Site-archief

Elvis

Wim Brands

.

Dichter, journalist en presentator Wim Brands (1959-2016) overleed alweer 6 jaar geleden. Nu het boekenprogramma ‘Brommer op zee’ gaat stoppen (alweer een boekenprogramma dat het niet haalt) moet ik toch weer terug denken aan het VPRO tv-programma Boeken en het radioprogramma Brands met Boeken. Brands debuteerde op negentienjarige leeftijd in Hollands Maandblad. Hij was als verslaggever werkzaam bij het Leidsch Dagblad en schreef verhalen voor Vrij Nederland.

Vanaf 2010 was hij verbonden aan de Schrijversvakschool Amsterdam als docent poëzie en voordracht en in september 2012 verzorgde hij, na Marcel Möring en Pieter Steinz, voor Donner in Rotterdam het boekenprogramma Brands in Donner.

In 2010 verscheen zijn dichtbundel ‘Neem me mee, zei de hond’. Jurre van den Berg schreef in zijn recensie op Tzum in 2010 over de gedichten in ‘Neem me mee zei de hond’: “Uit de gedichten spreekt permanente interesse in de onbekende Ander. Wie zijn de voorbijgangers in mijn wereld? In het verloop van de bundel levert dit steeds grimmiger gedichten op, waar ondanks de reekstitel ‘Dood, afwezige’ de dood nooit ver weg is, en de wereld blijft bevreemden.” Dat laatste is zeker van toepassing op het bevreemdende gedicht ‘Hoe Elvis de abstractie in de popmuziek introduceerde’.

.

Hoe Elvis de abstractie in de popmuziek introduceerde

.

Een song van hem is een rivier door

een middelgrote Amerikaanse stad

met meeuwen erboven

.

die duiken naar wat bijna nooit

voedsel is – en niet aan

het zicht onttrokken

.

door stenen kades zoals

de Thames en de Seine.

Dat zijn geen rivieren.

.

Water dat ’s nachts tegen

eenzamen praat

.

en tijdens vakanties van de fabriek

verliefden schimmig weerspiegelt;

.

beelden die onder de oppervlakte

niet bestaan.

.

Scrabble

Loek Brons

.

Toen ik nog maar pas op mezelf woonde was er bij mij in de buurt een Erotheek. Dat was een videotheek waar Miep Brons eigenaar van was en waar louter erotische video’s verhuurd werden. Miep Brons was de vrouw van Loek Brons (1932-2016), zo las ik destijds in een artikel in de krant, en samen hadden zij maar liefst 170 textielsupermarkten (Brons) die ik me nog wel herinnerde. Het echtpaar verkocht hun textielzaken aan Jan Zeeman (die ja), Miep ging in de erotische videozaken en Loek werd kunstverzamelaar. Zijn interessegebied was vooral voor Nederlandse figuratieve kunst, magisch realisme, waaronder schilderijen waren van de kunstenaars Carel Willink en Pyke Koch.

Tot zover de geschiedenis van een textielhandelaar. Groot was mijn verbazing, toen ik in de kringloopwinkel een bundeltje van Loek Brons tegenkwam getiteld ‘Sport, spel en spaanders’ van uitgeverij Loek Brons. Na wat zoeken las ik in een artikel in het NRC uit 1981, dat Brons zijn eigen boeken uitgaf (vooral catalogi van kunsttentoonstellingen maar dus ook een dichtbundel).

Misschien was ik er niet eens bij blijven hangen als ik niet, al bladerend in de bundel, het gedicht Scrabble tegenkwam. Scrabble voor alle jeugdigen onder ons is Wordfeud maar dan als bordspel. Jarenlang met veel plezier gespeeld en daarom vandaag het gelijknamige gedicht van deze opmerkelijke dichter.

.

Scrabble

.

Scrabble? Ja, je gaat het spel al halen.

We nestelden ons gezellig samen thuis.

Tussen ons in prijkt de dikke van Dale.

De woorden slaan op ’t scrabblebord een kruis.

.

Je denkt en legt dan triomfantelijk neer.

De zeven letters vormen het woord: sterven.

Het duizelt voor mijn ogen, ‘k weet niets meer.

Ik ruil om nieuwe kansen te verwerven.

.

Zo ook in diepe dromen drommen honderden

woorden. Ze dwarrelen… ik grijp en mis.

.

Ik zoek het woord, ontsluierend alle wonderen:

een sleutelwoord voor elk geheimenis.

.

Maar badend in het zweet weet ‘k dit bijzondere,

dat het woord in mij nooit vlees geworden is.

.

 

Dit straatje

Idwer de la Parra

.

In 2016 debuteerde Idwer de la Parra (1977) met de  bundel ‘Grond’ waar hij meteen twee prijzen voor ontving; de Poëziedebuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs.  Hij publiceerde in Revisor en won in 2015 de Vondel CS-poëzieprijs met zijn gedicht ‘Kom terug’. Hij studeerde aan de kunstacademie en aan de toneelschool en is werkzaam als kruidenteler en tuinman. In 2023 wordt zijn nieuwe bundel verwacht getiteld ‘Vlerk’.

In het laatste nummer van de Poëziekrant is het gedicht ‘Dit straatje’ opgenomen en dat wil ik hier graag met jullie delen.

.

Dit straatje

.

Een kromme, een met leien in luwtes bemoste,

met soms een wanhopig verdomme dat verder

.

dan spouwloze muren draagt, de wind wordt

tot buigen bewogen, de zangklok door meeuwen

.

bevangen, de schemer gejaagd, een aan het licht

komen krakken, verzonken kasseien en

.

stoepranden uit hun verband geraakt – de enige

pijler, de zadelpen, roest, het laatste principe,

.

de liefde, verwoest – maar ach, wat ik al eerder al

zag, op de resten zal vast wel iets groeien.

.

Wat het hart wil

Lucas Hirsch

.

Afgelopen week zat ik in een overleg toen mij gevraagd werd of ik Lucas Hirsch kende. De vraag bleek van zijn zus te komen. Ik gaf als antwoord dat ik hem als dichter ken en, na even snel gekeken te hebben, dat ik al eens over hem schreef in een blog over PuzzlingPoetry dat hij in 2016 ontwikkelde in samenwerking met Studio Louter.

Maar Lucas Hirsch doet veel meer blijkt. Lucas Hirsch (Hilversum 1975) publiceerde bij Uitgeverij De Arbeiderspers sinds 2006 vier dichtbundels. Tevens treedt hij regelmatig op en is hij te zien op podia in binnen- en buitenland. Ook organiseerde de dichter de laatste jaren een groot aantal festivals en avonden. Zo reisde hij in 2012 met een groep dichters door de Verenigde Staten. Hirsch staat ook regelmatig voor de klas om over zijn dichterschap en poëzie te praten.

Naast al deze activiteiten schrijft hij aan een roman (begreep ik van zijn zus) en is hij actief bij Raadgedicht. Hij publiceerde gedichten in De Revisor, Het Liegend Konijn, Tirade en DWB en werk van hem verscheen in bloemlezingen zoals in ‘De dikke Pfeijffer’. Hij heeft inmiddels 5 dichtbundels gepubliceerd; ‘Familie gebiedt’ (2006), ‘Tastzin’ (2009), ‘Dolhuis’ (2012), ‘Ontsla me van alles wat ik liefheb’ (2015) en ‘Wu wei eet een ei’ (2020).

Uit die laatste bundel komt het gedicht ‘Wat het hart wil’ waarin de tijdgeest in de taal heel herkenbaar is.

.

Wat het hart wil

.

Hoe mezelf te verhouden tot een wereld
waarin ik nullen en enen aanbiddend
nooit de tijd aan de stand van de zon heb leren lezen
een digitale Icarus in mij verwek
Ik tart een zwerk vol error, een digitale god
Ik uit mijn zorgen met een app, de data liegen niet
en met een crash and burn in het verschiet googel ik de kans
dat regen redding brengt, een val gebroken kan
Het breekpunt van getallen
Hoe becijfer ik mijn zijn?
Hart keer lijf gedeeld door bits en bytes?
Sociale media min eenzaamheid in het likeskwadraat?
Ik sterf het aantal doden dat ik bij elkaar kan gamen
dood realiteit, heb spijt
Bedenk dat zwaartekracht nooit faalt, bedacht als god
almachtig is voor hen die zich vertillen
aan de naaktheid van mijn hart
Het slaat een bloeddoorlopen
Driekwartsmaat

.

Winterzin

H.C. ten Berge

.

Dichter, prozaschrijver, essayist en literair vertaler Hans te Berge (1938) kennen we als de dichter H.C. ten Berge. Ten Berge debuteerde in 1964 met de dichtbundel ‘Poolsneeuw’ waarvoor hij meteen de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam kreeg  (voor Journaal I, II en XII) . Hij vertaalde werk van onder anderen Ezra Pound.

Voor Ten Berge is dichten een vorm van onderzoek. Hij heeft een grote belangstelling voor natuurvolken als de Inuit en de Azteken. In 1967 richtte hij het tijdschrift Raster op waar hij tot 1997 aan verbonden blijft. Lange tijd was ten Berge de enige redacteur.

Zijn werk is vele malen bekroond, zo ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1968), de Multatuliprijs (1987), de Constantijn Huygensprijs (1996) en de A. Roland Holst-Penning (2003).

Op de website van Meander las ik het gedicht ‘Winterzin’ uit de bundel ‘Splendor’ uit 2016 van ten Berge in de Meander Klassiekers, geschreven door Hans Puper. Hoewel ik helemaal niet hou van de winter en de titel me dus ook niet aanspreekt (zin in de winter) bleef het gedicht me bij door zijn schoonheid en wil ik het graag hier met jullie delen.

.

Winterzin

Winterzin

Een grijze lucht die urenlang
—–op sneeuwen stond,
zich inhield, schuchter toen
een handvol vlokken zond
als een belofte voor de nacht
waarin je wakend lag
te slapen tot de dageraad
het sneeuwen niet meer tegenhield
en je gonzend van geluk
de dag begon en uit het zolderraam
de eeuwen en de witbestoven akkers
naast de landweg overzag,
—–en er niets was dat die vervoering brak –

.

Aanzegging

Peter WJ Brouwer

.

In 2016 verscheen de dichtbundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ van Peter WJ Brouwer bij uitgeverij In de Knipscheer. In de inleiding staat over de gedichten van Brouwer: “In deze gedichten draait het om de paradox van het ongrijpbare: het vieren ervan, het tonen en verhullen, het aan-uit, zijn steeds terugkerende tegenstellingen die Brouwers werk eigen maken. In ‘Brief aan wie niet bestaat’ wordt het ongrijpbare tastbaar. Maar we hoeven ,maar met onze ogen te knipperen, en het zou zo weer kunnen verdwijnen”.

In inleidingen, voorwoorden en achterflappen wordt vaak wollige taal gebruikt om dichtbundels aan te prijzen, en zo kun je hier ook naar kijken maar in dit geval zit er wel degelijk een kern van waarheid in deze zinnen. Voor wie de diepere betekenis achter deze zinnen beter wil leren begrijpen kan ik de recensie van Levity Peters op meandermagazine.net aanraden.

Ik ken Peter WJ Brouwer  (van voordrachten bij poëziestichting Ongehoord!) waar hij als solo voordroeg en waar hij samen met Michael Abspoel delen van hun theaterprogramma rond Jacques Brel bracht. Toen deelde ik het gedicht ‘In mijn gedicht’, dit keer wil ik het gedicht ‘Aanzegging’ delen.

.

Aanzegging

.

Er wordt aangebeld, je ouders doen nog open
laat licht glimt op hun gezichten

.

een jongeman wordt binnengehaald,
hij groet sonoor, wendt zich tot jou:

.

ik ben de benjamin, je jongste broer

.

hij doet of hij thuis is, je vader geeft hem jouw stoel
je toont hem alles en haast je nog meer te zoeken
heb je een broer?
hij houdt een boek onder zijn arm en kijkt je spottend aan
hij zegt: je bent te laat, ik heb jou al geschreven

.

‘s ochtends aan het open raam glipt de schemer
weg met de kat

.

maar hem raak je niet kwijt die dag

.

een lege plek groeit door onder je huid
wat hij jou ontfutselde is wat hij je bracht

.

2e prijs gedichtenwedstrijd poëziestichting Ongehoord!

Hein van der Schoot

.

De 2e prijs in de 8ste gedichtenwedstrijd van poëzie stichting Ongehoord! met als thema ‘Twist’ is voor Hein van der Schoot met het gedicht ‘Vlieger’ . Hein was in 2014 3e prijswinnaar van deze wedstrijd en in 2016 winnaar. De jury schreef over zijn gedicht ‘Vlieger’:

.

Deze dichter neemt ons mee op een vlucht door de levensloop, van een jongen die opgroeit
en zijn jongensdromen ziet veranderen in liefdesbrieven, managementrapporten en
uiteindelijk bedankbriefjes voor de kleinkinderen. Het gedicht zet klassieke en moderne
woorden tegen elkaar af, het enjambement (de afbreking van een regel) wordt effectief
ingezet, bijvoorbeeld bij de losstaande regel ‘daar staat hij’: de lezer kijkt mee, trots, en ziet
hoe de vlieger aan de hemel staat. Ook het gebruik van klank- en beginrijm (vieren-vlieger-
wiegt en juichkreten-jongensdromen) maakt dat de regels vloeien.
Het gedicht is áf, het verhaal is rond zonder voorspelbaar te worden. Knap om in de
tijdsduur van zo’n kort gedicht de tijdspanne van een heel leven weer te geven.
De tweede prijs gaat naar
Vlieger van Hein van der Schoot

.

Vlieger

.

we hakkelen doorheen de korenschoven 

we vieren het touw de vlieger wiegt 

buigt voorover neigt ter kimme 

wil zich te rusten leggen tot we plots 

onverdroten met de kop in de wind 

stormen 

naar het einde van het stoppelveld 

de touwenklos bovenhoofds geheven 

als zegepraal  

.

daar staat hij 

.

we sturen, als juichkreten van jongensdromen 

briefjes naar de zon in onbeholpen hanenpoten  

als hiërogliefen die zullen uitgroeien tot 

liefdesbrieven aan meisjesborsten 

managementrapporten voor onze bazen 

bedankbriefjes voor de kleinkinderen

.

Hap

Ruth Lasters

.

De Vlaamse Ruth Lasters (1979) schrijft romans, poëzie en regelmatig opiniestukken voor het Vlaamse dagblad voor De Standaard over onder andere onderwijs. Ze studeerde Romaanse filologie in Brussel en debuteerde met de roman ‘Poolijs’ in 2007. In 2009 verscheen haar poëziedebuut ‘Vouwplannen’ dat werd bekroond met de Debuutprijs Het Liegend Konijn 2009.

In 2015 verscheen haar tweede dichtbundel ‘Lichtmeters’. Deze bundel werd genomineerd voor de Herman De Coninckprijs die ze ook won. Zelf zei ze hierover:  “Via Herman de Coninck kwam ik in contact met poëzie. Zijn keuze voor broosheid en directheid, heeft mijn eigen poëtica mee bepaald.” Waarschijnlijk is dat waarom ik haar poëzie zo bijzonder waardeer (als groot bewonderaar van het werk van Herman de Coninck).

In 2016 verscheen haar bundel ‘Lichtmeters’ (nominatie voor de VSB-poëzieprijs 2017) en in 2022 won ze de Gedichtenwedstrijd (voorheen de Turing Gedichtenwedstrijd) met het gedicht ‘Abrikozen’. Ook is ze voor de periode 2022-2023 één van de vijf Stadsdichters van Antwerpen.

Op haar website kun je veel meer over haar lezen alsmede een aantal gedichten waaronder het gedicht ‘Hap’.

.

Hap

.

Omdat appels zo mooi stapelen wou ik er
stapelen onder je huid. Je benen, schedel, borst

.

vol appels, van die gele die vol vlekken en vol
builen. Slechts één rode, glanzende

.

volmaakte die zich tijdens het bewegen door je lijf
verplaatst. En dan te kunnen raden waar, in welke van je

.

ledematen hij precies verborgen zit, om telkens ik
het juist gok hem eruit te halen, er

.

een hap uit nemen, nietig weliswaar maar maal oneindig maakt
onloochenbaar geschonden.

.

De Veerman

Romain John van de Maele

.

Via Alja Spaan, goede vriendin en medebestuurslid van Meander, kreeg ik een mail waarin ik gewezen werd op ‘De Veerman’ gewezen, een  Tijdschrift voor West- en Noord-Europese literatuur en kunst dat gemaakt wordt door Romain John van de Maele. Romain is onder andere voormalig recensent bij Meander. In ‘De Veerman’ staan maar liefst 85 pagina’s met literatuur en kunst, zoals beloofd. In dit tijdschrift ook veel aandacht voor poëzie.

Zoals voor de poëzie van Edward Hoornaert (1981). Deze dichter debuteerde in 2016 met de bundel ‘Wij vreemden’. In de periode 2021-2023 is hij stadsdichter van Roeselare (Vlaanderen). Hij publiceerde gedichten in Gierik & NVT, Kluger Hans, Met Andere Zinnen en Plebs. Voorts is hij de bezieler van het dichterscollectief Obsidiaan en redacteur van het online tijdschrift Roer.

Als mede (poëzie-)tijdschriftmaker (van MUGzine) wil ik graag de aandacht vestigen op dit mooie initiatief van Romain. Daarom uit zijn debuutbundel van Edward Hoornaert, ‘Wij vreemden’ het gedicht ‘Morgenland’ dat ook te vinden is in ‘De Veerman’.

.

Morgenland

.
altijd juichen wij een vorig leven toe
gaan wij op zoek naar wat er achter onze rug
opdoemt – terwijl wij denken aan het verlies

.
denkt het verlies aan ons, er is geen weg vooruit
er is alleen het bed dat naar de liefde leidt en daar verstomt
wat ons betreft is dit het einde niet, we weten hoe het is
een voorstelling te maken van wat nog komen moet

.
in functie van wie achterblijft – ons huis het nest
dat ruimte liet

.
de tak waarop de vogel zat de verte ontegensprekelijk nabij

.

Laatste kans

Doe mee en zend in!

.

Poëziestichting Ongehoord! organiseert dit jaar voor de 8ste keer de Gedichtenwedstrijd. Dit jaar is het thema ‘Twist’. Eerdere winnaars van deze wedstrijd waren Anneke Wasscher, Gerard Scharn, Alja Spaan, Sara De Lodder, Hervé Deleu, Hein van der Schoot en Gijs Smit. Misschien wordt jij de opvolger van Sara De Lodder?

Meedoen kan nog tot 31 juli 2022. Je kunt je gedicht via dit adres insturen. Voor de voorwaarden en dergelijke lees je dit bericht.

Prijzen: Het beeldje van kunstenares Lillian Mensing, publicatie van de winnende gedichten op de website van poëziestichting Ongehoord! en op dit blog en publicatie in het leukste, kleinste en meest eigenzinnige poëziemagazine van Nederland en België, MUGzine.

De prijsuitreiking van de gedichtenwedstrijd 2022 zal plaats vinden op:

zondag 18 september van 13.00 tot 17.00 in de Jacobustuin (Jacobusstraat 103 – 109, 3012 JM) hartje Rotterdam, 5 minuten lopen van het Centraal Station.

De Jacobustuin is sinds jaar en dag een heerlijke plek middenin de stad en toch in het groen, waar de dichters die op de shortlist komen (de beste dertig gedichten) uitgenodigd worden hun gedicht voor te dragen. Als elke dichter dit gedaan heeft zal de jury (hierover later meer) de prijzen uitreiken. Er zal muziek zijn (ook hierover later meer) en eten en drinken voor de dichters en bezoekers.

In 2016 was het thema ‘Verwachting’ en won dichter Hein van der Schoot de gedichtenwedstrijd met het gedicht ‘ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg’ .

.

ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg

 

ge wist van de kelder de zolder, de ene sok de andere

en door de deur hoorde ge honderden vaders moeders

en bromberen net als vorige week en toen en toen

en buiten, nou ja buiten, de buik deed zeer, zeer

 

hoe het varken door zijn poten zakte en u aankeek

hoe het misschien droomde en ge zelf droomde dat ge

slappe benen zou krijgen en dan opengespalkt op de ladder

en al die nonkels en tantes die balkenbrij eten

 

een tuimelend hoofd met bloedspetters en strepen op de cementen

vloer en d’n papa die morse kan lezen maar dat ge zelf in uw lijf zit en

dat daar niemand u uit kan halen en dat er een brug is en een vallei

en hopelijk alles een kwestie is van goed zwiepen

.