Nog 1 week!
Ongehoord! Poëziewedstrijd 2015
.
Hoewel de inzendingen dagelijks binnen komen, nog even een reminder dat de inzendtermijn voor de Ongehoord! Poëziewedstrijd nog precies 1 week duurt. Tot en met zondag 31 mei is het mogelijk je inzending te sturen aan ongehoordgedichtenwedstrijd@gmail.com .
Het thema is ‘Daarheen gaan’ en voor de verdere voorwaarden verwijs ik je graag naar http://stichtingongehoord.com/2015/03/19/ongehoord-poeziewedstrijd-2015/
Behalve een mooie uitdaging om de dichter in jezelf te ontdekken of verder vorm te geven zijn er mooie prijzen te winnen. De eerste prijs is een prachtig beeldje van kunstenares Lillian Mensing in de vorm van een boek met een oor met uitroepteken, de publicatie van je gedicht op de website van Ongehoord! en dit blog en een voordracht op één van de poëziepodia van Ongehoord!.
De tweede en derde prijswinnaar krijgen ook de publicatie van hun gedicht en een voordracht op een Ongehoord! podium.
De prijsuitreiking zal plaats vinden op zondag 22 november 2015 in het Bibliotheektheater in Rotterdam. De toegang is gratis en iedereen is van harte welkom dus zet de datum alvast in je agenda, aanvang 14.00 uur.
Vorige winnaars van de Ongehoord! Poëziewedstrijd zijn Hervé Deleu (2012), Anneke Wasscher (2013) en Gerard Scharn (2014).
.
Eerste prijs: Beeldje van Lillian Mensing
Prijsuitreiking 2013
Aankondiging wedstrijd 2012
E-Otoliths
Toby Fitch
.
Op de blog met de intrigerende naam http://the-otolith.blogspot.com.au/ (een otolith is een structuur in het binnenoor van vissen dat uit calciumcarbonaatkristallen en een gelatineuze massa bestaat), vond ik een paar voorbeelden van gedichten in vreemde vormen. De dichter en kunstenaar Toby Fitch publiceerde in 2012 het boek ‘Rawshock’ waarin een aantal voorbeelden van gedichten in bijzondere vormen staan.
Toby Fitch (geboren in Londen) groeide op in Sydney. Zijn eerste collectie gedichten in deze vorm publiceerde hij in Rawshock bij Puncher & Wattmann. In 2010 publiceerde hij bij Vagabond Press al eens een Chapbook ‘Everyday Static’ getiteld. In 2014 verscheen ook bij Vagabond press zijn laatste boek met de titel ‘Jerilderies’ . Rawshock stond op de shortlist van de Peter Porter Poetry Prize in 2012 en won de Grace Leven Prize for Poetry. Zijn poëzie werd gepubliceerd in kranten, bloemlezingen en nationale en internationale magazines waaronder ‘Best Australian Poems’ 2011 en 2012, ‘Meanjin’, ‘The Australian’, ‘Cordite’, en ‘Drunken Boat’. Daarnaast is hij poëzieredacteur bij ‘Southerly journal’.
Uit ‘Rawshock’ een aantal voorbeelden van zijn visuele poëzie.
ON GWASS
after Angoisse
A DIVA’S FATE
after Fête d’Hiver
DEVOLUTIONS
after Dévotion
Nieuwe vorm van visuele poëzie
Ronald Wagenaar
.
Mijn collega, mediacoach Ronald Wagenaar, heeft het licht gezien. Nam hij al eerder het stiftgedicht op in zijn werk als mediacoach bij een school voor voortgezet onderwijs, nu heeft hij zelf een nieuwe vorm van visuele poëzie bedacht. Er is nog geen naam voor maar ik zit te denken aan ‘Boter, kaas en eieren’, ‘de negen’of ‘Plaatjespoëzie’.
Wat hij doet is op internet zoeken naar plaatjes van woorden (maar ook zonder woorden) en deze zet hij in een ‘Boter, kaas en eieren’ vorm in elkaar maar zo dat er een korte tekst of gedichtje zo je wilt, ontstaat.
Ik vind het een bijzonder creatieve manier van werken met mediawijsheid en daarbij de link naar poëzie. Hieronder de moeder aller ‘Boter, kaas en eieren’, ‘de negen’of ‘Plaatjespoëzie’.
.
A close season for cats
Margreet Jorna
.
In het kader van (bijna) vergeten dichters een dichter de eigenlijk vrijwel onbekend is gebleven. Vooral omdat het enige bundeltje dat er van haar te vinden is in Engeland is verschenen. Margreet Jorna, geboren in 1946, werkte in 1985 toen het bundeltje ‘a close season for cats’ verscheen voor de NOS. Ze woonde in Berkshire en was zomers meestal in Norfolk Broads te vinden. Ze studeerde Engels en rechten.
In 1985 verscheen bij Merlin books ltd. in Braunton en Devon het bundeltje ‘A close season for cats’ met daarin 33 Engelstalige gedichten. Het boekje is gek genoeg nog steeds te koop via Amazon.com maar is ‘currently unavailable’.
Uit dit kleine bundeltje het gedicht ‘A matter of fact’ (for Rob B.)
.
A matter of fact
(for Rob B.)
.
As she leans back in her easy chair
looking as sweet as an English long vowel
correctly pronounced
nobody could possibly dream
that not so very long ago
she was referred to as a calculating cat
and that she finds a change
rather refreshing.
.
Heb mij nodig
Herman de Coninck
.
Vandaag is zo’n dag dat ik een gedicht van Herman de Coninck met jullie wil delen. Poëzie en zeker poëzie van sommige dichters sluit soms heel goed aan bij mijn gemoedstoestand. Vandaag is mijn gemoedstoestand er een waarbij Herman de Coninck past. Ik heb gekozen voor het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen,
Levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet:
Het is familie. Van geluk weet ik dat niet.
Er is geluk waarmee je alleen
moet zijn. Het te grote,
Zo heb ik, toen jij geboren was, een dag
door bossen gelopen. En toen pas besloten
dat jij er misschien mee te maken had,
en je moeder, die ik kende van vroeger.
Er is keihard geluk, waarvoor je moet
achterlaten en hebben en twintig zijn
zoals in het Frans: twintig jaar hebben.
Heb mij niet nodig. Kun mij missen.
Pas later ben je ooit weer twaalf geweest.
Dan kun je ook rustig veertig worden.
Dan is geluk verdriet. Een naald die Schubert leest
Kun mij dan missen maar doe het niet.
.
Een dichter in oorlog
Frederick William Harvey
.
Frederick William Harvey werd geboren in 1888 en volgde onder druk van zijn familie een opleiding tot advocaat. Omdat zijn hart bij de poëzie lag en niet bij het leven van een jurist zakte hij voor zijn examen. Hierop werd hij naar een intensieve rechtenopleiding in Londen gestuurd waar hij uiteindelijk slaagde in 1912. Bij thuiskomst begon hij met flinke tegenzin in zijn eigen advocatenpraktijk.
Op 8 augustus 1914, vier dagen nadat Engeland Duitsland de oorlog had verklaard, schreef Harvey zich in bij het leger. Waarschijnlijk schreef Harvey zich vooral in om aan zijn beroep als advocaat te ontsnappen. “Daarnaast was het normaal om als goed opgeleide man zich in te schrijven” vertelt hij. “Dit werd gezien als een zeer patriottisch iets om te doen.” De meeste mannen twijfelden dan ook geen moment en schreven zich zo snel mogelijk in. “Iedereen dacht ook dat de oorlog zo voorbij zou zijn. Dit wereldconflict zou uiteindelijk vier jaar duren.” Harvey, die zo hoog opgeleid was en daarom meteen officier had kunnen worden, weigerde deze functie en hij was niet de enige. “Naarmate de oorlog voortduurt werden veel mannen gepromoot tot officier maar sommigen weigerden deze functie. Zij bleven liever soldaat in de ‘gewone’ troepen.”
Harvey was niet zomaar een soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Hij werd tijdens en na de oorlog geroemd om zijn poëzie. Daarnaast was Harvey’s streven naar gelijkheid tussen de soldaten zeer benoemenswaardig. Zo schreef hij zich in het leger in als een ‘gewone soldaat’, terwijl hij, vanwege zijn hoge afkomst, meteen officier had kunnen worden. Zijn werk had zowel tijdens en na de oorlog een grote impact op de samenleving.
Terwijl Harvey meevocht in de loopgraven tegen Duitsland, schreef de soldaat honderden gedichten. Zijn werk werd zelfs gepubliceerd, nog tijdens de oorlog. Harvey bracht twee collecties uit genaamd ‘A Gloucestershire Lad at Home and Abroad’ in september 1916 en ‘Poems from a German Prison Camp’ in september 1917. Vooral die laatste is heel erg bijzonder; het is de enige verzameling van gedichten van een soldaat die tijdens publicatie daadwerkelijk een krijgsgevangene was.
.
If we return
just England still to you and me?
The place where we must earn our bread?
We who have walked among the dead,
and watched the smile of agony,
and seen te price of Liberty.
Which we had taken carelessly
from other hands. Nay we shall dread,
if we return.
Dread lest we hold blood-guiltily
the things that men have died to free.
Oh, English fields shall blossom red,
for all the blood that has been shed,
by men whose quardians are we,
if we return.
Met jou, na een film
Oud gedicht
.
Ik heb in mijn kast een paar notitieboekjes waarin ik vroeger mijn gedichten schreef. Netjes in blokletters, zodat ik ze nu kan kan teruglezen ( mijn handschrift was destijds niet altijd even leesbaar).
Uit het laatste notitieboekje vandaag het een na laatste gedicht dat uit ca. 1988 / 1989 moet zijn met de titel ‘ Met jou, na een film’ . Heerlijk onduidelijk met zinnen waarvan ik me nu afvraag; Waarom? Maar ach, ook wel weer leuk om te delen.
.
Met jou, na een film
.
Natuurlijk
ik weet mij te redden
met pauzes
.
en een pauze
.
maar mijn verlangen
laat zich niet betalen,
niet onderbreken voor
koffie en ijs,
pinda’s en popcorn
toch is jouw intensiteit,
voor mij,
die van na de pauze
.
Haags fris
Anne Borsboom
.
Op 26 maart 2015 bestond Poëziecafé in bodega De Posthoorn in Den Haag 2 jaar. Ik mocht daar samen met o.a. Frans Reijman, Eelco van der Waals en Cor van Welbergen voordragen, zoals ik twee jaar daarvoor ook bij de allereerste editie mocht voordragen. Op deze avond kregen alle aanwezigen van Will van Sebille de bundel ‘Haags fris’ met als ondertitel ‘Huilend in Den Haag’. De bundel werd in 2010 uitgegeven door De Witte Uitgeverij en samengesteld door Diann van Faassen, Harry Zevenbergen en Will van Sebille.
Uit deze bundel heb ik het gedicht ‘Na vandaag: Den Haag’ van Anne Borsboom gekozen. Anne Borsboom is een collega auteur van mij die (net als ik) bij uitgeverij De Brouwerij poëzie heeft gepubliceerd (Brussels kant).
.
Na vandaag: Den Haag
.
De contactsleutel draait stroef
mijn roestige Italiaan zwelt
achterin de kinderen
‘vandaag verhuizen we’, zeg ik
‘wees flink,
nieuwe vrienden maak je zo
en herinneringen zijn voor later’
ze sputteren
de katten mauwen
de kanarie wil niet
ze verstaan geen Haags
.
ik zal het ze leren
.




























