Site-archief
Maar we zouden niet vergeten dat
Bert Schierbeek
.
In 1970 sterft Bert Schierbeeks tweede vrouw Margreetje bij een auto-ongeluk. Als gevolg van dit noodlottige ongeluk schrijft Schierbeek geruime tijd niet meer. Wanneer hij in 1972 met nieuw werk komt, zijn dat dichtregels. Geen proëzie meer, zoals zijn experimentele mix van poëzie en proza door hem genoemd werd, maar een bundel vol aarzelende, sobere, emotionerende verzen. Deze nieuwe bundel met als titel ‘De deur’ is een bundel waarin de dichter haperend en stamelend letterlijk naar woorden voor zijn verlies zoekt.
De bundel ‘De deur’ wordt uiteindelijk zijn meest succesvolle bundel. Uit deze bundel (mijn exemplaar is een 7e druk uit 1997) het gedicht met de beginregel ‘maar we zouden niet vergeten dat’.
.
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten
.
Foto: Pieter van der Meer
Stiltes bij verstek
Keri Hulme
.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je geen studentenkamer binnen komen zonder tegen een boekenkast op te lopen met daarin prominent de roman ‘Kerewin’ van Keri Hulme (1947) tegen te komen. Deze roman van de schrijfster uit Nieuw Zeeland, in het Engels ‘The bone people’ geheten, was een groot internationaal succes en werd vele malen bekroond met onder andere de Booker Prize in 1985. Keri Hulme komt uit een familie met roots in Engeland, Schotland, Noorwegen en/of de Faroeër eilanden en van de Maori’s.
Dat Keri Hulme ook poëzie schrijft was voor mij een verrassing (het komt de laatste tijd vaker voor dat ik erachter kom dat romanschrijvers die ik ken ook poëzie blijken te schrijven). In de kringloopwinkel waar ik de vertaalde poëzie van Keri Hulme vond stonden maar liefst twee exemplaren van haar bundel ‘Stiltes bij vertrek’ uit 1992 (de Engelstalige versie ‘The silences between’ is van 1982).
In deze bundel verwoordt Hulme haar bijna mystieke band met het dorp Moeraki aan de oostkust van Nieuw Zeeland, waar zij opgroeide. Uit deze bundel het gedicht ‘Okarito tuhituhia’ wat ‘geschreven alfabet’ betekent.
.
Okarito tuhituhia
.
Zandvliegen:
zwarte bultenaars
met een dunne angel
van begerig vlees.
.
Ik ben ongeduldig, te ongeduldig… daarom
gebeurt er niets zoals ik het wil
bam! ogenblikkelijk
.
bam! huis klaar!
bam! whitebait trekt/wordt gevangen/is
schoongemaakt/is verslonden!
bam! kant en klaar boek!
.
maar het kost allemaal jaren en tranen en VEEL TE VEEL TIJD
.
.
Perversiteit die uit deze wanhoop voortvloeit
bracht me zover dat ik de zandvliegen gerig doodt;
ze met mijn tanden van mijn vlezige handen pluk
en met genoeglijke zorgvuldigheid hun borstkast kraak –
een licht geknisper
.
Oudejaarsdag
Dichter van de maand: Dimitri Verhulst
.
Voordat ik mijn laatste bericht van dit jaar plaats wil ik vanaf deze plek iedereen, mijn vaste en losse lezers, hartelijk bedanken voor hun interesse en waardering van dit blog in het afgelopen jaar. De herinneringen aan dichters of gedichten die jullie met me deelden, de tips die ik kreeg (laat ze maar komen) en de hartverwarmende reacties die jullie achterlieten bij de berichten, ik heb ze heel erg gewaardeerd.
Vanaf deze plek wens ik iedereen een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2018 toe.
Voor de laatste maal dit jaar de dichter van de maand en voor het laatst deze maand Dimitri Verhulst als dichter van de maand. Op deze oudejaarsdag koos ik voor het gedicht uit het hoofdstuk De dochters, wakker worden uit de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’.
Ik koos voor dit gedicht omdat het zo mooi het proces beschrijft van een meisje dat vrouw wordt en dat dit met pijn en moeite, verveling en vervelling gaat. Ik maak het dagelijks mee hoe dit proces zich voltrekt en daarom op de laatste dag van 2017 het gedicht zonder titel maar met het nummer 4.
.
4
.
Het is niet het grote vervelen
waaraan het meisje zich overgeeft,
het is het vervellen!
Zij is bezig het kind in haar
behoedzaam af te pellen,
traag en laag per laag.
De uren verglijden langs haar dijen
en ze weet het niet, ze merkt het niet.
Vandaag blijft zij met al haar billen binnen
om te knoppen, te kniezen en te kiemen.
Haar luiheid is niet lusteloos,
om te ontwaken moet ze liggen,
landerig als de middag. Ledig
en loom legt zij het meisje zacht
te sterven in de wording van de vrouw.
Het voorjaar draalt voorbij.
De vogels komen zo.
.
Peggy Verzett
haar vliegstro
.
Pasgeleden mocht ik mijn verhaal vertellen op de middag van de bibliothecaris in De Doelen in Rotterdam samen met nog een aantal inspirerende collega’s. Een van hen was Peggy Verzett. Deze Rotterdamse dichter en beeldend kunstenaar zong daar samen in een trio een aantal nummers maar ze droeg ook gedichten voor uit haar laatste bundel ‘haar vliegstro’ uit 2016.
De bundel ‘haar vliegstro’ gaat over haar moeder en in de poëzie zie je haar kunstenaarschap terug. Geen gedichten met een titel en dan het gedicht volgens een vaste vorm of concept, nee Peggy Verzett gebruikt in deze bundel de ruimte die haar gegeven wordt. Ze gebruikt de volledige bladspiegel, wisselt korte gedichten af met lange prozaïsche poëzie, ze maakt gebruik van kolommen en af en toe moest ik denk aan de dichter van Paul Ostaijen.
Haar poëzie is niet heel makkelijk leesbaar of toegankelijk, eerder hermetisch of sterk associatief, maar voor wie zich de tijd gunt en de gedichten aandachtig leest valt er veel te genieten en te begrijpen.
Een voorbeeld uit de bundel zonder titel.
.
ik wilde niets
geen blij gras
of ‘paviljoen in blij gras’
’t eerste deel dat ik vulde met gist,
.
hoe goed het glijden ging over
haar afficherende dienstingang
de mogelijkheid van glas erin te gaan en dansen, er vuurgraads levens lang
(de overkappingen/netwerken van elektrieken, mijn en jouw gedrag
.
neuzen snuiten in Lapland)
bereikte mij in hevig binnenrijm op een punttere
zich in eigen kwik
een rij gleed – de berm gedroeg zich
.
als ’n heilige anonieme in stilstaande bleke
lichte een zitting uit van het vacuüm
ik voelde spijt in
ongeboren kiezen woelden witte zachte ingedeukte kegels
.
na het sluiten van de geslachten
op mosniveau viel zeker iets
te halen een nieuwe afgeluisterde die hersenschuinte in
toen was Draussen nog of het goed of
.
zomer zomer
motors motors
mutabele motoren van bloed
.
De klimmer, een berg
Sander Koolwijk
.
Poëzie hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn, hoogdravend of doorwrocht, poëzie kan ook helder en duidelijk zijn. Wanneer je het leest weet je waar het over gaat. Dan is het idee, of de manier van opschrijven wat het interessant maakt. In de bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten voor onderweg, samengesteld door Henk van Zuiden, uit 2009 en uitgegeven als Rainbowpocket, staat zo’n gedicht.
Van Sander Koolwijk is het gedicht ‘De klimmer, een berg’ opgenomen dat eerder verscheen in ‘Bergstraat 55’ in 2002 bij Sillen Media Projecten.
.
De klimmer, een berg
.
Aan het einde van de vlakte
staat een berg, een hoge berg.
.
Voor de berg
staat een persoon, een klimmer.
.
Bovenop de berg
staat niemand.
.
Maar dat komt nog wel, want
voor de berg
.
staat een klimmer.
.
Chanson
Jotie ‘T Hooft
.
Zo nu en dan lees ik de berichten op mijn blog terug. Ik kies dan bijvoorbeeld een dichter en zoek dan naar berichten waarin die dichter voor komt. Dit doe ik om twee redenen. De eerste reden is om te zien of ik wel eens over een dichter heb geschreven en als dat zo is, hoe vaak en hoe lang dat is geleden. Een tweede reden is om te controleren of ik een bepaald gedicht al eens geplaatst heb. Het is me bijvoorbeeld weleens gebeurd dat ik een bericht had geschreven en klaar had gezet voor publicatie waarna ik nog even controleerde of ik al iets over de desbetreffende dichter had geschreven, om er vervolgens achter te komen dat ik het gedicht al een keer behandeld had. Zonde van al het werk natuurlijk.
Waarom deze inleiding? Ik wilde weer eens een gedicht van Jotie ‘T Hooft plaatsen. Ik was zijn ‘Verzamelde gedichten’ aan het lezen en kwam daar veel moois tegen. Na controle bleek dat het valweer ruim 3 jaar geleden was dat ik iets over Jotie publiceerde. Daarom vandaag een gedicht uit ‘Verzamelde werken’ uit 1981, uit het hoofdstuk ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Chanson’.
.
Chanson
.
Grafelde popdeun, stukgezongen blues
& versteende jazz of geroeste rock
en mijn eeuwenoude lied:
.
nooit iemand te hebben ontzien,
nooit troost te hebben geboden
dan om eigen bestwil, nooit of
nooit een gemeend gebed of offer.
.
Als een ziekte, onverhoeds en onnaspeurbaar.
Als hitte die in alle hoeken woedde
en waarvoor geen schuilplaats bestaat
was mijn leven dat ik zag opbranden,
.
een toeschouwer, niet bij machte
de verschrikkelijke zaal te verlaten.
.
Wat ik graag zie
Anton Korteweg
.
Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.
Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.
Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.
.
Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.
Wat ik graag zie
.
Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.
Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?
.
Geboortestad Rotterdam
Dichter bij Rotterdam
.
Al eerder schreef ik over de bundel ‘Dichter bij Rotterdam’, een verzameling gedichten over Rotterdam, samengesteld door Meijer de Wolff in 1981. In deze bundel veel onbekende gedichten over Rotterdam en Rotterdamse zaken (Oude Binnenweg, de tram, Sparta, de Leuvenbrug, Boompjes, de Rotterdammer) van dichters waarvan de naam ons niet veel of niks meer zegt, van wat bekendere dichters ( J.H. Speenhoff) en van onbekende dichters (gedichten waar de naam van de dichter niet bekend is).
Van die laatste categorie wilde ik een gedicht hier delen. De dichter is onbekend maar het gedicht mag er zijn, in stoere taal, oud Hollands, uit een tijd dat het nog de verkeerde kant op leek te gaan met Rotterdam.
.
Geboortestad Rotterdam
.
Is dit mijn stad? – De welvaart is voorbij,
De schepen liggen rottend in de haven.
En door het touwwerk vliegen zwarte raven,
Het is gedaan met vloot en visscherij.
.
Waar is het volk van dit verlopen tij?
Men zag het vroeger langs de kade draven.
Het is vergeten nu of reeds begraven,
Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.
.
Voorgoed gedaan, vergeefs gekalefaat?
Daar ligt een schip waarop ‘Vertrouwen’ staat,
Ik zie een jongen, turend over ’t water.
.
Vertrouw, mijn stad: nóg stroomt de Maas voorbij,
En dit is sterker dan uw averij:
De trek naar zee, een jongensdroom voor later.
.
De liefde strijken met ijzers van geduld
Een recensie
.
Hein van den Assem ken ik al heel wat jaren. Toen ik bij Poëziepodium Ongehoord Rotterdam kwam en samen met hem Yvonne en Corina de stichting Ongehoord! oprichtte in 2010 werd Hein voorzitter en presentator.. Dat Hein ook dichter was wist ik toen al en de belofte dat er een nieuwe bundel van zijn hand zou worden gepubliceerd (na ‘Assemblage’ uit 2006) hing alweer enige tijd in de lucht.
Die nieuwe bundel is er nu ‘De liefde strijken met ijzers van geduld’. En een bijzondere bundel is het geworden. Door Hein zelf uitgegeven bij Assemblage poëzieproducties is deze bundel een Hein van den Assem kunstwerk. De illustraties zijn van Hein, het ontwerp, de uitvoering (gelijmd en met draad genaaid door de rug, de bladzijden zijn niet losgesneden) alles is van zijn hand inclusief de inhoud. Achterin de bundel zit een mini cd met 9 tracks vormgegeven door Peter Magnée. Wat dat laatste betreft, de mini cd is alleen afspeelbaar met een single adapter. Aangezien ik die niet heb kan ik over de CD hier niet veel melden. In het tweede deel van de bundel (op grijs papier) staat de verantwoording van de gedichten en de gebruikte muziek (piano, basgitaar, gitaar) evenals de teksten van de, door Hein voorgedragen, gedichten.
Ik beperk me hier dus even tot het geschreven gedeelte. De bundel bevat 42 gedichten en 9 tracks. De poëzie van Hein van den Assem zou ik als beschrijvend willen betitelen. In de gedichten van Hein wordt je door hem meegenomen, het zijn Heins gedachten ervaringen, vertellingen die je leest. Veel gedichten refereren aan Rotterdam (Rotterdam Centraal, Bonnema’s Delftse Poort) of mensen uit Rotterdam (Lex culinair) en zijn prettig te lezen. Maar Hein schuwt ook de andere (grote) thema’s niet. Het fraaie Omaha Beach Memorial (D-Day), Prisjvin (over de Russische Sovjetschrijver Prisjvin Michail Michajlovich), Salvador Dali, het Holocaust Monument, Chinese poëzie en Bucephalus (het paard van Alexander de Grote).
Uit alles blijkt de betrokkenheid van de dichter bij zijn onderwerp. Persoonlijke poëzie die nergens clichématig wordt of larmoyant. Alleen in de teksten van de 9 CD tracks zit af en toe wat rijmdwang die wat mij betreft niets toevoegen.
Voor degene die graag poëzie lezen die begrijpelijk is maar toch uitdaagt om verder over na te denken is deze bundel geschikt. Voor wie Hein beter kent valt er nog net iets meer te genieten, zijn de gedichten beter te plaatsen.
Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht’Rotterdam Centraal’.
.
Rotterdam Centraal
.
Het oude Rotterdam Centraal
lag loom, los en tandeloos als een
flauwe glimlach rond het plein.
Rammelende trams defileerden
dagelijks klingebellend, spiegelend
in zijn glazen pui langszij.
.
Maar uit de diepte doemden kaken op,
een rover sloeg zijn prooi. Scheurde het
middenrif in tweeën , vrat zich vast
in steen en stalen spanten, beet gulzig
in het karkas. Het oude spleet aan
alle kanten; verzwolg in de maalstroom;
de bouw put van Rotterdam.
.
Een bovenkaak versteende op het plein
halfweg de plavuizen vloedlijn.
Met blinkend tourniquette tandengrijns
werpt het zich nu dreigend vooruit,
waar mensenstromen in- en uitsluizen
en trams spoorslags omheen suizen…
de haaienbek van Rotterdam!
.
















