Site-archief
Over emigreren en ander geluk
Anne Borsboom
.
“Mijn moeder liet zich op haar zeventigste inschrijven in een bejaardenhuis. Ik liet mij nergens inschrijven, maar dat er nog iets moest gebeuren stond vast. Toen ik een boerderij in Frankrijk kon huren op 300 kilometer van Den Haag twijfelde ik geen moment”.
Dit is de intrigerende achterflaptekst van de nieuwe bundel van dichter/schrijfster Anne Borsboom (1948) met de titel ‘Over emigreren en ander geluk’. Ik ken Anne via mijn uitgever. De Brouwerij, waar zij ook is gepubliceerd met onder andere ‘Brussels kant’. Ik had al enige tijd niets van haar gehoord maar pas geleden kreeg ik een bericht via Facebook. Ze had over haar verhuizing naar Frankrijk een bundeltje geschreven. Of ik het wilde lezen? Natuurlijk wil ik dat en dus kreeg ik via haar nichtje in Den Haag het fraai uitgegeven bundeltje met verhalen en gedichten.
De bundel begint met het besluit om Den Haag na zovele jaren achter zich te laten. Anne verhuisd naar een boerderij die ze huurt op het noord Franse platteland de Hauts-de-France. En in tegenstelling tot wat je vaak in het programma ‘Ik vertrek’ ziet is de verhuizing van Anne een gelukkig. Op haar boerderij met geiten, poezen en kippen leeft ze als god in Frankrijk. Natuurlijk zijn er de ongemakken van het wonen in een ander land (paspoort, verzekeringen e.d.) maar al met al is dit een bundel om met een grote glimlach te lezen.
De bundel is uitgegeven door uitgeverij Gabriël en Anne Borsboom is terug te vinden op Facebook.
Naast de verhaaltjes staan er vele gedichten in dit mooie boekje. Zoals het gedicht ‘Fermate’. De term Fermate komt uit de muziek en betekent dat het metrum even doorbroken wordt.
.
Fermate
.
aan het einde van deze draad
jouw kiestoon
.
je neemt op en legt mij
hoog op de vleugel
.
ik wentel mij in klanken en beklim
de toonladders die jij tussen
de treden door vergeet
.
lang voorbij een stilte
keer je terug in het uur
.
als ik zeg je beter te kennen na vandaag
en niet te geloven in de leegte onder
.
woorden, maar meer voel voor
daden waarmee je desnoods mijn theorieën
.
omver schopt
.
je haakt af
ik leg je langzaam terug
in het passend model
.
Man bijt hond
Rozalie Hirs
.
Componist en dichter Rozalie Hirs (1965) is een bijzondere stem in de Nederlandse poëzie. Haar poëzie en muziek zijn zowel lyrisch als experimenteel. Het avontuur van de luister- en leeservaring en de verbeelding staan centraal. Haar poëzie omvat zowel dichtbundels als digitale poëzie (ik schreef hierover al in oktober 2018 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/09/logos/ ) interactieve gedichten die ontstaan in samenwerking met beeldend kunstenaars en grafisch ontwerpers.
Als inspiratiebronnen heeft zij vele musici maar ook een dichters als Emily Dickinson en Paul Celan. Over poëzie zegt ze: “Zolang er taal is, is poëzie even onvermijdelijk als het eigen leven. In het gunstigste geval gaan poëzie en leven gepaard met een gezonde vorm van bewustzijnsverruiming. Poëzie is het buiten de oevers treden van taal. Ik denk dat poëzie onze drang om te veranderen (in beweging te blijven) laat zien. Het ligt niet in onze aard de begrenzing van de taal (of het leven) te (kunnen) accepteren.”
In 1998 debuteerde ze met haar bundel ‘Locus’ bij uitgeverij Querido die ook haar andere vijf bundels heeft uitgegeven. Haar gedichten verschenen in verschillende (literaire) magazines en websites en haar werk werd onder andere in het Duits en het Servisch vertaald. Uit haar debuutbundel ‘Locus’ het gedicht ‘Man bites dog’.
.
Man bites dog
.
Het eerste dode dier dat
ik vond als kind
was een verkreukelde vlinder-
onder een steen.
.
Een pakje liet ik altijd ongeopend
tot mijn moeder na dagen van
waanzin het papier eraf griste en
me het cadeau toesmeet.
.
Ik heb lief en sla dood
met dezelfde warme ziel-
op mijn rug staan vele
ongeldige namen-
.
gezegd en weggeschreven door
de hete naald.
Voor iedere letter heb
ik betaald met het eiland
.
van mijn daad.
De sleutels komen met steeds langere
tussenpozen-
zij zijn opgehouden
.
met praten-
de ruit beslaat van de hitte.
Ik brand levenstraag tussen
kille muren.
.
Onze Chinese buurman werd vroeger Ching-Kong-Presley genoemd
Daniël Dee
.
Op zondag 7 juli droeg hij gloedvol voor op het Zomerpdoium van Ongehoord! in de Jacobustuin, uit zijn nieuwe bundel ‘Onze Chinese buurman werd vroeger Ching-Kong-Presley genoemd’ en vandaag wil ik hier een gedicht uit delen. De titel van deze bundel (het is een mondvol dat geef ik toe maar ja daar heb ik nu eenmaal voor gekozen) komt van zijn dochter. De dochter van Daniël is volop bezig met stickerboeken met teksten en daar is het idee uit geboren om een dichtbundel uit te geven zonder titel. Dat is te zeggen, je mag zelf de titel kiezen.
Ik had natuurlijk voor ‘Weekdier’ of ‘Zoveel te doen’ kunnen kiezen of voor een wat zakelijker titel als ‘Alinea uit de notulen van de dertiende bijeenkomst van het geheime genootschap van coïtofoben’ maar ik weet niet wat Coïtofoben zijn dus is het de Chinese buurman geworden. Interessant is natuurlijk te onderzoeken welke titels er zoal gekozen zijn, welke favoriet zijn en welke echt nooit gekozen worden. Misschien dat Daniël Dee daar eens een klein onderzoekje naar kan starten.
Hoe dan ook, de bundel bevat weer veel te genieten. De ‘stem’ van Daniël Dee klinkt niet alleen door in de titels van de gedichten maar zeer zeker ook in de inhoud en de vorm van de gedichten. Absurdistisch, humoristisch droog, persoonlijk, met zelfspot, direct, Rotterdams zou ik zeggen. Opnieuw een bundel van zijn hand die ik met veel plezier aan het lezen ben.
En de stickers voorin van de titels die ik niet gekozen heb? Misschien geef ik die aan iemand met een stickerboek, of plak ik ze op bundels waarvan ik de titel minder spannend vind. Nu hier het titelgedicht van (mijn) de bundel.
.
onze chinese buurman werd vroeger ching-kong-presley genoemd
omdat hij een vetkuif had en elvis adoreerde
.
nu zou dat niet meer kunnen
nu zou dat racisme heten
.
iedereen had een bijnaam bij ons in de buurt
.
onze buurman had een struise vrouw
ze was heel blond heel groot en heel dik
.
mijn vader noemde haar een aangespoelde potvis
.
het was een publiek geheim
dat hij van haar hield om de kinky seks
.
ik wist nog niet eens wat normale seks was
.
elke ochtend voor hij op zijn zündapp naar de fabriek croste
nam hij een neut en na zijn werk ging hij verder met drinken
.
kwade tongen beweren dat hij aan de lopende band dronk
.
op een dag was de struise buurvrouw ineens zwanger
niet veel later was ze vertrokken
.
daarna ging het niet meer met ching-kong-presley
zijn vetkuif dunde uit en soms hoorde ik hem schreeuwen in de nacht
.
en toen werden we europees kampioen
.
Mini ‘bibliotheek’
Naar morgen
.
In (vooral) steden maar ook daarbuiten zie je ze steeds vaker. Kasten op een paal of aan een muur met de uiterst dubieuze naam minibibliotheek. Allereerst moet mij van het hart dat het hier absoluut geen bibliotheekjes betreft of ook maar iets dat in de verste verte op een bibliotheek lijkt. Een bibliotheek bevat een zorgvuldig uitgezochte en ontsloten collectie boeken. Deze mini ‘bibliotheekjes’ zijn niet meer dan een kast met daarin boeken die mensen niet meer willen in hun huis (wat je steeds vaker ziet, een slechte ontwikkeling wat mij betreft maar dit terzijde) maar waarvan ze toch vinden dat het niet zomaar bij het grofvuil gekieperd kan worden.
Over het algemeen is de inhoud van deze kasten niet echt om over naar huis te schrijven. De inhoud gaat meestal niet veel verder dan wat oude kinderboeken, studieboeken en wat romans die al decennia niet meer gelezen worden. En toch loont het om er af en toe een blik in te werpen. Zo vond ik afgelopen weekend in zo’n kast 7 bundeltjes poëzie. Daaronder 4 nummers van ‘Naar morgen’ uitgaves van Opwenteling uit Eindhoven. Opwenteling is, zo leert mij de achterflap, een coöperatieve vereniging van auteurs voor presentatie van literatuur u.a. Naar morgen biedt ( of bood, ik weet niet of deze reeks nog bestaat) debutanten de mogelijkheid om te publiceren. Ik vond de delen 55, 57, 61 en 64. Inmiddels weet ik dat deze reeks gestopt is maar dat uitgeverij Opwenteling nog altijd bestaat en poëziebundels uitgeeft via https://opwenteling.nl/
Onder de namen van dichters geen bekende namen. Maar wel gedichten die er mogen zijn. Zoals het gedicht ‘Vader’ van Albert Megens uit nummer 61.
.
Vader
.
hij sloeg zijn ogen ten hemel
en met een zucht van verlichting
piste hij stralend
een kuiltje in het zand
.
zo loopt de hemel
in de aarde
bruisend uit de hand
.
Met meningen schrijf je geen goed gedicht
Remco Campert
.
Op de dag dat er in het Volkskrant Magazine een groot interview verschijnt met dichter/schrijver Remco Campert (1929) plaatst de Belgisch-Egyptische dichter Emad Fouad een stuk op mijn Facebook tijdlijn uit de Poëziekrant van juli/augustus 2019 van Virginie Platteau. Nu zul je je misschien afvragen wat deze twee zaken met elkaar te maken hebben? In het interview met Remco Campert in het Magazine vertelt hij:
” .. Maar ik ben nooit iemand geweest met heel uitgesproken meningen, ik vind dat je daar als schrijver je eigen manier voor hebt: je schrijft vanuit hoe je naar de wereld kijkt. Daar komt het dan wel in terecht. Dat heb ik altijd gehad. Ik heb een poos geleden die gedichten geschreven over Assad en zo, ik vond dat dat moest, het ging eigenlijk vanzelf. (in de bundel ‘Open ogen’ WvH.) Maar ik moet er niet te erg in betrokken zijn, geen heilige verontwaardiging, dat werkt allemaal niet. Met meningen schrijf je geen goed gedicht. Ik vind dat het genoeg is te constateren. het oordeel moet je aan anderen overlaten. ‘
Toen ik dit las had ik twee gedachten. allereerst: En al die dichters in gebieden waar onderdrukking heerst dan, die schrijven over die onderdrukking, is daar geen goede en oprecht mooie poëzie geschreven? Lees de gedichten in mijn categorie Dichter in verzet er op na. En mijn tweede gedachte was: ik denk dat Campert gelijk heeft. De mooiste gedichten van dichters in verzet zijn niet geschreven vanuit een heilige verontwaardiging, vanuit een activistische basis maar vanuit de wil om poëzie te schrijven over een belangrijk onderwerp, over onderdrukking, over verzet maar met ruimte voor de lezer om er zelf een mening over te hebben, en een oordeel over te kunnen vellen. Heel activistische poëzie lijdt te aan het zo belangrijk maken van het onderwerp dat het ten koste gaat van het poëtische gehalte van het gedicht.
Maar dan het artikel in de Poëziekrant van Virginie Platteau, zij schrijft onder andere: “zo wordt verwacht men van Palestijnse dichters haast automatisch dat hun poëzie een politieke lading heeft, Van zwarte artiesten in Europa is er de impliciete verwachting dat ze het over genocides zullen hebben, of over hun collectieve of individuele lijden. Eén ‘magische auteur’ moet dan als het ware een hele bevolkingsgroep en een groter verhaal representeren.”
Emad Fouad voegt hier in zijn post aan toe: “Cynisch genoeg zijn poëtische getuigenissen van lijdende vluchtelingen momenteel commercieel interessant. Ze worden soms doodgeknuffeld, van festival naar festival gehaald omdat hun verhaal zo schrijnend is. Sommige bundels worden in vertaling speciaal samengesteld ‘tot een doordachte eenheid gericht op de lage landen’, uitgevers pakken er expliciet mee uit.”.
Deze twee ‘meningen’, die van Campert en die van wat er blijkbaar tegenwoordig interessant is voor festivalorganisatoren en uitgevers liggen erg ver uiteen. Ik ben geneigd de mening van de oude meester te delen. Hoewel ik het emanciperende karakter van veel poëzie (en dat met name uit de genoemde groepen) zeker kan waarderen vind ook ik dat goede poëzie ‘vanzelf moet gaan’ zoals Campert het zo mooi omschrijft. Wanneer er te expliciet een onderwerp of probleem geadresseerd wordt gaat dit vaak ten koste van de poëtische vorm.
Dat dit ook heel goed samen kan gaan bewijst Sylvia Hubers in het gedicht ‘Gedicht voor de leiders van de wereld (ook de verkeerde) dat is opgenomen in de verzamelbundel ‘War on war’ met als ondertitel ‘gedichten geen bommen’ uit 2003, samengesteld en onder redactie van Harry Zevenbergen en Diann van Faassen.
.
Gedicht voor de leiders van de wereld
(ook de verkeerde)
.
Ontspan
Laat de gespannen spieren vieren
Ontspan
ontbal de vuist, maak de
Ogen rond, de mond verbaasd
En doe ook iets met de schouders
Ontspan
Urenlang
Ontspan de gedachten
Het strak gespan van oor tot oor
Waar cavaleriewagens rijden
Zet ze stil
Laat deze strijdwagens uit elkaar vallen
En bouw er invalidenwagens van
Ontspan
Laat armen en benen
Geen actie ondernemen
Tot zij geheel ontspannen zijn
Laat ze vallen laat ze vieren
En in je buik… bouw daar
Een vriendelijke kamer met sofa’s
Heerlijke zachte sofa’s
En ontvang daar, op die sofa’s
Iedereen die je haat
(Ontspan, Ontspan, Ontspan)
En praat dan met zijn allen
Over je moeders (je vaders)
Over je dochters (je zonen)
Over je vouwen (je mannen)
Vertel aan elkaar
Hoeveel je van hen houdt
En hoe graag je hen
Zou willen behouden
.
Levenslang
Jean Pierre Rawie
.
In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw was dichter Jean Pierre Rawie (1951) één van de toonaangevende dichters in Nederland (en Vlaanderen). Zijn bundels verkochten beter dan menig roman. Ik herinner mij een avond in de bibliotheek van Wateringen waarop Rawie zou vertellen en voordragen en waar bijna 80 mensen aanwezig waren. Voor een dichter een meer dan respectabel aantal. Vooral zijn bundel ‘Een onmogelijk geluk’ uit 1992 was een enorm groot (verkoop)succes.
Tussen 2001 en 2012 was het erg stil rond Jean Pierre Rawie. In die periode verscheen alleen ‘Verzamelde verzen’ (2004). Na 2012 kwamen er weer met enige regelmaat bundels uit van zijn hand. Te beginnen in 2012 met de bundel ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’. Uit deze bundel het gedicht ‘Levenslang’ over verwachtingen die niet uitkomen.
.
Levenslang
.
De dronken dagen, doorgehaalde nachten
(wij konden niet kapot in onze jeugd),
de herdersuren waar ons geen van heugt,
de gouden tijd die wij oneindig achtten.
.
Toch waren wij ten prooi aan de gedachte
dat wat voor ons was weggelegd niet deugt;
wij hebben ons een leven lang verheugd
op iets wat levenslang op zich liet wachten.
.
Straks zijn wij oud, en met doorgroefd gelaat,
bedroefd en moe, en met de dood voor ogen,
vertrouwd met hoe het in de wereld gaat,
.
maar met behoud, naar buiten onbewogen,
van het vooruitzicht waar ons hart voor slaat,
dat wij daar tot het laatst naar haken mogen.
.
Don Juan Lul
Lévi Weemoedt
.
Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.
In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”
.
Don Juan Lul
.
‘k Kan niet lezen en niet schrijven.
‘k ben de langzaamste in vlijt.
Maar het allerdroevigst ben ik
in sociale vaardigheid.
.
Nooit kan ik iets leuks verzinnen!
Sta ik voor een mooie meid,
ach, dan schiet mij slechts te binnen
dat ik dood wil. Heel de tijd.
.
Jan Glas
Dichter op verzoek
.
Van Jaap Bakker kreeg ik onder andere de naam van Jan Glas door als dichter op verzoek. Jan Glas (1958) is dichter/beeldend kunstenaar en zanger. Hij dicht in het Nederlands en in het Gronings. Hij is hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Krödde’ dat inmiddels niet meer bestaat maar is overgegaan in de website Oader.nl) en redacteur van ‘Webloug’. Hij treedt regelmatig op en in juni 2013 stond hij als eerste Groningstalige dichter op het podium van Poetry International.
In 2004 debuteerde Glas met ‘De vangers van zummer’. De bundel werd bekroond met de Literaire Pries van Stichting ’t Grunneger Bouk. Jan Glas was mede samensteller van ‘De 100 mooiste Groningse gedichten’ en ‘Verrassend Nedersaksisch’. Hij vertaalde zeven gedichten van Rilke in het Gronings voor het boek ‘Rilke Sieben’. Glas won diverse literaire prijzen, waaronder de Duitse Freudenthal-prijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur en het Belcampostipendium. Jan Glas heeft een eigen website op https://volglas.wixsite.com
Uit de bundel ‘Als was zij mijn vrouw’ uit 2012 het gedicht
.
De hotelmanager
De hotelmanager heeft mij verlaten.
Ik mis hem zo erg dat het pijn doet.
Ik moet opnieuw leren slapen.
Ik heb grote fantastische herinneringen.
We zwommen elke ochtend baantjes in ‘De Parel’
voor hij naar het hotel ging.
We lieten onze tanden bleken,
er brak een eindeloos mooie zomer aan.
Wij fietsten veel. Hij zwaaide naar voorbijvarende boten.
Het was ideaal.
Mijn zus was blij voor me dat ik eindelijk
iemand had gevonden.
Ik wilde alles van hem weten.
Hij vertelde over zijn jeugd, z’n moeder,
over z’n werk als hotelmanager.
Het hotel had bijvoorbeeld 34 kamers.
Hij had een paar leuke collega’s.
Toen begon ik hem vast te houden
en dat moet je nooit doen,
dat staat in alle boeken.
.
Sylvia Plath
Koeriers
.
Over Sylvia Plath (1932 – 1963) schreef ik al enkele malen. Maar toen ik de bundel ‘Ariel’ (oorspronkelijk uit 1965 maar in mijn geval in vertaling door Anneke Brassinga uit 1980) weer eens in handen nam en herlas wist ik dat ik uit de bijzondere bundel nog een gedicht wilde delen. Het betreft hier het gedicht ‘Koeriers’ of ‘The Couriers’ zoals het in het Engels luidt.
.
Koeriers
.
Het woord van een slak op het bord van een blad?
Het is niet van mij. Neem het niet aan.
.
Azijnzuur in een verzegeld blik?
Neem het niet aan. Het is niet puur.
.
Een ring van goud, en daarin de zon?
Leugens. Leugens en droefenis.
.
Rijp op een blad, de smetteloze
Heksenketel, zwetsend en knetterend
.
In zichzelf, op elke top
Van negen zwarte alpen.
.
Beroering in spiegels,
De zee die de zijne, zo grijs, verbrijzelt –
.
Liefde, liefde, mijn seizoen.
.
The Couriers
.
The word of a snail on the plate of a leaf?
It is not mine. Do not accept it.
Acetic acid in a sealed tin?
Do not accept it. It is not genuine.
A ring of gold with the sun in it?
Lies. Lies and a grief.
Frost on a leaf, the immaculate
Cauldron, talking and crackling
All to itself on the top of each
of nine black Alps.
A disturbance in mirrors,
the sea shattering its grey one-
Love, love, my season.
.















