Stadsdichters
Avond met stadsdichters Rotterdam en Antwerpen
.
Afgelopen vrijdag- en zaterdagavond organiseerden het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Antwerpen Boekenstad & Poetry International in samenwerking met de Arenbergschouwburg en Bibliotheek Rotterdam twee avonden met stadsdichters van Rotterdam en Antwerpen. Ik ging naar de avond in het Bibliotheektheater in Rotterdam.
Presentator en interviewer Ernest van der Kwast ging in gesprek met de huidige stadsdichters Stijn Vranken (A) en Daniël Dee (R) en voormalig stadsdichters Jana Beranová (R) en Joke van Leeuwen (A).
De gesprekken gingen over wat een stadsdichter doet, welke vrijheden hij of zij zich kan permitteren, welke projecten men had gedaan en aan welke men werkte, over de lengte van het stadsdichtersschap en over de relatie met het gemeentebestuur, de stad en de inwoners van de stad. Behalve veel interessante informatie en een kijkje in het leven van de stadsdichters droegen zij ook allemaal een aantal gedichten voor.
Van Stijn Vranken was net daags ervoor een nieuwe bundel gepubliceerd. Helaas was die daar nog niet te krijgen. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van zijn (stads)gedicht ‘Spat onder stroom’.
Hieronder de gefilmde versie van (delen van) dit gedicht voorgedragen en besproken door Stijn zelf en de volledige tekst van het gedicht..
Spat onder stroom
(een bovenaanzicht)
Zie uzelf daar eens liggen, daar beneden, zo licht, gij stuk
stad, al dat stralen staat u precies goed, al dat schijnen
zit u blijkbaar diep in het bloed, gij brandt als vaneigens
bijna door de kaart, zo vurig als gij uzelf bemint en dit
brave land bevlekt, zo hard, zo hels, mijn god, gij non
stop big bang (in miniatuur, jaja, maar toch) – ach, waar
moet dat stranden, met uw steeds oeverlozer gescheld,
uw gebreek en gebouw, uw gegraaf en gedemp, uw
geschipper en gevaar, uw keer om keer altijd maar
weer wat aan de hand – niet te geloven hoe luid gij lijdt
aan uw zelfverklaarde rand – kom op schat, schitter nog
maar wat feller, ja gij, vermakelijke vlek, flikker voort
met uw geschilder en geschets, uw geschrijf en gezwets,
uw gekunst en gekitsch, uw gefuif en gefoor (ga door!)
met uw gesmoor en gesnuif, uw gesnor en gekuif, uw
getjing en getjoek, uw gezeik en gezoek, uw gedoe en
gedroom – allez, komaan, vooruit, licht uzelf nog eens
wat hogerop (armen genoeg) – zie, voila: zo valt daar
dan toch (uit uw eigen warme handen, jaja, maar toch)
een verdomd verdiend applaus (geklap, geklap!) voor u
en uzelf en vooral voorgoed, want zo zijt gij (dat ziet ge
nu eens van hier), gij schitterende plek
welgemorste mensheid, onbeschaamd schuim
op dit schiftend land, gij onuitwisbare
spat onder stroom.
.
© stadsgedicht Antwerpen 2014. Met dank aan de de organisatie van deze avond.
Oud gedicht
Uit begin jaren tachtig
.
Het lijden van de jongen W.
.
Alweer zit ik,
met in mijn hoofd jouw belofte,
aphatisch te staren
naar een nauwelijks
interessante plint
.
Je foto buiten mijn gezichtsbereik.
Teveel van jou in momenten
van twijfel, hardnekkig ontwijkend
.
Dus sta ik op, loop van je weg
en schenk mezelf een borrel in.
Toch weer iets dat ook jij zou doen.
Mine Stemkens
Poëzie op banieren
.
Al eerder (19 december 2013) schreef ik over Mine Stemkens. Zij is een kunstenares die veel met gedichten en poëzie werkt. Of zoals ze over zichzelf schrijft op http://www.straid.nl/: Woorden en (beeld)taal zijn de rode draad door het werk van Mine. Deze Maastrichtse maakt gedichten en afbeeldingen die prachtig tot hun recht komen op de authentieke (papier)producten van Straid.
Ging het in 2013 over poëzie op papieren zakken, deze keer over poëzie op linnen banieren. In 2012 was de Royal Mosa porseleinfabriek de centrale plek van de KunstTour.
Naast heel veel kunst waren de linnen banieren van Mine Stemkens te bewonderen.
.
Met dank aan http://berthi.textile-collection.nl/
Gedichten op vreemde plekken
Op een WC rol
.
Op de website van Kinderboekenwinkel De Boekenberg kwam ik een bijzondere plek voor poëzie tegen. Wetenschapper Samir Hanssen studeerde Nanoscale Science and Engineering aan de State University in New York en schrijft kinderpoëzie (bijzondere combinatie). Naar aanleiding van de Nationale Gedichtendag in 2013 schreef hij op een rol toiletpapier een reeks kinderversjes. Op de middag in de Boekenberg droeg hij de gedichtjes voor en maakte gedichten op verzoek.
.
Ellen Deckwitz
Liedje
.
Ellen Deckwitz studeerde Nederlands in Groningen en voltooide nadien een research master in de literatuur- en cultuurwetenschap.
Sinds 2000 is Deckwitz actief als dichteres. Ze droeg haar poëzie voor in binnen- en buitenland, onder andere op Lowlands, de Nacht van de Poëzie en Poetry International. Daarnaast verscheen haar werk in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen en is een gedeelte vertaald en gepubliceerd in het Duits, Zweeds, Engels en Frans. Ellen Deckwitz was een van de juryleden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011-2012.
In 2009 kreeg Deckwitz de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie. Eind 2009 won zij het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (ze heeft het record van de meest gewonnen poetry slams in 1 jaar) en voor haar bundel “De steen vreest mij” ontving ze de 25ste C. Buddingh-prijs 2012 voor het beste poëziedebuut van het jaar.
Tegenwoordig woont en werkt Deckwitz in Utrecht waar ze onder andere een van de vijf leden van het Utrechts Dichtersgilde is, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze.
In Liter nr. 66 uit 2012 verscheen onder meer het gedicht ‘Liedje’.
.
Liedje
.
Laat me je oproepen in de geest
van degene die dit jaren later leest.
Ook al stellen ze zich je blond voor,
.
je ogen grijs en je mond grover
dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden
voor wanneer niemand je meer wil,
voor als niemand nog de pen uit
.
mijn handen rukt, verwacht ik je
tong en hef je mijn gezicht alsof
het een kelk is
.
Foto: Nadine Ancher
Mignon I
Johan Wolfgang von Goethe
.
Na een week van Ierse dichters dit keer een Duits dichter. En niet de minste. Johan Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) is misschien wel de bekendste en beroemdste Duitse dichter. Behalve dichter was hij staatsman, wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof en natuuronderzoeker, een echte Homo Universalis. Nog steeds is Goethe vooral bekend van ‘Faust’ en ‘Die Leiden des jungen Werthers’. Een in het Duits vertaalde verzameling (Farsi) Perzische gedichten van de soefi-dichter Hafez inspireerde Goethe tot het schrijven van zijn West-östlicher Diwan, waarvan ‘Erschaffen und Beleben’ van 21 juni 1814 het eerste gedicht was.
Hieronder het gedicht Mignon I in het Duits en in vertaling van Matthias Rozemond.
.
Mignon I
Kennst du das Land, wo die Zitronen Blühn,
Im dunklen Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin,
Möcht ich mit dir, o mein Geliebter, ziehn!
Kennst du das Haus? Auf Säulen ruht sein Dach,
Es glänzt der Saal, es schimmert das Gemach,
Und Marmorbilder stehn und sehn mich an:
Was hat man dir, du armes Kind, getan?
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin
Möcht ich mit dir, o mein Beschützer, ziehn!
Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?
Das Maultier sucht im Nebel seinen weg,
In Höhlen wohnt der Drachen alte Brut,
Es stürzt der Fels und über ihn die Flut,
Kennst du ihn wohl?
Dahin! Dahin
Geht unser Weg! o Vater, laß uns ziehn!
.
Mignon I
Ken je het land waar de citroenen bloeien,
In donker loof oranjeappels gloeien
Een zwoele wind langs blauwe hemel strijkt,’
Hoog de laurier en stil de mirre prijkt?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, mijn lief, met jou alleen!
Ken je het huis? Op zuilen rust het dak,
De zaal is glanzend, licht het oppervlak.
Marmeren beelden staan en zien mij aan:
Wat hebben ze, arm kind, jou aangedaan?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, beschermd door jou alleen!
Ken je het bergpad steil de wolken door?
Het muildier klampt zich aan het mistig spoor.
In grotten huist het oude draakgebroed.
De rots bezwijkt, verzwolgen door de vloed.
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
Op weg, o vader, laat ons gaan meteen!
.
Fragment uit: Uhrmeister (Künstlerroman)
.
Met dank aan: http://hetmooistegedicht.blogspot.nl/
WAK festival Den Haag
Week van de Amateurkunst
.
Van 17 tot en met 25 mei is de week van de amateurkunst. In dit kader organiseren Margreet Schuemie (van de CultuurSchakel Den Haag) en Geraldina Metselaar (eigenaar van communicatiebureau GMtekst) op 17 mei een festival in het hofje van Wouw in Den Haag. Dit festival is gratis te bezoeken en begint om 14.00 uur (tot 16.00 uur).
Ik zal op dit festival mijn gedichten ten gehore brengen. Maar ik ben natuurlijk niet de enige. Wie treden er allemaal op?
Dichters: Simon Mulder, Antoinette Sisto, Paulina Vanderbilt, Luuk Imhann en Martijn Breeman.
Muziek is er van: Schola Cantorum Gregoriana, operettegezelschap ODES, gemengd koor Pepperoni, Popkoor Prins 27, Beheurlijk bekeurlijk en het Haags Kleinkoor.
Poëzie en muziek in de prachtige Hof van Wouw aan de Brouwersgracht 30 in Den Haag (vlak achter het Paard van Troje), wie wil er niet heen?
.
Leanne O’Sullivan
Vrouw, jong en Iers
.
Een Ierse dichtersweek is niet compleet zonder jong Iers talent. En ook een vrouwelijk dichter ontbrak nog. Leanne O’ Sullivan vult dit gat. Leanne (1983) studeerde Engelse literatuur aan het University College in Cork. Op 21 jarige leeftijd verscheen van haar hand ‘Waiting for my clothes’ bij The British House Bloodaxe. Ze heeft inmiddels verschillende belangrijke poëzieprijzen gewonnen waaronder de eerste prijs in The seacat poetry competition, de RTE Rattlebag poetryslam, de Rooney prize for Irish literature, de Davoren Hannah award for young emerging Irish poet en the Lawrence O’Shaughnessy Award for Irish Poetry . Wat haar werk kenmerkt is niet zozeer het feit dat ze nog jong is maar het feit dat ze durft te schrijven over hoe dat nou precies is, jong zijn. Haar poëzie heeft haar al op festivals en lezingen gebracht in Frankrijk, China en India.
.
when you snap me up on your lizard tongue
and wrap yourself around me as if I was a spool.
Vague as metaphors you tease, trawling
your shadows as feathering clouds do,
shedding infant vowels in your vaporous image.
You will never be perfected, and while
you are half- born I will never sleep.In pickling ink I preserve all your fruits;
Perhaps you are a prophecy,
a mouthing of the boundless, or some
God or other Minerva festering
like secrets in empty lines.
Years gone now, labouring to drain
the reddest blood from your throat,
and I am none the wiser.
Christy Brown
My left foot
.
Christy Brown (1932 – 1981) was een Iers schrijver, schilder en dichter die aan een serieuze hersenverlamming leed. Hij wist zijn handicap echter te overwinnen door te leren hoe hij met zijn linkervoet kon tekenen en schrijven. Hij is vooral bekend geworden voor zijn autobiografie My left foot, die in 1989 ook verfilmd (Met Daniel Day-Lewis in de hoofdrol) en bekroond werd met een Oscar.
Christy Brown werd in Crumlin, Dublin geboren als één van 22 kinderen (waarvan er 13 wisten te overleven). Hoewel hij gehandicapt was en jarenlang nauwelijks kon bewegen of spreken bleef zijn moeder met hem praten, werken en hem onderwijzen. Toen hij vijf jaar oud was kon hij alleen zijn linkerenkel bewegen. Op een dag pakte hij met zijn linkervoet een krijtje en begon daarmee te tekenen. Zijn moeder leerde hem het alfabet en dat was het begin van zijn schrijverschap.
Toen Browns moeder tijdens de bevalling van haar 21ste kind in het ziekenhuis lag ontmoette ze Katriona McGuire, die in de verpauperde binnenstad van Dublin werkte bij dokter Robert Collis. Ze vertelde Dr. Collis over het unieke verhaal van Christy en zijn moeder. Collis bezocht Brown en onderzocht hem. Hij stelde vast dat Collis hersenverlamming had en besloot dat hij het eerste behandelingscentrum in Ierland zou oprichten voor hersenverlamde mensen, en dat Brown zijn eerste patiënt zou worden. Dankzij hun voorliefde voor literatuur werden Brown en Collis levenslange vrienden. Collis kende ook veel Ierse dokters en auteurs, waaronder Cecil Day-Lewis, de vader van acteur Daniel Day-Lewis, die later Christy zou vertolken in de film “My Left Foot” (1989). Christy stelde Brown voor aan deze auteurs en hielp hem ook zijn debuutroman te schrijven: “My Left Foot” (1954).
Behalve deze roman schreef Christy Brown een paar dichtbundels. Uit de bundel ‘Of snails and skylarks’ het gedicht ‘Girl in the wind’.
.
“Girl in the wind
blowing wide open
the closed doors of my life –
which way are we going?
Standing against the lurid sky
on the stark brink of ocean
arms outstretched
as if your love and hunger
would embrace the world
and I in my inner room
playing my poetic premutations
can only look and ask the unanswerable.
Brave and cunning I speak to my typewriter
knowing it will not answer back
knowing it will not reply
what I ask and do not want to hear
as you with the vast sunset merge
a multitude of dreams away
uniquely alone and outside of me
in the purity and rarity of this moment
immeasurably beyond my love and my rage
and with the dying call of gulls
the echo resounds:
Girl in the wind
throwing aside
the tight shutters of my life –
which way are we going?”
.




















