Site-archief
Zomerwind
Jo Kalmijn-Spierenburg
.
Uit de heerlijke serie (al is het maar door de titel) ‘Met een boekske in een hoekske’ uit de Libellen serie, heb ik rond Oud en Nieuw in Groningen weer twee nieuwe deeltjes gekocht. Een van deze twee is het bundeltje ‘Zomerwind’ van Jo Kalmijn-Spierenburg (deel 377). Na enig speurwerk kwam ik erachter dat deze bundel in 1939 werd uitgegeven (het bundeltje zelf geeft geen uitsluitsel). Jo Kalmijn-Spierenburg (1905 – 1991) was schrijfster van gedichten, romans en kinderboeken. Voor wie meer wil weten over leven en werken van Jo Klamijn-Spierenburg verwijs ik graag naar de beschrijving van har werk op https://www.dbnl.org/tekst/_nie002193901_01/_nie002193901_01_0219.php
Uit dit leuke vierkant uitgegeven bundeltje (alle Libellen reeks deeltje zijn vierkant van vorm), het gedicht ‘Het is geen lente nog’.
.
Het is geen lente nog
.
Maar een vermoeden, onuitspreek’lijk teeder,
van komend bloesemen vlaagt aan.
Men weet niet hoe of waar vandaan.
.
De lucht is grijs gelijk een duivenveder,
een glanzend grijs. en er begint
iets luws te zwellen in den wind.
.
Er is een and’re klank in ’t vogelfluiten,
een dieper en een voller slag
in ieder lied op dezen dag.
.
Er is een mildheid, een zich zacht ontsluiten
voor al wat zuiver is en goed.
Een nieuw geloof en nieuwe moed…..
.
Beroemdheden met dichterlijke aspiraties
Amber Tamblyn
.
Regelmatig komt het voor dat beroemdheden dichterlijke aspiraties hebben. Op 24 december 2012 schreef ik al eens over de ‘dichtkunst’ van Charlie Sheen (o.a. Two and a half men) en Leonard Nimroy (Star Trek) en later op 1 juli 2015 over de poëzie van Britney Spears en Alicia Keys. En pas geleden nog, op 10 december, over de gedichten van Marilyn Monroe. Aan dit toch al aardige aantal wil ik de komende tijd nog wat voorbeelden toevoegen. Om te beginnen met de actrice Amber Tamblyn.
Amber Rose Tamblyn (1983) speelde als actrice in televisieseries zoals General Hospital, House en Inside Amy Schumer en in films als Spring Brakedown en 127 Hours. Toch is ze ook als dichter al redelijk bekend. Ze publiceerde een aantal zelf uitgegeven poëziebundels voordat in 2005 Simon & Schuster Children’s Publishing haar vroege gedichten (geschreven tussen haar 11de en 21ste jaar) publiceerde met de titel ‘Free Stallion’. Over dit debuut schreef Poet Laureate Lawrence Ferlinghetti: “A fine, fruitful gestation of throbbingly nascent sexuality, awakened in young new language.” In 2009 volgde de bundel ‘Bang Dito’ bij Manic D. Press. Vanaf 2011 recenseert Tamblyn poëziebundels voor het feministische BUST Magazine. In 2014 werd door Harper Collins haar derde poëziebundel uitgegeven met de titel ‘Dark Sparkler’ die over het leven en de dood van kindsteractrices gaat.
Op de website http://www.thrushpoetryjournal.com verscheen van haar het gedicht ‘Laurel Gene’ uit ‘Dark Sparkler’ dat hieronder te lezen is.
.
Laurel Gene
.
Shave off the sheets of my songless childhood success,
expose the rotted age of me now―
My toothless breasts, my hips like a cracked Texas cow skull
hanging crooked on the butcher’s wall.
Remember what I once was.
The laurels of the Gene name.
My boom impact on the Baby Generation.
My pre-pubescent niche pizzazz.
Remember how the phone threw offers
for Little Jenny Sues into my Father’s ear.
He’d suck the bucks out of the cord like a straw into a spectrogram.
I never got a single sip.
I was his dark sparkler. A tarantula on fire.
An innocent with apple juice eyes and a brain
full of famished birds.
I used to play characters. Now I am portrayed.
As a dull domestic darling. A 30 year old 80 year old.
My husband’s office phone rescinds in silence. The only offers
are from the sink’s silverfish to kill them.
When I vacuum I think of Ingmar Bergman
fucking me from behind. I open
like the palms of Julius Cesar to a crowd.
Men used to rearrange their months to fit my seasons.
I suck a finger then the caldron in his tip.
He films my apron sticking to the sweat.
Makes this bad heart a pulse from the sky.
I am a distant explosion of myself again. A star.
Remember being a star.
This is how to die in the arms of a suburban wind,
learning how to be forgotten
over and over again.
.
Hier ligt
De kortste Nederlandstalige gedichten
.
Op 30 december 2015 schreef ik een bericht over ‘het kortste gedicht ‘ter wereld’. Na enig speurwerk bleek het gedicht ‘U, nu!’ van Joost van den Vondel, verreweg het kortste gedicht te zijn dat er te vinden was. Op 25 februari 2017 schreef ik over de bundel ‘Het kleinste gedicht’ de favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen, en vandaag alweer over korte gedichten maar nu aan de hand van de bundel ‘Hier ligt Poot, hij is dood’, de kortste Nederlandstalige gedichten.
In de inleiding schrijft Robert-Henk Zuidinga dat een aantal thema’s zich bij uitstek lenen voor ‘een bondige behandeling’. Dat zijn Schimpscheuten en kritiek (vooral op kunstbroeders), Advies en goede raad is er ook een, maar verreweg het meest tot de verbeelding sprekende thema is toch wel Grafschriften. Onze literatuur kent honderden, misschien wel duizenden epitafen, waarvan het grootste deel overigens als grap, sneer of vingeroefening gemaakt is en nooit een grafzerk heeft gehaald, volgens de inleider.
Ik heb een aantal aardige en grappige geselecteerd uit het hoofdstuk ‘Dood en leven’.
.
Madame de Charnières
.
Hier rust Juffrouw Belle
van Tuyle van Zuylen
van Serooskerken
met de rest van haar naam
op de volgende zerken.
Jan van der Hoeven
.
Bedroefd maar dankbaar
.
Bedroefd maar dankbaar staan wij bij dit graf:
bedroefd om het verdriet dat hij ons gaf,
en dankbaar voor die mooie dikke grafsteen.
Die gaat er met geen olifant meer af.
.
Kees Stip
.
Grafschrift
.
Hier ligt Gijs van Amerongen,
In de grond geen kwade jongen.
.
C. Buddingh’
.
Waar zal ik wezen als ik zestig ben:
In diepzee rottend of in zand begraven,
Of zal ik starend stilstaan aan een haven,
De hand gestrekt, zooals ik velen ken…
.
J. Slauerhoff
.
Grafschrift
.
Hier onder legt Luca, die onder and’re zaken
Kon wonderlyk een vers, en leege flessen maken.
.
Francois van Bergen
.
Casanova’s grafschrift
.
hij rust in vrede,
grond in zijn mond,
in deze schede
die hem verslond.
.
Harry Mulisch
.
Gospelsong
.
Elke seconde verandert de wereld
men leeft maar en sterft maar
alsof het niets is en misschien is
het ook wel niets dan wat beweging
waardoor de wereld niet verandert.
.
Riekus Waskowsky
.
Poëzieweek op zondag
Ester Naomi Perquin
.
In januari wil ik op de zondagen wat extra aandacht geven aan de poëzieweek die elk jaar in januari/februari plaats heeft. Dit jaar van 31 januari tot en met 6 februari. Dit jaar is het thema van de Poëzieweek Vrijheid en dichter Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk dat je gratis krijgt bij aankoop van minimaal € 12.50 aan poëzie in je boekhandel. Naast dit geschenk zijn er heel veel activiteiten, wedstrijden, verkiezingen en nog veel meer, kijk voor alle informatie op https://www.poezieweek.com
In Maassluis is er bijvoorbeeld op 27 januari een poëziemiddag in Theater Koningshof met Ingmar Heytze, workshops, open podium en feedback op je gedicht (kijk voor de voorwaarden op https://www.theaterkoningshof.nl/events/#modal=/agenda/494//Poeziemiddag_2019/?type=show ).
Rond de Poëzieweek brengt de CPNB een aantal poëziekaarten uit met gedichten rond het thema Vrijheid, gratis verkrijgbaar bij boekhandels en bibliotheken. Dit is het gedicht van Ester Naomi Perquin uit haar bundel ‘Celinspecties’ uit 2012.
.
Je kunt ook vinden dat alles aan de ander ligt, want
er is altijd een keuze, iedereen is altijd maker
van keuzes. Iedereen is altijd maker.
.
Je kunt een fiets meenemen als je fiets is gejat,
niet uit wraak maar uit rechtvaardigheid.
.
Je kunt met biechten wachten tot een moord
is begraven: buut vrij, zaak verjaard.
.
Je kunt ook onthouden wie je aardig vond, als je
iemand aardig vond. Er is altijd een keuze,
iedereen is altijd maker van keuzes.
.
Je kunt een jongetje op laten groeien tot het
niet meer op een jongetje lijkt
en zeggen: man.
.
dankdag voor het gewas
rotterdam
.
In 1966 verscheen bij uitgeverij nijgh & van ditmar de bundel ‘dankdag voor het gewas’ van Wim Hazeu. In het exemplaar dat ik bezit heeft Wim Hazeu het volgende geschreven: “waar dichter en dokter tesamen komen, glanst de droppel die het leven is” Nieuwkoop 1972. Daaronder zijn naam en in pen er later bijgeschreven (door degene van wie de bundel was destijds waarschijnlijk) dat het hier een bundel uit 1966 betreft. Deze uitgave (nieuwe nijgh boeken 14) is een duidelijk voorbeeld van hoe men met de taal omging in de jaren zestig; geen hoofdletters of leestekens, namen met een kleine letter geschreven (delft, rotterdam) maar wel wintercursus met een c en ekskursies met een k.
Toen ik de bundel kocht kwam ik erachter dat er in de bundel een getypt vel uit 1976 zat met daarin een behandeling van het gedicht ‘elegie’ dat overigens niet in deze bundel staat. Kortom een klein pareltje uit de dichtkunst van de afgelopen decennia. Wim Hazeu (1940) is een geëngageerd dichter met een uitgebalanceerd taalgebruik. Hazeu publiceerde een aantal poëziebundels, romans en is de laatste jaren vooral bekend van zijn biografieën van schrijvers en dichters (Vestdijk, Achterberg, Aafjes, Slauerhoff). Naast zijn schrijfwerk was Hazeu ook actief als journalist, radio- en televisieprogrammamaker en uitgever.
Uit ‘dankdag voor het gewas’ heb ik gekozen voor het drieluik ‘rotterdam’.
.
rotterdam
.
1
.
met de roltrappen
proberen zij
– de vrouwen
een stukje hemel te vergaren
en met een feestkleed
van f 49,50
dalen zij
– de vrouwen
de trappen af
met het feestkleed
voor iedereen
– de vrouwen
weggelegd
.
2
.
men slaat heipalen
in de trommelvliezen
die gemakkelijk scheuren
kraanmachinisten staan hoger
genoteerd
dan het beursgebouw
en het vrije volk
geeft het laatste metronieuws
over de doodgravers
.
3
.
hier
in de omarming van gebouwen
zijn wij overbodig
zittend op een terras
kijken miljoenen stenen
op ons neer
stenen van het laatste uur
.
Rawie
Doet de NS aan poëziepromotie?
.
Ik was pasgeleden op het Centraal Station van Den Haag en toen viel mijn oog op een heel groot geel stootblok. Even was ik in de veronderstelling dat de NS of ProRail het licht hadden gezien en deze blokken de namen van dichters te geven. Tot ik erachter kwam dat men dan wel een ongezonde voorkeur voor één speciale dichter had, namelijk Jean Pierre Rawie. Even googlen hielp, Rawie is een Duits bedrijf dat onder meer stootblokken maakt voor treinen. Jammer eigenlijk, het had zo leuk geweest als op elk station van Nederland stootblokken zouden staan met namen van dichters, opdat de mensen die dagelijks over de stations lopen zich zouden afvragen wie dat toch zijn, er naar op zoek zouden gaan, zodat er op die manier meer poëzie gelezen zou worden.
Zover is het (nog) niet en daarom maar een gedicht van Jean Pierre Rawie die, in dit geval, alvast zijn naam mee heeft. Het gedicht ‘Finis’ komt uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987.
.
Finis
.
Heden is, na een langdurig lijden
dat hij met godsvertrouwen droeg,
Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.
Hij komt dus niet meer in de kroeg.
.
Dat hij, die somber was bij tijden,
de hand niet aan zichzelve sloeg
stemt misschien nog wat tot verblijden,
al is het zo al erg genoeg.
.
Wat hem tot slot de dood in joeg,
de liefde of de drank, of beide? –
wij hebben door dit overlijden
een leger leven voor de boeg.
.
Het is zoals de Ouden zeiden:
de besten gaan altijd te vroeg.
.
Op de drempel van
Oud en Nieuw
.
Op deze laatste dag van het jaar wil ik mijn lezers en iedereen die de moeite heeft genomen te reageren op dit blog, vragen te stellen en kritisch te zijn, heel hartelijk danken en een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2019 te wensen. En natuurlijk doe ik dat, als altijd, met een gedicht. Dit keer het gedicht ‘Anti-nieuwjaar’ van Karel Jonckheere, uit de bundel ‘In de wandeling lichaam geheten’ uit 1969, als knipoog maar ook als reality check en overdenking naar het nieuwe jaar toe.
.
Anti-nieuwjaar
Altijd en ergens oudejaarsavond
op een ster in een boek of een brief
ik vier mijn tijd niet in namen
ik hef geen punch op een dief.
Eeuwen zo oud als mijn jaren
mijn jaren zo jong als de wind
die met datumloze gebaren
mij uit de kalenders ontbindt.
Deze avond blijf ik afwezig
betrek een aanwezigheid
op einders die mij genezen
van mijn vergankelijkheid.
.
Sonnet
Hugo Claus
.
Op deze laatste zondag van het jaar, uit de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ uit 1994 van Hugo Claus vandaag een sonnet. Hugo Claus schreef veel gedichten in vrije vorm maar hij mocht ook regelmatig vaste vormen of gedichten met rijm schrijven zoals het gedicht ‘Sonnet’
.
Sonnet
.
Dat de meeste dingen volmaakt zouden zijn
op één moment en dan doven,
zo willen het de wereld en Einstein.
En dat de mensen groeien als lover
.
onder een zelfde luchtvervuiling
en gelijk vergaan in de herinnering,
zo verzekert het de tijd
die in mijn nekvel bijt.
.
Daarom moet ik nu radeloos
dat ene moment loven
dat ik je zie uitgestald,
,
je jonge tover als nooit tevoren,
een naakt moment dat straffeloos
voor mijn ogen voorovervalt
.
Beweeg als een strateeg
Een recensie
.
Bij uitgeverij Bunker verscheen afgelopen maand alweer de tweede bundel sinds de oprichting, dit keer de bundel ‘Beweeg als een strateeg’ van Rik van Boeckel. Dit keer onder redactie en ingeleid door dichter Joz Knoop. De bundel is netjes uitgegeven met opnieuw een intrigerende cover. Naast een dichtbundel krijg je voor de aanschafprijs ook nog eens een cd erbij met daarop met gedichten waarop Rik zichzelf begeleidt (zoals hij tijdens voordrachten zichzelf vaak begeleidt met zijn djembé). In dit geval echter heeft hij op een aantal tracks ook andere muzikanten ingeschakeld zoals bijvoorbeeld een gitarist en iemand die de synthesizer bespeelt.
Hoewel dit een heel aardige extra is, die prima bij Rik zijn poëzie past, wil ik me hier toch beperken tot zijn poëzie op papier. Rik is al vele jaren lang actief als dichter, in de jaren ’80 van de vorige eeuw genoot hij al bekendheid als popdichter. Zijn werk is nog steeds muzikaal en zijn gedichten liggen dicht tegen de meer muzikale vormen van poëzie aan zoals rap en liedkunst. De bundel is in feite in drieën opgedeeld (of in vieren zoals je wilt als je de cd als het vierde deel wil zien). Drie hoofdstukken met de titels ‘Bij eb en vloed’, ‘In de waterwei’ en ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’.
In de gedichten uit het eerste hoofdstuk lees ik steeds een soort onderhuidse waarschuwing, een achterdocht ten opzichte van het leven en de medemens met wel steeds een klein lichtpuntje, maar de teneur is er één van loslaten, vergeten en aanvaarden. “als de zon maan is geworden / zijn er geen wolken om onder te schuilen’ en ‘de cel dat wordt jouw huis / met de kat, de rat en de muis / dat gebeurt met een ieder / die denkt een mens te zijn’ . Maar dan is daar toch de muziek die licht schijnt in de poëzie van Rik. Een zomerdans, een jazzy nachtegaal en ‘streelzachte klanken / van afgestreepte pianotoetsen’. Uiteindelijk wordt dit hoofdstuk toch weer in een overpeinzing afgesloten in het gedicht dat zijn titel leende aan dit hoofdstuk ‘wat geschreven wordt / gaat aan de tijd voorbij’.
In het hoofdstuk ‘In de waterwei’ lijkt er ineens een andere Rik aanwezig met gedichten die verhalen over de reizen die hij maakte, de plaatsen die hij bezocht: Ibiza, Kaapverdië, Lissabon, Cuba, Berlijn, Fatima. De gedichten in dit deel ademen een liefde voor de natuur, de omgeving en de mensen die de dichter ontmoet. Stuk voor stuk verhalende gedichten over plaatsen waar de dichter heel graag was, en ook in deze gedichten komt de muziek regelmatig terug. Veel zingen maar ook fluiten en dansen. Boven de gedichten staat een klein kaartje van het land met de plaatsaanduiding waar het gedicht plaatsvindt en onder de gedichten een verklaring van de ‘vreemde’ woorden die gebruikt zijn, wat ik heel charmant vind.
Het derde hoofdstuk ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’ 1983 – 2017′ zijn losse gedichten waar ik niet meteen een gezamenlijkheid in kan vinden of het moet het ‘popgedicht’ zijn. Gedichten waarin een heel duidelijke muzikaliteit en ritme zit. Over grote steden (deze gedichten zijn echt anders van opzet dan de gedichten over de steden in het hoofdstuk hiervoor) over reizen, mode en jazz. Ik vermoed dan ook dat de keuze op deze gedichten is gevallen (uit 34 jaar oeuvre) door hun vorm en muzikaliteit. In ieder geval doen ze de dichter Rik van Boeckel eer aan. In de verschillende hoofdstukken (en de cd) toont van Boeckel zich een veelzijdig, nieuwsgierig dichter, met oog voor detail en liefde voor zijn omgeving en de muziek.
.
De dagen voorbij
.
De dagen gevangen in twee gedachten
de liefde een waterval van erotiek
de reis een lichtzinnig avontuur
dwars door het rood en geel
van de tulpenvelden
.
torpedo’s van geluk
legden weken van verdriet
in een symbiotisch bed
.
jij zei dat mijn ogen
een gedicht konden liplezen
.



















