Site-archief

Plattegrond

Frouke Arns

.

Voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2016) Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Naast dichter is ze auteur, literair vertaler en tekstschrijver. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. In 2013 verscheen haar debuutbundel ‘Mensen die je misschien kent’ bij uitgeverij Marmer. In 2017 volgde ‘Eigen terrein’ ,met daarin alle gedichten die ze tijdens haar periode als Stadsdichter van Nijmegen schreef. In 2018 kwam haar derde bundel, ‘De camembertmethode’ bij De Arbeiderspers uit, die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs 2019.

Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs (2017), de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’ Twee van haar gedichten werden opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2015’. In De Revisor, jaargang 2016 werden drie van haar gedichten geplaatst waaronder het gedicht ‘Plattegrond’.

.

Plattegrond

.

Berlijn was jong aan haar oevers, het bier liep over straat.
Op een bank zat een vrouw te bellen, haar vlees hing
aan alle kanten over, haar stem kristalhelder in de nacht.
.
Ik werd aangesproken in het Spreepark door een Penner
die me wegwijs wilde maken; in ruil daarvoor hield hij zijn hand op.
Bij Zenner dansten dames met watergolven zich terug hun jeugd in.
.
Blote heren lagen in het Tierpark op beladen gras. Augustus, de stad was open-
gebroken en klam, overal resten van muur en wespen. Eentje stak;
ik voelde het gif de hele nacht gonzen.
.
Later zag ik hoog vanuit de koepel wat de stad beneden niet prijsgeeft
– sprakeloos lag zij aan mijn voeten – van scheiding geen sprake.
Wolken dreven de dag uiteen.
.
Bij het monument
had iemand gevraagd wat het gekost heeft en
iemand had geantwoord: miljoenen.
.

Meisjes van 40

Jolies Heij

.

Dichter en performer Jolies Heij (1964) ken ik al vele jaren. Regelmatig kwam en kom ik haar tegen op podia en andere poëzie-evenementen, zo was ze deelnemend dichter aan de Poëziebustoer van 2019. Jolies studeerde Duitse Taal- en letterkunde in Utrecht en Freiburg im Breisgau in Duitsland. Vanaf 1999 is ze actief als (slam) dichter en sinds 2008 doet ze mee aan diverse slampoetrywedstrijden in Nederland en Duitsland. Ze was winnares van Slam by the Sea, ze deed mee bij Kargadoorslam, U-slam, iPoetry, Slamersfoort, in Delft, Zeist en Vlissingen. Ze won de tweede prijs bij ‘Het woord in de wijk’, een schrijfwedstrijd over de Utrechtse wijk Zuilen.

Ze treed zoals gezegd regelmatig op bij allerlei podia in het land en haar werk werd gepubliceerd bij onder andere Meander, De Contrabas en Pomgedichten. Haar stem klinkt amusant, versneld en bewust articulerend. Ze is serieus en grappig, gebruikt daadkrachtige beelden, schuwt provocaties niet en neemt totaal geen blad voor haar mond. En elke keer als ik haar hoor of zie optreden denk ik: Ik moet eens over Jolies schrijven.

Op 2 juli jongstleden, op de dag van de roos, droegen we beide voor in het Westbroekpark in Den Haag (samen met nog enkele dichters). Opnieuw werd ik gegrepen door haar puntige en ironische poëzie. Ik kocht haar debuutbundel ‘Lolita zei…’ waar ze in 2016 mee ‘debuteerde’ en uit die bundel koos ik het gedicht ‘Meisjes van 40’ waar alles in zit wat me zo inneemt voor Jolies.

.

Meisjes van 40

.

ze raadt korte rokjes aan

ook al staan

haar benen als zuilen

haar spijkerhakkentiktakken

menig gat in de grond

bezaaid met handkussen

.

talloze gulle minnaars

heeft ze achter zich gelaten

.

maar niemand bezat het paspoort

niemand die koning mocht heten

of de bolster strelen

dit territorium ligt braak

nooit door laarzen aangestampt

of door pummels bemest

.

ze doet maar alsof

ze ergens tussen het hangende vel

een onderkomen heeft bewaard

voor koeriers

voor avonturiers

ook rovers

zijn niet te versmaden

.

daarom schikt zij haar lichaam

voordat het verlepte rozen braakt

en kobolds op doorzakpaarden

te gebocheld en afgedankt

.

er schuilt een zekere lijdzaamheid

in dit volharden

.

niemand ziet

hoe zij aaiend het hart

onder de riem draagt

.

meisjes van 40

zijn niks wijzer

hooguit wat aftandser

en zitten beter in hun harnas

.

 

De harde weg

Ho Chi Minh

.

Hoewel ik weet dat er nogal wat te doen was over de bundel ‘Bloemen van het kwaad’ toen deze gepubliceerd werd in 2016, vind ik het stiekem toch erg fijn om erin te lezen.  ‘Bloemen van het kwaad’ samenstelling en vertaling door Paul Damen met een nawoord van Menno Wigman (zeker de moeite waard, bijvoorbeeld in hoe hij de toen nog twee levende ‘dictators’ ( Fidel Castro en Radovan Karadžić ) noemt: Bloedjassen van dit addergebroed) beschrijft het leven van ‘dictators’ door de eeuwen heen en de (vermeende) poëzie die zij schreven. Overigens heeft Menno Wigman zijn nawoord publiekelijk ingetrokken nadat bekend werd dat het boek van bedrog aan elkaar hing.  Zijn nawoord is echter nooit geschrapt door de uitgever (met dank aan Jaap van den Born).

Uit de analyse van dereactor.org blijkt dat het boek eigenlijk niet gepubliceerd zou mogen zijn, iets waar ik het, op basis van hun bevingen, mee eens ben, en toch is het een soort guilty pleasure voor me. Natuurlijk staat er heel veel in dat niet klopt, dat bij elkaar gerommeld is, geplagieerd zonder bronvermelding, vanuit dubieuze websites is overgenomen en daarmee zichzelf als non-fictieboek en -studie zichzelf volledig diskwalificeert. En toch mag ik er zo nu en dan nog graag wat in lezen. Niet zozeer vanuit het oogpunt van een dichter of poëzieliefhebber maar meer vanuit het oogpunt van een kijk op geschiedenis en hoe daar in dit boek mee is omgegaan.

In de analyse van Jaap van den Born en Bart Droog voor dereactor.org geven de beide heren aan wat er (naast alle leugens, plagiaat en delen uit prozateksten die als poëzie worden voorgeschoteld) dan nog overblijft: Wat jeugdverzen van Robespierre, Napoleon, Stalin, Salazar en Peron; gevangenisverzen van Ho Chi Minh; gedichten van Mao, Khomeini en wellicht enkele van Mussolini.

Omdat ik hier geenszins een verzamelbundel wil gaan verdedigen die dat niet heeft verdiend maar toch geïntrigeerd ben door hoe machthebbers (en dat hoeven geen dictators te zijn) omgaan met het woord als ‘wapen’ wil ik hierbij een paar gedichten die dan wel historisch gezien aan de persoon toegeschreven kunnen worden, delen.

Het betreft hier Ho Chi Minh (1890-1969), een Vietnamees communistisch revolutionair leider, die premier (1945-1955) en president (1945-1969) was van de Democratische Republiek Vietnam (Noord-Vietnam). Van 1945 tot 1969 was hij President van Vietnam. Tijdens zijn presidentschap was Hồ het middelpunt van een persoonlijkheidscultus die sterker werd na zijn dood. Dit was in tegenstelling tot Hồ’s persoonlijkheid: hij was iemand die er een simpele levensstijl op na hield, zelfs als hem luxe werd aangeboden. Ook stond hij bekend onder zijn vrienden als een gematigd politicus en iemand met een hoge integriteit. Niet echt het profiel van een ‘dictator’ dus.

Ho Chi Min schreef gedichten tijdens zijn detentie in China, begin jaren ’40 van de vorige eeuw. Omdat ik niet zeker weet hoe het zit met de voorbeelden uit ‘Bloemen van het kwaad’ heb ik me tot een zeer respectabele en geloofwaardige website gewend namelijk de digitale bibliotheek Nederland en daar vond ik het gedicht ‘De harde weg’ in vertaling van Mies Bouhuys, dat verscheen in De Gids (jaargang 132, 1969) met drie andere gedichten.

.

De harde weg

.

De steile hellingen, de hoge toppen
had ik gehaald.
Waarom zou ik verwachten dat de vlakte
veel meer gevaren in zich borg?
Daarboven in de bergen had een tijger
mijn pad gekruist, toch kwam ik
ongedeerd beneden.
Maar in de vlakte kwam ik mensen tegen
en werd in de gevangenis gesmeten.
.
Afgevaardigd door Vietnam
was ik op weg naar China
voor een bespreking
met een belangrijk man.
Maar op de stille weg brak plotseling
een storm los
en de gevangenis waarin ik werd geworpen
ontving mij als een eregast.
.
Ik ben een open boek, ik heb geen misdaad
op mijn geweten.
Maar toch werd ik ervan beschuldigd
spion te zijn van China.
Het leven loopt, zoals je ziet,
niet altijd even vlot.
Vandaag de dag
wemelt het van de moeilijkheden.
.
.

 

Familieweekend

Carmien Michels

.

De Leuvense Carmien Michels (1990) is  dichter, auteur en performer. Ze ging Woordkunst studeren aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen waar ze in 2013 afstudeerde en debuteerde met de roman ‘We zijn water’. Voor Nederlanders klinkt het vreemd als iemand met een roman afstudeert aan een conservatorium. In Nederland studeer je aan een conservatorium om professioneel musicus of danser te worden. Geen schrijver. In België kun je ook de richtingen Kleinkunst of Woordkunst volgen.

In de kringen van het spoken word platform Mama’s Open Mic werd haar liefde voor ritme, poëzie, engagement en poetry slam grondig gevoed. Na nog eens een roman te hebben gepubliceerd en in 2016 het Nederlands en Europees Kampioenschap Poetry Slam te winnen (ze haalde ook brons op het Wereldkampioenschap in Parijs) volgde haar poëziedebuut ‘We komen van ver’ in 2017.

Ik leende deze bundel via de digitale bibliotheek (als je lid bent van de bibliotheek kun je het hele jaar gratis E-books en gesproken boeken lenen) en hoewel groot geworden in de spoken word scene zijn de gedichten in deze bundel heel goed leesbaar als gedichten in een gedichtenbundel.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Familieweekend’.

 

Familieweekend

.

Mijn vader

vastgebonden aan een

totempaal

we spelen voetbal en

mikken op zijn bril

hij jammert in trance

over de slang in bad

toen hij in Congo

jongen was

.

Mijn neefje pleegt own

goal

valt neer met handen

voor zijn kruis

waar de schaduw van

de paal de appelboom

raakt

knikt een missionaris

mijn vader toe

.

De mannen en jongens

zweten de meisjes niet

de zon dribbelt tussen

de wolken

er komt geen adder

door het gras gekropen

.

Tegen het vergeten wat samenleven is

Shari van Goethem

.

De Vlaamse dichter Shari van Goethem (1988) volg ik al op afstand sinds ze, onder andere samen met mij, voordroeg op het Bouckenborgh Zomerpodium in 2015 in Antwerpen. Ze was één van de deelnemers aan de eerste toer van de Poëziebus.

In 2016 publiceerde ze haar eerste dichtbundel bij uitgeverij Vrijdag getiteld ‘Een man begraaft een boom’ gevolgd door ‘Tere stengels’ in 2019. Ze is lid (net als ik) van de Klimaatdichters en voor de nieuwe MUGzine (nummer 13) is ze door de redactie gevraagd een bijdrage te leveren, wat ze heeft toegezegd. Alles over haar werk en projecten vind je op haar website.

In 2021 werd Shari gevraagd een gedicht met maatschappelijk-kritische inslag te schrijven voor de Zomerreeks Samenleving en Poëzie. In afwachting van MUGzine #13 (verwacht medio augustus 2022) hier dat gedicht.

.

tegen het vergeten wat samen-leven is

.

dit woord is een mens
het wordt omgeven door andere
samen vormen ze een zin

tegen het vergeten
laat ik hier, nu, een leegte

 

 

herinnering

omdat de witruimte tussen twee mensen onverzadigbaar is, meer nog
dan het zachte wit
dat je hier, nu, ziet

zie je

je voelt dit woord, de klank die erbij hoort
je likt aan het tik tik tikken van de tijd
maar de zin
ben je kwijt

dus praat je, je praat en je
raast, hoopt dat je met jezelf
betekenis achterlaat maar de zin
vind je niet meer weer

zie je wel

jij bent dit woord dat in een zin thuishoort maar wegloopt
van elk punt

.

Foto: Sophie Nuytten

Met niets is alles begonnen

Ellen Lankman

.

In 2014 debuteerde Ellen Lanckman (1975) met de bundel ‘Over deugd en andere mankementen’, in 2015 gevolgd door ‘Dagen van glas’ die ze samen met fotograaf Hendrik Boxy maakte. In 2016 verscheen de bundel ‘vogel-jong’ en in 2018 kwam haar voorlopig laatste bundel ‘Met niets is alles begonnen’ uit. Bij haar fans staat Ellen Lanckman bekend als de ‘koningin van de melancholie’. Ze schrijft toegankelijke poëzie, die haar kracht verleent aan de eenvoud. Ellen heeft weinig woorden nodig om de juiste snaar te raken.

Ellen publiceerde geregeld in literaire en kunsttijdschriften, nam al deel aan talrijke tentoonstellingen, waar haar poëzie vaak gekoppeld wordt aan een andere kunstvorm. In de zomer van 2019 was een van haar gedichten te zien op Kunstenfestival Watou. Tegenwoordig is de poëzie wat op de achtergrond geraakt, is ze verpleegkundige en schrijft ze op haar blog Nursing over haar werk in de palliatieve zorg.

In de bundel ‘Met niets is alles begonnen’ verkent Ellen Lanckman alle kleuren van de melancholie, kantelend tussen nacht en dag, verleden en heden, illusie en waarheid. Lanckman creëert in haar nieuwe gedichten een weemoedige, wat spookachtige maar ook zeer herkenbare sfeer, die je bij de keel grijpt en niet meer loslaat. Dat is wat de uitgeverij ons beloofd op de achterflap. Herkenbaar? Zeker. Lees het gedicht zonder titel uit de bundel en oordeel zelf.

.

Hoe je kneedt en knijpt

om jezelf terug te halen

uit de mist van de ochtend

en een oude droom.

.

Hoe het beeld in de spiegel

steeds scherper wordt

en het zachte in je gezicht

wordt weggeveegd.

.

Ze lieten je geloven

dat breekbaarheid een zwakte is.

.

Kleine vogelgids

Mischa van Huijstee

.

Ik hoorde voor het laatst in 2019 van dichter Mischa van Huijstee toen hij als deelnemende dichter mee ging in de Poëziebus. In 2016 waren we al eens op het zelfde poëziefestival te vinden in Hoogeveen en nog  verder terug in 2009, was ik samen met Mischa winnaar van de poëziewedstrijd in Utrecht georganiseerd door de SLAU. De prijs voor het beste gedicht over het Stationsgebied ging naar Mischa en de prijs voor het beste gedicht over Hoog Catharijne ging naar mijn gedicht.

Tot afgelopen week toen hij, net als ik, deelnemend dichter was tijdens De Haarlemse Dichtlijn. Zijn performance was memorabel. Hij droeg een paar gedichten voor uit zijn nieuwste bundel ‘Kleine vogelgids, waarin ook grote vogels een rol spelen’. De titel geeft al een beetje aan wat voor soort poëzie dit is, poëzie met een kleine en een grote lach, verfijnd, subtiel en soms recht voor zijn raap maar altijd grappig genoeg om een glim- of schaterlach te ontlokken aan de lezer.

Ik kocht de bundel van hem voor € 10,- en heb er geen spijt van. Voor hier koos ik het gedicht dat over de Buizerd gaat met een gelijknamige titel.

.

Buizerd

.

terwijl hij rondjes alsmaar rondjes

door de lucht maakt

steeds hoger klimt

zijn blik op de grond gericht

weerklinkt zijn klagende miauw:

‘saaaaaaaaai’

de buizerd heeft weer eens een visionair moment

waarop hij denkt:

verhip er zijn inderdaad nogal veel saaie

bruin gespikkelde vogels op de wereld

precies zoals ik

.

Op ’t duin

100 duingedichten en 100 duingezichten

.

In 2016 namen Helmi Goudswaard, Nicolaas Matsier en Boudewijn Bakker het initiatief tot een bloemlezing van honderd duingedichten. Naast de 100 duingedichten zouden daarin 100 duingezichten moeten komen. Samen met het boek werd door het Haags Historisch Museum een tentoonstelling samengesteld met duingezichten. In de bundel staan dus 100 gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters en dito kunstenaars met werk dat de duinen als thema heeft. Hoewel geen catalogus in de letterlijke zin van het woord kon deze bundel wel als zodanig beschouwd worden bij de tentoonstelling destijds. Poetry International tenslotte wijde een presentatie aan nog levende duindichters dat jaar.

De gedichten zijn van dichters uit alle tijden en ook de kunstwerken zijn van stromingen van vroeger en nu, van werken uit de middeleeuwen tot moderne kunst van nu. De bundel is daarom in vele opzichten een aanwinst voor mijn boekenkast. Uit de bundel koos ik een gedicht van Willem Jan Otten (1951) met daarbij een ets van Aat Veldhoen (1934 – 2018) getiteld ‘Brokstukken van bunkers op het strand bij Bergen aan Zee’.

.

Een zandstraal; wind in de rug,

ergens tussen de badweg en Het Hon

het strand een aftelrijm van palen.

.

Waar de zee nog dun is als een pink

rollen strandlopertjes als biljartballen

over het laken van het water,

overrompeld door zeeschuim.

.

En waar het duin verzandt

ontstaan om wrakhout, flessen, banden,

nieuwe duinen, niet hoger dan mijn hiel,

.

en tussen duin en water:  wij,

onze stappen ongeteld, het is de wind

die ons doet lopen.

.

Ruimte

Roos Rebergen

.

Tijd voor alweer een liefdesgedicht. Zolang er aan de ene kant zoveel haat en geweld is in de oorlog en aan de andere kant zoveel liefde en medemenselijkheid als het gaat om het opvangen van vluchtelingen zal ik regelmatig liefdesgedichten plaatsen. Al is het maar om te laten zien en ervaren dat de liefde uiteindelijk altijd overwint. Vandaag een gedicht dat ik las in de bundel ‘Liefde’ uit eind 2021, samengesteld door dichter Tjitske Jansen, het gedicht ‘Ruimte’ van Roos Rebergen (1988) tekstschrijver en zangeres van de band Roosbeef.

Als twaalfjarige stond Roos Rebergen op de planken van de Koeioneur, het jaarlijkse muziekfestival dat haar vader organiseerde op het erf van zijn boerderij in Duiven. En sindsdien is Roos blijven zingen, aanvankelijk in het Engels, maar na het oprichten van haar band Roosbeef in het Nederlands. De taal waarin zij haar bijzondere, vaak bizarre en altijd boeiende gedachten het beste kwijt kan. Dat ze haar gedachten niet alleen kwijt kan in liedjes blijkt uit het feit dat ze in 2016 debuteerde met de dichtbundel ‘Ik ben al 11 jaar geen 16 meer’.  Het gedicht ‘Ruimte’ komt oorspronkelijk uit deze bundel.

.

Ruimte

.

we hebben tijd

stotter maar zoveel je wilt

ik wacht wel

we hebben tijd

jij bent van de ruimte

ik van de afgrond

ik vraag niet door

jij vraagt niet verder

want we weten

we hebben tijd

ik wil met je zien

ik wil met je horen

de sterren moeten niet zo ongeduldig zijn

en het koor van de orka’s kan beter nog wat repeteren

al je kennis maakt je mooi

mijn stomheid doet hetzelfde

jij houdt van het niets

en ik houd van het alles

.

Playboy

Mustafa Kör

.

Mustafa Kör (1976) is schrijver en dichter. Hij werd geboren in Konya (Turkije) en groeide op in Opgrimbië (Vlaams Limburg) in een mijnwerkersfamilie. In 1998 liep hij een rugbreuk op als gevolg van een auto-ongeval, waardoor hij in een rolstoel terecht kwam. Hij debuteerde in 2007 met de geprezen roman ‘De lammeren’.

Zijn Poëziedebuut ‘Ben jij liefde’ dat verscheen in 2016 kreeg lovende recensies en werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee 2017. Sinds 2018 maakt Mustafa Kör deel uit van Versopolis, een Europees poëzieplatform dat werd opgericht in 2014 en nieuwe kansen creëert voor opkomende Europese dichters. Het wordt ondersteund door het Creative Europe-programma van de Europese Commissie.

In 2008 was Kör een jaar lang stadsdichter van Genk. In 2022 volgt hij Carl Norac op als Dichter des Vaderlands  van België voor een periode van twee jaar. Gedurende die periode zal zijn poëzie de hoofdrol spelen in diverse maatschappelijke projecten.

Van zijn hand het gedicht ‘Playboy’.

.

Playboy

.

ik zie de jongen

spelenderwijs

kneedt hij arme materie

tot stille poëzie

.

zijn fantastische vlieg- en voertuigen

kevers in kinderkommen van zijn studio

maar zonnekind panama

brave jongen renko

.

wat zie ik nu

.

een volroze buste

van piepschuim en vilt

tot pin-up

gesculpteerde jeugd en verlangen

haast gecreëerd voor moeder aan tafel riep

.

dik tegen uw goesting

werd je gesommeerd

moest je heel even landen

.

ik zag ook in dit naakt

met het puntje van zijn tong eruit

een jongen die nooit groot wilde worden

.