Categorie archief: Uit mijn boekenkast
Geluk
Ted van Lieshout
.
Vandaag is het vrijdag en zoals vaker ben ik voor mijn boekenkasten gaan staan met poëziebundels. Mijn ongeziene keuze blijkt de bundel ‘Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr’ 265 klassiekers uit de poëzie van 1944 tot bijna vandaag, uit 2013, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem te zijn. Vervolgens een willekeurige bladzijde opengeslagen (dit keer pagina 281) en daar staat het gedicht ‘Geluk’ van Ted van Lieshout (1955). Het gedicht komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Hou van mij’ bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009 uit 2009.
.
Geluk
.
Mama, waar heb jij het geluk
gelaten? Ik had het hier
neergelegd en nou is het weg!
.
Je zult het wel ergens hebben laten
slingeren of het is gestolen of
misschien per ongeluk weggegooid.
.
Wie zou mijn geluk willen stelen?
Wie niet?
.
Zachtheid
Sylvia Plath
.
Met enige regelmaat pak ik dichtbundels uit mijn kast. Om een gedicht te zoeken, om te genieten van wat een dichter heeft geschreven, om inspiratie op te doen of om in de categorie Uit mijn boekenkast verrassende gedichten te delen. Een van de bundels die ik met enige regelmaat ter hand neem is ‘Ariel‘ uitgegeven in 1965 van Sylvia Plath (1932-1963). Plath neemt een bijzondere plaats in in het poëtisch landschap wat mij betreft; een leven met een biploaire stoornis, een romance met Ted Hughes (prachtig beschreven in de roman ‘Jij zegt het‘ van Connie Palmen) en natuurlijk haar zelfmoord.
Lezend in de bundel bleef ik ‘hangen’ bij het gedicht ‘Zachtheid’. Allereerst omdat het (in de vertaling van Anneke Brassinga) zo’n prachtig gedicht is maar ook omdat het gedicht me doet denken aan alle ellende in de wereld, de oorlogen, de onverdraagzaamheid, de polarisatie. Dan is een gedicht als ‘Zachtheid’ een fluwelen pleister voor de ziel.
.
Zachtheid
.
Zachtheid schuifelt door mijn huis.
Vrouwe Zachtheid, zij is zo lief!
De blauwe en rode stenen van haar ringen
Doen de ramen beslaan, de spiegels
Zijn vol van haar glimlach.
.
Wat is echter dan de kreet van een kind?
Het krijsen van konijnen mag dan wilder zijn,
Maar een ziel heeft het niet.
Suiker geneest alles, zegt Zachtheid.
Suiker, broodnodige vloeistof,
.
De kristallen een klein compres.
O zachtheid, zachtheid,
zo zoetjes raapt zij de scherven!
Mijn Japans zijden gewaden, wanhopige vlinders,
Kunnen ieder moment worden opgeprikt, bedwelmd.
.
En daar kom jij, met een kop thee
In sluiers van stoom.
De bloedfontein is poëzie,
Niet te stelpen.
Twee kinderen reik je mij, twee rozen.
.
Fin de saison
Cees Nooteboom
.
Normaal gesproken ga ik op vrijdag vaak voor een van mijn boekenkasten staan en dan pak ik, zonder te kijken, een poëziebundel uit de kast. Daar open ik dan op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat deel ik hier op mijn blog. Vandaag deed ik dat ook maar toen ik voor mijn boekenkast ging staan viel eigenlijk meteen de bundel ‘Aas’ van Cees Nooteboom uit 1982 mij op.
Nu mag inmiddels wel bekend zijn bij iedereen dat Cees Nooteboom (1933-2026) op 11 februari jongstleden is overleden. Daarom heb ik ervoor gekozen in dit geval niet het toeval te laten bepalen welke bundel ik pak maar deze bundel te pakken. Ik heb wel op een willekeurige bladzijde de bundel geopend en daar op pagina 31, staat het gedicht ‘Fin de saison’ waar je met een beetje fantasie het einde van een leven in zou kunnen zien.
.
Fin de saison
.
Het werd een maand als oktober.
De kleur van de wijn was onzichtbaar,
de obers verdronken in het bevroren
terras.
.
Dit is hoe de demon het deed:
hij waadde door het marmeren water
en tilde haar schim van de rots.
.
Zo zag het eruit:
de wind kwam aan over zee
met de nacht in zijn vleugels.
De demon vervoerde haar schaduw
naar waar ik die nooit meer kon zien.
.
Zo sloot hij het raadsel dat zij eenmaal
geweest was. Hij verbrandde mijn ogen en oren
en brak het verleden.
.
Toen liet hij haar gaan als een prooi
met haar scherven.
En mij, mij liet hij besterven
met de laatste fooi van het jaar.
.
Rottumerplaat
Edwin Fagel
.
Vandaag sta ik voor een van mijn boekenkasten en pak daar, volledig willekeurig, een bundel uit. Het is dit keer de bundel ‘Uw afwezigheid‘ uit 2007 van dichter Edwin Fagel (1973). Ik neem de bundel in mijn handen en laat de bladzijden langs mijn vingers glijden en op pagina 35 hou ik stil. Daar staat het gedicht ‘Op Rottumerplaat’.
.
Op Rottumerplaat
.
Ze waren er al lang, de scheuren in het ijs.
.
Vreemd, ik heb nog nooit zo veel aan mijn vader gedacht
als hier, op dit uitgestrekte strand,
in het gezelschap van een troep meeuwen.
.
God moet de wereld zo hebben bedoeld, alles zoals het is,
zonder reden daar om te lachen. Mijn vader
was een autoritaire man.
,
Ik hurk naakt in het zand.
.
‘Willem, ik ben ziek, ik bedoel:
ik ben bang. De meeuwen overleggen
hoe me te vermoorden.
Over.’
.
Liever sta ik in mijn tuin een pijpje te roken.
Maar voor dat soort gedachten is het nu te laat.
.
Verveling
Johanna Kruit
.
Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken pakte ik een bundel uit de kast. Het bleek de bundel ‘Tikken tegen de maan’ 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen verzameld door Joke van Leeuwen met 48 gloednieuwe illustraties. De bundel uit 2010 is prachtig vorm gegeven en bevat inderdaad heel veel mooie illustraties bij de gedichten.
Zonder te kijken opende ik de bundel en daar op pagina 42 tegenover een tekening van Philip Hofman staat het gedicht ‘Verveling’ van Johanna Kruit (1940). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘Holland rijmt’ uit 1998.
.
Verveling
.
We deden niets
we keken maar naar wat gebeurde
hoe auto’s wachtten langs de stoeprand
hoe regen langs de ramen zeurde
we zwaaiden zelfs niet naar de buren
van de overkant.
.
We deden niets van wat we konden
en wilden niets van wat we moesten
we aten zelfs geen ijs of friet
we hoefden niets
we vonden iedereen een etter
en we verveelden ons te pletter.
.
Boekenkast
Erwin Vogelezang
.
Op de tweede kerstdag sta ik maar weer eens voor mijn boekenkast om ‘at random’ een bundel van één van de vele planken te pakken. Zonder te kijken is dat ‘Dichters uit de bundel‘ De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten geworden. Samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens uit 2016. Zonder te kijken open ik de bundel op pagina 545 en daar staat het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’ van Erwin Vogelezang.
Ik herkende de naam van Vogelezang en het blijkt dat ik zijn naam eerder noemde op dit blog in de serie gedichten op vreemde plekken en wel die in Stripvorm. Vogelezang debuteerde in 2006 met ‘Bladluis’ in de Windroosreeks. Zijn gedichten zijn opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder Rainbow Essentials verzamelbundels en 25 jaar Nederlandstalige poëzie in 666 en een stuk of wat gedichten. Op zijn website schrijft hij ook nog: “Als rabiaat onproductief dichter, profiteert hij graag van de oprispingen van anderen: de keuze voor deelname aan FLARF was voor kenners dan ook een logische. Erwin was een paar jaar rouwdichter in het kader van de Eenzame Uitvaart.”
Uit de bundel ‘Bladluis’ komt het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’.
.
drie meisjes bij de slam
.
en jawel hoor, ze staan er weer
met teruggetrokken tanden al
dan niet de dertig te passeren.
.
drie meisjes bij de slam
in schotsgeruite pofrokjes
bespreken jongeherenleed.
.
even lekker kletsen zo
op een warme oktoberavond
met glutenvrije strandtas om.
.
maar heer heb medelij!
zij zullen vroeger vast hebben geslist
en was er niet iets met hun vaders?
.
zeep dus eerst hun borstjes in
en houd ze dan voorzichtig maar beslist
drie minuten onder handwarm water.
.
Zwembad Den Dolder
Menno Wigman
.
Zoals vrijwel elke vrijdag sta ik ook vandaag weer voor mijn boekenkast (een van de vier) en dit keer op een krukje, ik sluit mijn ogen en ga met mijn vingers langs de ruggen van de dichtbundels. Ik stop, pak een bundel en dit blijkt ‘Mijn naam is legioen‘ uit 2012 van Menno Wigman (1966-2018) te zijn. Opnieuw sluit ik mijn ogen en open ik de bundel op een willekeurige pagina (45 in dit geval) en daar staat het gedicht ‘Zwembad Den Dolder’.
.
Zwembad Den Dolder
.
Er zijn gevoelens die fascistisch zijn.
De vader die niet weet waarom hij slaat,
de zoon die half verblind in foto’s krast.
.
De mooiste idioot die ik ooit zag
lag op zijn rug een heel heelal te zijn.
Geen vader kreeg ooit greep op deze pees
.
die als een kosmonaut het bad door dreef,
geen moeder stookten in zijn vissenkom.
En wit en scheef en wijs zwom hij. Hij zwom.
.















