Site-archief
Het einde van de roltrap
Jonge dichter: Hester van Beers
.
In 2017 werd ze tweede in de Meander Dichtersprijs, haar gedichten zijn gepubliceerd in onder andere Meander Magazine, Tijdschrift Ei en Extaze. Hester van Beers (1995) is een talentvolle jonge dichter en van haar hand verscheen in 2017 de bundel ‘Het einde van de roltrap’. Uit deze bundel het titelgedicht
.
Het eind van de roltrap
.
Ik was altijd bang dat ik zou worden verslonden
door het einde van de roltrap. Ik klemde me vast
aan de hand die uit de hemel leek te hangen,
maar later gewoon van mijn vader bleek te zijn.
Mijn ogen telden alle bomen
achter het autoraam. Ik wist niet
dat er meer bomen zijn dan mijn wereld
ooit kan bevatten. Ik wist niet dat de bomen
nog sneller groeiden dan ik.
Ik was altijd bang dat ik groter zou worden
dan het klaslokaal.
Soms wou ik dat de roltrap me verslonden had.
.
Foto: de Meus
Ik ben de vurige
De liefste, onsterfelijke liefdesverzen
.
Gustavo Adolfo Domínguez Bastida (1836 – 1870), kortweg Gustavo Bécquer, was een Spaanse toneelschrijver en dichter. Hij wordt tot de bekendste schrijvers van de Spaanse romantiek gerekend.
Zijn bekendste werken zijn de Rimas (‘Rijmen’) en de Leyendas (‘Legendes’), die tegenwoordig doorgaans samen als de ‘Rimas y leyendas’ worden uitgegeven. Deze gedichten en verhalen vormen een onlosmakelijk onderdeel van de Spaanse literatuur en behoren tot de verplichte stof van middelbare scholieren in de Spaanstalige wereld.
In de bundel ‘De liefste, Onsterfelijke liefdesgedichten’ staat het gedicht ‘Ik ben de vurige’ van zijn hand.
.
Ik ben de vurige
,
‘Ik ben de vurige, de donkere vrouw,
ik ben het zinnebeeld van elk verlangen;
door liefdeshunker is mijn ziel bevangen.
Ben jij op zoek naar mij?’ – ‘Neen, niet naar jou.’
.
‘Mijn hoofd is bleek; mijn vlechten zijn van goud;
ik heb jou eindeloos geluk bereid;
ik draag in mij een schat aan tederheid.
Roep jij misschien naar mij?’- ‘Neen, niet naar jou.’
.
‘Ik, ik ben een onmogelijke droom,
een hersenschim van nevel en van licht;
ik heb geen lichaam, ik heb geen gezicht;
ik kan je niet beminnen.’ – ‘Kom, o kom!’
.
Michiel van Opstal
Jonge dichters
.
In het kader van mijn nieuwe categorie waarin ik jonge talentvolle dichters extra aandacht geef, vandaag de Vlaamse dichter Michiel van Opstal (1992). Deze Vlaamse dichter kun je kennen van zijn optredens op podia als Balonnenvrees, You on Stage, Sprekende Ezels en Boomtown (allen in Vlaanderen) of van de Poëziebus toer 2016. Michiel van Opstal zou graag de stadsdichter van Hoogstraten worden in 2019 en hij schrijft graag over alledaagse dingen en laat zich inspireren door ontmoetingen met plompe passanten, dwalende dwazen en machtige muzes. Michiel vormt samen met Gust Peeters en Daan Janssens het bestuur van de VZW Poëziebus in Vlaanderen.
.
Midlife man
.
Hij
legt zich
erbij neer
.
hoe
het leven
rondom hem
.
omhoog
.
rijst
.
als versgebakken brood
.
met hem
er middenin
.
als verloren
gelopen
rozijn
Het laatste gesprek
Armando
.
Vandaag van de dichter van de maand maart het bijzondere gedicht ‘Het laatste gesprek’ uit de bundel ‘Dagboek van een dader’ uit 1973, een bundel met korte dagboeknotities van iemand die het tegendeel van slachtoffer wil zijn .
.
Het laatste gesprek
.
‘Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?’
‘Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?’
‘Ik wacht op woorden, Heer.’
‘Ik was Dader, u het Offer. De medemens is leeg.’
‘Sterven Daders niet.’
‘Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.’
‘Heeft u ginds gesproken, Heer?’
‘De dagen zijn beschreven.’
‘Heeft de Tijd nog kwaad gewild?’
‘Ja, het slagveld is begroeid.’
‘Geen spoor van oorlog meer?’
‘Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.’
‘Nadert weer de Dood, o heer?’
‘Neen. Hij was er al.‘
.
Plekken waar het misgaat
Merel van Slobbe
.
In de categorie ‘Jonge dichters’ vandaag dichter Merel van Slobbe. Merel van Slobbe (1992) schrijft gedichten en verhalen. Ze studeert filosofie aan de Radboud Universiteit, waar ze in 2016 campusdichter was. In 2017 won ze de Meander Dichtersprijs en in 2018 werd ze tweede bij de Turing Gedichtenwedstrijd. Ze zit in een talentontwikkeltraject van Productiehuis De Nieuwe Oost. Het gedicht ‘Plekken waar het misgaat’ was een van de gedichten waarmee ze meedeed bij de Meander Prijs 2017. Lees meer van en over haar op haar website https://merelvanslobbe.com/
.
Plekken waar het misgaat
.
We zitten op het dak en denken
als we het verschil tussen dicht en te dicht
bij de rand maar zouden weten.
We proberen woorden te verzinnen
voor het moment vlak voor je breekt
bij gebrek aan beter noemen we elkaar astronaut.
Ik zeg: op sommige dagen raak ik nog steeds
in elk winkelcentrum mijn moeder kwijt.
Het liefst zou ik navelstrengen verzamelen
ik zou ze bewaren op de plekken waar het misgaat:
tussen dode vetplanten
in een lege agenda.
In plaats daarvan leren we
op hoeveel verschillende manieren een koffiekopje
kan breken op de keukenvloer.
Het is niet erg:
ooit zal elk kopje het opgeven.
Dus gooi jezelf voorzichtig van de rand
ik vond een klein heelal tussen je lichaam
en alle dingen waar het aan kapot gaat.
.
Het kleine meisje
Nâzım Hikmet
.
In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.
Zo ook de dichter Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963). Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden in meer dan 50 talen vertaald.
In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.
.
Het kleine meisje
.
Bij zovelen klopte ik aan,
wie weet, ook bij jou misschien.
Maar doden zijn onzichtbaar,
ik kan me niet laten zien.
.
Het is nu tien jaar geleden
dat ik in Hiroshima stierf.
Ik ben een meisje van zeven,
dode kinderen groeien niet.
.
Eerst vatte mijn haar vuur,
dan verbrandde mijn ogen.
Ik werd een handvol as,
mijn bloed is vervlogen.
.
Ik vraag van jullie niets,
je hoeft niet te boeten.
Een kind dat verbrandde
kan niet eens meer snoepen.
.
Ik klop weer bij jullie aan:
geef me toch je woord van eer.
Laat de kinderen snoepen.
en doodt hen nooit meer, nooit meer.
.
Jonge dichters
Jooz
.
Onder het aloude motto ‘U vraagt, wij draaien’ zal ik de komende tijd wat meer aandacht besteden aan jonge dichters, jong talent op het gebied van poëzie, spoken word en slam/rap. Vandaag als eerste dichter/rapper/songwriter Jozua Pentury of Jooz zoals zijn stagename is.
Jooz (1992) groeide op in Assen en begon op zijn 21ste teksten te schrijven en te rappen. Hij trad op bij North Sea Jazz Club Amsterdam, het Bevrijdingsfestival Groningen en hij reisde als dichter mee met de Poëziebus toer in 2017. Naast de spoken word activiteiten en het rappen treedt Jooz ook op als MC en DJ.
Maar omdat dit een website over poëzie is heb ik een gedicht van zijn hand met als titel ‘Zij is openheid’ dat ik met jullie wil delen.
.
Zij is openheid
.
Ik voel me gevleid.
Ik mocht bij je zijn.
Jouw openheid maakte mij minder gesloten.
Liet ,me voelen dat
ik jou meer kan vertrouwen dan een belofte.
Ik beloof je dat jij bij mij
onvoorwaardelijk jezelf mag zijn.
Bedankt dat je mij binnenliet.
Datgene liet wat er niet toe doet.
Jij bent als de zon op een vrije dag
altijd goed!
.
Ik heb Goddank twee goede longen
Gerrit Komrij
.
Schreef ik afgelopen zaterdag nog over Bilderdijks’ hekel aan sigaretten en tabak, vandaag een tegengeluid van Gerrit Komrij. Lezend in zijn bundel ‘Ik heb Goddank twee goede longen’ (fijne titel ook, uit 1978, 2e druk) kwam ik het gedicht ‘Hoog op de gele wagen’ tegen. Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’. De bundel bestaat uit 6 stukken (of hoofdstukken zo je wil). De titel van het gedicht ontgaat me eerlijk gezegd (tenzij het geel een verwijzing is naar de zwaveldamp om je hoofd) maar dat maakt het gedicht er niet minder fraai op.
Niet alleen als tegenhanger van Bilderdijks’ ‘T nicotiaanse kruid’ maar ook als stille klacht tegen alles en iedereen die zo nodig heel gezond doet of vindt dat ie gezond moet doen.
.
Hoog op de gele wagen
.
Je hebt Goddank twee goede longen, want als je
Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart
Daarbij, want dans je voor je bed een walsje
Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.
.
Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile
Lucht, en slinks bespoten snijboontjes en sla.
Om het tarweloze kadetje kan je huilen,
En je grijpt zesmaal ‘daags naar de tandpasta.
.
Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,
Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,
En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’
.
Humor
Voor elk wat wils
.
Humor in de poëzie, het is een boeiend thema waarover heel verschillend gedacht wordt. De een vindt humor bijna een onmisbaar element als het gaat om de aantrekkelijkheid of leesbaarheid van poëzie, de ander is het een gruwel, poëzie is niet louter ter vermaak. Ik denk dat humor in de poëzie heel goed kan, kijk naar grote namen als Willem Wilmink, Jules Deelder, Lévi Weemoedt, Drs. P. Allemaal voorbeelden van dichters die humor een centrale plaats gaven in hun poëzie of er in ieder geval gebruik van maakte en maken.
Vindt je humor een onmisbaar onderdeel van poëzie dan zijn er voorbeelden genoeg om te lezen en blij van te worden, heb je niets met humor in poëzie dan zijn er genoeg dichters die daar juist niets mee doen. Voor ieder wat wils dus. Ik hou van humor in poëzie maar waardeer serieuze poëzie net zo goed. De ene dag wel en de andere dag niet of wat minder. Je hebt tenslotte ook niet elke dag zin in het zelfde eten of drinken. Voor de liefhebbers van humor in de poëzie wat voorbeelden.
.
Relatief
.
Het navelstaren
der barbaren
wordt bij hun buren
vaak kil turen.
.
Th. Sontrop
.
Ode aan een bandrecorder
.
Met een kater
luister ik
naar het inschenken der borrels.
.
J. Bernlef
.
Kunst
.
‘Wie van de aanwezigen
houdt er van kunst?’
.
‘Ikke.’
.
‘Prachtig! Dan kunt u
mij vast wel even helpen
met het ophangen van de
schilderijen.’
.
Jules Deelder
.
Capitaine Mobylette
.
Van zwart haar moet ‘k zo huilen.
Van blond krijg ik ’t benauwd…:
ach! vind je ’t erg als jij vannacht
je bromfietshelm ophoudt?
.
Lévi Weemoedt.
.















