Site-archief
En nog een Rus / Tsjoevasj
Gennadi Ajgi
.
Gennadi Ajgi wordt geboren als Gennadij Nikolajevitsj Lisin. Hij leefde van 1934 tot 2006 en was een Russisch tweetalig dichter. Ajgi schreef behalve in het Russisch ook in het Tsjoevasj. Tsjoevasjië is een autonome republiek van de Russische federatie waar vooral Bulgaarse Turken wonen.
Sinds 1960 bedient Ajgi zich op aanraden van Pasternak van het Russisch. Hij vertaalde Franse en Russische Lyriek in het Tsjoevasjisch. Sterk verbonden met de Avant-Garde kan hij gezien worden als de literaire tegenhanger van de abstracte schilder Malevitsj.
Ajgi gold lange tijd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur maar heeft deze nooit gekregen. Tijdens de periode van de Sovjet Unie mocht zijn werk van 1964 tot 1989 niet worden gepubliceerd. Dit verhinderde echter niet dat zijn werk toch in 24 andere landen werd uitgebracht en zelfs in 44 andere talen werd vertaald. De Nederlandse vertaling van enkele van zijn gedichten is verzorgd door Peter Zeeman en Willem Weststeijn.
Voor zijn werk ontving hij diverse prijzen , zoals in 1972 de Prix de l’Académie Francaise, in 1993 de Petrarca Prijs en in 2000 de Pasternak Prijs.
.
De weg
.
Wanneer geen mens ons liefheeft
beginnen we
onze moeders lief te hebben
.
Wanneer geen mens ons schrijft
oude vrienden
En woorden zeggen we alleen nog maar
omdat zwijgen ons bang maakt
en bewegingen gevaarlijk zijn
.
Maar op het eind- bij toeval beland in verwilderde parken
wenen we om trieste trompetten
van trieste orkesten
.
Samizdat dichter
Olga Sedakova
.
Vandaag een gedicht van een zeer geleerde Russische vrouwelijke dichter. Olga Sedakova (1949) is dichter, vertaler, filoloog en Russisch etnografe, ze is doctor honoris causa in de theologie aan de universiteit van Minsk en ze bekleedt de leerstoel van Theorie en Geschiedenis van de Wereld Cultuur in de Faculteit der wijsbegeerte aan de universiteit van Moskou.
Olga Sedakova begon met het doorgeven van haar poëzie als samizdat. De samizdat was een clandestiene circulatiesysteem van geschreven of getypte teksten, geschreven door dissidenten in de Sovjet Unie en in de landen van het voormalig Oostblok.
In 1986 verschenen haar eerste gedichten in Parijs en sinds 1989 publiceert ze in Rusland. Naast eigen werk schrijft ze over Russische schrijvers en dichters en publiceert ze vertalingen van onder andere Emily Dickinson, Rilke, Heidegger, Claudel, Paul Celan, Ezra Pound en vele anderen.
.
Code
.
Dichter is hij die wil, wat allen
wensen willen. Als een eekhoorn in een molentje
draait hij zijn verbeelde noodlot rond.
Maar zijn stijl, hoog als een dorpel,
voert van een verlicht bordes
in een eindeloos gebied voorbij de polen,
waar hij blijft sjirpen vanaf een speerpunt
als een krekel in het gras van het niet-zijnde.
.
En als we daar een steelse blik op werpen-
is de klank zelf toevallig, als een traan.
.
Met dank aan: ‘Spiegel van de Russische poëzie’, 2000
Vrouwen
Gerry van der Linden
.
Onder het motto: Meer vrouwen en poëzie op dit blog (zelf bedacht motto) ga ik de komende tijd een aantal gedichten van vrouwelijke dichters plaatsen gebruik makend van de onvolprezen bundel ‘Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis’.
Vandaag een gedicht van Gerry van der Linden (1952) is docente Poëzie- en schrijftraining aan ’t Colofon in Amsterdam. Ze publiceerde een aantal dichtbundels waaronder ‘Zandloper’ uit 1997 waar het onderstaande gedicht in is gepubliceerd.
.
Enkele liefdesgedichten
VI
.
Ik zie een man die weggaat.
Een vrouw
laat hem passeren.
.
Daar gaat een schouder
en een heup
die ze heeft vastgehouden.
Ze zijn nu bij de deur.
.
Het is een messcherpe vrouw.
De plooien
heeft ze al weggestreken.
.
Er valt een droge regen
tussen zijn hemd
en haar rok.
Wat zullen ze groeien!
.
De zomer kan me gestolen worden
Jan Wolkers
.
Jan Wolkers (1925-2007) schreef in zijn bundel ‘Jaargetijden’ uit 2000 het gedicht ‘De zomer kan me gestolen worden II’. Een mooie gelegenheid om dit gedicht te plaatsen gezien de zomerse temperaturen van de afgelopen weken.
.
De zomer kan me gestolen worden II
De zomer kan me gestolen worden.
De ramen open op het gekkenhuis
Der wereld. Het knarsend etsgeluid
Van het geschreven woord. Een nagel krast
Het marmer tot wit stof. Het gouden kalf
Verdrinkt in schuimend biest van de profeet.
‘Gij zult geen andere goden!’ Kalm nou maar
De sleet zit in de baard van kemelhaar.
Een korte broek geeft brandnetels een kans.
Een zinken teil vol ranja lest de dorst
Beter dan alle kruiswoorden op spons.
Er loopt een lichtval van woestijnzand
Vanaf het doopvont van gebeitste vroomheid
Naar de verveling van het schaduwdal.
.
Films gebaseerd op poëzie
Deel 2: O Brother Where Art Thou?
.
O Brother, Where Art Thou? is een Amerikaanse film uit 2000 van de broers Coen broers Joel en Ethan.
De door Homerus vastgelegde omzwervingen van Odysseus in de Odyssee worden nog eens overgedaan in Mississippi, VS anno 1937. Drie ontsnapte gevangenen gaan op zoek naar een vermeende schat en vinden alle obstakels en verleidingen op hun weg die ook in de Odyssee een rol spelen. En hoewel er volop geciteerd wordt uit deze klassieker had noch Ethan noch Joel Coen ooit de Odysseus gelezen. Sterker nog, de enige die dit wel gedaan had op de set van de film was acteur Tim Blake Nelson die naast George Clooney en John Turturro de rol van Delmar speelt. Tim Blake Nelson heeft een graad in klassieke literatuur van de Brown University.
.
De beginregels van de Odyssee:
Bezing mij, o Muze, de vindingrijke man, die zeer veel rondzwierf,
nadat hij de heilige stede van Troje verwoest had.
.
The Siren song uit O Brother Where Art Thou?
Lend me some sugar, I am your neighbour*
Wees eens aardig voor je buren
.
Onder dat motto vandaag een gedicht van Joke van Leeuwen uit de bundel ‘Wuif de mussen uit’ uit 2000.
* uit: Hey Ya van Outkast
Bezichtiging
Komt u maar binnen. Hier
is dus de hal. Hier hangen
alle jassen. Voor het
winter is, voor als ze passen.
.
Hier is de kamer met de bank,
waarop ik laat en moe
Afghanistan nog zie op de tv
of iemand die een eind weg
.
praat met aandachtsgeil op camera
gericht gezicht. De deuren. Mooi
bedacht toch deuren, zo eenvoudig
gaan die open en weer dicht en open en weer dicht en o en weer en hoeps en b
.
Nou goed. Hier slaap ik als ik slaap,
het bed zo net of niemand hier, of niets
en hier een bad, een geiser, een wc.
De buren hoor je af en toe een beetje.
.
Mijn roerend goed gaat mee, verweesde
woorden veeg ik weg. Sleept u maar aan
wat u al heeft en meet het mogelijke op
tussen de muren.
.
Taalsmid
Gerrit Komrij
.
Omdat ik vandaag eens zin heb in een gedicht van Gerrit Komrij.
.
De Taalsmid
.
De klinker en de medeklinker zijn
De weke onderbuik en het korset.
Dichter is hij die, schijnbaar zonder pijn,
Het vormeloze in de steigers zet.
Zijn woorden, corpulent of slank van lijn,
Verenigen zich vloeiend tot couplet.
De moeiteloosheid, niet het rookgordijn,
Is zijn geheim. Met taal gaat hij naar bed.
.
De taal, van A tot Z, is zijn fles wijn.
Halfdronken wordt er, zomaar voor de pret,
Een kind verwekt, een epos of kwatrijn,
.
Of iets daartussenin, zeg een sonnet,
Terwijl de lezer onbekend blijft met
Zijn worsteling met spekvet en balein.
.
Uit: Alle gedichten tot gisteren
Met dank aan Gedichten.nl
Hoeveel manieren van dichten
Ingmar Heytze
.
Sinds ik het boek ‘Hier heeft de oudste steen gelijk’ van Ingmar Heytze las ben ik meer van hem gaan lezen. Zijn poëzie mag ik graag lezen, hij heeft een soort frisheid in zijn gedichten, een verwondering om het gewone en alledaagse waar ik van hou. Over het schrijven van poëzie heeft hij een mooi gedicht geschreven.
.
Hang- en sluitwerk
.
Hoeveel manieren van dichten
kent de wereld, of hoe weinig maar:
superieur ingenieurswerk met woorden,
de kosmisch bewogen gevoelige snaar,
de inktvraat van het onttoverd citaat
of schaarse woorden in een wit ravijn.
.
Men kan ook, met minder omhaal,
van de taal een werkplaats maken,
verzen hup in haken hangen,
kloppen aan ritme en vijlen aan klank,
iets fluiten tegen verzwegen pijn,
zo nu en dan gelukkig zijn
.
Uit: Aan de bruid (Uitgeverij Podium, 2000)
De 100 beste gedichten
van 2000
.
Eergisteren was ik in een kringloopwinkel van Mamamini in Oost Groningen. Vaak vind je daar leuke (oude) dichtbundeltjes die al lang nergens meer te koop zijn. Vaak nog wel in bibliotheken maar als je ze graag zelf wil hebben zijn kringloopwinkels een bron van plezier en ontdekkingen.
Hier vond ik de bundel De 100 beste gedichten van 2000 gekozen door Theo de Boer.
Uit deze bundel een mooi gedicht van Toon Tellegen.
.
Een meisje
.
Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.
.
Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,
.
ze danst door deuren en door ramen
en door lange, lankmoedige dagen –
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer –
.
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt
denkt ze: ik?
ik val niet, ik dans.
.












