Site-archief
Cummings en de Coninck
De gedichten
.
Voor mijn verjaardag heb ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck gekregen. Eeen fantastisch boekwerk met al de gedichten die Herman de Coninck tijdens zijn leven heeft gepubliceerd of voor publicatie bestemd waren, aangevuld met een beperkte selectie uit het nagelaten werk. Ruim 600 pagina’s genieten dus. Omdat ik dichtbundels zelden bij de eerste pagina begin te lezen (als een roman bijvoorbeeld) sloeg ik ook nu de bundel ergens open om te beginnen te lezen.
Groot was mijn verbazing toen ik zag bij welk gedicht ik deze bundel opensloeg; E.E. Cummings. Een van mijn favoriete dichters aller tijden en misschien wel de favoriet uit het Engelse taalgebied (al twijfel ik, misschien ex aequo met Yeats). Blijkbaar voor Herman de Coninck ook een favoriet wat hem nog verder in mijn achting doet stijgen (kan dat nog?).
Hier het gedicht.
.
E.E. Cummings
.
Het is prettig om klein
en je lippen te zijn.
Het is nog veel prettiger
om je met vier lippen samen
te schamen
.
Je bent zo onder elkaar met jezelf.
Ik hou van jou, zo voorzichtig als misschien,
zo ongelooflijk als ja,
zo lang als we zullen wel zien.
.
Gelukkig ben ik op tijd vertrokken
om voor de nacht eindigen in mijn vingertoppen.
.
Bermtoeriste
Hester Knibbe
.
Na afgelopen dinsdag benoemd te zijn tot stadsdichter van Rotterdam was de koek nog niet op voor Hester Knibbe deze week. Woensdagavond werd in een drukbezochte Kunsthal bekend dat ze ook nog eens de VSB poëzieprijs heeft gewonnen met haar bundel ‘Archaïsch de dieren’. Genomineerden waren Piet Gerbrandy, Alfred Schaffer, Hester Knibbe, Peter Verhelst en Sasja Janssen.
Volgens de jury stelt Knibbe in haar bundel grote levensvragen op een “stevige, klankrijke en hedendaagse” manier, zonder dat ze “bezwijken onder hun eigen gewicht”. Zo gaat het bijvoorbeeld over de vraag waarom de mens op aarde is of over hoe we de doden kunnen herdenken. “Antwoorden zijn er niet te vinden in deze gedichten; de goden geven niet thuis”, aldus de jury van de VSB poëzieprijs.
Hester won met haar bundel een prijs van € 25.000,- en een glassculptuur.
Van haar hand een ouder gedicht uit 2009 verschenen in Het Liegend Konijn met als titel ‘Bermtoeriste’.
.
Bermtoeriste
Men houdt het oog steeds op de weg gericht
niet op de berm waarin ik ooit bij toeval werd
gedropt en nu verwijl als vreemde
deftigheid. Ik sta hier in een soort
verlatenheid en niemand in de weg, men
sjeest langs mij, ik word niet opgemerkt. Behalve
soms door iemand die zich niet fixeert op eigen
pad, mij plots gewaarwordt, afstapt, zich aandachtig
naar mij overbuigt, verrast betast en
concludeert: ach wat een zeldzaamheid, o
delicate kelk, dat je hier
zoiets ziet! Kijk, dan
verheug ik mij, verwelk ik niet voor niets
.
Met dank aan gedichten.nl
Poëzie in gaming
Elegy for a dead world
.
Toen ik de tip kreeg over een game waarin poëzie geschreven moest worden om in de game verder te komen heb ik in eerste instantie mijn wenkbrauwen gefronst. Games en Poëzie, gaat dat wel samen? Waar games over het algemeen worden gespeeld door (en ik weet dat dit erg stigmatiserend is maar ‘ for the sake of argument’ dan maar) nerderige jongens die niets moeten hebben van poëzie, blijkt nu toch een game ontwikkeld te zijn die gamers aanzet tot het zelf schrijven van poëzie en proza.
De game heet Elegy for a dead world en is ontwikkeld door Ichiro Lambe en Ziba Scott. Hoe werkt het? Terwijl de gamer verre planeten en dode beschavingen ontdekt, worden ze geconfronteerd met 27 uitdagingen in 3 werelden. Elke wereld is gebaseerd op een gedicht uit de (Britse) Romantiek te weten “Ozymandias” van Percy Bysshe Shelley, “When I Have Fears That I May Cease to Be” van John Keats, en “Darkness” van Lord Byron.
Deze uitdagingen vinden plaats in verschillende rollen zoals een keizer die zijn troepenmacht opbouwt of als een meisje dat een stad moet evacueren omdat deze gebombardeerd dreigt te worden. De spelers reizen door prachtige achtergronden terwijl de tekst op hetscherm het verhaal verteld. Maar een groot deel van de tekst wordt leeg gelaten , dat is wanneer de spelers de dichter in zichzelf moeten aanspreken.
De spelers worden uitgedaagd in verschillende stijlen, dan weer rijmend, dan weer in een vaste vorm en ook in een vrije vorm. Elegy for a dead world begon op een dag toen Lambe en Scott aan een conferentietafel zaten in hun werkruimte in Cambridge , Massachusetts , terwijl ze visuele interpretaties van gedichten op lange vellen papier tekenden. Toen ze een vriend vroegen naar zijn interpretatie van de tekeningen gaf deze een volledig andere betekenis aan het verhaal. Vanaf dat moment was het idee geboren.
In het begin bleek dat veel gamers toch enige schroom hadden om los te gaan in het creatieve schrijfproces. daarom begint de game met het invullen van woorden en naarmate men verder komt wordt er steeds meer van de creativiteit gevraagd van de speler.
Van Keats het gedicht van één van de werelden “When I Have Fears That I May Cease to Be”
.
When I have fears that I may cease to be
Lijstenboek
10 dichters en hoe ze aan de kost kwamen
.
Behalve inmiddels twee meters aan dichtbundels bevat mijn boekenkast ook een zeer vermakelijk boek: Lijstenboek, het onmisbare handboek van merkwaardige informatie. Nu ben ik al mijn hele leven gek op weetjes en rare feiten maar in dit boek staat een hoofdstuk dat me erg aanstaat. Tien dichters en hoe ze aan de kost kwamen. Een overzicht:
.
William Blake (1757-1827) maakte gravures voor boekhandelaren, hij werkte als illustrator en tekenleraar. Hij kreeg echter zelden opdrachten en leefde in armoede.
Robert Burns (1759 – 1796) was op zijn 15e boerenknecht en werd uiteindelijk belastinginspecteur.
Allen Ginsberg (1921 – 1997) werkte als bordenwasser en marktonderzoeker.
John Keats (1795 – 1821) werd opgeleid voor chirurg en apotheker en ging werken als chirurgijnsassistent. Hij overleed aan tuberculose.
Pablo Neruda (1904 – 1973) was consul in Ceylon, Nederlands-Indië, Argentinië en Spanje. Terug in Chili werd hij gekozen in de senaat voor de communistische partij.
Piet Paaltjens (1835 – 1894) was dominee.
Ilja Pfeijfer (1968) deed een opleiding als tuinkabouter en heeft in die hoedanigheid jarenlang in een particuliere tuin gestaan bij de oude molen in Leiden (!).
De Schoolmeester ( 1808 – 1858) was kostschoolmeester in Engeland.
Jan Jacob Slauerhoff (1898 – 1936) was scheepsarts.
Walt Whitman (1819 – 1892) was drukkersknecht en redacteur maar ook timmerman en kantoorklerk voor Indiaanse zaken.
.
Er wordt ook nog een eervolle vermelding gegeven voor Arthur Rimbaud (1845 – 1891). Hij nam in Harderwijk dienst als soldaat bij het KNIL en ging naar Nederlands -Indië, deserteerde en kwam terug naar rankrijk, vond werk bij een circus, ging naar Cyprus als stenensjouwer en werd uiteindelijk in Ethiopië eigenaar van een handelspost waar hij handelde in koffie, ivoor, wapens en misschien ook slaven.
.
Om toch te eindigen met een gedicht, iets van Allen Ginsberg.
.
A desolation
.
as a cloudless sky.
Time then to make a
home in wilderness.
wander with my eyes
in the trees? So I
will build: wife,
family, and seek
for neighbors.Or I
perish of lonesomeness
or want of food or
lightning or the bear
(must tame the hart
and wear the bear) .And maybe make an image
of my wandering, a little
image—shrine by the
roadside to signify
to traveler that I live
here in the wilderness
awake and at home.
Flessenpostsieradengedichten
Wietske Welten
Wietske is een glaskunstenares en sieradenontwerpster uit Den Bosch. Zij maakt onder andere flessenpost-kettingen
Deze kettingen bevatten Bossche gevelgedichten, dit zijn gedichten die overall in Den Bosch op diverse gevels te vinden zijn. Deze zogenaamde ‘meeneempoëzie’ is een initiatief van Stichting Poëzie op straat.
Wietske schrijft op haar website: “Ik heb voor mezelf ook een flessenpost-ketting gemaakt, ook met meeneempoëzie. ‘Mijn’ gedicht behoort echter niet tot de gevelgedichten maar is door een bewoner uit mijn straat zelf aangebracht op zijn raam.”
.
Jij bent zo mooi anders dan ik,
niet meer of minder maar
zo mooi anders,
Ik zou je nooit
anders dan anders willen
.
Met dank aan: http://sieradenmaakjezelf.nl/
Gelukkig 2015!
Nieuwjaar
.
Een nieuw jaar, nieuwe uitdagingen, nieuwe poëzie, nieuwe oude dichters die ik ga ontdekken, nieuwe dichters die zich gaan aandienen, dagelijks een bericht over poëzie ter lering en/of de vermaak en anders ter ontspanning of inspiratie. Zie maar wat je ermee doet. Mij houd het bezig ( in alle betekenissen) en als je het fijn vindt om verrast te worden, herinnerd te worden of geraakt te worden kom dan elke dag even langs en verwonder je over de onmetelijke rijkdom van poëzie.
Vandaag, 1 januari 2015, een nieuwjaarsgroet van Guido Gezelle.
.
Ik wens u
Ik wens U een jaar
Als een alfabet
Met alle letters van A tot Z
Van arbeid, blijheid en
creativiteit
Tot zegen, zon en zaligheid.
.
Christmas Bells
Henry Wadsworth Longfellow
.
Henry Wadsworth Longfellow (1807 – 1882) was Amerikaans pedagoog en bibliothecaris (en die hebben bij mij een streepje voor). Hij was één van de Firesides poets.
De Fireside Poets (ook bekend als the Schoolroom of Household Poets) is de naam waarmee naar een groep van 19e-eeuwse Amerikaanse dichters uit New England wordt verwezen. Tot deze groep worden William Cullen Bryant, John Greenleaf Whittier, James Russel Lowell en Oliver Wendell Holmes sr. en dus Wadsworth Longfellow gerekend.
De Fireside Poets waren de eerste Amerikaanse dichters die zowel in de Verenigde Staten als in Groot Brittanië in populariteit konden wedijveren met de Britse dichters.
Henry Wadsworth Longfellow kreeg zijn inspiratie voor het gedicht Christmas Bells in 1863 tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog toen zijn zoon (tegen de wil van zijn vader in) zich aanmeldde bij de Noordelijke Staten. Dit gedicht gaat over het Kerstfeest maar er is een ondertoon die over de oorlog gaat (The Wrong shall fail, The Right prevail). Dit gedicht was de basis voor de Christmas carol ‘I heard the Bells on Christmas Day’.
.
Christmas Bells
.
I heard the bells on Christmas Day
Their old, familiar carols play,
And wild and sweet
The words repeat
Of peace on earth, good-will to men!
And thought how, as the day had come,
The belfries of all Christendom
Had rolled along
The unbroken song
Of peace on earth, good-will to men!
Till ringing, singing on its way,
The world revolved from night to day,
A voice, a chime,
A chant sublime
Of peace on earth, good-will to men!
Then from each black, accursed mouth
The cannon thundered in the South,
And with the sound
The carols drowned
Of peace on earth, good-will to men!
It was as if an earthquake rent
The hearth-stones of a continent,
And made forlorn
The households born
Of peace on earth, good-will to men!
And in despair I bowed my head;
“There is no peace on earth,” I said;
For hate is strong,
And mocks the song
Of peace on earth, good-will to men!”
Then pealed the bells more loud and deep:
“God is not dead, nor doth He sleep;
The Wrong shall fail,
The Right prevail,
With peace on earth, good-will to men.”
.
Hieronder the Christmas Carol gezongen door Casting Crowns.
.
Nonsensgedichten
Nico Scheepmaker
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:
Short rap
De grootste motherfucker
is toch altijd nog je vader.
.
Of deze van Cees Buddingh
.
Zeer vrij naar het chinees
de zon komt op. de zon gaat onder.
langzaam telt de oude boer zijn kloten.
.
Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.
.
Wereldkampioen
.
Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld
en iedereen zich daarbij dood verveelt
is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,
al is het een gedachte die nooit went.
.
Wij willen het niet weten, want zo’n sport
komt niet alleen in speelduur al te kort,
maar kampt ook met een uitgedund publiek
dat clublid is dan wel familieziek.
.
Alleen als onze meisjes moeten knokken
– in overigens verrassend korte rokken-
voor ’t wereldkampioenschap met de mof,
is het publiek nog wel bereid te komen
om even bij die meisjes weg te dromen,
al nemen zij de bal nooit op hun slof!
.
Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.
.
Driewieler
geen vier
en geen twee-
daartussenin
.
Laatste Ongehoord! podium van 2014
Met een bijzondere line up
.
Op zondag 14 december zal in de centrale bibliotheek van Rotterdam het laatste podium van Ongehoord! te bezoeken zijn met dit keer wel een bijzondere line up van dichters. Zo komen de Vlaamse dichters Willy Spillebeen en Hervé Deleu vanuit Menen naar Rotterdam om daar hun poëzie te brengen. Willy Spillebeen (1932) is in Nederland vooral bekend van zijn monografieën en essays over de dichters Nijhoff, Leopold en Gerhard. Hij won in België en Nederland tal van literaire prijzen. Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. Willy schrijft nog altijd en zal zijn laatste poëzie brengen.
Hervé Deleu kreeg bekendheid in Nederland (en België) na het winnen van de eerste Ongehoord! Poëziewedstrijd in 2012. Hierna verscheen in zijn woonplaats Menen de bundel ‘De geur van de maan’ uitgegeven door Marcel Vaandrager en pas geleden zijn verhalenbundel ‘De Blonde Engel’.
Naast deze twee heren uit Vlaanderen staan Rinske Kegel, schrijfster, dichter, stemactrice en illustratrice. In 2012 en 2013 was ze eens per maand Dichter bij de Dag bij het Actualiteitenprogramma ‘Dit Is De Dag’ op Radio 1. Meer over Rinske op: http://rinskekegel.blogspot.nl/
Ook op het podium Miguel Santos. Miguel Santos is schrijver, dichter en levensgenieter. Hij woont, schrijft, blogt en werkt in Rotterdam. In vriendenkringen wordt hij vaker ‘dichter’ dan ‘schrijver’ en is een dichtbundel in de maak. Met zijn poëzievoordrachten stond hij op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Vuurverhalen en Firma ZINtuig. Daarnaast organiseert hij het poëziepodium Het Nieuwe Dicht en mede de Poetry Slam Rotterdam. Hij is één van de 9 dichters die de bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ tot een succes maakte.
En tot slot komt een oude bekende terug op het Ongehoord! podium: Daniel Vis, een jong dichttalent dat opvalt door zijn rauwe toon en succes op het podium. Anno nu kan Vis zichzelf Nederlands Kampioen Poetryslam 2014 noemen. Zijn debuut,’Crowdsurfen op laag water’, verscheen in april van dit jaar bij uitgeverij Prometheus.
Voor de muziek tekent Bryony Burns. Dichteres en muzikante Bryony verzorgd tekst en muziek deze middag.
Het podium heeft plaats in de centrale bibliotheek van Rotterdam (Hoogstraat) op de eerste verdieping in de Glazen Zaal, is gratis toegankelijk, gratis thee en koffie en begint om 14.00 uur. Inloop vanaf 13.30 uur.
To the virgins
Comics en poëzie
Soms kom ik opeens op een idee en dan blijkt dat idee (uiteraard zou ik bijna zeggen) al te bestaan. De combinatie van comics en poëzie was zo’n idee. Al in 1980 schreef Dave Morice het boek ‘Poetry comics, a cartoonverse of poems’. In dat boek comics met de teksten van gedichten.In de inleiding van het boek schrijft Morice:
A few years ago, a friend of mine said, “Great poems should paint pictures in the mind.” Jokingly, I replied that great poems would make great cartoons, and what began as a wisecrack soon evolved into a diabolical plot to overthrow the Foundations of Poetry.
Zover is het uiteraard niet gekomen maar wat is gebleven is een zeer vermakelijk boek met comics en poëzie. Daarnaast wordt de poëzie ook wel gebruikt door cartoonisten. Hieronder zie je een aantal voorbeelden daarvan.
Uit Poetry comics een mooi voorbeeld van een comic rond de tekst van een gedicht van Robert Herrick (1591 – 1674) met de intrigerende titel ‘To the virgins, to make much of time’.
.
To the Virgins, to Make Much of Time Gather ye rosebuds while ye may, Old Time is still a-flying; And this same flower that smiles today Tomorrow will be dying. The glorious lamp of heaven, the sun, The higher he’s a-getting, The sooner will his race be run, And nearer he’s to setting. That age is best which is the first, When youth and blood are warmer; But being spent, the worse, and worst Times still succeed the former. Then be not coy, but use your time, And while ye may, go marry; For having lost but once your prime, You may forever tarry. .![]()
![]()
![]()
























