Categorie archief: Uit mijn boekenkast

Doornroosje

Gerrit Achterberg

.

Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.

.

Doornroosje

.

Houthakkers, die zich in het bos verklikken.

Sloten, die op hun bodem staan te roesten.

Je eigen in de hoogte horen hoesten.

Een edelhert met plotselinge schrikken.

.

Spechten, als zachte mitrailleuren tikken

tegen de honderd jaar in eikeknoesten.

Dat wij elkander tegenkomen moesten

was te voorzien met langgeworden blikken.

.

Hier is het uur.Op deze ronde plek

heeft het tussen ons plaats, een vuur,

dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.

.

terwijl de stilte verder openspringt,

met bomen van verbazing opgewekt,

omklemmen wij het eeuwig avontuur.

.

Gerrit A

voorbijdelaatstestad (1)

Heimwee naar mijn dochter

Robert Anker

..

In mijn boekenkast staat de dikke bundel van Robert Anker met de titel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’. Al bladerend stuitte ik op het intrigerende gedicht ‘Heimwee naar mijn dochter’.  Het is zo’n gedicht van Robert Anker dat je een paar keer moet lezen om een idee te krijgen wat hij nu eigenlijk wil zeggen.

Volgens mij gaat het over het proces van loslaten, terug vinden in uniciteit en het gemis aan hoe het was. Wat je er ook in leest, het is een prachtig gedicht door de bijna hypnotiserende toon en taal van het gedicht maar zeker ook door het weglaten van elke vorm van interpunctie.

.

Heimwee naar mijn dochter

.

Nu je terug bent want nu ik mijn dochter

terug heb want nu je terug bent gekomen

(waar was je wie ben je en wat was je)

maar nu je terug bent nu heb ik je zo

verloren en heb ik mij zo beschadigd

aan jouw aanwezigheid zonder jezelf

nu je schrille gestalte in volle emotie

verdween mis ik je dochter maar rijm je

met mij voor een leven naar voren

nu je terug bent en nu ik je zo

terug heb en liefheb omdat ik je mis.

.

anker

Een uitzicht op de eeuwigheid

Leo Vroman

.

Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.

Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).

Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.

.

Een uitzicht op de eeuwigheid

Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,

een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.

Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?

Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?

En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leo-Vroman

Neerlands Dichterschat

De poëzie van de 19e eeuw

.

Een nieuwe aanwinst in mijn poëziecollectie is een lijvige bundel ‘saamgebracht door F.H. van Leent’, een vierde veel vermeerderde druk van uitgeverij H.J.W. Becht uit Amsterdam. Een klein dik boek met een lederen omslag en goudkleurige zijkanten. Uit welk jaar deze bundel komt kon ik niet achterhalen (waarschijnlijk rond de eeuwwisseling van 1900) maar het is een bijzonder werk. Veel, voor mij onbekende dichters zijn vertegenwoordigd in deze bundel maar een enkele naam ken ik zoals Alberdingk Thijm, Louis Couperus, Herman Heijermans, Multatuli, Potgieter en Tollens.

Ruim 450 pagina’s 19e eeuwse poëzie. Ik heb gekozen voor een vrouwelijke dichter Hélène Swarth (1859 – 1941) die wordt gerekend tot de Tachtigers. Wikipedia zegt over haar: “Hélène Swarth was tot op hoge leeftijd productief. Haar werk is enigszins ongelijk, maar in haar beste gedichten toont zij zich de evenknie van de andere vooraanstaande Tachtigers. Door haar zuiverheid van uitdrukking bereikte zij een opvallende eenheid van vorm en inhoud, terwijl anderzijds haar grote zintuiglijke ontvankelijkheid aan haar beste werk een kosmisch-religieuze inslag geeft.”

.

Uit ‘Eenzame bloemen’ uit 1883, het gedicht (Sonnet nummer) ‘I’ (uit Drie Sonnetten).

.

I

.

De zon bestrooit den blauwen vijverplas

Met gansch een vloed topazen en robijnen,

De zoele wind, alvorens weg te kwijnen,

Beweegt de bloemen van het oevergras.

.

Een zachte golving van gebroken lijnen

Zweeft in den vijver, trouw als spiegelglas,

Waar muggen zwermen tusschen ’t struikgewas

En gouden wolkjes komen en verdwijnen.

.

De roode stralen vloeien, drop bij drop,

Langs grijze wilg en bruinen beukentop,

Op ’t siddrend loof der popels en der elzen.

.

Traag  zinkt de zon in ’t purper wolkengraf,

Alsof haar avondkus de wijding gaf

Aan aarde en hemel die elkaar omhelzen.

.

IMG_3157

 

Erts

Gabriel Smit

.

Ik heb inmiddels ruim 6 meter aan dichtbundels verzameld door de jaren heen en daar zitten bijzondere exemplaren tussen. Een mooi voorbeeld daarvan is de bundel ‘Erts’ uit 1955. Een bloemlezing uit de poëie van heden, samengesteld en ingeleid door Bert Voeten.

Het aardige van dit soort bundels, zeker als ze al wat ouder zijn, is dat ik er dichters in tegen kom waar ik nog nooit van gehoord heb. Dichters die, om wat voor reden dan ook, ooit bekend waren en in de vergetelheid zijn geraakt. Een voorbeeld van zo’n dichter is Gabriel Smit (1910-1981).

Als je op zijn naam zoekt op internet kom je al snel een uitgebreide bi(bli)ografie tegen op http://www.schrijversinfo.nl

Dan blijkt Smit in zijn tijd een bekende dichter te zijn geweest. Op de website van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat te lezen over hem: “Dichter, prozaïst, journalist, toneel- en jeugdboekenschrijver, vertaler. Gold als een van de bekendste katholieke dichters, in de periode 1940-1970.
Werkzaam als journalist bij De Gooi en Eemlander (1933-1944) en bij het Utrechtsch Dagblad (1939-1950). Hij was daarna literair redacteur van De Volkskrant (1952-1975). Ook was hij na de oorlog redacteur van weekblad De Linie en het literair tijdschrift Roeping.” Ook won Smit gedurende zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder tweemaal de Henriëtte Roland Holstprijs (1957 en 1967).

Uit de bundel ‘Erts’ en oorspronkelijk verschenen in De Gids in 1955 de gedichten ‘Omschrijvingen van de liefste I en II’.

.

Omschrijvingen van de liefste

  I

Je komt. Ik houd mijn adem in. Even

valt alles stil, auto’s zijn eeuwen

oud, Het uur is een eerste sneeuwen,

bijna dalend, bijna teruggedreven.

.

Samen weten wij wat niemand vermoeden

kan. Tussen ons beiden houden

onzichtbare stemmen een vertrouwde

doortocht open. Neuriënd behoeden

.

zij de zee voor terugval, blijven

van hart tot hart lang voor onze

geboorte hun verrukking slaan.

.

Nu ben je er. de wolken drijven

weer, de stad begint weer te bonzen.

Maar het neuriën houdt aan.

.

.

II

Samen zijn wij op reis. De dagen

glijden als in een trein de weiden

aan ons voorbij. Soms komen vragen

je ogen, je schoot verwijden,

.

adem opent je handen, even

trilt waterlicht aan de ramen,

gewiek van vogels, gevleugeld leven.

wij denken niet, wij kijken, samen.

.

Soms staat de trein verwonderlijk

stil. Buiten ligt het bezonnen

landschap en wacht, onvoltooid.

.

Even is ons samenzijn afzonderlijk,

dan weet het zich weer begonnen.

Soms is een hand genoeg, soms nooit.

.

IMG_2592

 

 

Oogsten

Kira Wuck

.

Hoewel Kira alweer een nieuw boek (Noodlanding) met verhalen uit heeft kreeg ik voor mijn verjaardag haar poëzie debuutbundel ‘Finse meisjes’, waar ik overigens erg blij mee was. ‘Finse meisjes’ is zo’n bundel met gedichten en zinnen waar je steeds weer iets nieuws in ontdekt.

Ik herinner me Kira nog van een aantal jaar geleden, toen ze als nog redelijk onbekend en ongepubliceerd dichter op het podium van Ongehoord! al veel indruk maakte. Uit haar bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Oogsten’.

.

Oogsten

.

De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift

in de winter heb ik beweegredenen nodig

niets is hier voorbestemd

maar alles gaat geleidelijk

.

dit ben ik in het oudst van de nacht

en ik waarschuw je alvast, ik word vaak verliefd

.

ik herken je voordat je jezelf herkent

(je past goed bij mijn behang)

er zijn huizen waarin je beter gedijt

.

we roken gaten in het bankstel

als je er nog bent als ik me omdraai

.

dan ben je niet meer weg

.

kira

Een absolute Mus

Dolmus

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bijzonder fraai vormgegeven bundel ‘Een absolute mus’. In 2009 verscheen dit boek en werd in de Openbare Bibliotheek van Den Haag de gelijknamige tentoonstelling met alle illustraties uit de boek georganiseerd. In dit boek geven 50 illustratoren hun visie over de 50 versies van het woord mus en 50 schrijvers schrijven daarbij hun reactie. Veel woordspelingen, verhaspelingen en creatieve vondsten met mus in dit vermakelijke boek. Dit alles vanuit de wens om de mus ” weer onder de mensen te krijgen”.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Patty Scholten bij een illustratie van Gerrit de Jager.

.

Dolmus

.

De bus zit vol, maar waar is de chauffeur?

Die rookt een sigaretje, wat opzij.

Er kunnen best nog een paar klanten bij

en ook een krat met kippen bij de deur.

.

Zijn passagiers wachten gelaten binnen.

Want in de bus wordt het bloedheet en

zonder de airco zit men flink te zweten.

Dus helpen ze met nieuwe klanten winnen.

.

‘Er is een markt in Korbasi vandaag!’

‘Jij hebt een oom in Ankara. kom zeg!’

Er kan geen mus meer bij, de bus rijdt weg.

Maar of de vering het houdt, is de vraag.

.

IMG_1195

absolute mus

 

Seamus Heaney

Night Drive

.

Uit mijn boekenkast heb ik vandaag gekozen voor Seamus Heaney, Opened Ground; poems 1966-1996. En uit deze vuistdikke verzamelbundel het gedicht ‘Night Drive’ uit de bundel ‘Door into the dark’ uit 1969.

.

Night Drive

.

The smells of ordinariness

Were new on the night drive through France:

Rain and hay and woods on the air

Made warm draughts in the open car

.

Signposts whitened relentlessly.

Montreuil, Abbeville, Beauvais

Were promised, promised, came and went,

Each place granting its name’s fulfilment.

.

A combine groaning its way late

Bled seeds across its work-light.

A forest fire smouldered out.

One by one small cafés shut.

.

I thought of you continuously

A thousand miles south where Italy

Laid its loin to France on the darkened sphere.

Your ordinariness was renewed there.

.

Heaney-Into-the-Dark018

Haven

Chronogram

.

Gisteren was ik wat aan het opruimen toen ik twee pagina’s uit een tijdschrift tegen kwam. Het waren twee pagina’s uit de Chronogram met allerlei gedichten in het Engels. In 2011 was ik in de Verenigde Staten op vakantie en toe moet ik deze pagina’s uit een tijdschrift hebben gescheurd.

The Chronogram is overigens niet alleen een tijdschrift maar ook een website en daar is veel poëzie te vinden. Op http://www.chronogram.com/hudsonvalley/poetry/Category?oid=2124613 bijvoorbeeld is veel, door lezers ingestuurde, poëzie te lezen.

Van de twee pagina’s met gedichten heb ik het gedicht ‘Haven’ gekozen van Catherine Wald. Ik kende haar helemaal niet, het was het gedicht dat me aansprak. Het mooie van Internet is dat ik vervolgens naar haar op zoek ben gegaan en wat schetst mijn verbazing?

Het  gedicht ‘Haven’ is, samen met een aantal andere gedichten van haar, te beluisteren en te bekijken op Youtube waar Catherine het voordraagt op het kanaal van Writersread ( zie ook de website http://www.writersreadonline.com/).

Catherine Wald is een “wordsmith and communications artisan” zoals ze zichzelf beschrijft, van wie al vele gedichten gepubliceerd zijn.

.

Haven

.

When the thunder started

rolling in, a cat and a dog

rained into my tiny office

.

Maybe they thought I

could keep electricity at

bay. Or that my

superior intelligence

would make sense of it all.

.

I’m not a very good God

but I did stroke Jerry

into purrs, pat Molly’s nerves

towards a ponderous sigh, a sinking

back into carpet.

.

For fifteen minutes we shared

safe haven.

Then the storm withdrew

the sky re-blued

and we went our separate

ways.

.

cathypodiumSLC

 

Een psalm voor mijn vingers

Leo Vroman

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Nee, nog niet dood’ uit 2008 van Leo Vroman. Uit deze bundel het gedicht ‘Een psalm voor mijn vingers’.

.

Een psalm voor mijn vingers

.

Systeem!

Laat mijn verliefde vingers toch

al heb ik er wel zo veel

dat ik op mijn geliefde nog

een soort piano speel

.

doorgaan met mij verbazen

hoe ernstig ze bezig blijven,

hoe ver ze van mijn hoofd hun dwaze

droevige verzen schrijven,

.

hoe ze de engel aller engelen

als tien welgeknakte slangen

die de andere tien gekuste

.

omstrelen en omstrengelen

met hun verward verlangen

en dan uitrusten,

Systeem

.

nee nog niet

Leo_Vroman