Site-archief
Dat is alles
Gerrit Kouwenaar
.
Dinsdag was ik op het symposium ‘Uitgesproken poëzie; over poëzievoordracht in de klas, georganiseerd door de Universiteit van Utrecht, de Stichting Lezen en het Nederlands Letteren Fonds. Over dit symposium later meer. Naast de vele inspirerende ideeën die ik daar heb opgedaan en de bijzondere mensen die daar waren heb ik ook een paar gedichten en dichters onthouden.
Een van de dichters die genoemd werd is Gerrit Kouwenaar (1923 -2014), met zijn bundel ‘Data/Decors’ uit 1971 en het gedicht ‘Gedacht’. Ik kende het gedicht niet maar er zit zoveel in en dat in een klein gedicht van maar vier regels. Pieter Hagoort roemt de rijkdom van het menselijk taalvermogen in dit gedicht en zei dit er ooit over: “Wij kunnen met een beperkt aantal klanken oneindig veel uitingen vormen. Het klankverschil kan miniem zijn, zoals in huid en huis, maar het levert totaal verschillende betekenissen op.”
.
Gedacht
Je hand is bijna je hond
je huid is bijna je huis
je vorm is bijna je worm
je gedicht is bijna wat je gedacht had
.
Papieren veulens
Hanneke van Eijken
.
Op 24 juni trad dichter Hanneke van Eijken op bij het podium van de stichting Ongehoord! in café Faas in Rotterdam tijdens Route du Nord. Hanneke was toen nog een onbekende en niet gepubliceerde dichter (geen bundel) maar ik herinner me van dat optreden dat ze veel indruk maakte. Haar poëzie was somber maar, zoals ik schreef in het verslag van die middag, ze wist haar publiek er van te overtuigen dat ze zelf een heel opgeruimd karakter had.
In 2012 verscheen haar debuutbundel en deze werd gelijk bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2015, en genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2014. Ingmar Heytze schreef in het Algemeen Dagblad het volgende over deze bundel: “Het is poëzie waar je als lezer zowel met je hoofd als je hart goed bij kunt, zonder dat je het gevoel krijgt dat er iets van het mysterie van de taal en de wereld verloren gaat. De dichter Herman de Coninck schreef ooit dat hij de poëzie zou willen populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven. Dat is precies wat Hanneke van Eijken doet.”
Uit haar debuutbundel koos ik het gedicht ‘Waar we krabben vingen’.
.
Waar we krabben vingen
.
In dit dorp woont een handvol meisjes
op hoge benen
staan ze aan de haven, standvastig
staren ze over de kustlijn
.
meisjes met een zeemanshart
weten zich niet te kleden
ze hijsen zich in grote hemden
ze wapperen
als vlaggen op de dijk
hun blanke kinnen glimmen
.
ze vangen krabben
met wollen draadjes
ze zwemmen je hoofd in, ankeren
in de bodem van je schedel
ze varen zelden uit
.
Dies Irae
Peter Coret
.
De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.
In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.
.
Dies Irae
.
De laatste daad die zin gaf aan je leven
Was de ontkenning van een troosteloos bestaan
.
Je drift heeft je het leven uitgedreven
Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan
En zul je nooit meer pronken als de haan
Wiens veren ik met liefde heb beschreven
.
On klein verbond werd bitter opgeheven
De rekening blijft immer onvoldaan
.
Je liet me vallen toen ik jou liet zweven
We leefden beiden in een wrede waan
Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan
Aan jouw genot, of naar verzoening streven
.
Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven
Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan
.
Anadroom
Rosalie Hirs
.
Toen ik hoorde dat het televisieprogramma ‘Man bijt hond’ weer terug komt op de televisie (bij SBS 6) en wel met dezelfde bekende stem van Michael Abspoel, moest ik terug denken aan een prachtige middag in de Jacobustuin in Rotterdam, aan het Zomerpodium van Ongehoord! van 2014. Michael Abspoel en dichter Peter WJ Brouwer, die een programma over Jacques Brel verzorgden.
Maar ik moest ook aan het gedicht van Rozalie Hirs denken getiteld ‘Man bites dog” uit haar bundel ‘Locus’ uit 1998. Omdat ik dit gedicht al eerder plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/07/12/man-bijt-hond/ heb ik dit keer voor een ander gedicht van haar hand gekozen te weten het gedicht ‘Anadroom’.
.
Anadroom
.
Ongeacht het geslacht van de vis,
draagt de vis het mysterie van een inwendig
[voortplantingsorgaan.
Een kut zogezegd.
.
Waar is het paaibed?
In de spiegel van de gade,
in koele omhelzing van glibberige schubben –
het goed valt op de grond.
Zaad is melkstof –
kroon op drilmassa.
En het vleesgeworden kind
is vis – met gevulde kuilen
in ondiep water is de doodsangst van de school
tijdelijk uitgeschakeld.
,
We komen van ver
Carmien Michels
.
De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.
Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.
.
Liefdessonnet XI
.
Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach
.
Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos
.
Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen
.
En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*
.
Don Juan Lul
Lévi Weemoedt
.
Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.
In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”
.
Don Juan Lul
.
‘k Kan niet lezen en niet schrijven.
‘k ben de langzaamste in vlijt.
Maar het allerdroevigst ben ik
in sociale vaardigheid.
.
Nooit kan ik iets leuks verzinnen!
Sta ik voor een mooie meid,
ach, dan schiet mij slechts te binnen
dat ik dood wil. Heel de tijd.
.
Wacht … woorden
Anneke Brassinga
.
De kern van het werk van dichter, prozaïst, essayist en literair vertaler Anneke Brassinga (1948) bestaat volgens Piet Gerbrandy (uit een bericht uit 2015) uit (v)echtlust, geestige dwarsheid en grondeloze melancholie. Paul Demets schrijft over haar in ‘Awater’ uit 2011 dat ze allerlei onheil raakt dat met vergankelijkheid gemoeid is in haar poëzie, maar dat dat bij haar een soort dragelijke lichtheid krijgt. Anneke Brassinga wordt gezien als postmodernistisch dichter maar zelf rekent ze zich tot de surrealisten. Hoe het ook zij, haar werk wordt breed gewaardeerd. Zo kreeg ze voor haar werk de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (1978, niet door haar geaccepteerd), de VSB Poëzieprijs 2002 voor de bundel ‘verschiet’), de Constantijn Huygens-prijs (2008) en de P.C. Hooft-prijs (2015), voor haar poëtisch oeuvre.
In 1987 debuteerde Brassinga met de bundel ‘Aurora’ en haar laatste bundel ‘Het wederkerige’ dateert alweer van 2014 . In 1991 verscheen van haar hand de bundel ‘Thule’, uit deze bundel het gedicht ‘wachtwoorden’.
.
Wachtwoorden
.
Ik had me zo geoefend in het wachten
dat ik schrok toen er iemand kwam;
ik had nog nooit van hem gehoord
herkende hem op het eerste woord
zodat ik aan geen wachten dacht.
Twee gorilla’s, Lust en Vraatzucht,
bewaakten van bovenaf de poort;
in een schip gecamoufleerd met lakens
voeren wij de stad in, onder hen door.
Gesloten bleef de tas met taarten,
al jaren uit mijn mond gespaard,
nooit was er tijd, nooit tijd te over
om aan uitstel te ontkomen.
Wij zijn nu zo geoefend in het wachten
dat als een kind het bij ons hoort.
.
Foto: Serge Ligtenberg
Zo word je een kind
Dichter op verzoek
.
Op verzoek van Riet Lamers plaats ik vandaag een gedicht van dichter Delphine Lecompte (1978) uit haar bundel ‘De baldadige walvis’ uit 2014 waarin het ‘kind zijn’ meerdere malen terugkomt als thema.
.
Zo word je een kind
.
Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Hol naar het dichtstbijzijnde bos
En laat je adopteren door wolven
Ook al kun je ‘INSECT’ al spellen, en op de valreep ‘NEILPAARD’
Het is beter laat dan nooit, en je bent nog maar zeven.
Wolven zijn altijd happig om kinderen aan te nemen
Zolang de kinderen niet te veel noten op hun zang hebben
En bereid zijn de waarschuwingsfabels van hun ouders achter te laten
En hun twistzieke zussen, en hun aanstellerige namen, en hun brevetten
En de domme dashond, en de pedofiele tuinman, en het vlindernet, en de waterput.
Nu ben je een kind geworden dat een wolvenfamilie kan verzinnen
Het hoeft niet te stoppen in het bos, je moet je niet beperken tot wolven
Je kunt ook naar de zee en onder de hoede van de onstuimige Neptunus
Slierten kweken, zeepaardjes berijden en baarzen belazeren
Of naar de steppe om je te laten koesteren door korzelige kamelen.
Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Ga naar het hoenderhok, strooi granen in het rond
En laat de zorgeloze kippen je toekomst voorspellen
Ze komen uit hun hok en ze zijn gulzig
Dat kan maar 1 ding betekenen: het wordt een verrukkelijk leven!
.
Een gedicht als een ding
Gerrit Kouwenaar
.
Er is veel over poëzie geschreven, over gedichten, over wat een gedicht nou een gedicht maakt. De dichter Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) beschreef het gedicht ( uit Gedichten 1948-1978) als een ding zoals alleen Kouwenaar dat kon. Je ziet bij elk beeld dat Kouwenaar schetst een gedicht opdoemen en al deze beelden bij elkaar zijn dan ook weer een gedicht. Als een ding.
.
als een ding
.
een gedicht als een ding
een glazen draaideur en de chinese ober
die steeds terugkeert met andere schotels
een parkwachter die zijn nagels bijvijlt
tussen siberische kinderen uit maine
een venus van de voortijd samen met
een spin op de snelweg
een glas moedermelk, een geel
gesteven smoking
een bij, een pennenmes
beide stekend, een vliegtuig
dat oplost in dorpsregen
een gedicht als een ding.
.
















