Categorie archief: Favoriete dichters
Ik ben bang voor de honger
Gedichten die mannen aan het huilen maken
.
Uit de fijne bundel, samengesteld door Nick Muller, ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ koos Arie Boomsma voor het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’ van Jan Arends (1925 – 1974).
Als motivatie waarom hij juist dit gedicht koos zegt Arie: Wat mij zo treft in het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’is de schaamte, dat het leven zo anders is gelopen dan gehoopt. Maar wat schuilt er toch veel schoonheid in mineur. het gedicht is om te grienen zo mooi.
.
Ik ben bang voor de honger.
.
Ik ben bang
voor de honger.
.
Ik heb vrees
voor honger.
.
Ik ben mijn leven bang
voor honger geweest.
.
Ik ben jong
en sterk geweest
en ik was er zeker van
dat er bloemen zouden zijn
vrouwen
een huis.
.
Dat ik de dingen zou beheersen
.
en misschien was dat ook zo geweest.
.
Maar ik ben altijd bang
voor honger geweest
en daarom ben ik dit geworden.
.
Tienkamper en Ijsland
Poëzie is overal
.
Dat poëzie overal te vinden is roep ik al jaren. Nou ja dat schrijf ik vooral op dit blog. In de zaterdag Volkskrant van een week geleden las ik twee voorbeelden van poëzie waar je ze misschien niet meteen verwacht.
Het ene gedicht (light verse) was van Tienkamper en dichter Theo Danes en stond bij een artikel over, wat de koningin van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro moet worden, Daphne Schippers.
.
Prioriteiten
.
Gisteren kreeg ik bezoek
van Nymfomane stripper
Ga weg, zei ik, laat aan die broek
want straks loopt Daphne Schippers
.
Het andere gedicht las ik in een artikel over de Brexit en de gevolgen daarvan voor Engeland en de Engelsen. In Groot Brittannië wordt de Ijslandse dichter Ingibjorg Haraldsdottir (1942) tegenwoordig veel geciteerd en dan met name het volgende gedicht ‘Vrouw’.
.
Vrouw
Als alles is gezegd
als de wereldproblemen
zijn ontleed, besproken en geregeld
komt er altijd een vrouw
om de tafel op te ruimen
de vloer te reinigen en de ramen te openen
om de sigarenrook eruit te laten
reken daar maar op
.
Het origineel is uit 1983 en is getiteld ‘Kona’.
Kona
- Þegar allt hefur verið sagt
- þegar vandamál heimsins eru
- vegin metin og útkljáð
- þegar augu hafa mæst
- og hendur verið þrýstar
- í alvöru augnabliksins
- – kemur alltaf einhver kona
- að taka af borðinu
- sópa gólfið og opna gluggana
- til að hleypa vindlareyknum út.
Eén pot nat
Jules Deelder
.
Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli, Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Eén pot nat’ uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.
.
Eén pot nat
Het is allemaal één popt nat
.
sprak de kat
die bij de wieg van Lao-tse
te spinnen zat.
.
Hoe of wat
Dit en dat
Bol of plat
.
Het is allemaal één popt nat,
.
sprak de rat
die aan het lijk van Lao-tse
te knagen zat.
.
.
Poëziebus 4
Jana Beranová
.
Een groot dichter en vertaler, voormalig stadsdichter van Rotterdam en al lange tijd een goede bekende, dichter Jana Beranová (1935) gaat ook mee dit jaar op de Poëziebus. Haar enorme kennis en ervaring zal veel jonge dichters en performers verder helpen en inspireren.
Jana Beranová vluchtte met haar ouders uit Tsjecho-Slowakije. In Nederland vestigde ze zich als vertaalster en dichteres. Tegenwoordig is ze steeds vaker ook mentor van jonge dichters. Uit het grote oeuvre van Jana het gedicht ‘Plekje op Olsany’ uit de bundel ‘Kiskassend gedicht’ uit 1996.
.
Plekje op Olsany
voor Jan Palach
Kale elzetakken flirten met grafzerken,
eenzaam als verstokte vrijgezellen. Winter-
licht valt op het plekje naakte aarde, niet
ver van de kerkhofmuur.
Ik ken zijn foto, de zachte jongenstrekken,
eenentwintig jaar, zijn toekomst legde hij
in de as (ofschoon geen zelfmoordenaar).
Ik weet de plek op de Wenceslasplein,
het vuur rende met hem mee, drong steeds
dieper in zijn huid. De oogleden weggebrand
doet zijn nacht voorgoed geen ogen dicht.
Met geheven vlam zweren kaarsen sindsdien
onze eed van trouw. Ook op dat plekje op
Olsany. Het is weer lente. En wat voor één.
De elzen kijken hun katjes uit.
.
Poëziebus 1
Martin Wijtgaard
.
Sinds de oprichting van stichting de Poëziebus ben ik voorzitter van de raad van toezicht en als zodanig dan ook betrokken bij het wel en wee van dit prachtige initiatief. Net als vorig jaar rijdt ook dit jaar de Poëziebus met een groot aantal dichters door Nederland en Vlaanderen en doet daar 10 steden aan.
En net als vorig jaar zal ik voordat de Poëziebus gaat rijden een week lang elke dag een dichter die meerijdt belichten op dit blog. Ik wil beginnen met de Amsterdamse dichter Martin Wijtgaard. Op 28 november 2015 stond ik nog samen met Martin op het reuring podium van Alja Spaan in Alkmaar en daar kocht ik zijn, in eigen beheer uitgebrachte bundeltje met de titel ‘Zwijgend naar de tering’.
Op zijn blog http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ staat bij zijn biografie:
Martin Wijtgaard (1971) woont en werkt in Amsterdam. Sinds een paar jaar schrijft hij gestructureerde, neo-romantische poëzie, waarin thema’s als dood en vergankelijkheid, onmin, misantropie en geschiedenis (en de dwarsverbanden daartussen) een grote rol spelen. In 2015 publiceerde hij in eigen beheer het bundeltje ‘Zwijgend naar de tering’.
Het gedicht ‘Hamburg’ komt uit deze bundel.
.
Hamburg
.
Het achterland spert hebberige kaken,
gaapt hongerig tussen containerdokken,
en wacht gespannen op het hoge tij,
op droogvoer voor zijn roestige giraffen
.
op zwervers om portieken mee te vullen.
De ebstroom die de kademuren scheurt,
het vuur aanzuigt, diaspora’s verstrooit,
trekt stil door opgeblazen winkelstraten.
.
Het regent in kartonnen koffiebekers
met handjes kleingeld voor een bed en vreten.
De pakhuizen zijn leeg, de banken blut,
.
de wirschaftswunderwinkelwagens steken
verwrongen uit de modder van de fleeten
blindgangers tikken in de diepe prut.
.
Fabriekswater en Het jammerhout
Karel Bralleput
.
Woensdagmiddag bij de kringloopwinkel twee prachtige bundeltjes van Karel Bralleput oftewel Simon Carmiggelt gekocht. De een uit 1955 (Het Jammerhout) en de ander uit 1957 (Fabriekswater). Allebei hebben ze wat (koffie)schade aan de onderkant in de hoek maar dat geeft niet, dat zijn lege hoeken zonder tekst.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt dus ook gedichten. Naast de bundels die ik kocht schreef hij ook nog de bundel ‘Al mijn gal’. Zijn poëzie is rijmend en humoristisch, melancholiek en grappig dramatisch. Uit ‘Het jammerhout’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘De actrice’.
.
De actrice
.
Toen zij haar minnaar zag verdrinken,
viel over haar geween het doek.
Wij klapten. ’t Officieel bezoek
liet tomeloze jubels klinken.
.
Dat moest. Het was een jubilé.
Twintig of dertig. ‘k Ben ’t vergeten.
Maar vele sprekers lieten daarop weten:
‘Je was heel groot, je gaat nog jaren mee.’
.
De dame, zo gevierd op deze dag
en onder bloem en tact welhaast bedolven
weende luid-op, alsof zij in de golven
opnieuw die man verdrinken zag.
.
Hans Lodeizen
Wandelend in de tuin
.
Hoewel Hans Lodeizen (1924 – 1950) een zeer kort leven gegeven was (hij werd 26) en maar één bundel publiceerde (Het innerlijk behang) en wat nagelaten werk, is zijn invloed op de poëzie in Nederland vernieuwend geweest. Hij wordt wel als een voorloper van de Vijftigers gezien met zijn experimentele poëzie. Uit de ‘Verzamelde gedichten’ uit 1996 het gedicht ‘Wandelend in de tuin ontdekte ik…’ dat ook verscheen in “Het muzikaalste gedicht’ De mooiste gedichten over muziek uit Nederland en Vlaanderen.
.
Wandelend in de tuin ontdekte ik…
.
Wandelend in de tuin ontdekte ik
Bloemen wier lichte gratie ik
Bijna vergeten had als de muziek
Die ’s ochtends na het bal door de tuinen
Zweeft; een herinnering en meer niet.
.
De profundis
Ida Gerhardt
.
Gewoon omdat ik zin had in een gedicht van Ida Gerhardt, het gedicht ‘De profundis’ uit de bundel ‘Het sterrenschip’ uit 1979.
.
De profundis
.
Hadden wij nimmer nog zwanen gezien,
zouden wij hen op het water ontwaren,
o, wij zouden van vreugde vervaren –
lachen en schreien misschien.
.
Hadden wij nimmer nog zwanen gezien,
vlogen zij òver met ruisende slagen,
o, wij zouden dit duister verjagen –
eindelijk bevrijd zijn misschien.
Inktallergie
Bas Belleman
.
Bas Belleman (1978) is dichter, journalist, columnist en recensent voor onder andere Awater en Trouw. Zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ (2003), verschenen in Komrij’s Sandwich-reeks, werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs.
Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Inktallergie’.
.
Inktallergie
.
zachte nagels, de allerzachtste nagels
zachte tanden, de allerzachtste tanden
.
ik ben een mens maar dat zijn er wel
meer en het zijn er te veel
ik heb nauwelijks recht van spreken
.
verwacht niet mijn teksten met een beitel
in de muur ik heb een ergonomisch toetsenbord
anti-RSI de allerzachtste geruisloze toetsen
.
ik heb een inktallergie en een laserprinter
.



















