Site-archief

Willem van Toorn

Zonder titel

.

Vandaag gewoon een gedicht van dichter Willem van Toorn. Uit de bundel ‘De hofreis’ uit 2009 een gedicht zonder titel.

.

Als het zo nauw niet luistert

met die klanken als we dachten

mogen dan ook deze erin

of klinken die te erg naar mens:

de hopeloze schreeuw van de zwerver

in de doodlopende steeg,

het ratelen van de tank

die boven de keien van het plein

dat de naam van een heilige draagt

zijn kanonsloop traag naar jou toe draait

terwijl je geen kant meer op kunt?

.

tiananmenps5n-3-web

Smaak

Anton Korteweg

.

Anton Korteweg (1944) is dichter en neerlandicus en was directeur van het Letterkundig museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Toen in 2009 het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart werd opgezet in de bibliotheek van Maassluis was hij één van de leden van het comité van aanbeveling.

Sinds zijn debuut in Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. In zijn enigszins afstandelijke stijl bedient hij zich van woordspelingen  en archaïsmen en maakt hij gebruik van alledaagse woorden voor verheven onderwerpen. In 1986 ontving hij de A. Roland Holst-Penning.

.

Uit de bundel ‘Voortgangsverslag’ uit 2005 het gedicht ‘Smaak’.

.

Smaak

.

De liefste muziek blijft toch die

waarbij je afwassen kan,

ouderwets, zonder machine,

met teiltje en afwaskwast.

.

Lepels tegen een kopje,

geplop, gerinkel van glaswerk,

een botsend bord, vallende vorken

doen er geen afbreuk aan.

.

Ik kom dan al snel terecht

bij Carmen, Bolero, Liszt,

Traviata, Eroica,

maar Mahler gaat me te ver.

.

Dik bovenop, vettig, tering,

let niet op een haaltje extra,

luid, schmierend, duidelijk.

.

Lekkere, hoerige ordi’s

niet om aan te horen zo plat,

die doen het bij mij altijd wel.

.

AK

AK2

Toon Tellegen

Stof dat als een meisje

.

Toon Tellegen ken en waardeer ik al heel lang. Om zijn verhalen, zijn creativiteit en zijn bijzondere fantasie. In 2009 verscheen van hem de bundel ‘Stof dat als een meisje’. Door de titel word ik al meteen gegrepen. Het is zo’n titel die je twee, drie keer moet lezen om te begrijpen waar de dichter zit met zijn gedachten en dat zijn vaak de beste.

Chrétien Breukers schrijft over Toon Tellegen en deze bundel: “Tellegens bundel is monumentaal, verpletterend, onontkoombaar en noodzakelijk” en “Bij Tellegen speelt het zich niet af in de oorlog, of ligt ‘het gevaar op de loer, maar staat alles in de schaduw van de dood”  Daarnaast bouwt Tellegen aan een universum waarin “alles alsmaar hetzelfde is” maar doet hij dit vaak met humor.

Uit de bundel ‘Stof dat als een meisje” het gedicht zonder titel dat begint met ‘het regende’

.

Het regende

en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid

.

en een engel verscheen,

zag om zich heen

en sloeg iemand neer,

en nog iemand

en nog iemand

.

en achteraan, in het donker, achter iedereen,

in elkaar gedoken, met zijn rug tegen een muur,

zat een man, keek naar de grond

en dacht na,

dacht dagen maanden jaren na

en dacht tenslotte, op een ochtend,

in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen

krijsend in de bleke lucht:

ik, ik zal…

.

en de engel baande zich een weg naar hem

.

angel_statue_by_vini07-d5kziwe

stof

Tellegen

Zondag live

Jet Crielaard

.

Aanstaande zondag organiseert Ongehoord! in de bibliotheek een poëziepodium waar onder andere Jet Crielaard zal voordragen. Jet Crielaard (1975) is een kunstenaar in beeld en woord. Tot 2010 trad ze veel op bij poetryslams en op literaire podia en in 2009 debuteerde ze met de gedichtenbundel ‘Vogelvluchtsprookjes’ in de ‘Haags fris’ reeks. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en verscheen  in tijdschriften zoals ‘De Revisor’. Haar poëzie is te kenmerken als talig, absurdistisch en concreet, en refereert vaak aan de kindertijd.

Naast haar poëzie maakt Jet vooral schilderijen, sculpturen, illustraties, en verhalen voor volwassenen en kinderen. Daarnaast werkt ze ook als docente.Van haar hand het gedicht ‘Condenstrek’

.

Condenstrek

aan je hoofd een
hele serie treinen die
je nog dient te nemen

met ambities in ze die op ramen
verticale plattegronden maken
routes stippelen naar later

tot condens wegtrekt
zoals kruimels opgegeten
worden door vogels

die als enigen vet op de plaats
van bestemming aankomen

‘t is achteraf door droog glas pas helemaal zichtbaar
dat de wereld een vogelvluchtsprookje was wat al
plannend met mijlen tegelijk aan je is voorbijgegaan

je neemt je voor
in je volgende leven
speel je ook doodgewoon
een vogeltje lik
je desnoods met een
niets ontziende rotgang
alle ramen tot en met die
van de locomotief schoon

.

In de Tweede binnenhaven van Scheveningen, bij mij bijna om de hoek, is in het kader van de Haagse Poëzieroute, een poëzietegel van een van haar gedichten geplaatst.

.

jet-crielaard (1)

jet-crielaard

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

The cabinet of lost and found

Wunderkammer

.

In 2009 werd door de Red Room Company voor het Sydney Writer’s Festival een project uitgevoerd onder de titel ‘The cabinet of lost and found’. Het bestond uit een curiositeitenkabinet met daarin een installatie van gedichten en objecten waar het publiek dan in kon snuffelen. In de Renaissance waren deze zogenaamde Wunderkammer al heel hip.  Destijds verzamelden mensen in hun woning op een speciale plek bijzondere en zeldzame voorwerpen om te laten zien aan bezoekers.

Binnen dit project werd studenten van de Ogilvie Highschool, hierin ondersteunt door dichter Esther Ottoway, gevraagd om een talismanachtig object uit te zoeken dat als stimulans kon zorgen voor de keuze van gedichten en objecten. Op deze manier kon elk van hen een bijzondere en persoonlijke Wunderkammer samenstellen of men kon dit in groepjes doen. Van dit project is een boek samengesteld door blurb.com

Hieronder een gedicht uit een van de Wunderkammers van  Kara Kollo-Hay.

.

My great grandmother’s ring 

.

When my mind was still unmarked,

When I stood on tip toes to reach the kitchen door,

I found the little band in a bowl of ornaments.

It caught my eye and fit my finger.

 

I wore it ‘til it meant more than it cost,

Now my mind is jam-packed

My own mother looks up at me,

The rings I wear all hold meaning,

But the little gold band I found at eight still clutches my finger,

Growing thinner and thinner by day,

Its battered surface and uneven bend carries history and time.

Four generations in a continuous circle.

As the ring turns,

It reflects us all.

.

clf1

clf2

 

cabinet_of_lost__found_20_small.jpg.500x500_q85

 

Meer info over de Red Room Company op hun website: http://redroomcompany.org/about/

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand

Te leen

Muziek in poëzie

.

Ik zal de komende tijd wat vaker gedichten met jullie delen die over muziek gaan. Ik schreef al vaker over tekstdichters, liedjesmakers en muzikanten die poëtische teksten schrijven maar nu dus liedjes en muziek in de tekst zelf. Door de tijden heen hebben dichters muziek en het lied als onderwerp gekozen voor hun poëzie. Van Guido Gezelle tot Stefan Nieuwenhuis. In deze nieuwe categorie gedichten uit alle tijden van verschillende dichters, te beginnen met de dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert (Brugge, 1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

Uit: ‘Als een geheim zat in ons huis een ander huis verborgen’, De Maan, Mechelen 2011 het gedicht ‘Van mij’.

.

Van mij

.

Je zong een liedje

en je zei: dit liedje

is alleen van mij.

Ik vroeg: moet je

niet zeggen: was?

Je keek verveeld.

Je zei: Waarom?

Ik zei: dat je dat zegt.

Wat je net zong heb je

gedeeld, want noten

zijn van iedereen.

Je krijgt ze maar

een liedje lang.

Zolang het duurt,

zei ik. Te leen.

.

bart moeyaert

Gevouwen gedichten

Bijzondere ready mades

.

Ik heb al verschillende malen geschreven over ready mades of recycle poetry. Vandaag een vorm die ook voor mij nieuw is, de gevouwen gedichten of folded poetry. In 2011 publiceerde Erica Baum de collectie ‘Dog Ear’. Erica Baum (1961) woont en werkt in New York.

Dog Ear (of Ezelsoor) bestaat uit een serie gescande en gevouwen vierkante pagina’s met tekst uit verschillende bronnen. Deze zijn vervolgens gebonden als boek. De teksten die Baum selecteerde worden zo van anonieme delen van vergeelde bladzijden met proza teksten veranderd in een nieuwe vorm van ready made poëzie. Ze nodigt de lezer uit om op deze manier deze anonieme teksten opnieuw nauwkeurig en zorgvuldig te ervaren.

Op deze manier gebruikt Baum de selectie van teksten (zonder zelf een woord te schrijven) om lezers deze ‘nieuwe teksten’ (of ready mades opnieuw als een poëtische tekst of gedicht te beschouwen en tot zich te nemen.

.

dogear_cover_black

Dog Ear

 

 

Dog ear

Fallout, 2010

 

dog ear 2

Differently, 2009

 

Dog-Ear-Collage

Dog Ear collage

.

Meer lezen of zien? kijk op http://jacket2.org/galleries/photographs-dog-ear

Gedicht versus songtekst

Poëzie in muziek

.

Op deze blog staan in de categorie Poëzie in songteksten, voorbeelden van liedteksten die een poëtische lading hebben of die ook als poëzie gelezen zouden kunnen worden. Toch zou je kunnen stellen dat maar weinig songteksten echt poëtisch zijn. Hoe kan dat? Een songtekst heeft over het algemeen de lengte die ook een gedicht heeft of kan hebben. Beide vertellen in weinig tekst een verhaal of proberen met weinig woorden een beeld of een verhaal te vertellen. En toch zijn ze zo verschillend.

Pat Pattison, tekstschrijver en dichter heeft in 2009 het boek ‘Writing better lyrics’ gepubliceerd. In een interview met hem komt de vraag over het verschil tussen liedtekst en gedicht aan de orde. Hij zegt er het volgende over:

Sinds de uitvinding van de drukpers zijn gedichten vooral geschreven voor het oog waar liedteksten vooral geschreven zijn voor het oor. Als consequentie volgt hieruit:

A. Dichters kunnen er van op aan dat de lezer in staat is om te stoppen en terug te gaan, of om een woord op te zoeken tijdens het lezen van het gedicht. Een tekstschrijver kan dit niet.

B. Omdat het einde van een regel in de poëzie een visuele cue is, kan een dichter een zin beëindigen, maar de inhoud verder naar de volgende regel laten doorlopen, waarmee hij spanning kan creëren, zonder dat dit tot verwarring leidt:

You may see their trunks arching in the woods?
Years afterwards, trailing their leaves on the ground?
Like girls on hands and knees that throw their hair?
Before them over their heads to dry in the sun.?
Robert Frost –“Birches”

De spanning tussen het einde van de derde zin en hoe dit beeld wordt voortgezet in de volgende regel, voelt alsof de meisjes daadwerkelijk met hun haar gooien …

Een liedtekstregel heeft een sonische cue-einde van een melodie frase. Omdat het lied is gericht op het oor. Wanneer een tekstschrijver probeert een gedachte uit te voeren in de volgende melodische frase, creëert dit meestal verwarring, want er is een discrepantie tussen de melodische routekaart en grammaticale structuur.

C. Omdat een songtekst een sonische gebeurtenis (gericht aan het oor) is,  is rijm belangrijk, want het bevat een stappenplan voor het oor; toont relaties tussen de zinnen, creëert het een voorwaartse beweging, creëren het zowel stabiliteit als instabiliteit in onderdelen, en vertelt het het oor waar deze onderdelen eindigen.

Hoewel rijm gebruikelijk is in de poëzie, is het minder belangrijk, omdat de lezer kan zien waar een sectie eindigt. Zelfs wanneer gedichten rijmen, wordt niet per se aangekondigd waar het einde van een zin of het einde van een sectie is:

O wild West Wind, thou breath of Autumn’s being,
Thou, from whose unseen presence the leaves dead
Are driven, like ghosts from an enchanter fleeing,

Yellow, and black, and pale, and hectic red,
Pestilence-stricken multitudes: O thou,
Who chariotest to their dark wintry bed

The winged seeds, where they lie cold and low,
Each like a corpse within its grave, until
Thine azure sister of the Spring shall blow

Her clarion o’er the dreaming earth, and fill
(Driving sweet buds like flocks to feed in air)
With living hues and odours plain and hill:
Shelly –“Ode to the West Wind”

Hierbij moet worden opgemerkt dat de recente trend naar de presentatie van gedichtenslams en rap, beide meer gericht zijn op het oor dan op het oog, rijm wordt een belangrijk element, daar beide gericht zijn op het oor in plaats van op het oog.

D. De compositorische strategieën van de dichter verschillen dramatisch van die van de tekstschrijver. De overgrote meerderheid van de gedichten, vaste vorm, leeg vers, of het vrije vers, zijn lineaire verplaatsingen, het verplaatsen van idee naar idee, zin naar zin, tot het einde. Behalve in uitzonderlijke gevallen, zoals het rondeel, maakt poëzie in haar compositorische strategie geen gebruik van herhaling van de inhoud. Oudere ballade-achtige poëzie maakt soms gebruik van herhaling, maar let op dat het werd uitgevoerd, en gericht aan het oor in plaats van het oog.

Teksten zijn sterk afhankelijk van herhaalde content, meestal refreinen en coupletten. In de ontwikkeling van ideeën moet de tekstschrijver rekening houden met de herhaalde secties, en in het ideale geval, proberen deze te transformeren of te verdiepen telkens als we de zinnen opnieuw horen. Let op hoe de zin “What’ll I do” gewicht legt in elke sectie als gevolg van de focus. Eerst afstand; tweede, het gevaar van het vinden van een nieuw iemand; en tot slot, de hartverscheurende aankondiging dat de liefde voorbij is:

What’ll I do
When you are far away
And I am blue
What’ll I do?

What’ll I do?
When I am wond’ring who
Is kissing you
What’ll I do?

What’ll I do with just a photograph
To tell my troubles to?

When I’m alone
With only dreams of you
That won’t come true
What’ll I do?
Irving Berlin 

E. Een tekstschrijver heeft een zeer beperkte ruimte om mee te werken. Normale commerciële songs duren maximaal 2 ½ tot 3 minuten, wat deze ruimte dramatisch beperkt. Nog afgezien van de herhaalde refreinen of refreinen, bestaat het gemiddelde commerciële lied uit 12 tot 20 zinnen. Tenzij wordt gewerkt in een vaste vorm (sonnet, terza rima, haiku’s etc), kan het gedicht zo lang als het nodig heeft doorgaan.

F. Liedteksten zijn veel meer afhankelijker van regelmatig ritme dan gedichten, omdat het ritme van een songtekst is verbonden met het muzikale ritme. Het muzikale ritme, omdat het de lengte van een lettergreep kan verlengen, het ritme kan syncoperen ( het verdringen van beats of accenten in (muziek of een ritme), zodat sterke beats zwak worden en vice versa), en kan transformeren van iets wat gesproken heel saai zou zijn naar wat een interessante reis kan worden.

Er zijn nog vele andere verschillen. Dus als iemand zegt dat een liedtekst pure poëzie is, dan wordt waarschijnlijk bedoeld dat de tekst is een frisse, interessante taal is geschreven waarbij beelden en metaforen effectief worden gebruikt. Want dat is iets dat interessante en goede poëzie en liedteksten gemeen hebben.

Pat

Wil je het hele interview met Pat Pattison lezen ga dan naar http://www.writersdigest.com/qp7-migration-books/writing-better-lyrics-interview

 

 

Ereburger

Luuk Gruwez

.

Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.

De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.

Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.

Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.

.

Het troostconcours

.

Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.

Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.

O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.

Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/