Site-archief

Bestond ik uit taal niet

Anton Korteweg

.

Dichter en neerlandicus Anton Korteweg (1944) was hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Ik ken Anton ook als één van de leden van het comité van aanbeveling van het Maarten ’t Hart Documentatiecentrum. Maar velen kennen hem als dichter van inmiddels meer dan 15 dichtbundels.

In de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ een keuze uit veertig jaar Poetry International, zijn twee gedichten van Korteweg opgenomen. Het eerste ‘Bestond ik uit taal niet’ uit 1994, toont aanvankelijk nogal gecompliceerd van taal maar na een paar keer gelezen te hebben valt het kwartje en blijkt de intelligente manier van schrijven van Korteweg.

.

Bestond ik uit taal niet

.

Bestond ik uit taal niet, ik moest me niet denken.

Taal is een ziekte, kondigt de dood aan.

Er valt niet te stoeien; men worstelt vergeefs.

.

Gezonden zijn, hoeven niet zich te schrijven.

Praten niet eens met zichzelf. Ze zijn als

wie langs het strand, dat is leeg en van hen, rent.

.

Zwijgende zee; een hemel die dicht is.

pratende mond niet, geen denkend hoofd.

Er rent maar een lichaam van benen.

.

empty-beach-bo-chambers

Het mes op de gorgel

C. Buddingh’

.

In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.

Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.

Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.

.

De Blobber

.

De blobber heeft een kop van kalk,

Maar ogen als een neushoornvalk.

.

Hij doet echter graag interessant,

En draagt een bril met gouden rand,

.

Die hij, uit vrees hem te verliezen,

Wanneer hij onverwacht moet niezen,

.

En wijl zijn kop wat steun behoeft,

In zijn halswervels heeft geschroefd,

.

Hetgeen zijn houding tevens iets

Bijzonder statigs geeft, of niets

.

Op deze waereld kan gebeuren

Dat zijn sereniteit kan steuren.

.

gorgel

 

Zonder lidwoord

Sluitende man I

.

Poëzie komt in vele vormen. Zo is er de vorm waarin lidwoorden volledig of vrijwel volledig worden weggelaten hetgeen, in mijn beleving, het gedicht vaak een mate van afstandelijkheid meegeven. Dichten zonder lidwoorden is niet niet domweg lidwoorden weglaten waar je die normaliter zou schrijven, het is ook zoeken naar alternatieven, naar wegen om zonder lidwoorden toch dat te kunnen schrijven wat je wil schrijven.

Ik weet dat er dichters zijn die bijna niet anders meer kunnen of willen. Ik blijf het met enige verbazing lezen. Een mooi voorbeeld dat ik zeker kan waarderen is het gedicht ‘Sluitende man I’ van dichter Piet Gerbrandy.

Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs. Over zijn bundel ‘Kreukmonden opgevuld met gelei schreef Wiel Kusters begin dit jaar:

“Zijn experimentele, atonale poëtica heeft niet alleen symbolistische trekken maar is ook sterk verwant aan de poëzieopvattingen van hermetisch genoemde dichters als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens.”

Misschien niet de meest eenvoudige poëzie om te lezen maar wel poëzie waar je op kan kauwen en waarvan de schoonheid langzaam tot je komt.

.

Sluitende man I

Te midden van jaarloze flessen tast
schrander de gymnasiast naar contact in een muur
want aantocht van mensen is denkbaar.

Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag.

Staat kroegjool op springen, het lekt
in zijn aards gewelf – ach daar velt hem
vonkende stroom, stuipt zijn hart.

In baaierd van zwam zal zijn rotting
geknakt, hoge zijden gedeukt nog wat liggen.

Hij leeft. Hij vermoedt dat hij leeft.
Hij wendt zich van veel dingen af die zijn.

En sluitende man kiest hij vrouw
om aanspreekbaar te blijven.

.

gerbrandy

Met dank aan gedichten.nl

Anton van Wilderode

Poëzie-avond

.

Begin van deze maand kreeg ik een uitnodiging van de ambassade van België, van Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering, voor een poëzie-avond die hij samen met de internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseert. Op deze avond in oktober in de residentie van de Belgische Ambassadeur in Den Haag worden gedichten van de deze Vlaamse dichter in drie talen voorgedragen door Axel Buyse en mevrouw Beatrijs van Creanenbroeck.

Anton van Wilderode (1918 – 1998) pseudoniem van Cyriel Paul Coupé, was een Vlaams dichter, auteur, classicus, vertaler en scenarist. Van Wilderode werd in 1944 tot priester gewijd en werkte vanaf 1946 als leraar aan het Sint Jozef-Klein-Seminarie in Sint Niklaas.

Zijn literair debuut kwam er met de nouvelle ‘Dis al’ in 1939, hetgeen de eerste van vele prijzen opleverde voor zijn talent. Zijn debuut als dichter kwam er in 1943 met ‘De moerbeitoppen ruischten’. Ook vertaalde hij gedichten van onder andere Vergilius en Horatius. Van Wilderodes Vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaamse Nationale Zangfeesten en voor de Ijzerbedevaarten.

In totaal publiceerde van Wilderode bijna 70 boeken, bundels en geschriften. In zijn periode als leraar gaf hij onder andere les aan Tom Lanoye en Paul Snoek.

.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 het gedicht ‘Villa Giulia Rome, het echtpaar’.

.

Villa Giulia Rome

het echtpaar

.

Houden haar vingers vogels vast, sieraden

of offerschaaltjes in doorschijnend glas,

zijn rechterhand een groen juweel van jade?

.

De lange zomer die hun leven was

liet op het gaaf gelaat de glimlach duren

begonnen op een buitenbed van gras.

.

Reikt hij de haarkam aan voor haar coiffure

en geeft zij hem de trouwring van agaat

met spiegelingen op de kamermuren?

.

Zij liggen in een ingetogen staat

van zaligheid en zichtbaar welbehagen

nog in de kleren van hun levensdagen.

.

Herhaalt zij met bewegelijke handen

momenten van geluk, en blijft zijn arm

intussen om haar hals, nabij en warm?

.

Tezamen ingescheept en onder zeil

om op een verdere oever te belanden

voor eeuwen slaap en onverliesbaar heil.

.

GiuliaAerial

 

 

Een absolute Mus

Dolmus

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bijzonder fraai vormgegeven bundel ‘Een absolute mus’. In 2009 verscheen dit boek en werd in de Openbare Bibliotheek van Den Haag de gelijknamige tentoonstelling met alle illustraties uit de boek georganiseerd. In dit boek geven 50 illustratoren hun visie over de 50 versies van het woord mus en 50 schrijvers schrijven daarbij hun reactie. Veel woordspelingen, verhaspelingen en creatieve vondsten met mus in dit vermakelijke boek. Dit alles vanuit de wens om de mus ” weer onder de mensen te krijgen”.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Patty Scholten bij een illustratie van Gerrit de Jager.

.

Dolmus

.

De bus zit vol, maar waar is de chauffeur?

Die rookt een sigaretje, wat opzij.

Er kunnen best nog een paar klanten bij

en ook een krat met kippen bij de deur.

.

Zijn passagiers wachten gelaten binnen.

Want in de bus wordt het bloedheet en

zonder de airco zit men flink te zweten.

Dus helpen ze met nieuwe klanten winnen.

.

‘Er is een markt in Korbasi vandaag!’

‘Jij hebt een oom in Ankara. kom zeg!’

Er kan geen mus meer bij, de bus rijdt weg.

Maar of de vering het houdt, is de vraag.

.

IMG_1195

absolute mus

 

Everything you’ve always wanted to know about poetry

But were afraid to ask

.

De laatste tijd lees ik nogal veel over poëzie, wat het belang van poëzie is of kan zijn, waar poëzie een positieve invloed op kan hebben, hoe poëzie het leven veraangenaamd en waarom je poëzie zou moeten lezen. In dat kader kwam ik een bijzonder aardig essay tegen van Bill Zavatsky op de website http://www.poets.org/.

De strekking van dit essay is dat het genieten  en het waarderen van poëzie in veel gevallen (als daar überhaupt al sprake van is) op scholen en universiteiten stevig wordt tegen gewerkt door het eindeloos analyseren en duiden van poëzie. Elk gedicht wordt uitgebreid besproken, de symboliek in de tekst, de achtergronden, thema’s en dergelijke worden uitgekauwd waardoor er voor het genieten van poëzie eigenlijk geen ruimte wordt gelaten.

Hij schrijft het ook als een aanklacht tegen de docenten die les geven in poëzie :  “In “interpreting” poetry, too many teachers have forgotten the great unwritten law of its mathematics: a good poem is always more than the sum of its parts. It is first and last the document of a human experience.”

De weerstand tegen het gebruik van spreektaal of klare taal in poëzie komt ook aan de orde (alsof poëzie alleen maar poëtisch is als je er weinig van begrijpt of moeite voor moet doen). Ik realiseer me dat dit artikel erg op de Amerikaanse situatie is geschreven. Volgens mij zouden we in onze handen moeten knijpen als er les wordt gegeven in poëzie op middelbare scholen. Maar een deel van de kritiek begrijp ik wel.

Zavatsky breekt een lans voor het genieten van poëzie om wat het is. Of in zijn woorden: “Experience is our objective; the interpretation of experience, a natural and laudable human activity, still comes afterwards.”

In dit essay geeft hij een voorbeeld van een gedicht in gewone taal. Misschien niet heel toevallig viel mijn oog hierop. Het is een gedicht van William Carlos Williams getiteld ‘This is just to say’ en juist dit gedicht staat op een muur in de buurt van mijn woonhuis in Den Haag.

Hieronder het gedicht en de link naar het essay van Bill Zavatsky.

.

This is just to say

I have eaten
the plums
that were in
the icebox

and which
you were probably
saving
for breakfast

Forgive me
they were delicious
so sweet
and so cold

.

archipelbuurt

 

.

Het essay van Zavatsky staat hier: http://www.poets.org/poetsorg/text/everything-you-always-wanted-know-about-poetry

 

De Poëziebus Deel 5

Mark Boninsegna

.

Gister werd Delft en (opnieuw) Den Haag aangedaan door De Poëziebus. In Delft werd bij Menno Smit van Verzet de Zinnen opgetreden in het Rietveld theater en in Den Haag werd op het Koningsplein o.a. samen met de bewoners een ‘pleingedicht’ gemaakt.

Vandaag trekt de karavaan dichters in de Poëziebus naar Amsterdam waar het Vondelpark wordt aangedaan waarna men doorreist naar Rotterdam waar maar liefst twee podia worden onveilig gemaakt namelijk café De Schouw en WORM Wunderbar.

Vandaag ook ongetwijfeld aanwezig (in Rotterdam dan toch zeker)  is Mark Boninsegna. Mark is een echte ‘Rock ‘n Roll Straatpoëet’. Geboren te Berkel en Rodenrijs in het jaartal 1976. Momenteel is hij gemeentedichter van Lansingerland en poëzieambassadeur van bibliotheek Oostland. Zijn poëzie is zonder poespas en recht van de straat. Liefde en romantiek worden afgewisseld met een ‘knal boven op je muil’, maar het verlangen naar een morgen zonder gedoe is altijd aanwezig.

.

Verborgen letters

Overdag vormen letters geen woorden
geen glimlach op het gezicht
geen deuren die geopend worden

Ze geven geen informatie
geen troostende arm om schouders
of zucht van verlichting

Een deken is gedrapeerd over letters
Vormen waarneembaar
maar een betekenis verstopt

’s Nachts als het lichaam onder de deken kruipt
komen letters te voorschijn
en dansen in onthullend maanlicht

dan vormen ze een nieuw epos van Homeros
en een nieuw gedicht van Yunus Emre
Soms ook een nieuwe strofe van Vaandrager
of een nieuwe bundel van Cesare Pavese

Bij het verschuiven van aarde en maan
veranderen letters van volgorde
Chaotisch duwen ze het lichaam van hun af
wanneer onder dekens kruipend

.

mark b

Poeziebus-logo

Alle informatie over de Poëziebus op http://poeziebus.nl 

De Poëziebus Deel 4

Rik van Boeckel

.

Gisteravond deed de Poëziebus Capelle aan de IJssel aan en vandaag rijdt men eerst naar Delft (Rietveld theater om 13.00 uur), waarna de dichters en de bus vertrekken naar wederom Den Haag om daar om 20.00 uur op het Koningsplein acte de présence te geven.

Vandaag extra aandacht voor een Poëziebusdichter/journalist/slagwerker Rik van Boeckel verwierf in de jaren tachtig landelijke bekendheid als popdichter. Zijn poëzie heeft vaak een muzikale inslag en ligt dicht tegen rap en liedkunst aan. Rik begeleidt zijn ritmische voordracht met diverse percussie-instrumenten zoals djembé en cajón.

.

Op de duinpan

.

De duinpan legt mij geen beperking op
als zij wegwaait de bladzij uit mijn boek
te water gaat en golven vreugde
de horizon dichterbij brengen
zie ik halmen zwaaien in genegenheid

als de zon maan is geworden
zijn er geen wolken om onder te schuilen
zie ik slechts het licht van een schip
een oogwenk van de nacht
een stip die etmalen overstijgt
de woorden uit mijn boek
langs de eindeloze einder trekt.

.

Rik van b

cropped-poeziebus_banner-03

Meer informatie over de Poëziebus op http://poeziebus.nl 

De Poëziebus Deel 3

Lotte Dodion

.

Normaliter zou vandaag (sinds enige weken) de zondag van Herman de Coninck zijn maar omdat vandaag De Poeziebus officieel gaat rijden ( startschot in het Letterkundig museum in Den Haag onder leiding van dichter der Nederlanden Joke van Leeuwen) maak ik hier een uitzondering. Maar wel met een Vlaamse dichteres Lotte Dodion. Overigens zal ik zelf het podium van De Poeziebus betreden op zondag 26 juli in Antwerpen in het Bouckenborgh park, Bredabaan 559 in Merksem, aanvang 13.00 uur. Maar zover is het nog niet. Nu Lotte Dodion.

Lotte Dodion (1987) is dichteres, performer en polyvalent teksttalent. Met haar ‘poëzie voor het plebs’ toont ze dat poëzie toegankelijk en tegelijk eigenzinnig kan zijn. Haar teksten zijn donker, direct en in your face; haar optredens zachte donderpreken.

.

STIL

Gij aarzelt niet als ge wat zegt
en gij lijkt sprekend als ge zwijgt
op iemand die het beter weet.
Maar nu er nog wat braaksel hangt
als woorden aan uw lippen,
aan uw open mond, nu krijgt
gij het niet uitgelekt, niet uitgelegd.

Trager moet gij leren inhaleren
als ik uw natte lippen kus,
uw tong van kippenvel.
De huig moet nu geparfumeerd:
gij moet de opening van de verstuiver
in de mondholte houden en drukken
en slikken, niet stikken.

.

lotte

cropped-poeziebus_banner-03

Meer info over de Poëziebus op http://poeziebus.nl

 

Binnenstadboogie

Recensie

.

Alexander Franken, de sympathieke dichter/singer-songwriter uit Den Haag, heeft bij U2pi zijn nieuwe bundel Binnenstadboogie gepubliceerd met gedichten en liedteksten. Op de achterkant van de bundel staat te lezen: ‘Alexander schrijft wat in hem opkomt. Soms is dat kort, lang, grappig, serieus, muzikaal, werelds.’

Na lezing van de bundel kan ik dit beamen. Binnenstadboogie is gevuld met bekend werk van Alexander (gedichten en liedjes die hij regelmatig op allerlei podia ten gehore brengt) maar ook (voor mij) onbekend werk. Van kort (drie korte zinnetjes) tot lang (meerdere pagina’s), Haags (daarover straks meer), grappig en serieus (zeker) en werelds.

Bundels als deze hebben vaak een thema of een rode lijn maar in Binnenstadboogie is dat vooral de mens Alexander Franken. Dat hij niet alleen dichter is maar (misschien wel vooral) singer-songwriter blijkt voor mij uit het feit dat bij veel teksten je bijna automatisch een muzikale lijn, een melodie in je hoofd krijgt waarop de tekst gelezen kan worden. Dat veel van zijn teksten rijmen draagt hier zeker aan bij. In zekere zin is een deel van zijn teksten als light verse te betitelen.

Als mede Hagenees kan ik ook veel van de teksten plaatsen. gedichten/liedteksten met titels als Scheveningen, Paleis Noordeinde, Zeebenen in de tram, Haags hart, De Oude Mol en Nu de duinen rusten zijn voor de inwoner van Den Haag pareltjes van herkenning en voor de niet Hagenaar/Hagenees een mooie reden om de Hofstad te bezoeken of te (leren) ontdekken.

Met veel liefde en warmte schrijft hij over zijn stad en haar inwoners. Vaak op een persoonlijke toon (Kees, Klaas, Maarten, Saskia en Bram, we leren ze allemaal via Alexander kennen) of in een beschrijving van situaties die Alexander meemaakt.

Ook de liefde komt regelmatig aan bod, het verlangen, de hoop, de hunkering. De liefde voor mensen en voor dingen, plaatsen. Zelfs uit het genadeloze gedicht Zoetermeer (waar ik ben opgegroeid en ook nog eens in de wijk Palestijn) blijkt een “Haagse liefde”.

Binnenstadboogie heb ik in één ruk uitgelezen maar met de wetenschap dat ik de bundel nog vaak even zal oppakken om een tekst terug te lezen of uit te citeren. Alexander Franken is geen dichter van de grote poëzie, zijn teksten neigen vaker naar liedteksten of anekdotes dan naar gedichten maar ik heb er van genoten. De poëtische teksten die ook in de bundel staan krijgen misschien daardoor juist wel een extra lading.

Omdat ik zelfspot een prachtige eigenschap vind, hier het gedicht ‘Zoetermeer’.

.

Zoetermeer *

.

Buien lusteloosheid

dalen op mij neer

als iemand mij verteld

“U nadert Zoetermeer”

.

De architect die dat bedacht heeft

was aan de drugs of straalbezopen

waarom heeft hij geen galg bedacht

om hem aan op te kunnen knopen

.

Een wijk heet er Palestijn

daar durft geen jood te komen

maar ook de vrome moslims

willen er niet wonen

.

Het Stadshart klopt er niet

.

De mensen zijn er chagrijnig

gelijk moet je ze geven

er valt toch niets te lachen

als je in Zoetermeer moet leven

.

Ik wou dat er een eind aan kwam

dus bad ik : “Lieve heer,”

“Als u ooit nog iets gaat scheppen”

“schep dan geen Zoetermeer”

.

* Met dank aan René Geerlings

AF

Meer informatie over Alexander Franken en de bundel staat op zijn website http://www.alexanderen.nl