Categorie archief: Vakantie poëzie

Overal

Dolf Jansen

.

Vakantie is ergens heen gaan en wanneer je dan gevraagd wordt waar je was in dat land of die stad dan is het antwoord al snel: Overal. Dolf Jansen (1963) schreef het gedicht ‘Overal’ dat verscheen in zijn bundel ‘Gedichten om te huilen’ uit 2005. Vooral de laatste zin is mooi: ‘samen zijn we overal / ik ben nergens zonder jou’.

.

Overal

.

Vertel me niet waar je ooit was

het is voorbij het maakt me klein

ik wil weten waar je heengaat

zodat ik daar al kan zijn

.

ik baan het pad en warm het bed

ontdoe het beeld van schone schijn

jij arriveert en een ding telt:

ik zal er altijd voor je zijn

.

jij zoekt mijn ogen, in mijn blik

herken je dat ik je herken

de stilte helpt me meer dan ooit

te begrijpen wie ik ben

.

ik zoek de zin die alles zegt

in zwart op wit of hemelsblauw:

‘samen zijn we overal

ik ben nergens zonder jou’

.

 

Droomreis

Dirk Kroon

.

Wanneer je op vakantie gaat hoop je een droomreis te maken (waarschijnlijk tegen beter weten in). Vakantiereisjes zijn eigenlijk nooit droomreisjes. Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946) schreef er een passend gedicht bij met als titel ‘Droomreis’. Het gedicht komt uit ‘Op de hoogte van de vogels’ uit 2017 maar stamt uit zijn bundel ‘Tweegesprek’ uit 1975.

.

Droomreis

.

Je komt door streken

waar geen god of goed mens

de weg zal wijzen.

.

De zon is een onzichtbare getuige.

Woeste bergketens sluiten zich aaneen,

je bent de eerste die niet kan ontkomen.

.

Je vlucht naar uitgestorven dorpen

waar ook de laatste sporen van verval zijn uitgewist.

Je weet niet meer in welke eeuw het is.

.

Je wordt niet gek,

je legt je wortels bloot.

Je maakt een droomreis door de dood.

.

 

Piraten

Gwy Mandelinck

.

De Belgische Gwy Mandelinck (1937) is stichter van de Poëziezomers in Watou, België, die hij van 1980 tot 2008 als artistiek directeur leidde. Hij is echter ook schrijver en dichter en hij schreef meerdere dichtbundels. Zijn werk werd meerdere malen bekroond in België. In de bundel ‘Lotgenoten’ uit 2014 staat het gedicht ‘Piraten’ en bij het woord piraten moet ik altijd aan vakantie denken, ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Daarom in het kader ven vakantiepoëzie dit gedicht.

.

Piraten

.

Omsingeld hun boten.

Gerold uit zeilen, uit touwen

.

wit van zout; voor

geen ringen zijn ze vrij te kopen.

.

Wrakhout versplinterd

vleugelt adem door

.

de neus; voor geen helft

geheimen prijsgegeven.

.

Verona

Luuk Gruwez

.

Lezend in dichtbundels kom ik altijd veel moois tegen. Zo ook in de bundel ‘Garderobe’ een keuze uit al zijn gedichten van Luuk Gruwez (1953) uit 2010. Het gedicht ‘Verona di notte’ klinkt al meteen als vakantie. Het gedicht komt uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.

.

Verona di notte

.

Dit is het uur dat mandolines zwijgen.

Rumoer verstomt in de tavernes.

Lantaarns lijken toegewijd te nijgen

-de laatste obers van de nacht.

.

De maan, dit uur, wordt weer vermaard

als een gewiekste die die harten rooft.

Geliefden oefenen de schone schijn

zó, hand in hand, niet meer alleen te zijn.

.

Augustusnacht met lauwe bries

van lijflucht, oregano en olijven.

En dauw die aarzelt in platanen.

.

Maar niet de vroegte maakt hun zoenen koel:

Giovanni heeft Elvira tegen vijven

gewoon al minder lief dan om half drie.

.

Kurhaus

Martin Veltman

.

Ik woon op fietsafstand van het Kurhaus in Scheveningen en met dit mooie weer is het er altijd heel druk. Vakantiegangers komen en gaan. Dichter Martin Veltman (1928-1995) schreef een gedicht over het Kurhaus alsof er geen toerist in de buurt is. Uit de bundel ‘Hollandse Quintlijnen’ uit 1991.

.

Kurhaus

.

Laat mij alleen dineren. Half verscholen.

Geef mij de witte tafel bij het raam.

Breng mij wat de chefkok heeft aanbevolen

en leg het zwijgen op aan de violen.

Wind, neem mijn verzen mee. Zee, draag mijn blaam.

.

Ja liefste

K. Michel

.

In de vakantie mogen liefdesgedichten natuurlijk niet ontbreken. Van dichter K. Michel (1958) is het gedicht ‘Ja liefste’ dat verscheen in zijn debuutbundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ uit 1989.

.

Ja liefste

.

Ja liefste Tot mijn lippen bloeden

Tot het plafond naar beneden komt

Tot de nacht wit wegtrekt

Tot de katten in de tuinen krijsen

Tot het licht de ramen openschuift

Tot er vogels door de kamer vliegen

Tot de buren over het balkon klimmen

Tot de fietsers op straat stilstaan

Tot het wolkendek openbreekt

Tot alles blauw is

Tot alles rood wordt

Tot de tijd ontploft

Tot mijn hart stopt

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

Rob Schouten

.

Voor de vakantiegangers die graag in heel kleine dorpjes komen is Logny-les-Aubenton vlakbij de grens met Wallonië een aanrader; het telt slechts 76 inwoners. Voor dichter Rob Schouten (1954) was het voldoende om er een gedicht over te schrijven. Uit de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

.

Op reis met beurs en kijk: iets bezienswaardigs,

gebrandschilderde ramen of dat ventje

zo kleurrijk in zijn deur, en wolkpartijen

schemer, weemoedig gloren, bloesemingen –

mijn God, de onzin, weggesmeten geld!

.

Ik wil er niets meer over horen, elders,

over het schone niet, de desillusie,

rijke gedachten op de Place de Ville

of afdingen bij een vergeelde drel,

dat alles staat mijn buitengewoon tegen.

.

Laat het gedicht thuis a.u.b.

en mest het vet met je verbeelding,

leg het te drogen in de centrifuge.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

is overigens een dorp van drie keer niks,

ook niet met mij, Rob Schouten, erdoorheen.

.

 

Alp

Anneke Brassinga

.

Voor iedereen die de bergen intrekt deze zomer het gedicht ‘Alp’ van Anneke Brassinga (1948) uit de bundel ‘Aurora’ uit 1987.

.

Alp

.

De koe is groeiensmoe
zij loeit zo droef
op de veranda,
de koe is moe
zij draagt er twee
– enculée de sa mère.

.

De boer slaat flank, hij roemt haar
boezeroen van vlees en wimpers.
Donsoor trilt, neus snurkt roze
rauw, zij weent en roept
teloor in ’t stille dal.
Het is niet groen, ’t is wit.

.

Begraafplaats

Jean Pierre Rawie

.

Wie mij een beetje kent weet dat ik een voorliefde heb voor het bezoeken van begraafplaatsen. Daarom vandaag in het kader van vakantiepoëzie het gedicht ‘Begraafplaats’ van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Woelig stof’ uit 1989.

.

Begraafplaats

.

De mannetjes die hier wat werken
doen alles maar op hun gemak,
ze harken de paden en perken
en scheren de sierheesters strak.
.
Ze weten van elk van de zerken
het nummer, de rij en het vak;
ze zouden het zeker bemerken
wanneer er een dode ontbrak.
.
Dat zal ook wel nooit meer gebeuren.
De mannetjes kennen hun plicht,
het hek met de ijzeren deuren
gaat tegen de schemering dicht.
.
Waarover de treurwilgen treuren,
wie, wie die er wakker van ligt?

.

Gedachten aan jou

Toon Tellegen

.

Zoals elk jaar neem ik ook dit jaar weer even wat gas terug in de vakantieperiode. Dat wil niet zeggen dat er niet dagelijks een bericht van mij zal verschijnen met een gedicht, maar dat zal het dan ook zijn, een gedicht uit één van de vele bundels uit mijn boekenkast met verwijzing naar welke bundel. Vandaag wilde ik beginnen met het gedicht ´Gedachten aan jou´ van Toon Tellegen (1941) uit de bundel ´Mijn winter´ uit 1987.

.

Gedachte aan jou

.

Gedachten aan jou zijn lastig –

ze zeuren,

vragen iets onmogelijks,

willen nooit slapen,

ruimen nooit iets op

en sturen dagen, misschien wel jaren, grondig in de war,

maken nooit iets af.

Aan welke wereld ik ook denk,

de een probeert het bed,

een ander maakt iets los,

een derde geeuwt alsof,

een vierde is ernstig – mag meteen weer vertrekken –

een vijfde vindt een boek

‘Houses and rooms are full of perfumes… the shelves

are crowded with perfumes…

een zesde leunt op mijn tafel,

aarzelt tussen twijfel en verbazing,

een zevende is verlegen,

maar de achtste gedachte aan jou weet iets beters,

sluipt op haar tenen

de gangen door de trappen op naar de kantelen,

schrikt van de inktzwarte lucht om haar heen

en het heden,

.

overal.

.