Site-archief

Een winter aan zee

A. Roland Holst

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik twee kleine bundeltjes van A. Roland Holst; ‘Vuur in sneeuw’ en ‘Een winter aan zee’. Deze laatste is in 1961 uitgegeven als Ooievaar pocket 127 en beslaat een lang gedicht in 10 hoofdstukken weer onderverdeeld in delen. ‘Een winter aan zee’ wordt beheerst door drie motieven:

  1. Een vrouw van thans, die voor de ‘ik’ een tijdlang aan zee in levende lijve de bezielde schoonheid was.
  2. Helena van Troje, van wie, opgeroepen door de herinnering aan die eerste vrouw, het beeld en de betekenis de achtergrond bepalen.
  3. De wereld van thans, zoals zij gezien en ervaren wordt vanuit het verlangen, of het heimwee.

In elk van de tien afdelingen of hoofdstukken overheerst één van deze motieven.

Dit is afdeling of hoofdstuk VII in twee delen en heeft de wereld van thans als motief.

.

VII

.

Soms heerst in een duinkom

omtrent vroeg vallend donker

een zwijge’ als van rondom

daar wachtenden. De eenzame

die, in zichzelf verzonken,

daar binnenkomt, vertraagt

zijn pas, door wat geen namen

benoemen thans belaagd.

.

Dit is de plek: wantrouwen

ontzenuwt hier den moed

tot inkeer: in dit nauwe

duindal komt het wel voor,

dat men zichzelf ontmoet,

en aanziet, en moet lezen

in de andre blik. Dit oord

suizelt van angst en vrezen.

.

Young poets en Meander

Nathan van der Borght 

.

De redactie van taalplatform Young Poets (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg)  organiseert onder andere wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente.  Het thema was ‘Vriendschap’. Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander).  Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien. Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen. Alle winnende gedichten zijn te lezen op https://meandermagazine.net/wp/2018/05/young-poets/

Winnaar van deze wedstrijd werd Nathan Van der Borght (2001). Nathan studeert Latijn in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Zijn winnende gedicht is getiteld ‘Vriendschap’.

 

Vriendschap

.

Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.

Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.

Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag

Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.

Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.

Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.

Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.

Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.

Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.

Vriendschap is van jezelf houden.

.

 

Vuurtoren

Jana Beranová

.

Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.

Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.

Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.

.

Vuurtoren

.

Een stenen tronk grijpt naar de hemel,

arrogant en bijna ongenaakbaar

in zijn erectie.

.

Ritmisch schokkend uit zijn eikel

vloeit lichtgevend zaad

dat nooit opraakt

de weg wijzend naar

blijde verachting.

.

Machteloos en smachtend

hang je aan zijn signalen.

.

Als god hem heeft neergezet,

waarom dan schipbreuk lijden?

.

How do I love thee? Let me count the ways

Elisabeth Barrett Browning

.

Naar aanleiding van een berichtje van Bout Vercnocke ging ik op zoek naar het gedicht ‘How do I love Thee? Let me count the ways (Sonnet 43) van Elisabeth Barret Browning (1806 – 1861). Ik kwam erachter dat ik dit gedicht al eens genoemd heb in een post over een bundel van de BBC, waarin de vraag beantwoord werd wat volgens het Engelse volk het mooiste liefdesgedicht is. Dat is namelijk het gedicht ‘How do I love thee? Let me count the ways. Ik heb toen echter niet dat gedicht erbij geplaatst en daar komt nu verandering in.

Elizabeth Barrett Browning  wordt beschouwd als een van de belangrijkste Engelse dichters van het Victoriaans tijdperk. Ze werd bewonderd door tijdgenoten als William Makepeace Thackeray, Edgar Allan Poe en Alfred Lord Tennyson, was een bekwaam vertaler van Griekse teksten en een gepassioneerd abolitionist (voorstander van het afschaffen van de slavernij) en feminist. Haar liefdessonnetten zijn nog steeds populair.

Op 14 jarige leeftijd schreef ze het gedicht ‘The Battle of Marathon’ dat door haar vader in eigen beheer werd gedrukt. In 1826 debuteerde ze met de poëziebundel ‘An Essay on Mind and Other Poems’. Na de publicatie van ‘Poems’ in 1844 ontving ze een brief van de zes jaar jongere dichter en toneelschrijver Robert Browning (1812-1889), die toen nog vrij onbekend was. Ze ontmoetten elkaar, werden verliefd en trouwden in het geheim in 1846, omdat haar strenge vader zijn kinderen niet toestond om te trouwen. Het stel vertrok naar Italië en ging in Florence wonen. In die jaren schreef ze ‘Sonnets from the Portuguese’. Sonnet nummer 43 werd dus in 1997 door het Engelse volk gekozen als mooiste liefdesgedicht ooit.

.

Sonnet 43

How do I love thee? Let me count the ways.
I love thee to the depth and breadth and height
My soul can reach, when feeling out of sight
For the ends of being and ideal grace.
I love thee to the level of every day’s
Most quiet need, by sun and candle-light.
I love thee freely, as men strive for right;
I love thee purely, as they turn from praise.
I love thee with the passion put to use
In my old griefs, and with my childhood’s faith.
I love thee with a love I seemed to lose
With my lost saints. I love thee with the breath,
Smiles, tears, of all my life; and, if God choose,
I shall but love thee better after death.
.

De moeder de vrouw

Martinus Nijhoff

.

Gisteren werd bekend gemaakt dat Murat Isik, winnaar van de Libris Literatuurprijs 2018 met zijn roman ‘Wees onzichtbaar’, het Boekenweek essay 2019 zal schrijven. Het thema is ontleent aan de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff ‘De moeder de vrouw’. Reden genoeg voor mij om het gedicht van Nijhoff (1894 – 1953) op te zoeken en met jullie te delen.

In de bundel ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, met een inleiding van Jan Wolkers uit 2000 staat dit gedicht (naast nog een aantal gedichten van zijn hand) gepubliceerd. Vele zullen dit gedicht herkennen aan de beroemde openingsregel.

.

De moeder de vrouw

.

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

.

Meisjeskamer

Anna Enquist

.

Schrijver en dichter Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel ‘Soldatenliederen’. In deze bundel staat een gedicht waarvan, toen ik het las, ik zoveel herkende,  een herkenning die je bekend voorkomt wanneer je zelf een dochter of dochters hebt of hebt gehad in de leeftijd van 15 jaar. Alleen daarom al wilde ik het gedicht hier plaatsen.

.

De meisjeskamer

.

Hoe het ruikt naar lippenrood,

poederkwast. Latere handen

ten voorbeeld streelt de borstel

met stomheid het haar.

Zij is een acrobaat, hoog in

de lucht doet zij kunsten

aan de trapeze. Vijftien jaar.

Zij ademt vluchtig, houdt

zich nauwelijks vast. Negeert

in vervoering elk gevaar.

.

Wij zijn het vangzeil waar

zij zich soms achterover

in laat vallen. Wij wiegen

haar als toen, ontwricht

als zij weer opveert en ons

achterlaat. Het plotseling

ontbreken van gewicht.

Vergeefse spanning in mijn armen,

verbazing om het zelfvertrouwen,

het geluk op haar gezicht.

.

Stumm

Peter Maiwald

.

Afgelopen week was ik met een aantal collega’s op bezoek bij Duitse bibliotheken in onder andere Stuttgart, Mannheim en Heilbronn. In die laatste bibliotheek vond ik tussen de poëziebundels (de Duitse bibliotheken beschikken over het algemeen over een behoorlijke poëziecollectie) in een verzamelbundel een gedichtje dat me aanstond. Het is van de dichter en schrijver Peter Maiwald (1946 – 2008). De vroege publicaties van Peter Maiwald waren agitprop stukken (een vorm van politieke communistische propaganda van na Lenin) in de stijl van Bertold Brecht, gedichten en liederen die tijdproblemen op een gedeeltelijk ironische, soms bittere manier beschreven. Maiwald was lange tijd lid van de communistische partij in Duitsland, maar nadat hij in 1984 het kritische, linkse maandblad Düsseldorfer Demokratie oprichtte, werd hij uit de partij gezet. Zijn poëzie wordt daarna meer poëtisch, traditioneler ook met stanza’s en  rijmen.

Uit die periode stamt het gedicht ‘Stumm’ dat ik las in een bundel in de bibliotheek. Voor het gemak heb ik het maar gelijk vertaald.

.

Stom

.

Vandaag zag ik je

(zoals ik je nog nooit zag

na het opstaan naakt

kort in de deuropening staan

.

billen, rug, haar)

lachend gezicht

omdat ik gelukkig was.

Zei verder niets.

.

 

Liever lief

Lot Bouwes

.

De Rotterdamse studente en dichter Lot Bouwes (1993, Krimpen aan de IJssel) schrijft gedichten, verhalen en sprookjes. In 2016 gaf ze in eigen beheer de dichtbundel ‘Wezens’ uit. De bundel ‘Wezens’ bestaat uit 50 biografische gedichten en kleine illustraties met ieder een verborgen boodschap. De foto’s in Wezens zijn gemaakt door Hanke Arkenbout.  Op haar website  https://www.lotbo.nl  lees je hoe je aan haar bundel kan komen, over haar poëzie en hoe een gedicht op maat van haar te verkrijgen. Op haar blog http://vergetenwoorden.blogspot.com kun je gedichten van haar lezen. Zoals ook het gedicht ‘Liever lief’.

.

Liever lief

.

Ik kan je duizend brieven schrijven,
over eenzaam en verloren
over nooit meer uitverkoren
Maar ik heb me liever lief.

En ik wil slechts ademruimte.
En de dingen die we voelen
kunnen vormen wat we doen.
En we hoeven niet te denken
of de regels te verzinnen
want we zijn niet wie we waren,
niet verloren zoals toen

.

 

Dichter op verzoek

Ida Gerhardt

.

Van de lijst van dichters waarvan mijn lezers graag nog een gedicht zouden lezen, vandaag dichter Ida Gerhardt. Van Ida Gerhardt zijn zoveel prachtige gedichten te vinden maar na enig zoekwerk heb ik gekozen voor het gedicht dat begint met de eerste regel: Vergeef mij dat de schoonste nachten, uit de bundel ‘Vroege verzen’ uit 1978.

.

Vergeef mij dat de schoonste nachten
niet immer van ons beiden zijn.
Mijn vriend, het zijn zo groten machten
waardoor wij soms gescheiden zijn.

Wanneer ik in de hof mag dwalen
waar s hemels roos mij open gaat,
dan ducht ik zelfs Uw ademhalen,
Uw hart dat in het donker slaat.

Laat mij in eenzaamheid de uren
dat ik mijn diepste wet aanvaard.
Hun pracht die onverwelkt zal duren,
zij wordt alleen voor U vergaard.

.

Het eerste lied van de dame

William Butler Yeats

.

Blijkbaar maakt het lezen van Engelstalige poëzie van de ene dichter, in mij los dat ik ook poëzie van andere Engelstalige dichters ga lezen. Na de bundel van Seamus Heaney kwam ik ‘Het mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010 tegen. In deze bundel een aantal van zijn mooiste gedichten in het Engels en in vertaling.

Zo ook het gedicht ‘The Lady’s First Song’ of vertaald naar het Nederlands door Geert van Istendael en Koen Stassijns ‘het eerste lied van de dame’. Ik heb beide hier opgenomen.

.

Het eerste lied van een dame

.

Ik draai rond,

Dom beest in een circustent

Wat ik ben, waar ik ga

Blijft onbekend.

Mijn taal geslagen

Tot één naam;

Ik ben verliefd

En dat is mijn blaam.

Mijn ziel aanbidt

Mijn zielen wondt,

Niet beter dan een beest

Laag bij de grond.

.

The lady’s first song

.

I turn round

Like a dumb beast in a show.

Neither know what I am

Nor where I go,

My language beaten

Into one name;

I am in love

And that is my shame.

What hurts the soul

My soul adores,

No better than a beast

Upon all fours.

.