrijpen, te uiten en te verbinden op een dieper niveau versterken. Poëzie, met zijn vermogen om te raken, te verrassen en te inspireren, blijft een bron van schoonheid en betekenis die ons uitnodigt om de wereld met nieuwe ogen te bekijken en de complexiteit van de menselijke emoties te omarmen.”
Een dichter die veel van de genoemde kernwaarden van de poëzie gebruik maakte was Menno Wigman (1966-2018) getiteld ‘Kamer 421’ uit de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2012.
.
Kamer 421
.
Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok,
nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist
en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht
op bomen heeft ze, in die bomen vogels
en geen daarvan die zijn verwekker kent.
.
Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon
en zoek haar op en weet niet wie ik groet.
Ze heeft me voorgelezen, ingestopt.
Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.
.
Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt.
Ik lepel bevend eten in haar mond
en weet haast zeker dat ze me nog kent.
.
Het zullen merels zijn. Ze zingen door.
De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.
.

















