Site-archief
De poëzie komt vroeg in 2019
Poëzieweek in Maassluis
.
Op zondag 27 januari organiseren Theater Koningshof, de Bibliotheek en stichting Jambe en Ongehoord! een poëziemiddag met workshops, interessante dichters en muziek in Theater Koningshof aan de Uiverlaan 20 in Maassluis. Natuurlijk is er ook een open podium.
Programma
Eind januari is het weer Poëzieweek in Nederland. In Maassluis kun je op zondag 27 januari terecht voor workshops poëzie, de dichter Ingmar Heytze, poëzie en muziek van Henk Boogaard en natuurlijk is er een Open Podium. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot 17.00 uur. Voor wie zelf aan de slag wil gaan met poëzie is er van 11.00 tot 13.30 een workshop poëzie schrijven met dichter Henriette Faas. In twee delen geeft ze uitleg, tips, en helpt zij je verder op je eigen poëtische pad. Deze workshop is voor jong en oud.
Workshops, Open podium en feedback gedicht
Geef je van te voren op voor de workshop via info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “Workshop”. Wil je graag drie gedichten voordragen op het open podium, bijvoorbeeld als je de workshop hebt gevolgd of als je al wat langer bezig bent met poëzie, geef je dan op via info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “Open Podium”. Schrijf je al wat langer poëzie en wil je graag feedback op je gedichten ontvangen van Henriette mail dan je gedicht naar info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “feedback gedicht”.
Aanmelden
Aanmelden voor de verschillende onderdelen kun je doen via de mail en voor 15 januari 2019
Kosten
Entree kaarten voor deze poëziemiddag zijn € 7,50 te koop via www.theaterkoningshof.nl of aan de balie van Theater Koningshof. Voor de activiteiten moet je je apart aanmelden (zie hierboven). Wil je gegarandeerd zijn van een plek meld je dan snel aan.
.
Om in de stemming te komen alvast een gedicht van Ingmar Heytze, hoofdgast op 27 januari, uit zijn bundel ‘ Alle goeds’ uit 2001, het gedicht ‘ Mammoet’.
.
Mammoet
.
Het is heel koud in dit gedicht.
Zo koud – voorzichtig met je netvlies –
dat je blij mag zijn om het alleen
te hoeven lezen.
Het is gemaakt van zwarte vingers
en bevroren inkt. Het staat in gletsjers
om me heen verrezen.
Ik heb er lang in rondgedwaald.
Ten slotte ben ik opgegeven,
door de wind in slaap gefluisterd,
weggedoken in de tijd –
Sindsdien kijk ik omhoog door ijs
en luister naar de eeuwigheid.
.
Ik ben
Rellie Telg
.
Al eerder schreef ik over Rellie Telg of Rellieatuur zoals ze ook wel bekend staat. In 2017 was ze één van de busdichters bij de Poëziebustoer en in januari 2018 vroeg ik haar voor te dragen op de poëziemiddag in Maassluis in de Poëzieweek (in 2019 overigens op 27 januari met o.a. Ingmar Heytze!). Haar bio in de Poëziebusbundel van 2017 luidt:
Zij is niet haar naam, huidskleur of beroep… Graag blaast zij stillevens leven in met haar pen. Creëert zij nieuwe werelden met wat zij onderweg vindt. Bouwt zij woordbruggen van haar hart naar de jouwe. Met haar gekleurde bril serveert zij het alledaagse in een nog onbekend jasje.
Mocht je de gelegenheid hebben haar ergens te kunnen bekijken en beluisteren dan zou ik dat zeker doen. Uit de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘ik ben’.
.
Ik ben
.
Ik ben niet mijn naam, huidskleur of beroep
ik ben niet wie ik morgen zeg te zullen zijn
ik ben staat los van alle plannen die ik bedenk,
van alle zoektochten naar mezelf.
Ik ben staat los van alle manieren die ik zoek om kalm en zen te zijn
ik denk dat ik ben mij keihard uitlacht en dan liefdevol toelacht
wat een gekkigheid denkt ik ben misschien, kijk haar nou gaan,
bergen beklimmen, het onderste uit de kan halen om erachter te komen
wie ik ben zodat zij weet wie zij is.
Zal ik haar zeggen dat zij alleen hoeft stil te zitten om te weten wie ik ben?
Zal ik haar zeggen dat zij allang weet wie ik ben,
al voordat zij besloot de jacht te openen op ik ben?
Ik laat haar nog even zoeken…
misschien net zolang tot ze doodmoe neervalt…
haar ogen opent en mij rustig naast haar ziet liggen.
Dan zal zij lachen en haar hoofd schudden en zacht maar duidelijk zeggen:
Ik ben
.
Het laatste bed
Ingmar Heytze
.
In 2013 gaf Dagblad Trouw tien dichtbundels uit onder de titel Trouw Poëziecollectie. Het eerste deel van Judith Herzberg werd gratis weggegeven en dat kom ik dan ook vaak tegen bij kringloopwinkels en op rommelmarkten. De andere delen zie ik veel minder vaak. Dit zijn verzamelbundels van Lucebert, Remco Campert, Eva Gerlach, K. Michel, Gerrit Kouwenaar, Ester Naomi Perquin, Rutger Kopland, Ida Gerhardt en Ingmar Heytze.
Van de laatste dichter heb ik nu het deel te pakken. In deze verzamelbundel staan gedichten uit de (toen nog) 10 poëziebundels die van hem verschenen bij uitgeverij Podium. Ik koos voor het gedicht ‘Het laatste bed’.
.
Het laatste bed
.
Als kind had je een eigen leven
op je kleine jongenskamer
met de grote deur vol stickers
die de wereld buitensloot
.
met je beer tussen de dekens
lag je in een glanzend ei
van fantasie, je hebt altijd
geslapen in een soort van boot
.
dit alles komt gewoonlijk bij je op
in onbekende bedden
zoals nu – van een vreemd lichaam
krijg je slaperig een zoen
.
het liefste meisje voor vanavond
alsof zij je kan behoeden
voor je allerlaatste bed
in ziekenhuis of paviljoen.
.
Solliciteren
Ingmar Heytze
.
Het is alweer de laatste zondag van de maand en dus de laatste keer Ingmar Heytze als dichter van de maand januari.
Vandaag koos ik voor een wat ouder gedicht van Heytze uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 getiteld ‘Solliciteren’.
De dichter van de maand februari zal Levi Weemoedt zijn.
.
Solliciteren
.
Nog nooit zo tergend opgegeten
als tijdens dit gesprek
door een driedelige gedaste bidsprinkhaan.
Woorden stuiten op tafel, knikkers vallen
op een glasplaat. Hij neemt slokken
van mijn levensloop en boert onaangedaan.
Hij rolt mij in. Hij steekt mij aan
en rookt mij op. Dan mag ik gaan.
Later belt men mijn stoffelijk overschot.
Ik heb de baan.
Vos onder ijs
Dichter van de maand januari
.
Vandaag koos ik als gedicht van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze het gedicht ‘Vos onder ijs’ dat ik las in de dikke verzamelbundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. Dit gedicht verscheen eerder in o.a. ‘Alle goeds’ uit 2001.
.
Vos onder ijs
.
Deze winter, bij het schaatsen:
vos onder ijs.
Twee glazen ogen keken op
.
alsof hij zo omhoog zou springen
met open bek
als het plotseling zomer werd.
.
Ik vlucht voor honderd boeren.
Water breekt.
Ik zwem mij langzaam dood.
.
Mijn laatste woorden zijn gedacht
ik kan niet meer
en spreken gaat niet hier.
.
Het is eenzaam. Aan deze kant.
Van het papier.
Het is zo eenzaam hier.
.
Rorschach
Dichter van de maand
.
Vandaag van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze een gedicht uit zijn verzamelbundel ‘Alle goeds’ uit 2001. In ‘Alle goeds’ zijn drie bundels uit zijn beginjaren opgenomen te weten ‘De allesvrezer’ uit 1997, ‘Sta op en wankel’ uit 1999 en ‘Aan de bruid’ uit 2000.
Afgelopen week zappte ik langs een ietwat vreemde film op televisie en bleef daar hangen door de uiterst amateuristische manier waarop de film gemaakt was. Wat de titel van de film was weet ik eigenlijk niet maar het ging (onder andere) over een futuristische speurder en een soort van agent met een kap over zijn hoofd van textiel met vlekken daarop met de naam Rorschach.
Toen ik in ‘Alle goeds’ aan het bladeren was en ik het gedicht ‘Rorschach’ tegen kwam wist ik welk gedicht ik op zondag ging plaatsen.
.
Rorschach
.
Ik zwoer dat ik je niet zou schrijven.
Toen ik aan een brief begon,
een zware, zwarte brief om ’s nachts
te posten in een regenbui,
liep alles uit tot inktpatronen.
Lange zinnen dreven samen
tot een donkerblauwe brij.
Woorden vielen uit elkaar.
Letters gingen kopje-onder
en verdronken in de kantlijn.
Vlekken stolden tot jouw ogen.
Later kwam je mond omhoog
uit het papier en zei: je moeite
is ontroerend, maar je doet
altijd zo moeilijk, kijk,
de liefde is van brandhout
en een inktvlek is een inktvlek
en voorgoed voorbij.
.
Nieuwe dichter van de maand
Ingmar Heytze
.
Sinds ik in 2004 het boek ‘Hier heeft de oudste steen gelijk’ van Ingmar Heytze las, ben ik fan. Hoewel het hier een dagboek betreft dat hij in de zomer van 2001 bijhield vol met stadsavonturen, ontboezemingen, columns en filosofie stond er ook wel degelijk poëzie in. Naar aanleiding van dit boek ben ik meer poëzie van hem gaan lezen en als dichter lees ik hem graag. Daarom heb ik Ingmar Heytze uitgekozen als dichter van de maand januari 2018.
Vanaf nu dus elke zondag een gedicht uit één van de bundels van Ingmar op dit blog. Te beginnen met vandaag. Uit de bundel ‘Schaduwboekhouding’ uit 2005 een prachtig liefdesgedicht getiteld ‘Geheim gedicht’.
.
Geheim gedicht
.
Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.
Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep
onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.
.
Wat ik graag zie
Anton Korteweg
.
Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.
Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.
Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.
.
Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.
Wat ik graag zie
.
Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.
Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?
.
Harry en K.
De daad in 69 gedichten
.
Ik schreef al eerder over de bundel ‘ Seks, de daad in 69 gedichten’ , in 2001 uitgegeven door uitgeverij 521, een bloemlezing van Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze met erotische gedichten van Nederlandstalige dichters. In deze bundel staan twee gedichtjes naast elkaar die opvallen door hun inhoud maar ook door hun vorm. Daarom deze twee hier gezamenlijk weergegeven. Het ene is van Harry Mulisch zonder titel en de ander is van K. Schippers met als titel ‘ Blank verse’ .
.
terwijl ik
klaarkom gaat
de bel.
wie kan
dat zijn zo laat nog?
een kind?
.
Blank verse
.
je
je
je
je je je
je en je
.
ik raak je overal niet aan
.















