Categorie archief: Recensies
Nader en onverklaard
Niels Landstra
.
Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu
Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):
” Een tram in het dwangspoor van een brug
Met lammeren tegen leunend glas, mat
Over de grachten van de grauwe cyclus ”
Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.
Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.
Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.
.
Struikelstenen
.
Om de namen van hen niet te vergeten
die een hel zagen zonder enige reden
stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd
nu door een stolp van blinkende messing geschraagd
,
de inscriptie zwart als de as die warrelde
door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden
op een weg besloten door een gillende vrees
die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet
.
van ontreddering verstomd in het trottoir
voor statige woningen die er zwijgend staan
getuigen van gezinnen beroofd van status
en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust
.
door het reizen naar de verkommerde tijd
het komen bij de duivel thuis, het gelijk
struikelen in de kwade geschiedenis
over waanzin. moord en eeuwige droefenis
.
Iemand moet altijd gemist worden
Recensie van een dichtbundel van Antoinette Sisto
.
Afgelopen zaterdag presenteerde Antoinette Sisto haar derde dichtbundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Na de bundels ‘Het verre huis’ uit 2006 en ‘Dichter bij de dagen’ uit 2013 nu dus haar derde bundel bij uitgeverij Oorsprong.
Ik was een van de dichters die Antoinette had uitgenodigd om de presentatie extra glans te geven maar door een ongelofelijke stomme fout van mijn kant (vergissen in de dag) was ik er niet bij. Ik kan aanvoeren dat ik een hele drukke week achter de rug had en me de hele week al niet lekker voelde maar feit blijft dat ik Antoinette in de steek heb gelaten en daar baal ik enorm van. Desondanks was de presentatie een groot succes met bijdragen van Herbert Mouwen, Peter W.J. Brouwer, Jos van Daanen, Wilma van den Akker en niet in de laatste plaats Antoinette zelf.
Dan de bundel.
´Iemand moet altijd gemist worden´ bestaat uit 7 delen of hoofdstukken met als titel: Onderweg, Focus, Achter glas, Iemand moet altijd gemist worden, De man in het gedicht, Schrijven als anderen slapen en Zicht op de stad.
De poëzie van Antoinette laat zich het best omschrijven als observerend waarbij ze gebruik maakt van elegante taal. In het hoofdstuk ‘Onderweg’ is de afwezigheid van de ander steeds aanwezig, in een vorm van melancholisch herinneren. In ‘Focus’ staat liefdespoëzie die ik het liefste lees, tussen de regels doorlezen op zoek naar waar de liefde zich bevind. Maar ook hier overvalt me soms een zekere triestheid bij het lezen. ‘Achter glas’ lijkt het keerpunt in deze bundel. In de eerste twee hoofdstukken moeten zaken uit het verleden worden beschreven, verwerkt om in ‘Achter glas’ met een schone lei, opnieuw te kunnen beginnen. Dit hoofdstuk ademt een nieuw positief gevoel uit, een nieuwe start (lentezon, het jonge gras).
In het gedicht ‘Keukenprinses’ straalt een nieuwe ik, ondeugend en klaar voor iets nieuws. Of in het gedicht ‘Tomeloos’ waarin de herfst tot de nieuwe lente wordt gemaakt, waarna dit in het gedicht ‘Mantra’s’ nog eens wordt bevestigd.
In ‘De man in het gedicht’ legt Antoinette uit hoe het zit met de man en de vrouw in haar poëzie. Misschien had ze hier mee moeten beginnen maar aan de andere kant, het verklaard maar veranderd niet, het bevestigd mijn idee dat deze bundel een bundel van hoop is, van verandering.
In ‘Schrijven als anderen slapen’ laat Antoinette zien dat dat is wat ze doet, ze geeft een proeve weg van haar poëzie over een aantal onderwerpen die los staan van de eerdere hoofdstukken, om te eindigen met ‘Zicht op de stad’ waarin gedichten over de stad. Een voorzet voor een volgende bundel wellicht?
Al met al moet ik zeggen dat ik de bundel met veel plezier heb gelezen. Sommige gedichten moet je een paar keer lezen om ze echt goed te kunnen duiden maar de poëzie van Antoinette is heel toegankelijk en rustig van toon. Het enige dat je mist bij het lezen is de stem van Antoinette, haar te horen voordragen voegt werkelijk iets toe aan de beleving van haar poëzie.
De bundel is binnenkort te koop via de boekhandel of bij uitgeverijoorspong.nl
.
Een gedicht dat ik had willen voordragen bij de presentatie uit het hoofdstuk ‘Onderweg’ is ‘Maandag, 15.29u, Antwerpen Centraal’.
.
maandag, 15.29u, Antwerpen Centraal
.
Een snellere dienstregeling
heeft de oude verdrongen
tijd in kiosken wordt weggebladerd
lucht door optrekkende treinen verplaatst
.
een roltrap daalt naar drie niveau’s diepte
betonnen perrons onder de grond
uit mijn blikveld haasten zich reizigers
naar richtingen uiteenlopend onbekend.
.
Wie sla ik hier gade?
de man die op zijn vrouw wacht
de vrouw die verlangt naar haar minnaar
de moeder die zoekt
naar een lang gemiste zoon
.
de émigré die slechts stationsgeur
hier komt ruiken, geknars van remmen
wil beluisteren
als muziek zonder welke hij niet slapen kan.
.
Tussen duim en wijsvinger
Els Huurman
.
Afgelopen zondag was ik uitgenodigd voor te dragen op het Open Podium Hellevoetsluis, een poëziepodium zoals er vele zijn, in de Kunstuitleen van Hellevoetsluis. De gastvrouw en dichter Els Staneke Huurman zet daar samen met Sanderien Vermeulen een mooi podium neer in een kleurrijke omgeving. Het was dan ook een genoegen voor te mogen dragen in Hellevoetsluis.
Van Els kreeg ik haar 6e! dichtbundel ‘Tussen duim en wijsvinger’ overhandigd. Deze bundel met “ruim vijftig verrassende, grappige maar ook ontroerende gedichten” zoals de achterflap ons verteld is uitgegeven door uitgeverij AquaZZ. Ik had nog niet gehoord van AquaZZ maar op de website van de uitgeverij blijkt ze een groot aantal auteurs te herbergen.
Maar terug naar de bundel van Els. Mooi vormgegeven met gedichten in 6 hoofdstukken met titels als “Dingen dichten”, “Vroeger”, “Oude wonden” en “Onderweg”. Ietwat bevreemdend vond ik dat in het eerste hoofdstuk “Dingen dichten” de titels van de gedichten onderaan de pagina staan terwijl in de rest van de bundel de titels van gedichten gewoon boven de gedichten staan. Wat hier de reden van is, is me nog steeds onduidelijk.
Grappig genoeg zijn de gedichten in “dingen dichten”misschien wel de persoonlijkste gedichten terwijl de titel toch anders doet vermoeden. Er is in vrijwel alle gedichten sprake van een ik, mij een hij of een jij. Uit vrijwel al de gedichten blijkt trouwens dat het dichten voor Els een heel persoonlijke zaak is, vooral in “Vroeger” komt dit naar voren maar ook in de rest van de bundel. Vrolijke herinneringen vermengd met observaties. Uit de gedichten blijkt ook dat Els een vrije geest is die frank en vrij de wereld aanschouwt.
In de reeks van gedichten zitten voor mij betere en iets mindere gedichten. Waar er rijmdwang is (want als ik ze lees voelt het zo) vind ik persoonlijk minder goed geslaagd dan degene waar Els zich helemaal vrij laat gaan in de taal. Gelukkig zijn de gedichten in die eerste categorie ver in de minderheid.
Het titelgedicht geeft voor mij de bundel goed weer (dus een goed gekozen titel).
.
Tussen duim en wijsvinger
.
Tussen duim en wijsvinger
eindeloos geschreven
.
gegeten
gedronken
.
Een heel leven word je
ergens op gewezen
met zwaaiende wijsvinger
.
Van kleine stapjes
tot grote
Met duim omhoog geprezen
.
Tussen duim en wijsvinger
zit een heel leven
Geef me de waarheid, een recensie
Magda Thomas
.
In november 2011 was ik te gast bij Magda Thomas in Gemert bij omroep Centraal. Het was een zeer onderhoudend bezoek van een uur waarin we veel over poëzie hebben gepraat, waar ik een aantal gedichten heb voorgedragen en waarbij me toen al de oprechte interesse opviel van Magda.
Nu is er een bundel van haar hand verschenen met de titel ‘Geef me de waarheid’ bij uitgeverij Heimdall. Ik kreeg de bundel van haar bij Podium X waar ze samen met die andere dichter van Heimdall, Derrel Niemeijer, ging voordragen.
Net als de bundel van Derrel is ook ‘Geef me de waarheid’ op een nette manier vorm gegeven, ook hier zijn de gedichten gecentreerd, blijkbaar een stijlfiguur van Heimdall.
Op de achterkant van de bundel staat dat ‘de schrijfstijl van Magda getuigt van een directheid en oprechtheid die schaars is’. Of dat laatste waar is vraag ik me af maar dat de gedichten direct en oprecht zijn is een ding dat zeker is. Dat de bundel een inkijk geeft in een getormenteerd leven dat niet alleen menig dieptepunt maar toch ook gelukzalige momenten kent vind ik persoonlijk wat sterk uitgedrukt.
Toegegeven, er staan een aantal gedichten in die in een donkere kant van Magda als onderwerp hebben (ervan uitgaand dat alle gedichten autobiografisch zijn) maar toch vond ik na lezing niet dat het een heel zware bundel was. Sterker nog, na lezing had ik het idee dat ik een bundel liefdespoëzie had gelezen. Dat de liefde niet altijd van een leien dakje gaat, okay, maar vrijwel elk gedicht heeft de liefde als uitgangspunt. De ene keer wordt de liefde bezongen met blijheid, de andere keer krijg je een inkijkje in wat de liefde ook kan doen; een mens kwellen of tot razernij brengen.
Al met al heb ik de bundel met plezier gelezen. De gedichten verschillen nogal van kwaliteit en vorm (dat ene Engelse gedicht had ik er persoonlijk uitgelaten) maar het geeft een mooi beeld van de dichter Magda Thomas. Bij het kiezen van een gedicht dat ik hier wilde plaatsen heb ik getwijfeld tussen ‘Geef me de waarheid’ wat een heel krachtig gedicht is, zonder opsmuk en recht voor zijn raap en ‘Ach, niets is zo mooi’ waar ik erg blij van werd. Het is de laatste geworden. Wil je die andere (en de rest) ook lezen, koop dan de bundel zou ik zeggen.
.
Ach, niets is zo mooi
.
Ach niks is zo mooi
als de liefde tussen een vrouw
en haar homo
.
Liggend op het strand in Tel Aviv
dromen we
Jij van mij
in wit kant met jarretels
lekker bruin
Ik van jou in witte pumps
en een witte lederen string
ook lekker bruin
.
Niets is zo mooi als
de liefde tussen een vrouw
en haar homo
.
Hoop, geloof en liefde, een recensie
Derrel Niemeijer
.
Vorig jaar in december schreef ik een recensie van de bundel van Derrel Niemeijer met de veelzeggende titel ‘Krankzinnig aangedicht’. Ik schreef toen dat de bundel op mij overkwam als een geordende chaos en dat de poëzie van Niemeijer me deed denken aan de poëzie van Johnny the selfkicker. Onbegrijpbaar en ongrijpbaar met de neiging om na lezing van elk gedicht meteen tot herlezing over te gaan om er iets van te begrijpen. Ook schreef ik toen over de opmaak van de bundel, schreeuwerig en vol hoofdletters, uitroeptekens en punten en komma’s. Ondanks de interpunctie, de slordige opzet en het schreeuwerige karakter van de bundel was ik ervan gecharmeerd.
Derrel, door Von Solo ‘een levende icoon van de Neo beatniks’ genoemd lijkt in zijn nieuwste bundel wat tot rust gekomen. Lijkt, want in zijn poëzie is Derrel niet of nauwelijks veranderd. In de afwerking van de bundel is wel veel veranderd. Zo staan de gedichten op een normale bladspiegelverdeling, de vele dik gedrukte leestekens zijn achterwege gebleven, en de bundel heeft een rustig voorkomen. De afbeelding op de voorkant vind ik persoonlijk wat fletst en dat in combinatie met het lichte blauw en de titel doet een heel andere soort poëzie vermoeden. Ook de gekozen centrering van de gedichten in het midden van de bladzijden zou niet mijn keus geweest zijn maar al met al is ‘the look and feel’ van deze bundel professioneel.
Dan de inhoud, tenslotte gaat het om de gedichten. Bij veel gedichten overkomt mij hetzelfde als bij het lezen van ‘Krankzinnig aangedicht’, na lezing schud ik mijn hoofd, denk ik: “Waar gaat het eigenlijk over” en vervolgens lees ik het opnieuw. In de meeste gevallen komt na een tweede lezing het besef dat Derrel er vast iets mee heeft bedoeld dat ik er niet uit haal en dat wat ik er in lees vast niet zo door Derrel bedoeld is. En is dat niet precies waar poëzie over gaat.
Opnieuw soms zinsconstructies die wat krom zijn (bijvoorbeeld uit Ze is nu zo sterk: ‘om haar echt te waarnemen’ in plaats van ‘om haar echt waar te nemen’. Het gebruik van de ‘/ ‘ zoals in Masker: ‘als reflectie van/voor , wie/wat ik ben’ en in Achter de muur: “Mijn leven behoud/behoed ik” . Maar ook de omkering van woorden die daardoor iets surrealistisch krijgen zoals in hetzelfde gedicht: ‘De Dood houd ik buiten. / Buiten houd ik De Dood. / Ik houd De Dood buiten.’
Tel daarbij de vele typisch Derreliaanse visuele ‘grapjes’ zoals in Verslikken: ‘over: *De liefde / *Je liefde/ *Liefde m.b.t./ *Liefde t.a.v./ *Liefde voor”
Komen we veel meer te weten over de mens Derrel? Wie goed leest en een beetje weet hoe stormachtig het leven van Derrel zich heeft ontwikkeld kan zich er een voorstelling van maken. Voor de neutrale lezer doemt een beeld op van een soms getormenteerde dichter, dan weer een ouwe romanticus en zelfs af en toe een sentimentele schrijver.
Voor ieder wat wils lijkt me. Een voorbeeld van het laatste in het gedicht ‘Ik houd van je’.
.
Ik houd van je
.
Hij is dichter
ik ben juist opener
sinds ik schrijf.
.
Soms schrijf ik vijf dingen
en soms op een dag
nog eens vijf.
.
Al die kraaienpoten
waren oefeningen.
.
Ik heb geleerd
Met minder woorden,
zeg je meer!
.
Vier woorden zijn genoeg!
.
Uitgeverij Heimdall is een betrekkelijk nieuwe uitgeverij van uitgever Hub Dohmen. Heimdall geeft naast poëzie vooral non-fictie uit.
Jeugdzonden
Poging tot een recensie: Pastuiven Verkwil
.
Van Pastuiven Verkwil kreeg ik op 14 december een mail met als bijlage een E-book. Dit E-book is een dichtbundel van Pastuiven getiteld ‘Jeugdzonden ; Deel 1 gedichten tot en met 1993’.
Nu kennen velen Pastuiven Verkwil van het, op zijn initiatief gestarte, Poëzine (voorheen Po-E-zine). Ook ik ben vanaf het eerste nummer vaste bijdrager aan dit bijzondere magazine. Reden des te meer om de bundel met veel plezier te lezen en een poging te doen om hier tot een recensie te komen. De bundel verschijnt op 1 januari 2014.
Jeugdzonden
De titel lijkt te verwijzen naar zijn eerste stappen op het dichtfront. Jeugdzonden lijkt ook aan te geven dat er enige gene is ten aanzien van zijn vroege poëzie. Ik heb de bundel gelezen en ik denk dat dat zeker niet nodig is. Als ik zijn eerste poëzie vergelijk met mijn eerste poëzie dan zie ik al een groot verschil. Waar mijn vroege poëzie vrijwel altijd rijmde, laat de vroege poëzie van Pastuiven veel meer variatie zien.
Wat wel vergelijkbaar is, zijn de onderwerpen waarover Pastuiven schrijft; zijn gevoelens, emoties, zijn kijk op de wereld, gevoelens voor de ander, de tijd, de liefde, het leven en andere grote begrippen. Verderop in de bundel ook Engelstalige gedichten en enkele rijmende gedichten.
Pastuiven probeert in deze bundel veel te zeggen en dat lukt hem wat mij betreft zeker. De verschillende stijlen verraden het zoeken naar een eigen stijl hetgeen me meteen doet uitzien naar de rest van zijn poëzie. De gedichten in deze bundel hebben geen titels maar een nummering.
Dat Pastuiven werkelijk alles heeft opgenomen in deze bundel blijkt voor mij het het volgende gedichtje, of versje.
.
[03-043] [0178]
Rozen verwelken,
Schepen vergaan
Zo zal mijn liefde voor jou
Ook wel overgaan
.
Waarschijnlijk is het een bewuste keuze van Pastuiven geweest om echt alles op te nemen. Ik weet niet of dit een verstandige keuze is. In ieder geval krijg je heel goed het proces dat de dichter door maakt naar volwassenheid mee in deze bundel. In het nawoord geeft hij iets weg van zijn visie op zijn eigen poëzie, voor mij heel herkenbaar.
Ik vraag me af hoe oud Pastuiven was toen hij deze gedichten schreef, waar hij woonde? het zou iets kunnen verduidelijken van zijn poëzie. Toch ben ik gecharmeerd van deze bundel omdat ik er zoveel in herken, goede en minder goede poëzie wisselen elkaar af maar mijn eindoordeel is positief. Dit is een coming of age bundel van een dichter met talent. Heel benieuwd naar de rest van zijn poëzie.
.
[01-018] [0018]
Het licht is uit
maar het doven heb ik niet meegemaakt
wel voorzien, niet voorspeld
het ging vanzelf
zonder,
zonder anticipatie, aangezien
ernaast gestaan
niets kunnen, willen doen
geen onmacht
maar totale apathie
beginnen
aanschouwen
onafgemaakt,
onverwacht.
.
Krankzinnig Aangedicht!!!!!
Poging tot een recensie
.
Na de bundeltjes van Nancy Meelens nu een poging tot recensie van de nieuwe bundel van het fenomeen Derrel Niemeijer, of zoals Von Solo in zijn voorwoord schrijft, Derrel is een beweging, volkomen irrationeel en wars van modieuze normen en waarden.
Dat kan ik alleen maar onderschrijven. De poëzie van Derrel laat zich het best beschrijven als een krankzinnig geordende chaos. En voor jullie nu denken dat ik dit als een negatieve connotatie gebruik, het tegendeel is waar. Derrel is in zijn poëzie zo anders, zo volkomen buitenissig soms dat bij lezing van vrijwel elk gedicht ik de neiging had om na lezing opnieuw te beginnen om te kijken of ik het wel goed gelezen had. Von Solo noemt hem een levend icoon van de Neo beatniks en misschien valt hij daarmee nog wel het best te vergelijken.
Als ik Derrels poëzie lees moet ik steeds onwillekeurig denken aan Johnny the selfkicker. Soms volledig onbegrijpbaar en ongrijpbaar: Ik ben de winst / van “Pritt”/ Al die vrouwen / een verslaving / een verslaving / er bij door / al die ‘Aldi’ / vrouwen.
Dan weer heel breekbaar en lief: 2 harten kloppen gezamenlijk als 1 / want 2 is 1 net als onze gedachten / sterker door elkander. We sterken ons.
Al met al een bundel die werkelijk alle kanten opvliegt, die geniale vondsten vast ketent aan platitudes maar die nergens verveelt, die nergens irriteert. Zoals Derrel is zo is zijn poëzie, ik denk dat je het geheel zo het beste beschrijft. Degene die Derrel kennen weten dan genoeg.
Evenals bij de bundels van Nancy ben ik persoonlijk niet zo dol op al die uitroeptekens!!!, DE HOOFDLETTERS en de interpunctie die nogal rammelt en de opmaak van de pagina’s maar hieruit blijkt dat ons liefdespaar ook hierin als 1 optrekt.
Ik ben blij dat ik de bundel gekocht heb, het lezen ervan brengt mij veel plezier, doet me glimlachen en zet me op verkeerde benen.
.
De Sporter
.
Zwemmen is funnieeeeeeeee.
Schaken is goed voor
je hersens.
Fietsen weldaad
voor beenspieren.
.
Zei tegen haar:
“Ben hardloper.
Zie mezelf
dood lopen”.
.
“Ben chirurg.
Doe onderzoek naar
rekbaarheid v.d. lever,
drink elke dag”.
.
“Zat in wegenbouw.
Weg naar de afwezigheid van longen
geasfalteerd met rookwaar”.
.
Uitgever: Hoek, Jack van, Eindhoven, ISBN: 978-90-74097-04-08
Nancy Meelens
Bloemige poëzie
.
Bij het laatste Ongehoord! podium in november van dit jaar mocht ik van Nancy Meelens (1972) het bundeltje Bloemige poëzie ontvangen. Vorige week kocht ik op het B@M Fest voor een luttele 2 Euro deel 2 en ben ik gaan lezen. Nancy is een van de drijvende krachten achter Poëzine, als zodanig al reden genoeg om hier aandacht te besteden aan haar bundeltjes.
Veel van de gedichten in de bundels gaan over haar liefde voor Derrel, de man in haar leven. Maar er is meer dan alleen de liefde. Ook ziekte en ongemak worden beschreven. Nancy heeft een heel eigen stijl van dichten. Soms is het heel persoonlijk en voel ik me bijna een voyeur als ik het lees maar door een zekere humor en het gebruik van het Vlaams (ze is een Vlaamse uit Emblem) is haar poëzie voor mij heel lezenswaardig.
Een mooi voorbeeld van verschillende elementen van haar poëzie komen voor in het gedicht ‘Mijn Verslaving’.
.
Mijn Verslaving
.
Ik ging ten onder in water.
MIJN lichaam moest kuis zijn.
Elke goesting met druppels
en woorden
van me afgewassen.
O ja afwassen
moet ik ook nog.
Laat de katten
de borden proper likken.
Plaats ze in de kast,
de borden, niet de katten.
.
Wil ook niet opgesloten zitten
tenslotte want
ik ben een madammeke met pit
die soms een kater heeft
en niet om mezelf te behagen,
fel en niet voor de liefde,
slecht en voor de roes
.
De wereld veranderd om me heen.
Neen die is nog steeds
kattig tegen me.
Maar ik vlieg over de onnozelaars heen
en kijk neer op hun onvermogen
om te zien wie ik ben.
Kijk, acherme toch,
omdat ze niet zien wie ik ben.
.
Bied hun de fles aan
die de borst niet hebben gehad
laat ze hier maar aan slurpen.
Aan mij geen polonaise,
het spel is uit.
.
Laat me niet
meer met de voeten spelen
want jullie spel is voorbij
als het gaat om mij.
.
Hij rolde zijn woorden als
dobbelstenen voor mij.
Hij heeft dit rondje Yahtzee
gewonnen.
.
Ja hij is ……… ???? Ik laat hem gewoon horen,
.
“Jij bent mijn nieuwe doping”.
.
Zoals ik al schreef, humor, onverwachte wendingen, Vlaamse woorden en uitdrukkingen en de liefde. Toch wil ik ook nog wat opbouwend kritische woorden schrijven. Opmaak en interpunctie zijn aandachtsgebieden. Dan weer wel een punt, dan weer niet, hoofdletters om zaken te benadrukken, puntjes en vraagtekens, een vet gedrukte laatste zin, ze leiden wat mij betreft teveel af van waarom het gaat. Het is volgens mij ook niet nodig , het gedicht, de woorden vertellen het verhaal. Ook de bladspiegel vind ik afleiden door de zinnen (en het gedicht) gecentreerd op de pagina te plaatsen.
Verder niets dan lof voor Nancy en deze lieve bundeltjes.
.
Wanneer kom je buiten spelen? door Evy van Eynde
Recensie
.
Wanneer kom je buiten spelen?
Wie: Evy van Eynde
Waar: Literair café De Tijd Hervonden in Hasselt
Wanneer: Zaterdag 13 juli 2013
.
Op uitnodiging van Evy ben ik met fotograaf Ruben Philipsen afgereisd naar Hasselt waar in het intieme maar sfeervolle literair café De Tijd Hervonden de presentatie van haar dichtbundel/theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ plaats vind.
Café De Tijd Hervonden is naar eigen zeggen (en waarom zouden we eraan twijfelen?) het enige literaire café in Belgisch Limburg en is vernoemd naar de romancyclus À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Het literair café is tevens een conceptstore en pleisterplaats voor literatuurliefhebbers, voor debatten, lezingen boekvoorstellingen en poëzieavonden. De Hervonden Tijd is tevens de enige onafhankelijke boekhandel van Hasselt.
Vandaag dus een poëzieavond met Evy van Eynde. Aan één zijde van het café is een gordijn gespannen waardoor de ruimte daarachter als minitheatertje fungeert. Dan klinkt er muziek, muziek die mij nog het meest aan de filmmuziek van Bagdad café doet denken. Het doek gaat open en daar zit Evy, in een decor vol kinderstoeltjes, een tafeltje, een zandbakschelp en kinderservies. Haar voorstelling begint met de vraag aan de aanwezige volwassenen om de ogen te sluiten en zich in te beelden dat ze nog een keer kleuter zouden zijn.
Wat volgt is een poëtische voorstelling vol gedichten en poëtische teksten die voor zowel kinderen als volwassenen zeer te genieten is. De taal van Evy is verrassend, voor mij klinkt het Vlaams meteen al poëtischer dan het harde Hollands maar door woordgebruik en beeldende taal weet Evy je mee te nemen in haar bijzondere, fantasievolle wereld. Door decor, lichtgebruik en mimiek doet Evy me af en toe denken aan Buster Keaton. Het hele beeld versterkt de teksten en maakt het tot één geheel.
En dan gebeurd er iets. Als Evy het gedicht Zoenen voordraagt zie ik uit mijn ooghoek een meisje van een jaar of 7 ( Helena die de dochter van Evy blijkt te zijn) haar hoofd omdraaien en veelbelovend kijken naar een jongen direct achter haar (Robbe). Ze draait haar hoofd, kijkt hem aan en aan alles zie ik dat voor haar de tijd niet snel genoeg kan gaan. En dan valt bij mij het kwartje.
Deze voorstelling gaat over de tijd, hoe wij, volwassenen en kinderen de tijd ervaren. Voor volwassenen is er de melancholie van het terugkijken en het ervaren hoe snel de tijd gaat en voor kinderen is er het verlangen naar zo snel mogelijk groot worden en deel gaan nemen aan alles wat de wereld hen te bieden heeft.
Misschien ken je de Parade, het reizende theaterfestival dat momenteel Den Haag aandoet? Dit reizende theaterfestival is vooral gericht op volwassenen. Mocht er ooit een Parade voor kinderen komen dan moet Evy van Eynde met deze (korte) voorstelling zeker meedoen.
Evy eindigde haar bijzondere voorstelling met de veelzeggende woorden ‘Je bent gezien!’.
Nou, dat klopt. Ik ben blij dat ik erbij was.
.
Zoenen
.
Als we nu eens…
dat lijkt me reuze fijn
.
Ik zal mijn lippen zoeten
met kersensmaak of mandarijn
.
Ik zal ze golvend pruilen
mijn ogen zachtjes sluiten
.
En alles wat daarbuiten
gebeurd dan eigenlijk niet
.
.

















