Categorie archief: Vlaamse dichters

(Wan)hoop

Hervé Deleu

.

Van mijn vriend en dichter/schrijver Hervé Deleu mocht ik zijn nieuwste kleine bundeltje ontvangen met als titel (Wan)hoop. Een kleine serieuze bundel met 18 gedichten over de vluchtelingen problematiek of vluchtelingencrisis zoals achterop de bundel te lezen is.

Een lief, eenvoudig witte omslag met alleen de titel en de naam van de dichter, geen inleiding verder, sober maar daardoor juist heel krachtig. Alle gedichten en gedichtjes hebben als thema de vluchtelingen, hun achtergrond, hun gedwongen reis, hun hoop en wanhoop en de reactie van ons, de inwoners van landen die deze vluchtelingen ontvangen. Een enkel gedicht beslaat slechts 2 zinnen, een ander 4 en weer een ander 2 pagina’s. Wat ze gemeen hebben is de compassie van de dichter met het onderwerp.

Ik heb al eerder kleine bundeltjes mogen ontvangen van deze bijzondere dichter, deze is er een die je vaker moet lezen om de omvang van het thema goed door te laten dringen. Een aanrader. Uit de bundel het gedicht wat me meteen raakte ‘Verder, graag’.

.

Verder, graag

.

Hebben jullie dorst, mijn vrienden

hier is wat bronwater

dan kunnen jullie weer verder

het lest

maar smaakt naar ijzer.

.

IMG_2202

Jaarringen

Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had

.

Na een aantal mooie liefdesgedichten van Herman de Coninck de afgelopen zondagen, vandaag een wat ander, wat schurender gedicht van deze meesterlijke dichter. Het gedicht zonder titel uit ‘Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had’ uit 2009.

.

Hij ziet in de kleedkamerspiegel de jaarringen

rond zijn ogen, als kringen van stenen in een poel:

ze hebben gezien, gezien, gezien, maar blijven bezig

met niet meer glad te strijken gevoel.

.

Ze zien Bedrogen Echtgenoot. Theater.

Hij is de man in de verkeerde

reus, de waarheid in het cliché, hij zeult maar.

De rol is eeuwig. het wordt nooit meer later.

.

Alles trekt scheef als in een farce.

Armen waaien van hem los in gestes, taal

gaat wapperen, barse wanhoop wankelt door de holle

.

hallen van zijn stem, slingerende grootspraak slaat

een arm om hem heen: hij en hem, de laatste twee dapperen.

Zijn lul verschrompelt. Hij hoort zijn kloten knarsen.

.

ringen

Otiot

Lut de Block

.

Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.

In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.

Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.

.

Otiot

.

Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt

zich weg van het lichaam. De klinkers botsen

tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.

In den beginne was het woord. Een alefbeet

van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.

Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken

in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van

zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’

noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.

De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.

D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels

klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-

maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.

.

lut

Ginder

Onderweg

.

De bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991 van Herman de Coninck bestaat uit drie delen of hoofdstukken. ‘Het meervoud van geluk’, ‘Zonder’ en ‘Onderweg’. Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Ginder’ en volgt na twee gedichten Hier [1] en Hier [2]. Hoewel de titels van de drie gedichten enige samenhang suggereren heb ik die niet kunnen ontdekken. Wel tussen de gedichten Hier [1] en [2] maar niet met Ginder.

Omdat ik al gekozen had voor ‘Ginder’ houden jullie de andere twee gedichten tegoed. Of je leest ze zelf in ‘Enkelvoud’ natuurlijk.

.

Ginder

.

Ik zoek een dorp.

En daarin een huis. En daarin een

kamer, waarin een bed, waarin een vrouw.

En in die vrouw een schoot.

.

Buiten maakt de rivier zich breed

om ver te gaan, de zilvergeschubde,

vissenhebbende, botendragende,

zeezoekende, hierblijvende.

.

Zo zoekt een vergelijking

een gedicht voor de nacht,

een man een vrouw,

een leeslint een vouw.

Nacht klapt het boek dicht.

.

rivier 2

 

Zeegedichten

Karel van de Woestijne

.

Naar aanleiding van een vraag via Facebook van een collega, kwam ik terecht op de website http://www.waterwereld.nu/zeegedichten.php een website met louter gedichten over de zee van Nederlandse en Vlaamse dichters. Grappig genoeg maken ze een onderscheid tussen ‘beroemde’ gedichten en ‘andere, niet beroemde’ gedichten maar er valt een hoop te genieten. Wie precies de onderverdeling gemaakt heeft is me ook niet duidelijk en over de mate van ‘beroemdheid’ valt ook nog wel wat te zeggen maar als je je daar niet aan stoort (en waarom zou je) dan is dit een mooi overzicht van gedichten over de zee en het water.

Omdat ik erg van de zee hou, er vlak bij woon en er ook vaker over gedicht heb wil ik deze website graag onder jullie aandacht brengen. Van deze website een gedicht van Karel van de Woestijne.

.

‘k Verzoek de zee

‘k Verzoek de zee, ‘k verzoek geen aarde en hare vruchten
dan als het donker zwerk vol donderend geruchten.
‘k Verzoek geen ongeziene ruimte, noch den tijd
dan, verre en vroom, gelijk een vrage in eeuwigheid.

Maar ‘k weet: ik schater aan de zee; ik ben de zegen
der plassende akkers aan den daver van den regen.
‘k Ben naauwelijks de blik die wemelt en die gaat;
maar ziet: ik draag den droom van allen op ’t gelaat.

.

sea-8

Januari

Herman de Coninckzondag

.

Zoals vorige week al aangekondigd ga ik ook in 2016 voorlopig door met het plaatsten van een gedicht van Herman de Coninck op de zondag. Het is januari dus heel toepasselijk vandaag het gedicht ‘Januari’ uit de verzamelbundel ‘de gedichten’ en eerder verschenen in o.a. Puur natuur, Aalst 1974.

.

Januari

.

Januari, en we neuken ons warm,

zoals je je onder de armen slaat

van de kou. jaja, koud is het hier,

als in een kathedraal, het soort

diepvriesreligie dat 2000 jaar lang kristus

koel heeft bewaard. en de zon schijnt inderdaad

als het lichtje in een koelkast.

.

en de mist ’s avonds lijkt op het soort vaagheid

wat ontstaat in het hoofd van een seniele god

die niets meer, laats staan een landschap,

kan onthouden. kijk maar waar ie nou weer

leuven anno 1975 verloren heeft gelegd.

.

leuven 1975

Amerika was een radio

Eddy van Vliet

.

De Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1942 – 2002) verliet op 12 jarige leeftijd het gezin waarin hij opgroeide omdat het niet boterde tussen zijn vader en moeder. Hij keerde nooit meer terug naar zijn ouderlijk huis. In 2001 schreef hij een lang episch gedicht over zijn vader in de bundel (waarin dus 1 gedicht) getiteld ‘Vader’. Tijdens het schrijven van dit gedicht overleed zijn vader. Waarschijnlijk is hij dit nooit te boven gekomen, hij overleed zelf een jaar later.

Eddy van Vliet’s poëzie wordt wel gerangschikt onder de neoromantische poëzie. Eddy van Vliet won verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs.

Uit ‘Gigantische dagen’ uit 2002 het gedicht ‘Amerika was een radio’.

.

Amerika was een radio…

.

Amerika was een radio

waarop je orkesten kon zien spelen

.

Gezegd werd zelfs dat er huizen waren

hoger dan kerken

.

Van kerken gesproken

er zongen steeds lachende negers

.

O wat wilde ik graag in Amerika zijn

alle dagen ijs en

een cowboy als kameraad.

.

EvV

GD

De eerste op de laatste

Herman de Coninck gedicht

.

Op de laatste zondag van 2015 wil ik het eerste gedicht uit de eerste bundel van Herman met jullie delen. Herman heeft zoveel prachtige gedichten geschreven dat een keuze maken uit zijn gedichten elke zondag, aan de ene kant heel makkelijk is (er zijn er zoveel) en aan de andere kant elke keer weer zoeken is (wat wil deze zondag met jullie delen?). Toch blijkt me dat veel lezers heel blij worden van een de Coninck gedicht op zondag. Daarom zal ik voorlopig nog even doorgaan met de Herman de Coninckzondag.

Vandaag dus het eerste gedicht uit ‘De lenige liefde’ uit 1969 zonder titel of het moet 1. zijn.

.

1

.

Zo is hier elke dag: de bloemen

gaan de perken te buiten, bomen

waaien in het honderd, en van overal

stroomt klaarte toe

als volk voor een voetbalwedstrijd.

Reeds komt de zon het terrein op-

gelopen, stralend van zelfvertrouwen.

.

En even sterk zijn hier de dichters.

Hun stevige beelden bewerken de realiteit

als boeren het land,

een hele werkelijkheid kunnen zij

in hun armen dragen.

.

Ik hou van dit land.

Als ik ooit uitwijk neem ik het mee.

Ik zal zijn naam noemen

en het zal me volgen.

.

mechelen

November

Zondag

.

Hoewel het december is lijkt het soms wel alsof het nog november is. Regenachtig, niet al te koud en grijs. Niet echt een goede reden om een gedicht met de titel ‘November’  te plaatsen van Herman de Coninck op de zondag maar ach, eigenlijk is elke reden om iets van hem te plaatsen een goede, nietwaar.

Uit: ‘De gedichten’ zijn verzameld werk het gedicht ‘November’.

.

November

.

Er hangen nog twee blaren

aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn

rood geworden, alvorens dood.

Vergeten te kijken.

.

Vergeten gelukkig te zijn.

Nochtans had ik een tuin

waarin een stoel, en die stoel

had mij, en ik had een hand

.

en die hand had een glas

en mijn mond had meningen.

Alles had.

Alles had ons.

.

HdC

Kaart van Plint uit 1995,  uit de reeks ‘De 10 Mooiste Van Herman de Coninck’. De illustratie ‘Zweef’ is van Wim Biewenga.

Ik misse u

Guido Gezelle

.

Vandaag heb ik zin in een klassiek gedicht, daarom het gedicht ‘Ik misse u’ van Guido Gezelle (1830 – 1899)

.

Ik misse u

.

Aan eenen afwezenden vriend

.

Ik misse u waar ik henenvaar

of waar ik henenkeer:

den morgenstond, de dagen rond

en de avonden nog meer!

.

Wanneer alleen ik tranen ween

’t zij droevig het zij blij,

ik misse u, o ik misse u zoo,

ik misse u neffens mij!

.

Zoo mist, voorwaar, zijn wederpaar

geen veugelken in ’t net;

zoo mist geen kind, hoe teer bemind,

zijn’ moeder noch zij het!

.

Nu zingt men wel en ’t orgelspel

en misse ik niet, o neen,

maar uwen zang mist de orgelklank

en misse ik al met een.

.

Ik misse u als er leugen valsch

wil monkelen zoo gij loecht,

wanneer gij zacht mij verzen bracht

of verzen mededroegt.

.

Ik misse u nog… waar hoeft u toch,

wáár hoeft u niet gezeid…

Ach! ‘k heb zoo dikwijls heimelijk

God binnen u geleid!

.

Dáár misse ik u, dáár misse ik u

zoo dikwijls, en ik ween:

geen hope meer op wederkeer,

geen hope meer, o neen!

.

Geen hope, neen, geen hoop, geen kleen,

die ’t leven overschiet’;

maar in den schoot der goede dood

en misse ik u toch niet?

.

geze002_p01

Uit: Gedichten, 1985