Categorie archief: Favoriete dichters
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.
.
Je bewoont al jaren
.
Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.
Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.
Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie
en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.
Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont
ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.
.
Berlijn 1968
José van Rosmalen
.
De schrijver en dichter José van Rosmalen (1947) beperkt zich niet tot één genre, maar schrijft gedichten, columns en korte verhalen. Een aantal daarvan heeft hij in 2012 gebundeld in het boekje ‘over grenzen’ dat hij in eigen beheer heeft uitgegeven. In het boekje van 72 pagina’s staan gedichten, korte verhalen en autobiografische schetsen. In dit bundeltje staat ook het gedicht ‘Berlijn’. Of dat hetzelfde gedicht is als het gedicht met de titel ‘Berlijn 1968’ dat ik op leesgedichten.nl tegen kwam weet ik niet maar ik vond het de moeite waard om hier met jullie te delen.
.
Berlijn 1968
.
In de kou
van de strijd
tussen oost en west
tussen nacht en ochtend
tussen corps en revolutie
vocht de groep studenten
zich door drank en principes
Op zoek naar waarheid
trots op idealen
blij met de koelkast
werd de muur al zachtjes gesloopt
Buiten regeerde angst
in de ondergrondse zweeg je
Het spel van de namen
de glazen wijn
een nacht in Oost-Berlijn
toen wist ik al
niet van het corps
noch van de revolutie te zijn.
.
Een vogel
Jan Geerts
.
Op de weblog https://geertsjan.wordpress.com/ staan een aantal gedichten van de Vlaamse dichter Jan Geerts (1972) die gepubliceerd werden in ‘Het Liegend Konijn’, ‘De brakke hond’ en ‘Deus Ex Machina’. Helaas zijn het oudere gedichten en heeft Jan na 2013 geen nieuw werk gepubliceerd op zijn blog. Op gedichten.nl staat nog een enkel gedicht van na 2015 maar het is allemaal zeer beperkt. En dat is jammer want Geerts schrijft intrigerende poëzie.
In de verzamelbundel ‘Met dat hoofd gebeurd nog eens wat’, samengesteld door Arie Boomsma, staat ook een gedicht opgenomen van deze dichter. Dit gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Op het oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw’ uit 2005.
.
Een vogel
.
Een vogel is een vis die niet kan vliegen.
.
Een vogel is een vis die niet zonder water kan
en op het droge snakt naar lucht.
.
Een vogel is een vis die hoog moet
omdat hij lijdt aan dieptezucht.
.
Een vogel moet landloos balanceren
op de horizon tussen verlangen en vlucht.
.
Een vogel is een vis die tegen de hemel
kleeft, een beest dat zijn lot lipleest.
.
Maar een vogel is en blijft een vis.
.
Collage: Inge Vos
Televisie
Willem Wilmink
.
Vorige week las ik in een bericht van een bibliotheekcollega onder andere dat tegen 2030 niemand meer naar de televisie kijkt. Als ik zo om me heen kijk naar jongeren van tegenwoordig dan geloof ik dat wel. Jongeren hebben nog maar weinig op met televisie. Of dat betekent dat in 2030 de stekker eruit getrokken kan worden weet ik niet (volgens mij kijken nog steeds grote groepen mensen van 30+ naar de televisie en die zijn dan maar ca. 15 jaar ouder) maar het mediagebruik veranderd, dat staat vast.
Schrijver en dichter Willem Wilmink (1936 – 2003) schreef jaren geleden al over het einde van de televisie in zijn gedicht ‘Televisie’. Dat gedicht is te lezen in de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 2004.
.
Televisie
.
men was allang vergeten dat het kon
maar het gebeurde: met een zacht gereutel
stierf de tv. het sprekend paard verbleekte
het licht werd opgestoken en de vader
aanzag zijn zoon die bij een storing werd verwekt
en zei: wat ben je oud geworden, jongen.
.
LNK Infotree, van Gintaras Karosas. Een 700 meter groot beeld met 3000 televisies, in het Europapark in Purnuškės in Litouwen.
Dichters en schrijvers begraafplaats
Schoonselhof in Antwerpen
.
Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.
Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.
Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.
Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.
.
een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
liefde of toeval niemand weet het
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Graf Gust Gils
Graf Hendrik Conscience
Graf Gerald Walschap
Oude graf Herman de Coninck
Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)
Nachtzwemmen
Loper van licht
.
Van de Dichter van de maand Hagar Peeters vandaag een gedicht uit haar bundel ‘Loper van licht’ uit 2008. De reden dat ik dit gedicht koos is door de op twee na laatste zin die me wel heel erg aan mijn debuutbundel deed denken.
.
Nachtzwemmen
.
De maan rolt een loper
van licht op het water.
We waden ernaar
naakt in het donker
raken niet verloren
langs de baan van de maan
van licht door het water
alleen zichtbaar
voor dat van elkaar
in ons lichaam.
.
Maan
Nes Tergast
.
De Haagse Nes Tergast (1896 – 1974) was makelaar, dichter en kunstcriticus. Zijn echte naam was Albert Ernest Bruno Johannes en hij werd geboren in Java. Onder het pseudoniem Bruno van Nes werkte hij aanvankelijk met poëzie mee aan ‘Werk’ (1939). In 1940 verscheen de bundel ‘Glas en schaduw’, samengesteld uit de poëzie voor ‘Werk’ en het tijdschrift ‘Criterium’. Pas geruime tijd na de tweede wereldoorlog verscheen opnieuw poëzie in de bundel ‘Het moederland’ (1949), waarin zijn geboorteland Indonesië een belangrijke evocatieve rol speelt. Daarna volgden nog twee bundels gedichten: ‘Deliria’ (1951) en ‘Werelden’ (1953). De hem voor deze poëzie toegekende Jan Campertprijs 1955 weigerde hij. (Bron: DBNL.org).
De poëzie van Tergast kun je modern noemen zowel qua inhoud als qua vormgeving. Zijn werk sluit aan bij dichters als René Char, Prévert en Cummings. Onderstaand gedicht ‘Maan’ verscheen in Maatstaf.
.
Maan
.
Lach in de torens van mijn bloed
De weerhaken van je topazen rust
.
Zing de staalblauwe speren van je huid
In het weerbarstig huis van mijn gedachten
.
Ruk de vier windstreken van mijn verlangen
Met het stilet van je gebaar aan flarden
.
Dans in mijn ogen die op slapen staan
Nog enkele flitsen uit het ingewand
Van het hiernamaals over
.
O maan maanzieke maan
Die in de spiegel naast mij slaapt
Die achter in mijn dromen naast mij slaapt.
.
Winter
Herman de Coninck
.
Het is alweer een aantal maanden geleden dat ik over Herman de Coninck schreef. Het was ook alweer even geleden dat ik een gedicht van hem las. En nog steeds als ik zijn gedichten lees verwonder ik me over zijn taal, de schoonheid van zijn poëzie, de gelaagdheid. Ik denk dat ik zijn gedichten altijd zal blijven lezen en herlezen.
Vandaag is het één van de eerste winterse dagen in dit jaar, het vriest en dat deed me denken aan een titelloos gedicht dat ik van zijn hand las. Zoals zo vaak gaat het in dit gedicht over meer dan wat je leest. De winter is ook in dit gedicht op vele manieren uit te leggen. Het komt uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
.
Het moet met winter. Op de horizon een boom,
een stemvork voor noordenwind.
De eindeloze vlakten van het overleven.
Wolven zijn in een vorige eeuw gebleven.
.
Er is geen nieuwe gekomen.
Slechts bijna blauwe sneeuw:
zoveel wit dat je het kunt horen.
Daarin ingevroren.
.
In de grootste kou die ik ooit had.
Onleesbaar. dat ik van je? U? Au?
.



















