Site-archief
Als ooit
Dichter van de maand
.
Deze week, voor de een na laatste keer als dichter van de maand januari, heb ik voor het gedicht ‘Als ooit’ van Hagar Peeters gekozen. Dit bijzondere liefdesgedicht verscheen in de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003. Op de website http://www.boekgrrls.nl/WoensdagGedichtdag/PeetersHagar.htm kun je een uitleg lezen van dit gedicht.
.
Als ooit
.
Als ooit jouw aanraking geen beroering
wekt dan ergernis of niets, als ooit
de dagen zich weer sluiten in de
aaneengeregen rij van opsomming
zonder apotheose* als de dood
zich in ons heeft gemengd en vreugdeloos
met ons aan tafel zit waar alleen nog
de verveelde conversatie van de vorken klinkt,
als ooit jouw bloed niet meer het mijne is
of ik het drink en er meer is in de kamer
dan jouw aanwezigheid als jij er bent,
als ooit behang en kapstok met jouw jas eraan
geen verschil maken voor mijn blik,
de straat gelaten onder onze voeten ligt,
dan vraag ik je om met mij in een kleine kist
onder een boom waar wij eerder
of te verbranden en te gooien in het water
waarop wij eens, dat wij teruggaan naar de plaatsen
die zijn achtergebleven in het fotoboek en ook het fotoboek
met alles er nog in en ook ons huis, de kinderen
als we die dan hebben, de hele aarde
zullen we samen moeten begraven, als ooit
The White Man’s Burden
Rudyard Kipling
.
Afgelopen week was ik bij de presentatie van mijn dochters profielwerkstuk op het Haganum in Den Haag. Alle leerlingen van 6 gymnasium gaven daar hun presentatie en omdat we er toch waren hebben we gelijk maar nog 4 presentaties meegenomen. Heel leuk en leerzaam. Zeker toen in een presentatie van twee leerlingen een verwijzing werd gedaan naar het gedicht ‘The white man’s burden’ van Ruduyard Kipling (hun presentatie ging over de verovering en kolonisatie van de Maya’s door de Spanjaarden).
Omdat ik het gedicht niet echt kende ben ik op zoek gegaan en ‘The white man’s burden’ van Kipling (1865 – 1936) blijkt een gevoelig liggend gedicht te zijn.
The White Man’s Burden (Nederlands vertaling ‘De last van de blanke’) werd in 1899 gepubliceerd in McClure’s Magazine en droeg de ondertitel ‘The United States and the Philippine Islands’. De Verenigde Staten waren destijds verwikkeld in de Filipijns-Amerikaanse Oorlog. Hoewel het gedicht een gemengde boodschap over het opkomende imperialisme van de VS bevat, lijkt het op het eerste gezicht een oproep tot het koloniseren van “minderbeschaafde” volkeren door de westerse mogendheden. Amerikaanse imperialisten gebruikten het gedicht “white man’s burden” als een rechtvaardiging voor het veroveren van nieuwe gebieden. Het controversiële gedicht was oorspronkelijk bedoeld voor het diamanten regeringsjubileum van koningin Victoria, maar voor dit doel diende later het gedicht ‘Recessional’. (Bron: Wikipedia).
.
The White Man’s Burden
.
Take up the White Man’s burden–
Send forth the best ye breed–
Go bind your sons to exile
To serve your captives’ need;
To wait in heavy harness,
On fluttered folk and wild–
Your new-caught, sullen peoples,
Half-devil and half-child.
Take up the White Man’s burden–
In patience to abide,
To veil the threat of terror
And check the show of pride;
By open speech and simple,
An hundred times made plain
To seek another’s profit,
And work another’s gain.
Take up the White Man’s burden–
The savage wars of peace–
Fill full the mouth of Famine
And bid the sickness cease;
And when your goal is nearest
The end for others sought,
Watch sloth and heathen Folly
Bring all your hopes to nought.
Take up the White Man’s burden–
No tawdry rule of kings,
But toil of serf and sweeper–
The tale of common things.
The ports ye shall not enter,
The roads ye shall not tread,
Go mark them with your living,
And mark them with your dead.
Take up the White Man’s burden–
And reap his old reward:
The blame of those ye better,
The hate of those ye guard–
The cry of hosts ye humour
(Ah, slowly!) toward the light:–
“Why brought he us from bondage,
Our loved Egyptian night?”
Take up the White Man’s burden–
Ye dare not stoop to less–
Nor call too loud on Freedom
To cloke your weariness;
By all ye cry or whisper,
By all ye leave or do,
The silent, sullen peoples
Shall weigh your gods and you.
Take up the White Man’s burden–
Have done with childish days–
The lightly proferred laurel,
The easy, ungrudged praise.
Comes now, to search your manhood
Through all the thankless years
Cold, edged with dear-bought wisdom,
The judgment of your peers!
.
Agenda
Voordrachten en meer
.
2017 loopt alweer aardig vol met activiteiten. Hier een klein overzicht van het eerste kwartaal:
5 januari: Local Literature, Spijkenisse (voordragen)
4 februari: Bundelpresentatie Antoinette Sisto in Perdu Amsterdam (voordragen)
19 februari: Poëziepodium Ongehoord! in Rotterdam (organisatie)
19 maart: Dichter bij Den Engel, Den Haag (voordragen)
28 maart: Westlands Boekengala, regionale schrijfwedstrijd (voorzitter jury)
.
Eigenzinnig erotisch gedicht
Gerrit Achterberg
.
Lezend in ‘de verzamelde gedichten’ van Gerrit Achterberg, uitgegeven in mijn geboortejaar, kwam ik het prachtige gedicht ‘Concave’tegen. Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.
Nu wist ik niet wat Concave betekent dus even opgezocht voor mijzelf en jullie.
Concave of Concaaf is een ander woord voor hol (het tegengestelde van bol of convex). Voorbeeld: de concave kant van een schaal is de binnenkant; de buitenkant noemen we de convexe kant.
Met deze wetenschap lees je het gedicht al iets anders maar feit blijft dat het natuurlijk gewoon een heel mooi voorbeeld is van hoe een erotisch gedicht (ook) kan zijn.
.
Concave
.
Liggend twee heilige heelallen in elkander,
hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,
voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,
schuif ik bedachtzaam bolsegment
na bolsegment langs uwe klingen
zonder in u te dringen;
wij hebben eender middelpunt.
.
Gerrit Achterberg (1905-1962). Collectie Letterkundig Museum. Den Haag.
De Pier
Mooie taal
.
In het alleraardigste boekje ‘Het lied van Den Haag’ zijn (bijna) alle liedjes die ooit bekend zijn geworden over Den Haag verzameld. Toen ik over de Pier aan het lezen was viel me bij het lied ‘de pier’ van Charles Heijnen uit 1915 op dat de taal die daarin gebruikt zo mooi en voornaam is. Poëtisch van klank en daarom uiterst geschikt om op te nemen onder de categorie poëzie in songteksten.
Uit de strofe uit het lied blijkt ook hoe voornaam de stad Den Haag en met name Scheveningen ooit was.
.
Op de pier in Scheveningen promeneert het blauwe bloed,
Sinds de banken en het windscherm is ’t leven er zoo zoet.
Jonkers voeren dweepgesprekjes met hun blik in ’t blauw verschiet,
Spreken af op knusse plekjes en de freule weigert niet.
Heel Den Haag ontmoet elkander, en ‘hm’…met ’n ander,
Vol beminnelijken zwier savoureeren ze een exquisiet pleizier.
.
Poëziebus 7
Edith de Gilde
.
Normaal vandaag op zondag de dichter van de maand (Jules Deelder) maar omdat ik deze week (een deel van) de Poëziebusdichters in het zonnetje zet verschuift Deelder naar morgen. Dichter Edith de Gilde werkte als schrijfcoach in de jaren ’00 en was in dezelfde periode redactrice van Meander. Ze is nu bestuurslid van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater en film.
Gedichten publiceerde ze in tijdschriften, bloemlezingen, bibliofiele uitgaven en poëziekalenders. Ze heeft ook eigen bundels gepubliceerd zoals ‘Zeilschip Zondag’ uit 1998 en de tweetalige bundel Verloop / Verlauf met vertalingen in het Duits van Hans v.d. Veen uit 2011. In 2012 is in de Haagse Kunstkring haar bundel ‘Vleugels van cement’ gepresenteerd, deel 20 in de reeks Verse Voeten van De Witte Uitgeverij.
Als stadsgenoot koos ik voor een gedicht van haar hand over Den Haag.
.
Als zwijgen
Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.
Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.
Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.
Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!
Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.
.
Dichter aan huis
Den Haag en Gent
.
Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.
Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.
De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.
In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.
.
Versterving
.
Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,
dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht
van zuigelingen die hun zuigfles missen,
een fopspeen of de tepel van hun moe.
.
Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,
speelt zich haast alles in hun koppen af:
heel dat langdradige en stoffige verleden,
die tamme lusten en die saaie kussen.
.
Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,
gaan als vanzelf hun handen wapperen,
hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:
zij hebben eindelijk besloten te beginnen.
.






















