Site-archief

Geen dag zonder liefde

Ed. Hoornik

.

De winter vind ik een uitgesproken jaargetijde voor liefdesgedichten met een randje. Dat kan een randje nostalgie zijn, een donker randje, spijt, verdriet, zolang het maar geen vrolijk en opgetogen liefdegedicht is. In de onvolprezen bundel ‘Geen dag zonder liefde’ Honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit noord en zuid, uit 1994, staat een mooi voorbeeld van zo’n gedicht van dichter Ed. Hoornik (1910-1970) met als veelzeggende titel ‘Eenzaamheid’. Dit gedicht verscheen eerder in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1972.

.

Eenzaamheid

.

We ruilden plechtig de ringen;

ik hoorde mij trouw beloven.

Gij waart mij reeds vreemdelinge,

toen we langzaam de kerk uitschoven.

.

Al geloofde ik het soms even,

als ik in uw armen verstilde,

nooit werd mee uitgedreven

de eenzaamheid, die ik niet wilde.

.

Tweelingen schiepen mijn dromen,

eender als druppelen water.

Geen zal de avond doorkomen:

elk is alleen, vroeger, later…

.

gdzl

Als ooit

Dichter van de maand

.

Deze week, voor de een na laatste keer als dichter van de maand januari, heb ik voor het gedicht ‘Als ooit’ van Hagar Peeters gekozen. Dit bijzondere liefdesgedicht verscheen in de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003. Op de website http://www.boekgrrls.nl/WoensdagGedichtdag/PeetersHagar.htm kun je een uitleg  lezen van dit gedicht.

.

Als ooit

.

Als ooit jouw aanraking geen beroering
wekt dan ergernis of niets, als ooit
de dagen zich weer sluiten in de
aaneengeregen rij van opsomming
zonder apotheose* als de dood
zich in ons heeft gemengd en vreugdeloos
met ons aan tafel zit waar alleen nog
de verveelde conversatie van de vorken klinkt,

als ooit jouw bloed niet meer het mijne is
of ik het drink en er meer is in de kamer
dan jouw aanwezigheid als jij er bent,
als ooit behang en kapstok met jouw jas eraan
geen verschil maken voor mijn blik,
de straat gelaten onder onze voeten ligt,

dan vraag ik je om met mij in een kleine kist
onder een boom waar wij eerder
of te verbranden en te gooien in het water
waarop wij eens, dat wij teruggaan naar de plaatsen
die zijn achtergebleven in het fotoboek en ook het fotoboek
met alles er nog in en ook ons huis, de kinderen
als we die dan hebben, de hele aarde
zullen we samen moeten begraven, als ooit

 

kzeel
hp
                             Foto: Bibliotheek Den Haag

Dichter van de maand Januari

Hagar Peeters

.

Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.

.

Je bewoont al jaren

.

Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.

Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.

Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie

en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.

Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont

ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.

.

ggodlv

Derrel Niemeijer

Dichter van de maand november

.

Nu op zondag 4 december, om 15.00,  in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.

Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.

.

mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.

onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.

maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.

maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.

kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.

zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.

leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.

zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.

geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.

ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.

maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.

ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu

eerst maar eens rusten.

mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.

het is ’s ochtends.

zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.

ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.

ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.

.

 

mp

Weet je

Liefdesgedicht

.

Hans Andreus gaf in 1973 de bundel ‘Om de mond van het licht’ uit met als ondertitel ‘een kleine case history’. Deze bundel is verbonden met wat hem al in zijn vroegste werk bezighield; het licht. Zintuiglijke waarneming samengaand met een soms bijna mystieke aandacht en extase was toen zijn manier van benadering. In deze bundel staat het terug verlangen naar het licht meer nog in het middelpunt van de poëzie.

Ook in dit liefdesgedicht met een lichte erotische toets komt dat naar voren.

.

Weet je,

je was altijd fenomenaal

in ons horizontaal

buikdansen:

.

hoe stil op het laatst

je trance

van lichaam samen met

dat gelokene

.

in je gezicht:

ogen niets ziende,

oren niets horende,

.

totaal verloren de

tijd, de

gebrokene.

.

om-de-mond

liefdesgedicht

Moment

.

Zondag, dus de dichter van de maand september Jean Pierre Rawie. Vandaag heb ik voor een rijmend gedicht gekozen maar dit keer geen sonnet. Het is een prachtig liefdesgedicht uit de bundel ‘Wij hebben alles nog te goed’ met als ondertitel ‘de mooiste liefdesgedichten’ uit 2001 met als titel ‘Moment’.

.

Moment

Soms hoor ik onverwacht weer achter
gewone woorden die je uit
een zoveel zuiverder en zachter,
adembenemender geluid,

dat ik opnieuw naar je moet kijken
of ik je nooit tevoren zag.
Laat al die jaren maar verstrijken;
zolang ik dit bewaren mag

kan jou en mij de tijd niet deren:
weer voor het eerst met je alleen
hoor ik de harmonie der sferen
door alle alledaagsheid heen.

.

tegoed

Rogi Wieg

  1. Liefdesgedicht

.

Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand augustus Rogi Wieg.

Robert Gabor Charles Wieg, een kind van Hongaarse immigranten, debuteerde in 1981 met de bundel Cis-trans. In 1987 kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’. Zijn afscheidsgedichten verschenen in het literaire tijdschrift ‘Extaze’.  Uit deze bundel  uit 1986 heb ik vandaag gekozen voor het gedicht ‘Liefdesgedicht’.

.

Liefdesgedicht

.

Dit is een jaar van ongemakken, lange

maanden waarin vreemde wendingen. Men

ziet het niet dat ik van heel dichtbij wat bange

uitdrukkingen heb. Het is ook dat ik niets verken,

.

niets werkelijk, geen stadsgedeelten voor een woord

dat teder is. Alsof mijn moedertaal

zich afsluit voor mijn dagverdrijf. De soort

van lichtval deze kleine dag bepaal

.

ik niet. Maar verder is er brood

zoals altijd en woordenboeken,

alfabet van wonderen. Of van een groot

.

verbruik van lettertekens, ik schrijf

toch dat ik van je houd,

al is het dat ik met mijn taal je hand verdrijf.

.

Wieg-Toverdraad

Wieg

Ver reeds is de tijd

René Verbeeck

.

Na al die gedichten op bijzondere plekken is het weer eens tijd een voor bijzonder gedicht. Een liefdesgedicht van de dichter René Verbeeck. Verbeeck was voor de oorlog een actief dichter. Met André Demedts, Pieter G. Buckinx en Jan Vercammen richtte hij het tijdschrift ‘De Tijdstroom’ (1930-1934) op. Hij was oprichter van uitgeverij Eenhoorn (Mechelen, 1936). Hij stichtte in 1937 de poëziereeks ‘De Bladen voor de Poëzie’, waarvan hij tot 1944 de leiding had. Begin 1943 verhuisde hij met de reeks naar de collaborerende uitgeverij Steenlandt. Hij zat na de oorlog 22 maanden gevangen.

Uit de bundel ‘De zomer staat hoog en rijp’ uit 1965, het gedicht ‘Ver reeds is de tijd’.

.

Ver reeds is de tijd

.

Ver reeds is de tijd toen het nestelen begon

tegen een bergflank van de Ardennen.

.

maar zie hoe wild en fier zij is,

nog kregen de jaren haar niet klein,

.

van liefde als hars en bosgrond krachtig

is zij nooit verzadigd

.

en dank noch medelijden

stillen de honger van haar hart.

.

de dienstmaagd van man en kinderen

heeft de minnares niet omgebracht:

.

het wilde meisje houdt mij omstrengeld

in mijn zomerse vrouw.

.

Verbeeck-René-0

Waarover zal ik zingen

Jan Hanlo

.

Jan Hanlo kennen we natuurlijk allemaal van zijn gedichten ‘Mus’ en ‘Oote’. Beide bijzondere gedichten (over de laatste werden zelfs kamervragen gesteld) in een typische Hanlo stijl. Jan Hanlo schreef echter ook zeer toegankelijke en mooie poëzie, denk bijvoorbeeld aan ‘Zo denk ik dat ook jij bent’ en ‘Ik noem je bloemen’, beide intieme liefdesgedichten. Ook ‘Waarover zal ik zingen’ is zo’n voorbeeld. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.

.

Waarover zal ik zingen

.

Waarover zal ik zingen
over regenjassen over het lover van geboomte
of zal ik van de liefde zingen

Waarover zal ik zingen over vliegmachines
blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht
of zal ik zingen over de liefde

Over auto’s over steden en historie
of zal ik zingen over de liefde

Over vele vreemde dingen
over de gewone
of zal ik zingen over de liefde

Over bloemen over water
over mooie dingen of wat droevig is
of zal ik zingen over de liefde

Over tabak en vriendschap
over geur en wijn
over schepen zeilen meeuwen over ellende
over de ouderdom over de jeugd
of zal ik over de liefde zingen

.

JH

Rien Vroegindeweij

Liefdesgedicht

.

In 2015 was hij nog jurylid van de Ongehoord! Poëziewedstrijd (ook in 2016 is er weer een wedstrijd, nog inzenden tot en met 31 mei 2016: https://stichtingongehoord.com/2016/03/03/ongehoord-gedichtenwedstrijd-2016/) en in oktober stond ik nog samen met hem bij dichtsalon ’t  Kapelletje,  maar Rien Vroegindeweij is toch vooral bekend als dichter. 

Rien Vroegindeweij (1944) is dichter en (toneel)schrijver uit Rotterdam (geboren Middelharnis).  Hij beschreef de stad en haar culturele leven in de dagbladen Het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad, NRC Handelsblad en vele tijdschriften. In 2006 ontving hij van de stad Rotterdam de Erasmusspeld en in 2007 won hij de Anna Blaman Prijs.

Vroegindeweij schreef naast 10 poëziebundels proza, toneelstukken, een film en hij stelde verschillende bundels samen. Uit zijn bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973 het liefdesgedicht ‘Herinnering’.

.

Herinnering

.

Jij was bij een oefening van het Rode Kruis

Gewonde en ik zag je eerste hulpeloze blikken

Bracht ik jou of mezelf toen aan het schrikken

Want we waren jong en mooi en ontzettend kuis

.

Ik droeg je in mijn armen. Dichtbij het huis

Voelde ik toen je kleine borsten, warm en teder

In het veld legde ik je zachtjes neder

Op een bed van bladeren en opende je kruis

.

Het was voor ons beiden de eerste keer

’t Ging een beetje moeilijk en zonder genot

Sterren zag ik, heel laag bij de grond

.

Vogels vlogen over. De oefening was meer

Dan een oefening. ’t Was een komplot

Er vloeide bloed en jij was echt gewond

.

Rien

Foto: Helena van der Kraan