Site-archief

Erotiek in poëzie

Florence Tonk

.

Dat erotiek in poëzie in vele gedaanten komt blijkt uit het voorbeeld van vandaag. Florence Tonk publiceerde in 2006 haar bundel ‘Anders komen de wolven’. In deze bundel staat het gedicht ‘Gemeen gedicht’ waarover Ellen Deckwitz in mei 2015 een bijzonder aardig stuk schreef op https://www.nrc.nl/nieuws/2015/05/07/de-kunst-van-de-cliffhanger-1492623-a151500

In dit stuk gaat het over het gebruik van het enjambement in dit gedicht. Een enjambement is een stijlfiguur waarbij de dichter op een niet-natuurlijke plek een regel afbreekt. Ik werd vooral gegrepen door de inhoud van het gedicht. Waar je in het begin een bepaalde indruk krijgt van de inhoud, een gruizig, broeierig gerommel in het ondermaanse, blijkt in het vervolg van het gedicht dat het hier juist het tegengestelde betreft: “ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar / iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn” en dan eindigt het gedicht toch weer positief voor de ik persoon in het gedicht.

Wat ik maar wil zeggen is dat een erotisch gedicht niet altijd hoeft te leiden naar opwinding van de lezer, dat het onderwerp een erotische lading of duiding kan hebben zonder dat het éénduidig is of expliciet in de boodschap. In ‘Gemeen gedicht’ is dit laatste het geval.

.

Gemeen gedicht

.

Ze kijkt als ze danst of ze neukt

ze kijkt als ze danst zoals ze denkt

dat men kijkt als men neukt

of ze kijkt alsof er iets klem zit

en hier beduusd van is

misschien danst ze tango in een te rode jurk

gelakte pornoschoenen en een kwabje hier en daar

stappen iets te groot, net of niet op maat

ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar

iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn

wijn verzacht maar als ze lacht zie je dat

het allemaal zo ernstig is geworden

zelfs in de dans waarin zij wel theater ziet

maar niet kan spelen, ze doet het even verbeten

als het vegen van een vloer, stoephoer

denkt ze als een meisje glanzend langs glijdt

in de armen van een rimpelloze held

voor haar alleen bejaarde schuifelaars

maar met de ogen dicht en iemand

zonder oud geurende jas valt er nog wel wat

te dromen, kijkend of ze klaar gaat komen

.

N.

Kalkmankementjes
.
Steeds vaker vind ik op Instagram en op Facebook dichters die hun gedichten op een bijzondere manier aan de man brengen. Wat ze in feite doen is foto’s plaatsen van geschreven, geprinte of getypte gedichten. Een prima manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet altijd al die teksten lees. het niveau verschilt namelijk nogal al en soms is ook niet helemaal duidelijk of het een eigen tekst is of iets van een ander of dat er geparafraseerd wordt.

Via een artikel in HP/De Tijd kwam ik in aanraking met het werk van Niels Kalkman. Kalkman is verslaggever van de Telegraaf en sind 2013 ook plezierpoeet. Zijn gedichten zijn geen hogere poëzie en soms betrap ik ook hem op parafraseren (zo is het gedichtje ‘donker’ 1 op 1 de laatste strofe van het nummer ‘Black’ van Pearl Jam) maar als voorbeeld van het fenomeen is zijn werk zeker niet het minste.
.

n3

N2

n1

Cliffhanger in een gedicht

Toon Tellegen

.

Pas geleden las ik een gedicht van Toon Tellegen in de bundel ‘Stof dat als een meisje’ uit 2009, zonder titel, waarna ik me voornam een stukje te schrijven over een fenomeen dat in dit titelloze gedicht voorkomt; de cliffhanger. Een cliffhanger is een vakterm uit de film- en televisiewereld, die ook gebruikt wordt voor verhalen in boeken en toneelstukken. Het houdt in dat een verhaal van bijvoorbeeld een serie of aflevering, film of boek eindigt op een moment waarop de spanning het grootst is, en waarbij niet duidelijk is hoe het verder afloopt. Op dat moment is de plot nog niet afgerond en blijft de kijker met een onbevredigend gevoel achter, nieuwsgierig naar het verdere verloop. Dat verdere verloop wordt dan meestal gegeven in een volgende aflevering. Maar dus ook in gedichten, alleen daar volgt dan geen volgende aflevering maar moet de lezer zijn of haar fantasie gebruiken om de verdere loop van het gedicht in te vullen.

Ik heb kort gezocht naar andere voorbeelden van cliffhangers (of soms zijn het open eindes met een twist) in poëzie en heb er een gevonden in een gedicht dat ik zelf schreef en dat verscheen in mijn bundel ‘Winterpijn’ uit 2014. Uiteraard zijn er meerdere voorbeelden te vinden (ik hou me aanbevolen voor suggesties!). Daarom eerst het gedicht van mezelf ‘Reasons to be cheerful part three, My big love’. En daarna het gedicht van Toon Tellegen.

.

Reasons to be cheerful part three

My big love

 

Haar jurk is wit. Niet gewoon wit maar

gebroken wit, of hoe dat dan ook heet, meer

crèmekleurig.  Heel veel jurk. ‘Dat hoort erbij’

had ze gezegd.  Bij afwezigheid van haar

vader , loopt haar oudere oom met haar op.

 

Links en rechts gaan mensen staan.  Zijn

Schoenen knellen, vooral links bij zijn enkel

De lach rond haar moeders mond is nog

nooit zo breed geweest, nog even en hij valt

van haar gezicht, denkt ie en kijkt weg.

 

Nog twee rijen, dan zijn ze bij hem.  Daar zit zijn

oude buurmeisje.  Hij kijkt naar haar lichaam,

haar lange blonde haren.  Hij lacht om haar

krullende mondhoeken.  Dan staat ze naast hem

‘Je hoeft alleen maar ja te zeggen’  had ze gezegd.

.

Gedicht van Toon Tellegen

 

Het regende

en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid

.

en een engel verscheen,

zag om zich heen

en sloeg iemand neer,

en nog iemand,

en nog iemand

.

en achteraan, in het donker, achter iedereen,

in elkaar gedoken, met zijn rug tegen de muur,

zat een man, keek naar de grond

en dacht na,

dacht dagen maanden jaren na

en dacht tenslotte, op een ochtend,

in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen

krijsend in de bleke lucht:

ik, ik zal…

.

en de engel baande zich een weg naar hem

.

Verdoving

Vrouwkje Tuinman

.

De poëzie app Muze is een app die wekelijks een gedicht naar je smartphone of tablet stuurt. De gedichten kun je beluisteren of lezen en behalve gedichten staan er op de app inmiddels ook fiets- en wandelroutes waarbij je onderweg kunt luisteren naar gedichten middels Muzebakens waarop QR codes zijn aangebracht. Scan je zo’n QR code dan kun je via je telefoon of tablet het gedicht beluisteren of lezen.

Door deze app werd ik deze week gewezen op een gedicht van Vrouwkje Tuinman met de titel ‘Verdoving’ uit haar bundel ‘Sanatorium’ uit 2014. Waarom dit gedicht bleef hangen (ik lees regelmatig gedichten via deze app) was het feit dat het gedicht gaat over een man die, zo gauw er een auto verzet wordt in zijn straat, opspringt om zo zijn eigen auto zo recht mogelijk voor zijn eigen raam te kunnen zetten. Behoorlijk dwangmatig gedrag dus. Toen ik jong was en nog thuis woonde bij mijn ouders hadden wij zo’n overbuurman. Deze man zat, als hij thuis was, altijd voor het raam. Als er ook maar iemand in de buurt van zijn auto kwam, stond hij op en als ze te dichtbij kwamen liep hij al naar buiten. En als er een andere auto op ‘zijn’ plekje stond, voor zijn raam, rustte hij niet voor die auto was verdwenen en hij zijn auto daar neer kon zetten. Blijkbaar zijn er meer van dit soort mannen want Vrouwkje schreef erover in het volgende gedicht.

.

Verdoving

.

De auto’s zijn de verstandskiezen van de straat,

teveel volume voor te weinig kaak. Dus springt

de buurman uit zijn schietstoel als

de andere buurman in zijn wagen stapt, iemand

van de overkant of iemand die op visite kwam.

Hij holt het huis uit. Voor zijn schoenen is geen tijd.

Het portier kan open blijven staan. Hij rijdt twee meter

achteruit, of vijf naar voren, exact het stuk dat

nodig is om het licht in, het zicht op, het hele

woonkamerraam, weg te nemen. Totdat alles klopt.

.

De sneeuw in ons

Fernand Florizoone 

.

Hoewel ik inmiddels vele Vlaamse dichters ken van naam en vaak ook van werk, zijn er nog steeds dichters te ontdekken. Zo’n dichter is  Fernand Florizoone. Florizoone werd in 1925 geboren te Veurne in de Westhoek, waar de grote Florizoone-familie al woont van in de 16de eeuw. Hij studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare en was bijna veertig jaar lang opvoeder-bibliothecaris aan het Koninklijk Atheneum van Veurne.

Hij debuteerde als dichter in 1955 met de bundel ‘In de branding’. Zijn gedichten werden opgenomen in verzamelbundels als Komrij’s ‘Nederlandse Poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw en enige gedichten’ en ‘Hotel New Flanders, 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005’ Florizoones werk werd vertaald in vele talen en hij mocht verschillende prijzen voor zijn werk ontvangen waaronder de J.L. De Belderprijs 1977, de  ‘Briljanten-Litera’ onderscheiding, Beringen 1982, de Poëzieprijs stad Blankenberge 1986 en de Vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs 1982-1986 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal & Letterkunde. Daarnaast is Florizoone  cultureel ambassadeur van Koksijde en erelid van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen.

.

De sneeuw in ons

.
Het had in ons gesneeuwd,

wij hadden witte handen,
onze adem en gedachten waren wit,
de daken droegen witte capes

en de velden huiden van witte beren.

Er zong een lied in ons,

een gamma witte noten
op een besneeuwde notenbalk,

een sneeuwlied van witte wijdheid.

Er klonk een zielslied in ons,
wij herkenden witte stemmen

in ieder van ons,

alle meervouden werden één
in witte verbondenheid.

.

Zwerversverzen

C.S. Adama van Scheltema

.

In mijn boekenkast staan vele dichtbundels en soms als ik bij iemand anders in zijn of haar boekenkast snuffel zie ik ook dichtbundels staan. Zoals bijvoorbeeld een prachtig vormgegeven dichtbundel van C.S. Adama van Scheltema uit 1931, met de nieuwsgierig makende titel ‘Zwerversverzen’.

Carel Steven Adama van Scheltema (1877 – 1924), zoals zijn naam volledig luidt, staat wel bekend als socialistisch dichter. Na zijn studie en kort werkzaam leven in een kunsthandel trad hij toe tot de SDAP en wijdde hij de rest van zijn (korte) leven aan de geëngageerde literatuur.

Hij wilde tot een nieuwe volkskunst komen en bestreed vanuit die gedachte ook de Tachtigers. In ‘De grondslagen eener nieuwe poëzie’ (1907) bestreed hij de “kunst omwille van de kunst”-gedachte, en pleitte in plaats daarvan voor kunst omwille van de mensen om je heen. Zo schreef hij: “Een gedicht moet zijn een muziekstuk van woorden en gedachten, dat door zooveel mogelijk onzer medemenschen kan worden gevoeld en begrepen”. Zijn gedichten vallen dan ook op door de eenvoud. Zijn politieke gedichten worden tegenwoordig niet of nauwelijks meer gelezen, maar zijn natuurgedichten nog wel door liefhebbers van dit genre.

Toch zijn juist zijn politieke gedichten ook interessant, in sommige gedichten is niet meteen duidelijk dat het hier om politiek geëngageerde gedichten gaat. Juist door de eenvoud van zijn taal, de bijna light verse-achtige bewoordingen vind ik het nog heel goed leesbaar en ook best genietbaar. Een voorbeeld uit de bundel ‘Zwerversgedichten’ dat na zijn dood postuum werd uitgebracht door W.L. & J. Brusse’s uitgeversmaatschappij N.V. te Rotterdam is het gedicht ‘Mijn hospita’.

.

Mijn hospita

.

Mijn hospita is weduwe

Van Duitschen middenstand, –

Zij zellef komt uit Schwabenland,

Haar man kwam van de Veluwe.

.

Mijn hospita heeft twee spruitjes:

Hert meisje dat is blond,

Het jongetje is ongezond

En heeft twee bloote kuitjes.

.

Mijn hospita draagt haar boezem

Al vijf jaar uit den rouw,

Vandaag was ze in lichtlilablauw

Met rose moerbeibloesem.

.

Mijn hospita was vanavond

Bijzonder sentimenteel: –

Haar dooden man gedacht ze veel,

Vertelde ze hoogdravend.

.

Mijn hospita speelt met statie

De lieve “Lorelei”, –

Zij zingt er zoo melancholisch bij –

Toch goed van intonatie.

.

Mijn hospita wil mij verleiden –

Nou weet ik het podorie! –

Verduiveld, dat ik dat nou pas zie!

.  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .

Verbeel je eens – wij beiden – ?

.

On-site poetry

Nick J. Swarth en Sander Neijnens

.

Dichter Nick J. Swarth (tot gisteren actief als deelnemer van de Poeziebustoer 2018) werkt al sinds 2006 samen met typografisch ontwerper Sander Neijnens.  Samen creëren ze gedichten die zijn geïnspireerd op een specifieke locatie. De teksten, evenals de manier waarop ze geschreven zijn, staan in wisselwerking met de plek waar het gedicht is aangebracht.
On-site gedichten worden gemaakt als kunstwerken in de openbare ruimte, voor landart-tentoonstellingen, festivals of evenementen.

On-Site Poëzie begon in 2006. Stadsdichter van Tilburg Nick J. Swarth werd gevraagd om een gedicht te schrijven voor een blinde muur in de stad. Hij vroeg typograaf Sander Neijnens om de tekst te ontwerpen. Het kunstwerk ‘mussenmanieren’ werd zeer gewaardeerd door de burgers.
Ondersteund door de lokale kunstcommissie KORT, maakten Swarth en Neijnens vervolgens gedichten op zes andere locaties in de periode tussen 2007 en 2012. Het project heette locatiegedichten. Vanaf 2012 wordt het project voortgezet als ‘On-Site Poetry.

Hier een aantal voorbeelden van hun projecten. Kijk vooral ook op de website http://www.onsitepoetry.eu/index.html

.

 

Erotiek op zondag

Carlos Drummond de Andrade

.

Nu de vakantie bijna voorbij is, is het tijd voor erotiek op zondag. Natuurlijk kan erotische poëzie altijd, waarom het tot zondag bewaren, maar in navolging van de Dichter van de maand en de Dichter op verzoek nu een maand lang (of misschien nog wat langer) een combinatie van de twee gericht op erotische poëzie.

Erotische poëzie is een bijzonder genre. Niet veel dichters schrijven erotische poëzie omdat er snel de valkuil dreigt van platte pornografische teksten. En toch is er genoeg erotische poëzie geschreven en ook verschenen, denk bijvoorbeeld aan de verzamelbundel ‘De daad in 69 gedichten’.

Maar vanaf vandaag dus de komende zondagen erotiek op dit blog. Te beginnen met de meester van de erotische poëzie, de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. In 1992 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De liefde natuurlijk’ een vertaling van ‘O amor natural’ vertaald door August Willemsen. In de bundel staan de gedichten in het Portugees met op de andere pagina de Nederlandse vertaling. Uit deze bundel ‘De dingen die in bed gebeuren’ de vertaling van ‘O que se passa na cama’.

.

De dingen die in bed gebeuren

.

(De dingen die in bed gebeuren

zijn geheim van wie bemint.)

.

Het geheim van wie bemint

is: niet slechts vluchtig het genot

te kennen dat ons diep doordringt,

tot stand gebracht op deze aarde

en zo verre van de wereld

dat het lichaam, dat het lichaam vindt

en daarin voortgaat op zijn vaart,

de vrede vindt van groter gaarde,

vrede als in de dood, onaards,

als een nirwana, penisslaap.

,.

O bed, o zoet, zoet wiegelied,

slaap kindje, slaap kindje, slaap

nu slaapt de boze jaguar,

nu slaapt de argeloze vagina,

en de sirenen slaapt, de laatste

of voorlaatste… En de penis

slaapt, de poema, ’t uitgeputte

wilde dier. Slaap nu o fulpen

sluier op en om je vulva.

En laten zij die minnen zwijgen,

tussen laken en gordijnen

nat van zaad, van de geheimen

van de dingen die in bed gebeuren.

.

 

Stilte

Thomas Hood

.

In de film ‘The piano’ uit 1993 van Jane Campion (die maar liefst drie Oscars won), met in de hoofdrollen Harvey Keitel, Holly Hunter en Sam Neill, komt het gedicht ‘Silence’ van Thomas Hood (1799 – 1845) voorbij. Thomas Hood was een Engelse dichter, auteur en humorist, vooral bekend van gedichten zoals ‘The Bridge of Sighs’ en ‘The Song of the Shirt’. Hood schreef regelmatig voor The London Magazine, Athenaeum en Punch. Later publiceerde hij een tijdschrift dat grotendeels bestond uit zijn eigen werken. Hood stierf op 45-jarige leeftijd. William Michael Rossetti noemde hem in 1903 ‘de beste Engelse dichter’ tussen de generaties Shelley en Tennyson. 

Het gedicht ‘Silence’ uit The Oxford Book of English Verse: 1250–1900.

.

Silence

.

There is a silence where hath been no sound,

There is a silence where no sound may be,

In the cold grave—under the deep deep sea,

Or in wide desert where no life is found,

Which hath been mute, and still must sleep profound;

No voice is hush’d—no life treads silently,

But clouds and cloudy shadows wander free.

That never spoke, over the idle ground:

But in green ruins, in the desolate walls

Of antique palaces, where Man hath been,

Though the dun fox, or wild hyæna, calls,

And owls, that flit continually between,

Shriek to the echo, and the low winds moan,—

There the true Silence is, self-conscious and alone.

.

Caedmons Hymn

Oudste Engelse gedicht

.

Cædmon’s ‘Hymn’ is een kort Oud Engels gedicht geschreven door Caedmon, een herder die niet kon schrijven of lezen maar die in God’s eer dit ‘lied’ zong waarbij hij deze woorden gebruikte. Het werd ‘geschreven’ of opgeschreven tussen 658 en 680 en is het oudste vastgelegde Engelse gedicht. Het is ook het oudste voorbeeld van een allitererend Germaans gedicht. Het gedicht gaat over de kerstening van Anglo-Saxisch Engeland.

Deze ‘Hymn’ is de enige compositie die bekend is van Caedmon. Het was een gezongen versie die later werd behouden doordat anderen het opschreven in niet minder dan 19 kopiëën en manuscripten.

In het Østre Anlæg, een park in Kopenhagen staat het Statens museum voor kunst. In dit museum kwam ik het onderstaande schilderij tegen van de Deense schilder Skovgaard, die een schilderij heeft gemaakt naar aanleiding van een hervertelling  door ene Grundtvig van dit oudste Engelse gedicht. Hieronder de ‘Hymn’ hertaald naar het moderne Engels ( door A.Z. Foreman) en in het Oud Engels.

.

Cædmon’s Hymn to God

Hail now the holder of heaven’s realm,
That architect’s might, his mind’s many ways,
Lord forever and father of glory,
Ultimate crafter of all wonders,
Holy Maker who hoisted the heavens
To roof the heads of the human race,
And fashioned land for the legs of man,
Liege of the worldborn, Lord almighty.

Het origineel in oud Engels

Nū sculon heriġean heofonrīċes weard,
Meotodes meahte ond his mōdġeþanc,
weorc wuldorfæder, swā hē wundra ġehwæs,
ēċe Drihten, ōr onstealde.
Hē ǣrest sceōp eorðan bearnum
heofon tō hrōfe, hāliġ Scyppend;
þā middanġeard monncynnes weard,
ēċe Drihten, æfter tēode
fīrum foldan, Frēa ælmihtiġ.

.