Categorie archief: Liefdespoëzie
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.
Kruistocht in spijkerbroek
Frans Vogel
.
De Rotterdamse dichter Frans Vogel is 80 jaar en wordt in een uitgebreid artikel in de Volkskrant van gisteren besproken en aan het woord gelaten. Frans is columnist, copywriter en dichter. Rien Vroegindeweij noemde hem ooit ‘de Charles Bukowski van de Rotterdamse underground’. Hier een typerend gedicht uit zijn, in 2005 gepubliceerde, bundel ‘Gelukkig maar, laatstverzamelde werk’.
.
(Met dank aan Thea Beckman)
De tong likt
Carlos Drummond de Andrade
.
Zonder het door te hebben lees ik de laatste tijd regelmatig gedichten die om de een of andere reden vaak een erotische ondertoon hebben. Ik las pas in ‘A joy forever’ de gedichten van Carlos Drummond de Andrade en toen vroeg ik mij af; heb ik niet al eerder over hem geschreven? Dat bleek inderdaad zo te zijn, blijkbaar bevallen zijn gedichten mij. Hier was het om het gedicht ‘De tong likt’ te doen. Uit de bundel ‘De liefde, natuurlijk’.
.
De tong likt
.
De tong likt langs de rode bloembladen
van de meervoudig open roos; de tong
bewerkt een zekere verscholen knop,
weeft vlugge variaties in licht ritme
.
En likt, likt lang, likt langzaam, languit likkend,
de likeurachtige behaarde grot,
bereikt, hoe meer hij likt, hoe meer hij kauwt,
de hemel van de hemel, goud op goud,
.
onder geschreeuw, geblaat, onder het brullen
van vertoornde leeuwen in het woud.
.
Ik schrijf je neer
Hugo Claus
.
Dat een gedicht van Hugo Claus in de bundel ‘A joy forever, de mooiste liefdesgedichten uit de wereldliteratuur’ terecht is gekomen verbaasde mij al niet maar na lezing van het gedicht wist ik zeker dat dit geheel terecht was. Daarom hier dat gedicht met de intrigerende titel ‘Ik schrijf je neer’.
.
Ik schrijf je neer
.
Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier
.
En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.
.
Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.
.
Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.
.
Nieuw gedicht: De wandeling
Liefdesgedichten
.
Als alles goed gaat (en waarom ook niet) komt zeer binnenkort mijn nieuwe E-bundel uit met liefdesgedichten met als titel XX-XY bij MUG books. Uiteraard is ook deze titel (net als Winterpijn) gratis te downloaden van de site van MUG books.Het zal een kleine bundel worden maar hier alvast een voorproefje van een nieuw gedicht De wandeling.
.
De wandeling
In het open veld kom je
ons niet tegen, we praten
over wandelen, hoe dat is
en zou kunnen zijn. Maar
wandelen dat doen we
nooit. Je kunt je afvragen
wat belangrijker is,
het doel of de wandeling
er naar toe. Wandelen is ook
niet meer dan van A naar B en
weer terug naar A. Zou het
dan toch de reis zijn, de wandeling
die tot nadenken zet, ons doet
verpozen, laat verlangen naar
meer of juist een excuus is
tot innig inactief beschouwen
.
Foto: Mandy Frediani
Meisjes
Victor Vroomkoning
.
Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ vandaag een melancholisch erotisch gedicht van Victor Vroomkoning met de titel ‘Meisjes’ oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Oud zeer’ uit 1993.
.
Meisjes
.
Lente in de klas. Achterin probeert
er een verkeerde benen uit een drie-
kwart afgedankte spijkerbroek. Halver-
wege werpen jongens ongemakkelijke
blikken naar de dikste die haar
borsten te veel ruimte heeft gegeven
.
Maar binnen handbereik de glazen
prinses in een vlies van witte
zijde met donzen oksels en twee water-
vallen goudblond hooi tot haar
schoot, de twee vluchtheuveltjes
erbovenuit. Het knoopje van haar navel
verspringt ja en nee op haar adem.
.
Soms ben ik weer een jongen als ik
thuiskom van een transparante dag.
.
Danseres
Een (bijna) vergeten dichter
.
Michael Deak (1920), ik had nog niet van hem gehoord, staat met een gedicht opgenomen in de bundel ‘Liefde is het enige’. Ik kende zijn naam niet maar in de Nederlandse Poëzie Encyclopedie op http://www.nederlandsepoezie.org/ staat onder andere te lezen:
Pseudoniem van Simon Kapteijn, journalist, docent en dichter. Simon Kapteijn had eigenlijk priester willen worden. Maar op het Warmondse seminarie kwam hij erachter dat hij een ongelovige was. De celibaatsverplichtingen zaten hem nogal in de weg. Door middel van poëzie zocht zijn libido een uitweg. Lectuur Repertorium oordeelde in 1952 zo over zijn dichtwerk: ‘Sterk erotische, zangerige poëzie, die als decadent-verfijnde rederijkerskunst aandoet,’ alleen geschikt voor gevormde tot welgevormde lezers.’
Deak publiceerde in 1941 in Criterium en in Roeping, en vanaf 1942 in Groot Nederland. De oude redactie van dit in 1903 opgerichte tijdschrift werd in 1943 door SS-Verwalter Reinier van Houten vervangen door een SS-redactie. Deak bleef tot en met 1944 medewerker aan dit collaborerende tijdschrift. Naast ‘normale gedichten’ leverde hij ook uitgesproken ‘nationaal-socialistische gedichten’ aan. Hij behoorde in 1948 tot de katholieke ‘jeugdige dichtersbent’. Naar eigen zeggen was in 1950 de inspiratie op en schreef hij geen nieuw werk meer.
In 1950 publiceerde Deak de bundel ‘Aphroditis’ en daaruit het gedicht ‘Danseres’.
.
Danseres
.
Zij ligt naast mij, reebruin; zij rekt zich uit
en laat mij zacht de lof der minnen spellen.
Met vingers die haar edeltenen tellen
streel ik de dieren achter in haar huid.
.
Wanneer de gemshoorn in het orgel fluit
dan zijn haar voetjes spitse springgazellen
waarin de welpen van haar enkels zwellen,
en die zijn snel en breekbaar als geluid.
.
Haar voeten zijn van Venus en volmaakt
met sterren om haar tenen te versieren
en als zij danst breekt er de melkweg uit.
.
Zij ligt naast mij, reebruin, als zij ontwaakt
en in mijn handpalm ademen de dieren,
slaags met haar hartslag waar mijn vinger sluit.
.
Ik ben geen schrijver
Alja Spaan
.
Uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ een bundel over alle vormen van liefde, die ik in 2011 publiceerde met de dichteres Alja Spaan een gedicht van Alja. Alja haar gedichten zijn meanderende poëtische teksten waarin veel te vinden en te genieten valt. Uit deze bundel het afsluitende gedicht zonder titel.
.
Ik ken geen andere manier
Ik ben geen schrijver
Ik ken geen andere manier
Dan je begeren en je voelen op mijn huid
Je willen verleiden met
Zoveel meer dan mijn woorden
Ik ken geen andere manier
Van liefhebben dan deze
Ik ken geen andere manier van verlaten
Dan terugkomen ooit
Zachte deuren, zachte gebaren
Ik ken geen andere liefde nu dan jij
En geen andere liefde kent mij
Zoals jij
.
Liefde is het enige
Je bent
.
Niets mooiers dan in de donkere dagen voor kerstdagen liefdespoëzie posten. Vrede op aarde en heb je medemens lief en voor die speciale persoon wat extra aandacht. Om je hierin wat inspiratie te geven van Ellen Warmond het prachtige gedicht ‘Je bent’ uit de bundel ‘Tegenspeler tijd’ uit 1979.
.
Je bent
.
Je bent gewoon je bent
gewoon een mens dat is
een warm en onontwarbaar wezen
en toch kun je gebeuren als een wonder
.
want ik heb je geroepen in mijn slaap
ik riep je liefde
.
door eigen honger
in de eigen stem ontwaakt
zag ik: ik heb je niet gedroomd
hier ben je je bestaat
.
ik heb je lief gehad
dit is de nacht
.
ik heb je lief
ik heb je niet bedacht.
.
Altijd kleurt je bloed mijn wangen rood
Else Lasker-Schüler
.
Else Lasker-Schüler (1869-1945) gold al tijdens haar leven als een van de grootste liefdes dichteressen uit het Duitse taalgebied, Niet eerder legde een dichteres zo schaamteloos haar hart op tafel. In een zeldzaam beeldende, bijna hyperventilerende taal bezwoer zij alle seizoenswisselingen van de liefde, soms zelfs in één gedicht tegelijk.
Dit staat te lezen achterop de bundel die ik voor 50 cent op de kop tikte bij (voorheen) de Slegt met de titel ‘Altijd kleurt je bloed mijn wangen rood’. Een bijzonder bundeltje met gedichten in het Duits en in vertaling van Menno Wigman.
Over haar leven staat op Wikipedia: Lasker-Schüler schreef zwaar bevlogen, lyrische werken, ook in haar verhalen en in haar toneelstuk Die Wupper. Haar poëzie is bewust irrationeel en werkt met associaties en aaneenrijgingen. De figuren die ze in haar proza ten tonele voert, zijn vaak vermomde mensen uit haar omgeving. Ze spint allegorische constellaties van sprookjesachtige situaties en laat een grote verscheidenheid aan emoties de revue passeren.
Ze neemt deel aan avant-gardistische bijeenkomsten van expressionistische dichters, was zeer gerespecteerd en had vele vrienden onder dichters, schrijvers en kunstenaars. In 1933 vlucht ze Duitsland uit naar Zwitersland omdat ze van Joods komaf was, dan reist ze door naar Egypte en Palestina waar ze in 1945 berooid sterft.
Uit de bundel het gedicht’O je handen’.
.
O, je handen
.
Zijn mijn kinderen.
Al mijn speelgoed
ligt in hun holten
.
Steeds speel ik soldaatje
Met je vingers, kleine ruiters,
Tot ze omvallen.
.
Wat heb ik ze lief,
Je jongenshanden, allebei.
.
O, deine Hände
.
Sind meine Kinder.
Alle meine Speilsachen
Liegen in ihre Gruben.
.
Immer spiel ich Soldaten
Mit deinen Fingern, kleine Reiter,
Bis sie umfallen.
.
Wie ich sie liebe
Deine Bubenhände, die zwei.
.

















