Site-archief

Paterson

Ron Padget en The New York School 

.

Op Facebook las ik in een stuk van Marja van Rossum over de film ‘Paterson’ van Jim Jarmusch. Nu staat deze film op mijn verlanglijstje van films die ik nog moet gaan zien maar na het stuk van Marja ga ik de film snel zien. In deze film draait het om een buschauffeur die poëzie gebruikt om de alledaagse routine te doorbreken. Uit het stuk van Marja begrijp ik dat poëzie wordt gebruikt van o.a. Ron Padgett zoals ook het gedicht ‘Love Poem’ hieronder. Padget maakte deel uit van de The New York School.

Critici betoogden dat het werk van The New York School een reactie was op de Confessionalist beweging in de poëzie van die tijd (de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw).  De onderwerpen van hun poëzie was vaak licht, gewelddadig of observerend, terwijl hun schrijfstijl  vaak werd omschreven als kosmopolitisch en die van wereldreizigers. De dichters schreven vaak in een directe en spontane manier die doet denken de zogenaamde ‘stroom van bewustzijn’ schrijven, vaak met behulp van levendige beelden. Ze hebben zich gebaseerd op inspiratie uit het surrealisme en de hedendaagse avant-garde kunststromingen, in het bijzonder de action painting van hun vrienden in de kunstscene van New York City zoals Jackson Pollock en Willem de Kooning.

Dichters die vaak geassocieerd worden met de The New York School zijn John Ashbery, Frank O’Hara, Kenneth Koch, James Schuyler, Barbara Guest, Ted Berrigan, Bernadette Mayer, Alice Notley, Kenward Elmslie, Frank Lima, Lewis Warsh, Tom Savage, Joseph Ceravolo en Ron Padgett.

Van de laatste het gedicht ‘Love Poem’ uit de film ‘Paterson’ (met dank aan Marja van Rossum).

 

Love Poem

.

We have plenty of matches in our house.

We keep them on hand always.

Currently our favourite brand is Ohio Blue Tip,

though we used to prefer Diamond Brand.

That was before we discovered Ohio Blue Tip matches.

They are excellently packaged, sturdy

little boxes with dark and light blue and white labels

with words lettered in the shape of a megaphone,

as if to say even louder to the world,

„Here is the most beautiful match in the world

its one-and-a-half inch soft pine stem capped

by a grainy dark purple head, so sober and furious

and stubbornly ready to burst into flame,

lighting, perhaps, the cigarette of the woman you love,

for the first time, and it was never really the same

after that. All this will we give you.”

That is what you gave me, I

become the cigarette and you the match, or I

the match and you the cigarette, blazing

with kisses that smoulder toward heaven.

.

padgett-ron-nyc

                                                                             Foto: John Tranter

paterson

Gedichten in films

Sophie’s Choice

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik regelmatig schreef over poëzie in films. Vanaf vandaag zal ik weer wat vaker aandacht besteden aan wat je een ‘gelukkig huwelijk’ zou kunnen noemen. Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar altijd wanneer er poëzie of een gedicht in een film voorkomt luister ik ineens scherper, wil ik weten welk gedicht van welke dichter het hier betreft.

Een gedicht kan ook een heel duidelijke functie hebben in een film, om iets te verduidelijken, om iets van een context te voorzien of om bij te dragen aan de sfeer, het onderwerp of het gewicht van het onderwerp. In het volgende voorbeeld is dit aan de orde. In de film Sophie’s choice leest Kevin Kline in bed het gedicht ‘Ample make this bed’ van Emily Dickinson voor.

Als je kijkt naar de analyse van het gedicht van Dickinson dan begrijp je waarom de regisseur gekozen heeft voor juist dit gedicht.

“This poem is in two contexts, one is that the poet speaks about a sensual moment that she is going to spend with her companion, or is imagining about it, where she wants everything perfect and ready. The way she is paying attention to the small details shows her anticipation about the moment that is yet to come. She wants nothing to disturb her on that day, or ever.”

.

Hieronder de scene uit de film waarin Kevin Kline het gedicht voorleest aan Meryl Streep (met speciale Spaanse ondertiteling) en de geschreven tekst.

Ample make this bed.
Make this bed with awe;
In it wait till judgment break
Excellent and fair.

Be its mattress straight,
Be its pillow round;
Let no sunrise’ yellow noise
Interrupt this ground.

.

sophies_choice-dvdcover_s

Met dank aan https://beamingnotes.com

Mont Ventoux

Jan Kal

.

De Mont Ventoux is vooral bekend onder wielerliefhebbers (als Col van de buitencategorie) en onder de lezers van het gelijknamige boek van Bert Wagendorp (dat inmiddels ook verfilmd is). Minder bekend is het gedicht met deze titel van Jan Kal.

Jan Pieter Kal (1946) is  vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats heeft.

Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waaruit ook dit gedicht is genomen. Hij heeft inmiddels 16 bundels het licht laten zien met ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’ uit 2015 als laatste.

.

Mont Ventoux

.

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,

waar Tommy Simpson nog is overleden.

Onder zo tragische omstandigheden

werd hier de wereldkampioen doodmoe.

.

Op deze col zijn velen losgereden,

eerste categorie, sindsdien tabu.

Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,

die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,

de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,

waarvoor ook geldt: bezint eer ge begint.

.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,

de top van deze kaalgeslagen berg:

ijdelheid en het najagen van de wind.

.

kaldrie

jan-kal-2-juni-2011

                                                                                                                        foto: Annet Hogenesh

 

The Waste Land

T.S. Eliot

.

Vorige week bezocht ik het filmhuis voor de film ‘Problemski Hotel’ naar het boek van Dimitri Verhulst. Een bijzondere film, dramatisch en komisch tegelijk. In deze film citeert de hoofdpersoon Bipul enige keren een aantal zinnen uit het gedicht ‘The Waste land’ van T.S. Eliot (1888 – 1965) en dan met name de regels uit de eerste strofe  ‘April is the cruelest month’. De eerste 7 regels van de eerste strofe bevatten deze regels. In deze regels noemt T.S. Eliot April een wrede maand terwijl wij hier in het Westen April zien als de maand dat de Lente begint.

In dit gedicht spreekt een getormenteerd mens. Een dichter die aan depressies lijdt. In plaats van het mooie nieuwe te zien voelt de dichter hier een pijnlijke opluchting en brengt dit pijnlijke herinneringen bij hem boven. In de rest van het gedicht werkt hij dit (zijn depressie) verder uit. In de film verwijzen deze regels naar de problemen en uitzichtloosheid van de vluchtelingen in de opvang (het Problemski Hotel).

T.S. Eliot droeg dit gedicht op de dichter Ezra Pound. Het gedicht bestaat uit 5 delen. Als je het gehele gedicht wil lezen kan dat op http://www.poetryfoundation.org/poem/176735 Ik plaats hier het eerste gedeelte.

.

The waste Land

              I. The Burial of the Dead

 

 April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.
Summer surprised us, coming over the Starnbergersee
With a shower of rain; we stopped in the colonnade,
And went on in sunlight, into the Hofgarten,
And drank coffee, and talked for an hour.
Bin gar keine Russin, stamm’ aus Litauen, echt deutsch.
And when we were children, staying at the arch-duke’s,
My cousin’s, he took me out on a sled,
And I was frightened. He said, Marie,
Marie, hold on tight. And down we went.
In the mountains, there you feel free.
I read, much of the night, and go south in the winter.

 

  What are the roots that clutch, what branches grow
Out of this stony rubbish? Son of man,
You cannot say, or guess, for you know only
A heap of broken images, where the sun beats,
And the dead tree gives no shelter, the cricket no relief,
And the dry stone no sound of water. Only
There is shadow under this red rock,
(Come in under the shadow of this red rock),
And I will show you something different from either
Your shadow at morning striding behind you
Or your shadow at evening rising to meet you;
I will show you fear in a handful of dust.
                      Frisch weht der Wind
                      Der Heimat zu
                      Mein Irisch Kind,
                      Wo weilest du?
“You gave me hyacinths first a year ago;
“They called me the hyacinth girl.”
—Yet when we came back, late, from the Hyacinth garden,
Your arms full, and your hair wet, I could not
Speak, and my eyes failed, I was neither
Living nor dead, and I knew nothing,
Looking into the heart of light, the silence.
Oed’ und leer das Meer.

 

  Madame Sosostris, famous clairvoyante,
Had a bad cold, nevertheless
Is known to be the wisest woman in Europe,
With a wicked pack of cards. Here, said she,
Is your card, the drowned Phoenician Sailor,
(Those are pearls that were his eyes. Look!)
Here is Belladonna, the Lady of the Rocks,
The lady of situations.
Here is the man with three staves, and here the Wheel,
And here is the one-eyed merchant, and this card,
Which is blank, is something he carries on his back,
Which I am forbidden to see. I do not find
The Hanged Man. Fear death by water.
I see crowds of people, walking round in a ring.
Thank you. If you see dear Mrs. Equitone,
Tell her I bring the horoscope myself:
One must be so careful these days.

 

  Unreal City,
Under the brown fog of a winter dawn,
A crowd flowed over London Bridge, so many,
I had not thought death had undone so many.
Sighs, short and infrequent, were exhaled,
And each man fixed his eyes before his feet.
Flowed up the hill and down King William Street,
To where Saint Mary Woolnoth kept the hours
With a dead sound on the final stroke of nine.
There I saw one I knew, and stopped him, crying: “Stetson!
“You who were with me in the ships at Mylae!
“That corpse you planted last year in your garden,
“Has it begun to sprout? Will it bloom this year?
“Or has the sudden frost disturbed its bed?
“Oh keep the Dog far hence, that’s friend to men,
“Or with his nails he’ll dig it up again!
“You! hypocrite lecteur!—mon semblable,—mon frère!”
.
.

PH.

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 - 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 – 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

Skyfall

Lord Alfred Tennyson

.

Soms komen werelden bijeen waarvan je misschien niet zo snel verwacht dat ze bij elkaar komen. Dat gevoel kreeg ik toen ik afgelopen week naar de James Bond film Skyfall zat te kijken. M. het grote opperhoofd van de 00 agenten, citeert tijdens een ‘hearing’ door de,  voor haar verantwoordelijke,  minister een strofe uit het gedicht ‘Ulysses’ van Lord Alfred Tennyson.

Het is overigens niet de eerste keer dat dit gedicht redelijk prominent in een film voorkomt. Al eerder was het te horen in Dead poets society, maar dat is een film (qua titel en inhoud) waar je een dergelijk gedicht eerder verwacht dan in een actiefilm.

Het gebruik van deze strofe sluit echter heel mooi aan bij waar het in deze scene van de film omgaat. Hoewel Ulysses en zijn zeemannen niet meer zo sterk zijn als in hun jeugd, zijn ze “sterk in wil” en worden ondersteund door hun vastberadenheid om verder “meedogenloos te streven, te zoeken, te vinden, en niet toe te geven”.

.

Ulysses

 

It little profits that an idle king,

By this still hearth, among these barren crags,

Matched with an aged wife, I mete and dole

Unequal laws unto a savage race,

That hoard, and sleep, and feed, and know not me.

I cannot rest from travel;

I will drink Life to the lees.

All times I have enjoyed

Greatly, have suffered greatly, both with those

That loved me, and alone; on shore, and when

Through scudding drifts the rainy Hyades

Vext the dim sea. I am become a name;

For always roaming with a hungry heart

Much have I seen and known–cities of men

And manners, climates, councils, governments,

Myself not least, but honored of them all,–

And drunk delight of battle with my peers,

Far on the ringing plains of windy Troy.

I am a part of all that I have met;

Yet all experience is an arch wherethrough

Gleams that untraveled world whose margin fades

For ever and for ever when I move.

How dull it is to pause, to make an end,

To rust unburnished, not to shine in use!

As though to breathe were life! Life piled on life

Were all too little, and of one to me

Little remains; but every hour is saved

From that eternal silence, something more,

A bringer of new things; and vile it were

For some three suns to store and hoard myself,

And this gray spirit yearning in desire

To follow knowledge like a sinking star,

Beyond the utmost bound of human thought.

This is my son, mine own Telemachus,

To whom I leave the scepter and the isle,

Well-loved of me, discerning to fulfill

This labor, by slow prudence to make mild

A rugged people, and through soft degrees

Subdue them to the useful and the good.

Most blameless is he, centered in the sphere

Of common duties, decent not to fail

In offices of tenderness, and pay

Meet adoration to my household gods,

When I am gone. He works his work, I mine.

There lies the port; the vessel puffs her sail;

There gloom the dark, broad seas.

My mariners, Souls that have toiled, and wrought, and thought with me,

That ever with a frolic welcome took

The thunder and the sunshine, and opposed

Free hearts, free foreheads–you and I are old;

Old age hath yet his honor and his toil.

Death closes all; but something ere the end,

Some work of noble note, may yet be done,

Not unbecoming men that strove with gods.

The lights begin to twinkle from the rocks;

The long day wanes; the slow moon climbs; the deep

Moans round with many voices. Come, my friends,

‘Tis not too late to seek a newer world.

Push off, and sitting well in order smite

The sounding furrows; for my purpose holds

To sail beyond the sunset, and the baths

Of all the western stars, until I die.

It may be that the gulfs will wash us down;

It may be we shall touch the Happy Isles,

And see the great Achilles, whom we knew.

Though much is taken, much abides; and though

We are not now that strength which in old days

Moved earth and heaven, that which we are, we are,

One equal temper of heroic hearts,

Made weak by time and fate, but strong in will

To strive, to seek, to find, and not to yield.

.

tennyson

Met dank aan http://www.poets.org, sparknotes.com en Youtube.

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

Jelena Sjvarts

.

Jelena Sjvarts (1948 – 2010) was een dichteres uit Sint Petersburg die op jonge leeftijd begon met dichten. Haar eerste officiële bundel kon echter pas in 1989 verschijnen. Jelena Sjvarts werd tijdens de periode van de ‘stagnatie’ niet gepubliceerd. Wel was ze bekend in undergroundkringen. Haar gepassioneerde voordrachten waren populair. Ze interesseerde zich voor drama. Ze studeerde theater, muziek en film, en voor haar levensonderhoud vertaalde ze toneelstukken. Sjvarts was een excentrieke, talentvolle dichteres met een flink oeuvre. Haar werken zijn geschreven in dezelfde sfeer als het werk van o.a. Chlebnikov en Koezmin.

.

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

.

Dit meisje is door iemand grootgebracht,

in haar ogen kabbelt lichtblauw water,

in haar liezen is het donker, splijt de nacht,

en ook een roze sterre staat er.

.

En in haar hart, hoe laat zou het daar zijn?

Ergens tussen wolf en hond.

Kobalt en schemerig golft het satijn

daar waar een naald het centrum wondt.

.

In haar hoofd begroet een tuin het wonder

van weer een nieuwe dageraad,

maar in haar nek gaat rood de zon al onder

en nacht kruipt in haar ruggengraat.

.

Uit: Optima, 1997 (vertaling Peter Zeeman)

.

jelena_Sjvarts

Met jou, na een film

Oud gedicht

.

Ik heb in mijn kast een paar notitieboekjes waarin ik vroeger mijn gedichten schreef. Netjes in blokletters, zodat ik ze nu kan kan teruglezen ( mijn handschrift was destijds niet altijd even leesbaar).

Uit het laatste notitieboekje vandaag het een na laatste gedicht dat uit ca. 1988 / 1989 moet zijn met de titel ‘ Met jou, na een film’ . Heerlijk onduidelijk met zinnen waarvan ik me nu afvraag; Waarom? Maar ach, ook wel weer leuk om te delen.

.

Met jou, na een film

.

Natuurlijk

ik weet mij te redden

met pauzes

.

en een pauze

.

maar mijn verlangen

laat zich niet betalen,

niet onderbreken voor

koffie en ijs,

pinda’s en popcorn

 

toch is jouw intensiteit,

voor mij,

die van na de pauze

.

film

 

 

Filosofie van de liefde

Percy Bysshe Shelley

Om Percy Bysshe Shelley (1792 – 1822) zou ik bijna een nieuwe categorie starten; dichters met intrigerende namen. Toch maar niet doen misschien. Wat ik wel ga doen in ieder geval is een prachtig gedicht plaatsen van Shelley namelijk ‘Love’s philosophy’. Dit gedicht wordt gebruikt in de film ‘In & Out’ uit 1997 van Frank Oz met Kevin Kline, Joan Cusack, Matt Dillon en Tom Selleck. In & Out werd bekend als een van de mainstream pogingen om een gay film van zijn tijd te zijn.

.

Love’s philosophy

The fountains mingle with the river
   And the rivers with the ocean,
The winds of heaven mix for ever
   With a sweet emotion;
Nothing in the world is single;
   All things by a law divine
In one spirit meet and mingle.
   Why not I with thine?—

 

See the mountains kiss high heaven
   And the waves clasp one another;
No sister-flower would be forgiven
   If it disdained its brother;
And the sunlight clasps the earth
   And the moonbeams kiss the sea:
What is all this sweet work worth
   If thou kiss not me?
.
.
pbshelley
inout

Emma Lazarus

The new Colossus

.

Emma Lazarus (1849 – 1887) was een Amerikaans dichter/essayiste. Geboren in een sefardisch-joodse familie schreef ze aanvankelijk sterk melancholische gedichten. Door de progroms in de Oekraïne veranderde haar toon en wijdde ze zich volledig aan de verdediging van het vervolgde joodse volk. Ze werd hierom ook wel ‘mother of exiles’ genoemd.

Het meest bekend is ze gebleven door haar sonnet ‘The new Colossus’ (1883), met de bekende regel “Give me your tired, your poor”, dat in 1886 op het voetstuk van het Vrijheidsbeeld werd aangebracht.

Lazarus reisde twee keer door Europa, eerst in 1885 en daarna in 1887. Na deze laatste trip keerde ze ziek terug en overleed kort daarna, waarschijnlijk aan de ziekte van Hodgkin.

Het gedicht ‘The new Colossus komt in twee films voor; ‘Saboteur’ uit 1942 en ‘Since you went away’ uit 1944.

.

The new Colossus

.

Not like the brazen giant of Greek fame,

With conquering limbs astride from land to land;

Here at our sea-washed, sunset gates shall stand

A mighty woman with a torch, whose flame

Is the imprisoned lightning, and her name

Mother of Exiles. From her beacon-hand

Glows world-wide welcome; her mild eyes command

The air-bridged harbor that twin cities frame.

“Keep, ancient lands, your storied pomp!” cries she

With silent lips. “Give me your tired, your poor,

Your huddled masses yearning to breathe free,

The wretched refuse of your teeming shore.

Send these, the homeless, tempest-tost to me,

I lift my lamp beside the golden door!”

.

Emma_Lazarus_plaque

 

liberty

 

Met dank aan Wikipedia en poets.org

Rotklank

Rotterdam Klankbord

.

Op zoek naar poëzie op het web kwam ik op de website http://www.rotklank.nl/. Een bijzonder website waar veel op valt te genieten die, zoals ik, oog heeft voor de rafelranden van de poëzie. Of zoals ze zichzelf etaleren: Plat Rotterdams Klankbord en online magazine. Op een zwarte achtergrond (waarom?) staan in een aantal rubrieken allerlei kunstzinnige uitingen over Rotterdam en van Rotterdammers. Wie de website precies runt is me niet helemaal duidelijk geworden, veel verder dan Rotterdam Klankbord ben ik niet gekomen.

De website oogt wat rommelig, waarschijnlijk door de hoeveelheid informatie die overal op de pagina’s te zien is maar biedt zeker een aantal interessante rubrieken. Ik vind de rubriek ‘Klinkerdichter’ en dan de subrubriek ‘Dichten’ erg aardig. Beeldpoëzie op zijn Rotterdams.

Hieronder een voorbeeld.

Rotterdam

 

Daarnaast staat er een heel fout filmpje op de site onder het motto Poëzie in de nacht, wij zijn de nacht. Op elke pagina is de Quote ROTator zichtbaar met quotes als:  ‘Stem op de schouderpartij! Voor draagvlak en kracht’ (rond de verkiezingen) en “Er zijn vele wegen, maar de juiste weg, is de weg ertegen; niet de weg eronder, dat is onderkruiperij; niet de weg erover, dat is pluimstrijkerij, maar de weg ertegen, tegen alle wegen in en dat is van de wijsheid nog maar het begin”. (Bertus Aafjes).

Een aardige website om eens te bezoeken kortom.

MARS