Site-archief
Haagse dichter
Adriaan Bontebal
.
Toen ik mijn opleiding deed tot bibliothecaris in Den Haag, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, kwam ik in aanraking met het werk van de Haagse schrijver/dichter Adriaan Bontebal. Toen was dat een bundel met miniaturen maar pas later, veel later kwam ik erachter dat Bontebal, wiens echte naam Aad van Rijn was, ook dichter was. Wanneer ik tegenwoordig naar het puur Haagse literaire onderonsje ‘Puur gelul’ in het Paard van Troje ga, tweemaal per jaar, dan heeft Adriaan Bontebal daar altijd een ereplaatsje als één van de verloren zonmen van de Haagse literaire scene.
Adriaan Bontebal (1952 – 2012) debuteerde officieel in 1988 met zijn bundel ‘Een goot met uitzicht’. Hij was een vertegenwoordiger van de anarchistische, Haagse kraakbeweging en schreef zijn gedichten en miniaturen met een groot gevoel voor humor en met oog voor de details van het alledaagse leven. In 1987 was hij mede-organisator van De Haagse Nach van de Literatuur, maar hij werd bekend door zijn voordrachten door het hele land en door zijn optredens in 1998 met de Haagse cabaretier Sjaak Bral. Adriaan Bontebal was een aantal jaren verbonden aan het VPRO-radioprogramma ‘Music Hall’.
Door een motorongeluk verloor hij een been en bewoog hij zich voort met een prothese. Gedichten van Adriaan Bontebal zijn opgenomen in Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ en in ’25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten’. In januari 2012, vlak voor zijn dood (in februari 2012), schreef hij dit gedicht. Bontebal overleed op 59 jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.
.
Wanneer ik buiten fiets
– ik fiets altijd buiten
ik ben klein behuisd –
en de regen me doorweekt
terwijl ruk- en valwinden
op me inbeuken
zodat ik slalom
als een beschonkene
bedenk ik
Zolang ik tegen
de elementen vecht
vecht ik niet
tegen mezelf
.
Heel veel meer van Adriaan Bontebal lees je op zijn blog http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/
.
Poëzietegel in Den Haag
Antoinette Sisto (1963 – 2017)
Stilstaan bij een overlijden
.
Gisteravond bereikte mij van een aantal kanten het afschuwelijke en in en in verdrietige bericht dat dichter, vertaler, redacteur van Meander en geweldig mens Antoinette Sisto, na een tweede hersenbloeding, afgelopen maandag is overleden.
Ik heb Antoinette leren kennen bij het WAK festival in Den Haag in 2014 waar we beide gedichten mochten voor dragen. Ik kocht daar haar bundel ‘Dichter bij de dagen’ waar ik van onder de indruk was. Ik nodigde haar uit om bij Ongehoord! te komen voordragen, zij interviewde mij voor Meander en nodigde mij uit om een gedicht voor De Vallei te schrijven.
Onze paden bleven elkaar kruisen, ik schreef recensies over haar bundels ‘Iemand moet altijd gemist worden’ waar ze mij voor de presentatie vroeg en door een stommigheid vergat op te komen dragen en haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ waar ze me opnieuw voor vroeg. Voor mij tekende dat ook de mens Antoinette, vriendelijk, vergevingsgezind en overall een mooi mens.
En nu is ze op een veel te jonge leeftijd overleden. Weggerukt uit het volle leven. Vorige maand nog nodigde ik haar uit om voor te komen dragen bij de slotmanifestatie bij de Week van de Cultuur in Maassluis. Ze wilde graag maar was nog te ziek om te komen. Ik had juist haar gevraagd omdat ik wist dat haar poëzie, waar ik zo van hou, prachtig zou passen bij de ambiance van deze slotmanifestatie. Het mocht niet zo zijn.
Met het overlijden van Antoinette verliezen we een prachtige dichter, een geweldig lieve vrouw en we zullen haar missen. Ik wens haar moeder en haar vriend en iedereen die Antoinette kende en waardeerde heel veel sterkte toe in deze zware en moeilijke tijd.
Uit haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ het gedicht ‘Ik teken de zon’.
.
Ik teken de zon
.
Jouw weg is nu verdonkeremaand
de gekartelde lijnen van rivieren
iemand vaagde ze uit
met gum gedecideerd
welke hand van bovenaf was dat?
.
Sinds jaar en dag loop ik
de drassige hoofdweg af
bossen vol mosgrond sla ik in.
.
Platanen boots ik na
met schaduwhanden
contouren van een onzekere toekomst
knip ik weg, ik teken de zon
zoals hij in kinderschetsen straalt
plat, honinggeel
.
een draaglijk beeld voor heel even.
.
Rita Mae Brown
Gedichten
.
Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.
Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives, filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.
Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.
Uit deze bundel een aantal gedichten.
.
For Those of Us Working For a New World
The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.
The Woman’s House of Detention
Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.
A Short Note for Liberals
I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.
The Bourgeois Questions
“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”
“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”
A Song for Winds and My Vassar Women
Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.
.
Amsterdam, Dapperbuurt
Jaap Harten
.
In 1966 publiceerde Jaap Harten bij De Bezige Bij de bundel ‘Totemtaal’. Jaap Harten (1930) is een Nederlandse dichter en schrijver van romans en verhalen. Hij woont in Den Haag waar hij werkte bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Hij leeft samen met kunstschilder Oskar Lens (1930). Uit de bundel ‘Totemtaal’ het gedicht ‘Amsterdam, Dapperbuurt’.
.
Amsterdam, Dapperbuurt
.
In het proeflokaal
schuil ik vol mistige voornemens
voor het noodweer
.
wat is het hier stil
het lijkt wel lemmer in de herfst
,
alleen de hagelstenen
praten harder aan het raam
dan de regen, eens, bij j.c. bloem
.
Voor twee scharren blauwbekken
W. Hussem
De, in Rotterdam geboren en in Den Haag overleden, kunstenaar Willem Frans Karel Hussem (1900 – 1974) was een Nederlandse schilder, beeldhouwer en dichter. Als dichter kende ik zijn naam al wel, als W. Hussem, maar eigenlijk alleen van een enkel gedicht in een bloemlezing. Zaterdag kocht ik in Heythuysen, een dorpje in midden Limburg, bij de plaatselijke kringloop de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ van zijn hand uit 1966.
Hoewel Hussem vooral bekendheid geniet als schilder ( werk van hem bevind zich in de collecties van o.a. Het gemeentemuseum in Den Haag en het Stedelijk in Amsterdam) publiceerde hij veel dichtbundels.
Kunstenaars die zich met een van of beide door Willem Hussem beoefende disciplines bezighielden, verenigden zich rond hem in de Posthoorngroep, genoemd naar een Haagse horecagelegenheid waar tot voor kort nog een poëziepodium werd georganiseerd.
In 1940 debuteerde hij bij L.J.C. Boucher met De kustlijn, gevolgd door Uitzicht op zee, dat verscheen bij A.A.M. Stols (1941). Vooral in de jaren zestig verschenen veel dichtbundels, waarvan de bekendste is Voor twee scharren blauwbekken (1966). Sommige boeken werden door hemzelf uitgegeven, zoals Lessen in luchtdruk. Ook na zijn dood bleef zijn dichtwerk verschijnen, het laatst de bundel Met inkt zeggen (2011), die met Hussems penseeltekeningen verlucht is.
In de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ staan veel korte gedichten, zonder titel. Daarom uit deze bundel een paar voorbeelden.
.
het botwant leeg
het aas verspeeld
ik ga wormen dollen op het wad
.
voor els
behoedzaam brengt zij
plantje voor plantje
over naar het bloembed
struikelt
en valt midden in de roos
.
met de stamgasten
in het dorpscafé
drink ik mij dronken
aan hun eenzaamheid
.
venus
mars
de grote beer
verder en verder
ga ik de hei op
ineens besef ik
hoe laat het is
boven de dennen
gloort de dag
.
















