Site-archief

Depot van gevonden gedichten

Canvas

.

In de aanloop naar gedichtendag 2016 is Canvas, deel van de Belgische (Vlaamse) publieke omroep een mooi initiatief begonnen; Het depot van gevonden gedichten. Op dit blog schreef ik al een paar maal over ‘gevonden gedichten’ zoals Google gedichten en poëzie in alledaagse uitingen maar Canvas breidt dit uit naar stiftgedichten, readymades en (foto)gedichten in de openbare ruimte. Een bonte verzameling is het aan het worden.

Canvas is op haar website Canvas.be het Depot van gevonden gedichten gestart en vraagt aan iedereen om gevonden gedichten te fotograferen en up te loaden naar de website. Op deze manier worden deze gedichten bewaard, gekoesterd en aan de wereld getoond. En je kunt er ook nog eens een mooie prijs mee winnen, aldus de begeleidende tekst op de site.

Onder het motto: Poëzie is overal (waar ik het van harte mee eens ben) is je ogen openhouden de boodschap. En, zo stellen ze, denk aan wat Picasso zei : “Je ne cherche pas, je trouve”.

Meer over de manier om dat soort gedichten te vinden, lees je hier :www.canvas.be/hoevindikeengedicht

Je gevonden gedichten in het Depot stoppen, doe je zo:www.canvas.be/mijngevondengedicht

Het Depot van Gevonden Gedichten kun je hier bekijken:www.depotvangevondengedichten.be.

depot van GG

ik zou

 

Jaarringen

Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had

.

Na een aantal mooie liefdesgedichten van Herman de Coninck de afgelopen zondagen, vandaag een wat ander, wat schurender gedicht van deze meesterlijke dichter. Het gedicht zonder titel uit ‘Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had’ uit 2009.

.

Hij ziet in de kleedkamerspiegel de jaarringen

rond zijn ogen, als kringen van stenen in een poel:

ze hebben gezien, gezien, gezien, maar blijven bezig

met niet meer glad te strijken gevoel.

.

Ze zien Bedrogen Echtgenoot. Theater.

Hij is de man in de verkeerde

reus, de waarheid in het cliché, hij zeult maar.

De rol is eeuwig. het wordt nooit meer later.

.

Alles trekt scheef als in een farce.

Armen waaien van hem los in gestes, taal

gaat wapperen, barse wanhoop wankelt door de holle

.

hallen van zijn stem, slingerende grootspraak slaat

een arm om hem heen: hij en hem, de laatste twee dapperen.

Zijn lul verschrompelt. Hij hoort zijn kloten knarsen.

.

ringen

Otiot

Lut de Block

.

Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.

In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.

Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.

.

Otiot

.

Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt

zich weg van het lichaam. De klinkers botsen

tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.

In den beginne was het woord. Een alefbeet

van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.

Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken

in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van

zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’

noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.

De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.

D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels

klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-

maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.

.

lut

November

Zondag

.

Hoewel het december is lijkt het soms wel alsof het nog november is. Regenachtig, niet al te koud en grijs. Niet echt een goede reden om een gedicht met de titel ‘November’  te plaatsen van Herman de Coninck op de zondag maar ach, eigenlijk is elke reden om iets van hem te plaatsen een goede, nietwaar.

Uit: ‘De gedichten’ zijn verzameld werk het gedicht ‘November’.

.

November

.

Er hangen nog twee blaren

aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn

rood geworden, alvorens dood.

Vergeten te kijken.

.

Vergeten gelukkig te zijn.

Nochtans had ik een tuin

waarin een stoel, en die stoel

had mij, en ik had een hand

.

en die hand had een glas

en mijn mond had meningen.

Alles had.

Alles had ons.

.

HdC

Kaart van Plint uit 1995,  uit de reeks ‘De 10 Mooiste Van Herman de Coninck’. De illustratie ‘Zweef’ is van Wim Biewenga.

Weemoed

Zondag

.

Op de dag die ik nog altijd speciaal vrij hou voor een gedicht van de grote Vlaamse dichter Herman de Coninck, vandaag opnieuw een gedicht, dat verscheen in Tirade jaargang 23 (1979), zonder titel.

.

Weemoed is een foto van voor 20 jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Nu houdt het verleden bij elkaar.
 .
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
 .
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.
.
.
oldpicture

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

Omwille van de nacht

Even

.

Vandaag een liefdesgedicht op Herman de Coninckzondag. uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ het werkelijk prachtige gedicht ‘Even’.

.

Even

.

Geluk is ineens, zaterdagmiddag in de trein

naar Amsterdam, weten dat het niet voor jou is weggelegd.

En daar hoe dan ook erg rustig van zijn.

Goed, dat weten we dan, dat hoeft niet meer gezegd.

.

Er vallen tenslotte nog andere dingen te beleven.

We gaan naar Amsterdam kijken, en niet naar elkaar.

En er is een voorzichtig-zijn met wat je even

mag hebben, hooguit voor een paar jaar.

.

Zoiets als elke dag opnieuw weer honger krijgen,

zoiets als elke keer met jou hijgen

en hijgen en hijgen. En dan is het voorbij.

En wie weet, nooit gebeurd. Dan blijven ik en jij.

.

Geluk is vandaag nog dingen willen schrijven

als ‘jouw ogen en hun sterrelingse pracht’.

Godgod, nee zeg. Maar het is koud. En ik wil blijven

bij jou. Omwille van de nacht.

.

Rome-Train-Couple-360dpi

33-27

Herman de Coninck in Tirade

.

Zondag, dus Herman de Coninck. In het literair tijdschrift ‘Tirade’ verschenen in 1978 (jaargang 22) een aantal gedichten van Herman de Coninck. Het gedicht ’33-27′ vind ik persoonlijk erg mooi, grappig en ontroerend.

.

33-27
Jaja, zie titel, eigenlijk schelen wij zes jaar.
Ik ben nog zo oud en jij bent al zo jong,
en aan jouw lichthartigheid til ik soms zwaar,
en dan ben ik boos, terwijl jij gewoon je tong
uitsteekt. Want ik ben helemaal alleen en
jij met zovelen.
Alleen al met je jurken ben je vijf mevrouwen
die om beurten eens mevrouw De Coninck spelen.
Ik vind het bijna overspel nu eens van de ene,
dan weer van de andere te houwen.
Soms neem je voor een paar uur de benen
en moet ik in de kleerkast kijken wie er eigelijk is verdwenen.
Terwijl ik zelf niemand meer ben.
Wat wou ik allemaal niet worden, stichter
van de partij voor minder verdriet,
de vaak geïnterviewde oprichter
van de vereniging voor lofzangen op jouw linkertiet.
Maar ik ben alleen
jouw niemand, jij mijn iedereen.
.
tirade

Son-net

Christine D’haen

.

Christine D’haen (1923 – 2009) was een Vlaams dichter die in 1948 debuteerde in Dietse Warande en Belfort en in het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Hoewel ze zichzelf als agnost zag speelde het katholieke milieu waarin ze opgroeide en leefde een grote rol in haar werk.

In 1958 verscheen haar dichtbundel ‘Gedichten 1946-1958’. Deze gedichten bezitten een klassiek vormschema dat nogal opvallend was in de tijd van de Vijftigers , die er een veel uitbundigere stijl op na hielden. Haar gedreven poëtisch werk kenmerkt zich door een retorisch taalgebruik met beladen symboliek, een poëtisch-technische begaafdheid, een enorme taalrijkdom, een ongeziene verbeeldingskracht en een zintuiglijke geladenheid. Meermaals komen er verwijzingen terug naar de Griekse mythologie. Om het de lezer wat makkelijker te maken, voegde ze veelal voetnoten toe.

Christine D’haen was tot haar dood actief en kreeg tijdens haar leven verschillende literaire prijzen zoals de Prijs van de stad Gent, De Anna Bijnsprijs der Nederlandse letteren en De grote prijs der Nederlandse letteren.

Uit haar bundel ‘Merencolie’ uit 1993 het gedicht ‘Son-net’.

Son-net

Klimmend naar ’t zenit zoekt zij die haar licht
in ’t lichaam stort, blind van gestolde glans,
met bevende transgressie naar zijn trans,
doch voelt door bijstere nacht zijn blik gericht

op zijn in zich verzengd eigen gezicht
weerkaatsend hun oorspronkelijk dubbelnaakt,
of ’t oog gesperd de waterspiegel raakt
waar de beminde knaap verdronken ligt,

dan duikt hij naar haar schimmige tweeling-vacht,
of splijt hij met zijn vlijm gesloten schacht,
met gouden tong likkend een duister gras

ondersteboven in een woudmoeras,
of daar in zilveren ketenen gekneld
met goud bespat verzonken vrouwenspeld.

.

D'haen

merencolie

Met dank aan Wikipedia

Kluger Hans

Literair tijdschrift

.

Via Facebook werd ik weer eens gewezen op het bestaan van het tijdschrift Kluger Hans. Alleen door de naam al zou je nieuwsgierig worden naar wat er achter schuil gaat. Kluger Hans is een in België in 2008 opgericht literair tijdschrift, dat zich richt op jong talent.

Het tijdschrift verschijnt vier keer per jaar, daarnaast publiceert men ook literair werk online en organiseren ze evenementen onder de naam ‘literaire schurft’. Volgens eigen zeggen wordt er nadrukkelijk gezocht naar thema’s met een maatschappelijke inslag, eigenzinnige en authentieke teksten die de verbeelding prikkelen, stimuleren en verwarren en de de verwondering bevorderen.

Als literair magazine kenmerkt men zich door een keuze voor maatschappelijke betrokkenheid en artistieke vorm en inhoud met een oog voor nieuwe namen en talent.

In het tijdschrift staan nieuwe verhalen, essays en poëzie en op de website van Kluger Hans http://www.klugerhans.net/ kun je van alles alvast een voorproefje krijgen.

Uit het aprilnummer van dit jaar twee gedichten over utopie van Ingrid Strobbe.

.

I.

Het ziet er zo (vanuit de lucht) uit:

eerst de kleuren

de vlakken grijs en groen

het bouwmateriaal legt een dorp aan

de straten krijgen namen

de nummering van huizen

een postbode voor het kind dat op geen van hen lijkt

.

dan de mensen en de honden

een kat zo nu en dan naar de overkant

piepende remmen van opa’s

en oma’s kapster in het kapsalon

het kapsel spiegelend

.

een wandeling in de straat aan de hand van voetstappen

een meter door een stap gemeten

aan de hand een kind

een dier

snuffelend bij straatverlichting in het daglicht

springend in de plas van vrolijkheid

om het nieuwe huis dat in afmetingen er over heen gebouwd

er over heen beschermd

.

II.

In mei smijt de mens het ei

eigeel de kleverige nacht

eiwit de dreigende gedachten

het plan valt in een ongeplande slaap

per ongeluk het ongeluk van het wapen dat niet past

dat op een kussensloop elk gedicht uit het hoofd slaat

.

de man in het grootste bed strikt een laatste wens als veters rond haar

poten

.

haar pantoffels zuchten zacht

de trap af

.

de trap op

vanuit de lucht af gezien is het een drama

en toch zingt de maan haar troostend lied

toch ziet de zon dit door de vingers

.

Utopie