Site-archief

Dichters en schrijvers begraafplaats

Schoonselhof in Antwerpen

.

Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.

Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.

Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.

Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.

.

een minnend paar

.

een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar

liefde of toeval niemand weet het

stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer

.

graf-gg

Graf Gust Gils

hconscience_graf

Graf Hendrik Conscience

graf-gw

Graf Gerald Walschap

graf-hdc

Oude graf Herman de Coninck

wilrijk_graf_herman_de_coninck

Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)

1,71

Demi Baltus

.

Demi Baltus (1998) studeert geneeskunde aan de UVA en in 2015 won ze met haar poëzie de Velser Inter Scolaire (een algemene podiumkunsten wedstrijd voor middelbare scholieren in Gemeente Velsen).  Ze schrijft poëzie in de vorm van klankgedichten. In haar werk is klank en ritme heel belangrijk (wat ook blijkt uit het gedicht hieronder).

Haar gedichten luisteren net zo makkelijk weg als popsongs want zegt ze: “Ik wil dat mensen wakker blijven”. Afgelopen jaar was Demi één van de deelnemende dichters van de Poëziebus.

Uit de lesbrief van ‘Doe Maar Dicht Maar 2014-2015’ de docentenhandleiding het gedicht 1,71 van Demi.

.

1,71

.

Ik ken jou

Hoofd, schouders, knieën, teen

de stressvlek in je nek

en het trillen van je been

.

De glinstering in je ogen

en de woorden op je tong

De sproetjes op je neus

waar ik nog liedjes over zong

.

Ik ken je handen

koud maar veilig

De eerste haartjes op je kin

het puntje van je neus

en je hoofd van binnenin

.

Ik ken je lijfgeur als geen ander

Jouw lippen op mijn mond

Jouw 1,71

Mijn voeten van de grond

.

demi

Demi in actie tijdens de Poëziebus toer in Antwerpen.

Nieuw op Muze

 Sasja Janssen

.

Op de fijne poëzie app Muze las ik vorige week een prachtig gedicht van dichter Sasja Janssen met als titel ‘Ik laat achter een ijswit mannenhemd’. Sasja Janssen (1968) schrijft vanaf 2006 voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut ‘Papaver’, in 2010 verschijnt ‘Wie wij schuilen’ dat genomineerd wordt voor de Jo Peters poëzieprijs.  In april 2014 is ‘Ik trek mijn species’ aan verschenen, dat genomineerd werd voor de VSB poëzieprijs 2015.

Uit deze laatste bundel is het onderstaand gedicht.

.

Ze laat een ijswit mannenhemd aan een spijker achter,
een trui die smerig grijs je navel dreigt, schoenen om een blote
wreef, de kalkmuur een aalmoes voor straks alleen

komt ze vertrek zeggen, liegt dag dag nirvana, waarom zich dan
een laatste keer laten dekken als een tafel zonder gast, een likkepot
op het katoen, haar vingers die er niet meer van pikken.

Ze spreidt naar het kleine, kleinere, aanminnige allerbinnenste
waar je ziet hoe verlaten je liefde is.

.

 

sasja_janssen-ik_trek_mijn_species_aan-klein

De dood is een nat wegdek

Derrel Niemeijer, dichter van de maand

.

Zoals ik al aankondigde vlak voor zijn overlijden, is Derrel Niemeijer in november Dichter van de maand. Als een hommage aan een lieve, bijzondere, eigenzinnige man en dichter. De komende weken zal ik op zondag een gedicht van zijn hand publiceren. Vandaag is dat het gedicht met de begin regel ‘de dood is een nat pak’ door Derrel geschreven op 11 september toen er nog geen vuiltje aan de lucht leek. Op zijn heel eigen manier beschouwt Derrel in dit gedicht het leven en de dood en alles wat er tussenin ligt, hij betrekt het op zichzelf en eindigt met een hoopvolle gedachte.

.

de dood is een nat wegdek.
de route te wandelen
is als een bananenschil,
die ik van kilometers afstand zie
en toch weet ik wat volgen gaat.

altijd weer de oudjes of
het jonge tuig wat
de straat bezet.
er omheen lopen is
in de stront trappen
van hun schoudertashondjes.

verafschuw deze mensen,
die mij steeds weer laten donderen
over banenschillen … alles is al bijna
gebroken … alles is al bijna vervangen
… alles is al bijna bionisch aan mij …
wacht nog op twee computers

om mijn hart c.q. ziel en ratio te vervangen.

kon ik maar een robot zijn.
zou geen fouten maken,
alleen mijn besturingssysteem
is dan iets te verwijten.

zag ik maar een verschil,
niet een overeenkomst,
maar ratio legt het goed uit.

ik ben wat ik worden wil.
dodelijk routine, eeuwig schrijven
… eeuwig lijden … een schouder,
die mij iets zegt. versta de taal niet.

ik voel alleen maar.
misschien dan toch geen robot?

.

derrel-poeziebus

                                          Derrel tijdens de Poëziebustoer 2015

Co. 7

Liefdesgedicht van Eriek Verpale

.

Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.

.

Co. 7

.

Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –

zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:

niets daarvan wil ik bewaren, laat staan

in een verouderd vers als dit verdoken

tot het mijne maken.

.

Maar het dunne stof, geschud

uit diepe mantelzakken, oud

speelgoed dat eens op je kamer stond,

of de beduimelde bril

– ik bewonder de dikke glazen –

.

alleen dàt wil ik van je sparen.

.

Wat een ander niet krijgen wil

zal ik van je hebben:

.

het hoogste bod zal de wereld

niet eens verbazen.

.

love

Misverstand

Menno Wigman

.

Al eerder besteedde ik aandacht aan de poëzie van Menno Wigman (1966). Wigman publiceerde vanaf 1984 verschillende bundels, hij publiceerde poëzie in bladen als Vrijstaat Austerlitz, Zoetermeer, Optima, Maatstaf, De Tweede Ronde, Millennium, Payola, Bunker Hill, De Zingende Zaag, Passionate en De Gids en hij ontving voor zijn werk de A. Roland Holst-Penning (2015) en de Jan Campert-prijs  (2002) voor ‘Zwart als kaviaar’. Naast dichter is Wigman vertaler en samensteller van bloemlezingen.

Uit de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 het gedicht ‘Misverstand’.

.

Misverstand

.

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed

waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand

of drie geloof ik meer en meer dat poëzie

geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte

die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

.

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt

en ’s nachts – een heelkunst is het niet.

De kamer blijft een kamer, het bed een bed.

Mijn leven is door poëzie verpesten ook

al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

.

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig

lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.

.

zak

Als je een meisje bent

Maartje Smits

.

Eind 2015 verscheen bij uitgeverij De Harmonie de poëziebundel ‘Als je een meisje bent’ van Maartje Smits. Maartje Smits studeerde Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, waar zij nu lesgeeft naast haar werk als freelance schrijver. Haar uiteenlopende werk werd in vele tijdschriften gepubliceerd. Dit jaar was ze een van de deelnemende dichters van de Poëziebustoer.

Als je een meisje bent gaat over opgroeien. “Je houdt het niet tegen. Maar Maartje Smits wilde het eigenlijk niet. In Als je een meisje bent probeert zij het volwassen worden te vangen door het schimmige gebied tussen kind en vrouw vast te leggen in beelden en bekentenissen. Maar de dichtbundel is tevens een gebruiksaanwijzing voor meisjes (m/v), alsook de definitieve omhelzing en tegelijkertijd het afscheid van het meisje”.

Uit deze bundel het gedicht ‘Via Via’.

.

Via Via

.

gister zag ik mijn moeder fietsen
in een stad waar wij allebei niet wonen
‘mam’
het duurde even voor ze mij herkende
ze was onderweg, sms’te ze, maar morgen

dus hier sta ik
onduidelijk of ze al geweest is
of nog moet komen

in mijn hoofd een rijtje vragen met mama erboven
mama de eerste
waarom lakschoenen ordinair zijn
ik zal kijken of ze nog steeds
van die pantykousjes draagt te geel
voor haar Hollandse kuiten
twee waarom kuikens je voeten volgen
drie wat ze bedoelde met ‘zie je nou, dat krijg je’
toen ik achteruitstapte
het piepte nog
vier over ongelukjes en
hoe lang je een ongelukje
dan blijft vijf waar ze naartoe ging, waar ze vandaan kwam
wat er gebeurt als een ei koud wordt
of ze naar huis gaat
en of ik mee mag

.

maartjesmits_small

als-je-een-meisje

Over god op zondag

Rogi Wieg

.

Zondag dus de dichter van de maand augustus Rogi Wieg. Uit het voorwoord van ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’:”…Een wereld waarin Wieg God van alles kon verwijten en dan weer even zelf god werd..” Zoals in het gedicht ‘Een huilend , sidderend blad’ uit de, in Extaze na zijn overlijden gepubliceerde, gedichten uit 2015.

.

Een huilend, sidderend blad

.

De fysicus zegt dat ik niet echt ben,

een hologram. Toch zoekt God

mijn gezelschap om niet alleen te zijn.

.

God zoeken is een ding, maar door God

worden gezocht is iets heel anders. Het is groter.

.

De natuurkunde sluit Hem uit het universum,

multiversum, uit het holisme en het veld van

quantumwaarschijnlijkheden.

.

Het hiernamaals is zo een huilend, sidderend blad

aan een boom, het valt tussen de bladen

van een woordenboek.

.

Rogi-Wieg-Boeken-120x120

Extaze

Coda

Huub Beurskens

.

Schrijver, kunstschilder en dichter Huub Beurskens (1950) debuteerde in 1975 met ‘Blindkap’ waarna nog vele poëziebundels zouden volgen met als laatste bundel uit 2015 ‘De warmte van het hondje’. Daarnaast publiceerde hij verhalen, essays en romans. Beurskens was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Het Moment’ (1986-1988) en ‘De Gids’.

Beurskens vertaalde verschillende auteurs naar het Nederlands maar werk van hemzelf werd ook vertaald naar het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Japans, Hongaars, Tsjechisch en Servisch.

Voor zijn werk ontvang hij o.a. de Herman Gorterprijs, de Jan Campert-prijs en de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Klein blauw aapje’ uit 1992 het gedicht ‘Najaarsbloei op Kreta’.

.

Najaarsbloei op Kreta

.

Ik wou ik had een klein blauw aapje dat ik vroeg ‘Wat raap

je?’

en dat het op mijn schouder sprong met louter krokus die

het plukte,

de geschiedenis zou ik ingaan als de onder het komende

minst gebukte.

.

HB

met dank aan Wikipedia

(bijna) vergeten dichters

Ferdinand Langen en Koos Schuur

.

Van Renzo Verwer ( van http://www.renzoverwer.wordpress.com) kreeg ik een berichtje dat Ferdinand Langen (1918 – 2016)  was overleden op 20 juli. Hij was de oudst levende schrijver op dat moment (hij zou komende week 98 zijn geworden). Nu schrijf ik over dichters en niet over schrijvers maar Langen (geboren als Egbertus Pannekoek) schreef ook gedichten.

Zo debuteerde hij met het gedicht ‘Projectie’ dat je kunt terug lezen op de website van Tzum http://www.tzum.info/2016/07/nieuws-ferdinand-langen-1918-2016-overleden/

Omdat ik verder geen gedicht van Langen kon vinden wil ik hier een gedicht van een andere, in 2015 gestorven dichter en vriend van Langen, plaatsen, namelijk Koos schuur. Met Ferdinand Langen was Koos Schuur oprichter en redacteur van ‘Het Woord’ (1945-1949). Vanaf 1945 was Schuur enige tijd letterkundig adviseur bij de Bezige Bij. 

Voor A. Marja (ook uit Groningen) schreef hij het gedicht ‘Een kind tekent’ uit ‘Gedichten 1940-1960’ uit 1963.

.

Een kind tekent

voor A. Marja

koe en paard kakelbont
en een huis van karton
en op de weg een hond
en in de lucht een zon

(het heeft de boom vergeten)

de zon is geel, de hond is bruin
de weg is wit – de witte weg –
en helemaal rondom de tuin
tot aan het huis een groene heg

(maar ’t heeft de boom vergeten)

het huis is rood, het dak is rood
en uit de schoorsteen komt wat rook
waar is de boom?
o sapperloot
nu is de boom er ook

.

schuur