Site-archief

Reflectief

Inge Boulonois

.

Afgelopen dinsdag overleed heel onverwacht dichter en schilder Inge Boulonois (1945-2024). Ik ontmoette Inge voor het eerst tijdens een avond bij Alja Spaan in Alkmaar tijdens Alkmaar Anders. Zij droeg die avond niet voor maar kwam voor de voordrachten en voor Alja. Later leerde ik haar beter kennen vooral door haar poëzie en het contact dat we hadden via Facebook, via dit blog, Meander en de bundels die ze publiceerde zoals ‘Voor waar genomen‘ en ‘Vers gekruid‘.

Toen wij van Mugzines een nummer wilde maken met light verse benaderde ik Inge om haar te vragen of ze daaraan mee wilde werken en vroeg ik haar om de namen van nog drie dichters. Dat resulteerde in een zeer succesvolle uitgave van Mugzine nummer 8 met light verse gedichten van haar, Wim Meyles, Frank van Pamelen en Remko Koplamp.

In 2000 begon Inge met het schrijven van gedichten. Ze debuteerde in 2004 met de bibliofiele bundel ‘Ooglijke tijd’. Van 2011 tot 2015 was ze stadsdichter van Heerhugowaard. Haar poëzie werd opgenomen in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen en haar werk werd meerdere malen bekroond: Plantage Poëzieprijs (2005), Concept Poëzieprijs (2006), Guido Wulmsprijs (2006), Culturele Centrale Boontje Poëzieprijs (2008), Poëzieprijs Merendree (2009) en de Nieuwegeinse Poëzieprijs (2009).

Sinds 2005 analyseerde ze poëzie voor Meander op klassiekegedichten.net. Voor literatuursite Meander schreef ze recensies van light verse. Een heel veelzijdige vrouw en dichter kortom. Bij Meander gaan we haar missen maar ook als mens. Inge was een enthousiaste, warme en altijd geïnteresseerde vrouw. Op haar rouwkaart staat ‘Leven blijft omdat het overgaat’ en dat zijn ware woorden. Op haar facebook pagina staat een laatste gedicht dat ik hieronder plaats. Maar ik heb ook een ander gedicht van haar gevonden dat ik erbij wil zetten. Het is getiteld ‘Reflectief’ en het geeft de optimistische en vrolijke aard van Inge weer. Zoals we ons haar zullen herinneren.

.

Reflectief

.

Steeds vaker kijk ik op mijn leven terug
En ben dan helemaal niet ontevreden
Met wat de jaren brachten tot op heden
En wat ik nu doe, ouder, minder vlug

Ik dicht, dit maakt mijn dagen stukken lichter:
Hier heb ik het gebracht tot zondagsdichter!

.

 

Nog eens de liefde

Adriaan Morriën

.

In de loop der eeuwen is er heel veel geschreven over de liefde en minstens zoveel gedicht. Neem een kijkje in de categorie liefdespoëzie en je bent voorlopig niet uitgelezen. Zelf heb ik een hele bundel gewijd aan de liefde ‘XX-XY‘ in 2016 en samen met Alja Spaan publiceerde ik in 2010 de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘ over de liefde in al haar verschijningsvormen.

En, zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, plaats ik hier met enige regelmaat een liefdesgedicht van deze of gene dichter. En vandaag doe ik dat opnieuw. Dit keer is het gedicht van dichter, essayist, vertaler en criticus Adriaan Morriën (1912-2002) getiteld ‘Vraag en antwoord’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Moeders en zonen’ uit 1962.

.

Vraag en antwoord

.

Ik streelde haar; haar huid

smeekte mijn vingers: ga niet weg.

Ik ging niet weg, ik wilde het telkens horen,

dit spreken van haar huid tegen mijn vingertoppen,

het antwoord geven en tevredenstellen,

zoals een moeder kinderen sust, een man

een vrouw zegt dat zij slapen moet,

terwijl zij in het donker ligt te wachten,

met grote ogen luistert

of hij het nog eens zeggen zal,

een laatste maal, omdat zij dan pas slapen kan,

wegglijden uit zijn aandacht, haar geduld

dat ongeduld geworden is.

.

Gedicht in de Poëziekalender 2025

Plint

.

Elk jaar geeft Plint (je weet wel van de posters, kaarten, kussenslopen en nog veel meer met poëzie) een Poëziekalender uit. Voor de kalender 2025 met als thema ‘Liever de liefde’ met liefdesgedichten van de vroege middeleeuwen tot nu, heeft men mij gevraagd of ze een gedicht van mij mochten gebruiken (uiteraard!). Het betreft hier het gedicht ‘Kus’ uit mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘ die ik samen met Alja Spaan uitgaf. Van haar is er overigens ook een gedicht opgenomen ‘heldere plekken’ uit haar bundel ‘De hand de beweging laten maken‘.  En van nog ruim 300 dichters trouwens.

De kalender is anders dan we gewend zijn van Plint, dit keer staat het gedicht op de voorkant en met de achterkanten kun je zelf maar liefst 46 poëzieposters maken. Op dit filmpje kun je zien hoe je dat doet. De beelden (die de poster maken) zijn van de Utrechtse kunstenaar en fotograaf Willem Popelier. In de kalender is poëzie van veel van mijn favoriete dichters opgenomen. Zo zijn onder andere Herman de Coninck, Maud Vanhauwaert, Vasalis, Alja Spaan en Toon Tellegen opgenomen met gedichten. Voor de hele lijst met namen kun je deze link aanklikken en dan op de link: In deze kalender staan gedichten van..

Zoals geschreven is mijn gedicht ‘Kus’ opgenomen en voor wie niet kan wachten tot de kalender uit is (hij is uit! bestel hem!) hier mijn gedicht.

.

Kus

.

Met je lippen open je een verleden
dat ik had weggestopt in mijn
dagelijkse agenda

.

Proef de vergleden momenten
als zout in mijn brave pap
kruidt mijn honger
met je eeuwig voedsel

.

Ik leef.
Ik leef, ik voel het
je ademt een oostenwind
in mijn verkleumde lijf

.

Ik zweef met jou maar
heel alleen de nacht in
je hebt me gemaakt

.

met je kus

 

 

Discipline

Eric van Loo

.

In 2021 overleed Eric van Loo, collega bij Meander (recensent, verantwoordelijk voor de Meander Klassiekers en redacteur van Meander Magazine) en dichter. Op de website verscheen na zijn overlijden een mooi en persoonlijk in memoriam geschreven door drie van zijn collega’s bij Meander Hans Puper, Janine Jongsma en Alja Spaan.

In 2016 verscheen van Eric van Loo de debuutbundel ‘De regels van het spel’ bij Uitgeverij Kontrast. De bundel was het resultaat van 10 jaar dichterschap. Met zijn debuutbundel won Eric van Loo in 2017 de derde prijs van de Eijlders Poëzie Aanmoedigingsprijs. In 2018 won hij de 22e editie van de Willem Wilmink Dichtwedstrijd.

In de bundel ‘In donzen dromen’ de 100 beste gedichten uit de Gedichtenwedstrijd 2020 van het PoëzieCentrum Gent, staat een gedicht van Eric getiteld ‘Discipline’ dat ik hier graag deel.

.

Discipline

.

Wanneer het regende bleef de tuinman

binnen. Hem werd een schone taak gegeven:

oude meubels in de was zetten. Het donkere

hout, de geur van boenwas – een zuivere meditatie.

.

Een paar dagen later regende het opnieuw.

En weer wachtte hem een poetsdoek

en werd hem ingewreven dat elke bezigheid

zijn eigen waarde heeft.

.

Het regent regelmatig in Engeland.

En telkens wachtte hem de poetsdoek

en werd hem ingewreven dat eigenwaarde

een vorm van hoogmoed is. Niet zijn.

.

Pas na weken begon hem te dagen

hoe hij deze taak meester kon worden.

Hij wreef zich de ogen uit. Alsof de zon

doorbrak, alsof hij eindelijk

.

op zijn plaats was.

.

Kus

Peter Verhelst

In 2020 schreef ik al eens over Peter Verhelst (1962), over zijn bundel ‘Wij totale vlam’ en ik plaatste daar het gedicht bij ‘Voor het vergeten’. Nu was ik pas in de bibliotheek van Utrecht aan het Neude en daar had ik even pauze. Ja wat doe je dan? Dan ga je, als je mij bent, naar de afdeling poëzie. En daar nam ik de bundel ‘Koor poëzie’ een keuze uit de poëzie (1987-2017) van/door Peter Verhelst uit de boekenkast. Wat schetst mijn verbazing? Er staat het gedicht in getiteld ‘Tegen het vergeten’. Nu kwam deze titel mij direct bekend voor.

Zowel in de titel van een gedicht van Shari Van Goethem ‘Tegen het vergeten wat samen-leven is‘ als de titel van de bundel van Hans Faverey ‘Tegen het vergeten‘ uit 1988, als in de titel van een bundel van Alja Spaan ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid‘ uit 2018 komt deze titel voor. En even verder kwam ik erachter dat ik het gedicht van Verhelst al eens gedeeld had hier op dit blog. Blijkbaar is de tegenstelling tussen vergeten en ‘er iets tegen doen’ wat eigenlijk niet mogelijk is, een interessante gedachtengang voor dichters.

Omdat ik het gedicht ‘Tegen het vergeten’ al eerder deelde heb ik gekozen voor een ander gedicht uit de bundel van Verhelst getiteld ‘Kus’. Ook al zo’n titel die je vaker tegen komt. Zoals blijkt uit dit, dit en dit gedicht.

.

Kus

.

Het beweegt iets kleins in haar slaap

het buigt een knie voorzichtig om het niet te wekken

lig je urenlang te kijken kin op arm hoe het samentrekt zich

wentelt op een zij het neemt je naar haar kant mee van het bed

zucht zich uit zichzelf zet zich op het laken af de voetzool

duwt de heup op nauwelijks een millimeter van je mond verwijderd

kom maar word maar wakker maar

de millimeter wordt een ding iets stijfs onder je tong je ziet het

uit het laken stulpen woelt zich bloot als het ochtend is een witte jurk

rilt door ons heen wiegt aan een kastdeur het is laat altijd te laat

begonnen we te zoeken plek na plek waar het zou kunnen

eindelijk de plek van ons om te vergeten te vergeten hoe je insliep

hoe je mond zich open droomde nog een keer voorzichtig

om je niet te wekken urenlang roerloos leunend op een hand

lig je te kijken lieve onbestaande

kus die loopt van de mond die er had kunnen zijn in het gezicht

dat al uit het kussen weg begint te trekken

het is onmiskenbaar ochtend laat ons nog een allerlaatste keer

voor het wakker wordt en kleren aantrekt en de kus wordt

die er niet meer is

.

Druif

Joris Miedema

.

Afgelopen zondag mocht ik samen met nog 19 dichters de presentatie van het drieluik van Joris Miedema (1978), luister bijzetten. In de Alkenaer (waar ook het podium Reuring van Alja Spaan wordt georganiseerd) had Joris Miedema, samen met uitgeverij Opwenteling, een bijzondere presentatie bedacht. In het afgelopen jaar werden maar liefst drie dichtbundels van Miedema gepubliceerd: ‘Algen uit een andere dimensie’, ‘De vlucht van de levenloze libellen’ en ‘Sloppenwijk van het hiernamaals’.

Alle 20 dichters was gevraagd een gedicht uit een van de drie bundels te kiezen en dat tijdens de presentatie in een soort medley voor te dragen. In drie rondes (ca. 7 dichters per ronde) werden gedichten uit elke bundel voorgedragen. Elke ronde werd muzikaal voorgegaan door een klankkunstenaar Auke. Verschillende bekende dichters maar ook mijn collega, directeur van de bibliotheek in Alkmaar en een paar minder bekende dichters zorgden voor een mooie middag.

Het experiment van Joris en zijn vriendin werkte heel goed. Juist door de verschillende stemmen, de verschillende gedichten en vooral ook de bijzondere gedichten van Joris, was er sprake van een veelzijdig en interessant programma. Het was bijzonder leuk om hier deel van uit te maken. Ik koos uit de bundel ‘Sloppenwijk van het hiernamaals’ het gedicht ‘druif’, een gedicht met een twist, een beetje raar maar zo lekker. Als iets het werk van Joris Miedema kenmerkt dan is het zijn ongebreidelde fantasie, zijn licht surrealistische manier van denken en schrijven, maar vooral dat in al die kolder steeds een serieuze gedachte zit.

.

druif

.

elke dag vroeg een vrouw bij de groenteboer

aan mij of ik druif was

ze bedoelde

natuurlijk droef

tot er na een aantal dagen

ineens ’s morgens

op mijn kussen een druif lag

ik droomde normaal gesproken

abnormaal veel over fruit

.

zelfs de lagen achter de realiteit

waren van fruit

voor een schilder van stillevens als ikzelf

was het verschrikkelijk om de connectie

met een onderwerp te verliezen

wat ik ook probeerde

ik wist me ineens geen druif meer voor de geest te halen

wel een overvloed aan bananen, stervruchten

en soms granaatappels

.

toen ik naar aanleiding

van een eerdere scan

terug moest naar het ziekenhuis

omdat er een tumor gevonden zou zijn

bleek ik bij nacontrole

toch volledig schoon

gelukkig was ik al van het dak gesprongen

ik denk niet dat ik met zoveel geluk had kunnen leven

.

 

Menhir in Mexico

Jan Bervoets

.

In 2009 nam Joris Lenstra afscheid van  Ongehoord Rotterdam, een poëziepodium waar hij sinds 2006 in de organisatie zit. In 2007 wordt in de centrale bibliotheek van Rotterdam het eerste podium georganiseerd. De mensen die Ongehoord Rotterdam organiseerden waren naast Joris Lenstra, Hein van de Assem, Ton Huizer, Yvonne Koenderman en Frida Winklaar. In 2010, na het afscheid van Joris neemt een nieuw bestuur het over van deze club. Hein en Yvonne blijven, Corina Kappen en ikzelf treden toe.

Door de jaren heen heeft het podium van poëziestichting Ongehoord! vele goede en bijzondere dichters op haar podium mogen begroeten. Een selectie: Daniel Vis, Roel Weerheim, (Marieke) Lucas Rijneveld, Frans Terken, Daniël Dee, Elfie Tromp, Lotte Dodion, Gijs ter Haar, Alja Spaan, Els de Groen, Demi Baltus, Myrte Leffring, Joz Knoop, Meliza de Vries, Evy Van Eynde, Kira Wuck, Jana Beranová, Lies Jo Vandenhende, A.C.G Vianen, Judith Herzberg en natuurlijk de ons ontvallen Rieneke Minderman, Derrel Niemeijer en Wim den Hertog.

Hoewel de podia in de bibliotheek van Rotterdam inmiddels tot het verleden behoren, organiseert poëziestichting Ongehoord! nog steeds de Ongehoord! Poëziewedstrijd (twee jaarlijks) en worden er incidenteel podia georganiseerd in Maassluis, Den Haag en Rotterdam.

Toen Joris Lenstra in 2009 afscheid nam van Ongehoord Rotterdam verscheen een klein bundeltje met gedichten van dichters die ooit het podium betraden. Een van die dichters was Jan Bervoets (1942). Bervoets publiceerde vanaf de jaren ’80 in onder andere Maatstaf, De Revisor en De Gids. Van zijn hand is het gedicht ‘menhir in mexico’ opgenomen in de bloemlezing van Poëziepodium Ongehoord Rotterdam uit 2009.

.

menhir in mexico

.

verschrikkelijk zoals dit weer is voorspeld

met een saffieren mes

zijn ingewanden blootgelegd

en alle gieren vreten aan de wolken

.

welke tornado wil hier nog aarden

als zelfs de huizen onhandelbaar blijken

en er dagelijks doden vallen

in een ritmiese kadans

.

zoveel natuurgeweld lijkt wel retories

de geldigheidsduur van een ademtocht

is zevenmaal verzekerd

men staat in de rij voor het product

.

slechts een oude galsteen blijft nog achter

en wijst de laatkomers de weg

.

Het langzaam voorover vallen

Alja Spaan

.

Het schrijven van een recensie is geen sinecure. Voor mij niet althans. Ik lees een bundel eerst vluchtig door, scan wat gedichten her en der en daarna lees ik de bundel een keer helemaal achter elkaar secuur door. Ik maak aantekeningen en begin te schrijven. Tijdens het schrijven blader ik terug, herlees ik en toets ik wat ik vind aan de pagina’s in een bundel.

Een recensie schrijven is werken en genieten (als de bundel daar aanleiding toe geeft) ineen. In het geval van het recenseren van de bundel ‘Het langzaam voorovervallen’ van Alja Spaan (1957), uitgegeven door uitgeverij P afgelopen maand komen er nog wat verwachte extra complicaties bij. Want niet alleen vorm ik samen met Peer van de Hoven en Alja Spaan het bestuur van Meandermagazine.nl maar ik ken Alja al ruim 15 jaar en durf ik te zeggen dat we goed bevriend zijn, een vriendschap die zich uitte in samen een gedichtenbundel publiceren  (Je hebt me gemaakt met je kus) en voordragen op podia die zij of ik organiseerden.

Desalniettemin is het me elke keer weer een grote eer om haar dichtbundels te recenseren. Omdat ik ook een groot bewonderaar ben van haar poëzie. Ik lees bijna dagelijks haar gedichten die ze publiceert op haar website aljaspaan.nl maar elke keer weer als Alja een bundel publiceert (dit is al haar 7e dichtbundel) ben ik nieuwsgierig naar de inhoud.

In ‘Het langzaam voorovervallen’ staan gedichten die Alja schreef in de periode januari 2019 – januari 2021. Wekelijks las ze toen voor in een zorginstelling voor ouderen waar de jongste luisteraar 72 was en de oudste 99. De bundel ademt kwaliteit. Een mooi vormgegeven bundel met een lichte omslag met aan de binnenkant een dubbele omslag met informatie over de bundel en over Alja. Vierenvijftig gedichten over de duur van twee jaar, wekelijks een gedicht. De snelle rekenaar begrijpt dat er bijna een jaar ontbreekt, het Coronajaar toen zorginstellingen hermetisch afgesloten waren voor buitenstaanders.

Dan de gedichten. Lezend in de bundel valt me elke keer weer op, over wat een geweldig observerend vermogen Alja beschikt. Een groot oog voor detail en voor de mensen aan wie ze voorlas. Alja kijkt en luistert, ziet maar oordeelt nergens. Ze beschrijft een wereld die aan haar langs trekt. Het lijkt een samenleving, een wereld onder een stolp, bevroren in de tijd. Door haar gedichten, die eigenlijk één doorlopend verhaal zijn, leer je de mannen en vooral vrouwen in het tehuis kennen. De heer D. mevrouw Z., mevrouw V., mevrouw A., de heer T. en mevrouw D. waar de bundel mee opent. Door de gedichten van Alja komen ze tot leven en los van het papier.

Herkenbare situaties voor wie ooit te maken kreeg met ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Het voortdurend terugkerende wachten (zoals Pom Wolff heel scherp al beschrijft in zijn recensie van deze bundel op pomgedichten.nl), de verveling, het in slaap vallen, het ‘roddelen’ over de andere inwoners maar ook de verwarring bij de ouderen, het overlijden van een medebewoner en de herinneringen. Heel terloops, maar voor de goede verstaander en lezer van haar vorige bundels, komen de vader en de moeder van Alja als vanzelfsprekend langs in haar gedichten. De groep die ze voorleest vertoont gelijkenissen met de herinneringen die Alja heeft aan haar moeder.

De gedichten in deze bundel schilderen, in de bekende bijzondere stijl van dichten van Alja: tweeregelige gedichten waarbij de zinnen in elkaar overlopen, een wereld waarin het verleden net zo tastbaar aanwezig is als het heden. Met veel plezier en nieuwsgierigheid las ik de bundel in één ruk uit en voelde me onderdeel van een wereld die ik niet van dichtbij ken maar waarvan ik nu wel het gevoel heb dat ik weet hoe het eraan toegaat, wat er speelt maar vooral een wereld die ik mag kennen door de ogen en de taal van Alja.

Ik ben het helemaal eens met mevrouw Z. (om een andere reden maar desalniettemin) aan het einde van het gedicht ‘het oude litteken’ op pagina 49 “mevrouw Z. hoewel teleurgesteld / dat we niet gaan handwerken, noemt mij een cadeau.”  En een cadeau is ook deze bundel. Ik zou vele gedichten hier, ter illustratie van alles wat ik hierboven heb geschreven willen delen maar ik kan geen keuze maken. Elk gedicht is raak, ontroert, verbaast, vertedert, stemt tot nadenken, maakt verdrietig of juist blij. Ik kan alleen maar zeggen; Koop deze bundel, het zal geen moment teleurstellen, lees en herlees deze gedichten en geniet van de taal en de poëzie van Alja.  Om toch een gedicht hier te delen koos ik voor het gedicht op pagina 35 getiteld ‘het bepalend tijdstip’.

.

het bepalend tijdstip

.

De heer P., naast me, glimlacht de hele tijd maar zegt niets. Hij is

de eerste, ik duw hem tegen de tafelrand

.

vraag hoe zijn week was en hij knikt. In een verloren moment heeft

hij eens gezegd dat er zoveel overbodig geklets

.

is en ik heb dat natuurlijk beaamd maar er zijn tien vrouwen die dat

bestrijden en zelfs die ene andere man, mij

.

elke keer uitleggend hoe zijn gehoorapparaat werkt en ik de techniek

prijzend, houdt van dat oeverloos geleuter. Dat komt,

.

zegt hij, omdat hij zo’n romanticus is en hij legt zijn lange, witte en

benige hand over de mijne. De dames

.

zijn niet gecharmeerd, er heerst een virus, iedereen kucht en niemand

wil weten hoe groot de rol van de ander was,

.

niet echt tenminste of alleen door de ogen van Annie M.G. Mevrouw

de B. schatert, o, zegt ze, dat venijn!

.

Wat maakt een gedicht goed?

Meanderbundel

.

Gedurende anderhalf jaar stelde de redactie van het literair E-magazine Meander aan medewerkers en lezers van Meander de vraag ‘Wat maakt een gedicht goed?’. Vanaf de eerste bijdrage door Johan Reijmerink (onder andere recensent voor Meander) op 22 juni 2021, tot de laatste bijdrage op 10 januari 2023 van Jan van der Vegt (onder andere incidenteel columnist voor Meander) was dit een zeer goed gelezen en favoriete rubriek in de nieuwsbrieven die Meander verstuurd. Heel veel bekende en minder bekende namen stuurden hun bijdrage in (ik ook #40) en na de laatste inzending vond het bestuur van Meander (Alja Spaan, Peer van den Hoven en ik) de bijdragen zo waardevol en interessant dat we ervoor hebben gekozen de bijdragen te bundelen.

De bundel ‘Wat maakt een gedicht goed?’ werd vormgegeven door Bart van Heiningen van BRRT.Graphic.Design en werd mede mogelijk gemaakt door het Karin van Ringen Fonds. En natuurlijk door 75 geïnspireerde medewerkers en lezers. Want zei stuurde unieke, serieuze, speelse, poëtische, humoristische, strenge, onderhoudende, (te) lange, korte, verlegen, duidelijke, geërgerde, motiverende, vluchtige en opnieuw vragende bijdragen in.

In de bundel staan ze allemaal op volgorde van publicatie. Opnieuw een feest om te lezen. Alle bijdragers hebben het boek reeds thuis ontvangen maar wil je de bundel ook ontvangen, dan kan dat via redactie@meandermagazine.nl. De kosten zijn 10 euro plus 4,00 portokosten binnen Nederland en voor België (en verder in Europa) 8,50. Heerlijk om te lezen, en een mooi cadeau om weg te geven aan elke rechtgeaarde poëzieliefhebber.

Een enkele bijdrager heeft zijn of haar bijdrage aangeleverd in de vorm van een gedicht, zo ook Jan Loogman (#10), docent creatief schrijven en columnist die ook interviews voor Meander maakte.

.

Ik tel de woorden.
Zestig heb ik er
om goede poëzie
te vangen.
Nu nog vierenveertig.

.

Dubbel glas heeft poëtische mogelijkheden.
Breekbaarheid
al minder.

.

Misschien is goede poëzie
diverse taal.
Alle woorden mogen
mits zij elkaar licht gunnen.

.

Vensterglas is goed
omdat het uitzicht biedt
en ook enige bescherming.

.

Goede poëzie is vloeibaar
als glas en even breekbaar hard.

.

Het bestuur van Meander met de bundel

Waarheidsvinding

De Haarlemse dichtlijn

.

Op Hemelvaartsdag wordt al sinds jaar en dag De Haarlemse Dichtlijn georganiseerd, een poëziefestival waar maar liefst 100 dichters aan kunnen meedoen. In het Verhalenhuis aan de van Egmondstraat kwamen dit jaar ruim 60 dichters bij elkaar, met publiek meer dan 100 mensen. I de Theaterzaal, de Ademende zolder, het Taalterras en de Intieme huiskamer werd in drie ronden voorgedragen. Ik droeg voor in de eerste en de derde ronde met tweemaal drie gedichten.

De organisatie was als altijd van zeer hoog niveau, de inleiders en presentatoren kundig en het was weer een plezier om zoveel bekende en onbekende dichters te mogen beluisteren en spreken. De festivalbundel (te koop voor € 12,- bij de organisatie) die elk jaar gemaakt wordt van alle gedichten die de deelnemende dichters inbrengen werd dit jaar vormgegeven door Mart Warmerdam. Ook ik heb een gedicht ingebracht met het thema ‘Plot’ getiteld ‘Waarheidsvinding’ dat is opgenomen in de bundel.

Het bestuur van Meander (Alja Spaan, voorzitter, Peer van den Hoven en ikzelf) konden op deze mooie middag ook de bundel met bijdragen van de Meandermedewerkers voor het eerst aanschouwen. De bundel ‘Wat maakt een gedicht goed?’ wordt binnenkort officieel gepresenteerd.

.

Waarheidsvinding

.

Ik droomde de waarheid. In die lucide momenten

was er steeds het besef, dat ik kort van herinnering ben.

.

Het verlies van die helderheid laat geen leegte achter,

de waarheid is steeds een momentopname. Waarom

.

waken over gedachten die verlopen in de tijd,

daarin hun uiterste houdbaarheid bereiken? Nu,

.

wakker geworden door de lichtheid van de ochtend,

begin van lichamelijk leven, na de veilige onthechting,

.

blijft opnieuw die vraag liggen. Tijd schenkt pauzes van

schijnbare duidelijkheid in een leven vol ruis.

.