Site-archief
An
Herman de Coninck
.
In april 2016 ben ik gestopt met het, elke zondag, plaatsen van gedichten van één van mijn favoriete dichters aller tijden Herman de Coninck. Maar telkens als ik voor mijn boekenkast sta met dichtbundels trekken zijn bundels mijn aandacht. Dan neem ik ze één voor één ter hand, blader en lees er wat in en zet ze terug. En soms, zoals vandaag, denk ik; ik ga er gewoon weer een plaatsen.
Op de onvolprezen website http://www.dbnl.org/ staat te lezen over de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994:
“De Coninck is een dichter die zichzelf van nature tegenspreekt, in de rede valt, corrigeert. Hij moet wel iemand zijn die waarheden in het algemeen en ook zijn eigen waarheden wantrouwt. Dat heeft zo zijn consequenties voor zijn poëzie. Van grote onderwerpen ziet hij de ontnuchterende details, triviale kleinigheden brengen hem tot visioenen. Die wisselwerking levert karakteristieke gedichten op.”
In het gedicht over An ‘1971’ (dat gaat over zijn bij een ongeluk overleden vrouw An en hun zoon Tom) is de Coninck heel persoonlijk en zelfs wat afstandelijk in één gedicht. Hij ondergaat en hij observeert. Mede daarom bleef mijn oog hangen op dit gedicht.
.
1971
Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.
Die lag naast de auto op de grond. Eerst vond
ik hem, het was een nieuwe, dan jou.
Dank zij die bril kan ik je nog steeds zien.
Na een eeuwigheid, misschien.
een minuut of twee, wees een vrouw naar het gras:
kijk, een kindje. Oja, dat hadden we ook. Snel mond
op mond. Tom gillen als vermoord. Dat leek me gezond.
Pas toen besefte ik hoe stil het voordien was.
Ik dacht: zal ik eens proberen te huilen?
Het lukte. Dat kwam de volgende dagen goed van pas.
.
Do not stand at my grave and weep
The nation’s favorite poems
.
In 1995 vroeg de Het boekenprogramma van de BBC ‘The Bookworm’, in samenwerking met de National Poetry Day aan de inwoners van Groot Brittanië wat hun favoriete gedicht was. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren ( men dacht dat er vooral dirty limericks ingezonden zouden worden) reageerden maar liefst 12.000 mensen. De absolute winnaar was Rudyard Kipling’s gedicht ‘If’.
Omdat ik dit gedicht al eens plaatste op 31 mei 2013 ( zie het archief hier ter rechter zijde) heb ik de keuze laten vallen op een gedicht dat anoniem werd ingezonden. Het betreft hier het gedicht ‘Do not stand at my grave and weep’. Dit gedicht bleek in een enveloppe te zitten voor de ouders van Steven Cummins, een soldaat die was gestorven in actie tijdens zijn dienst in Noord Ierland. De enveloppe mocht alleen worden geopend in geval van zijn overlijden. Na publiceren ontstond er een grote vraag naar kopieën van het gedicht ( er zouden in totaal ruim 30.000 vragen komen naar een kopie).
In eerste instantie dacht men dat het gedicht door Cummins zelf was geschreven maar dit was niet het geval. Men dacht aan een publicatie uit een negentiende-eeuws magazine en zelfs aan een gebed van Navaho indianen maar uiteindelijk blijft het een mysterie wie het gedicht heeft geschreven. In feite bleek dit dus het meest favoriete gedicht van de Engelsen maar omdat er geen dichter bekend is heeft het niet mee gedongen naar de titel.
In het boek ‘The nation’s favorite poem’ dat de BBC in 1996 heeft uitgegeven is het echter wel opgenomen in het voorwoord.
Nagekomen bericht: Via een oplettende lezer (Annekomm) kreeg ik een bericht dat de identiteit van de dichter toch bekend is. Het betreft hier de Amerikaanse (!) dichter Mary Elisabeth Frye. De identiteit van de dichter was inderdaad onbekend tot Frye in eind van de negentiger jaren van de vorige eeuw onthulde dat zij de schrijfster was het gedicht. Het gedicht werd geschreven in 1932. Haar claim werd bevestigd in 1998 na onderzoek door Abigail Van Buren.
.
Do not stand at my grave and weep
.
Do not stand at my grave and weep;
I am not there. I do not sleep.
I am a thousand winds that blow.
I am the diamond glints on snow.
I am the sunlight on ripenend grain.
I am the gentle authumn rain.
When you awaken in the morning’s hush
I am the swift uplifting rush
Of quiet birds in circled flight.
I am the soft stars that shine at night.
Do not stand at my grave and cry;
I am not there. I did not die.
.
Over god op zondag
Rogi Wieg
.
Zondag dus de dichter van de maand augustus Rogi Wieg. Uit het voorwoord van ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’:”…Een wereld waarin Wieg God van alles kon verwijten en dan weer even zelf god werd..” Zoals in het gedicht ‘Een huilend , sidderend blad’ uit de, in Extaze na zijn overlijden gepubliceerde, gedichten uit 2015.
.
Een huilend, sidderend blad
.
De fysicus zegt dat ik niet echt ben,
een hologram. Toch zoekt God
mijn gezelschap om niet alleen te zijn.
.
God zoeken is een ding, maar door God
worden gezocht is iets heel anders. Het is groter.
.
De natuurkunde sluit Hem uit het universum,
multiversum, uit het holisme en het veld van
quantumwaarschijnlijkheden.
.
Het hiernamaals is zo een huilend, sidderend blad
aan een boom, het valt tussen de bladen
van een woordenboek.
.
Begin
Gerrit Komrij
.
Hoewel Gerrit Komrij regelmatig genoemd wordt in mijn blogs moet ik tot mijn grote schaamte bekennen dat ik maar een enkele keer over zijn werk heb geschreven of een gedicht van hem heb geplaatst (de laatste keer toe hij overleed in 2012). Daarom vandaag twee gedichten uit zijn bundel ‘De os op de klokketoren’ uit 1981. Het eerste gedicht uit deze bundel met als titel ‘Begin’ en het tweede gedicht met als titel ‘Janus’.
.
Begin
.
De tijd is op. wat onder was werd boven
en het glazuur sprong van de eeuwigheid.
De bodem trilt. we leven in een oven.
Nog even en we zijn het vuur ook kwijt.
.
Platvissen zwemmen nog door stilstaand water.
Ze drinken alles leeg en vallen om.
De wereld droogt en krimpt. een laatste krater
haalt adem en lanceert haar als een bom.
.
Een heel eind verder zal, in een heelal
waar vlinders dansen en waar bijen gonzen,
de aarde die van ons was als een bal
geruisloos op een verend grasveld plonzen.
.
.
Janus
.
De zee is droog. Het vasteland is nat.
Alleen de dode dingen hoor je zingen.
De levende hebben hun tijd gehad
en zwijgen stom. Groeten uit Scheveningen.
.
Op dit strand worden alle vrouwen mooi.
Hun ogen glanzen en rondom hun monden
verdwijnt hier elke levervlek en plooi.
Haast om te zoenen zijn hier alle honden.
.
De jongens daarentegen hebben in
hun neuzen onophoudelijk bezoek
van kevers, in hun oogkas huist een spin.
Hun voorhoofd is vergaan, hun wang is zoek.
.
Voor mijn vader
Jac van Heiningen
.
1 maart 1933 – 8 maart 2016
.
Voor mijn vader
.
In de herfst van je leven
doe je warme schoenen aan
en een stevige jas
tegen het guur
.
Je trekt nog eenmaal
een beschutting op
in oude woorden
om vroegere dromen
.
Zilverwit blad dwarrelt
oneindig langzaam
maar onvermijdelijk
naar de koude harde grond
.
Je merkt de zachte
landing op en beseft
dat in berusting
waarheid wordt gevonden
.
Cranky Old Man
Mak Filiser
.
Poëzie kan een bron van vreugde zijn, het kan een manier zijn om met problemen om te gaan of om emoties in te verwerken. Het kan echter ook een manier zijn om iets aan de kaak te stellen. In de categorie ‘Dichter in verzet’ heb ik hier al verschillende voorbeelden van behandeld.
Via Facebook kwam ik op de website damn.com en daar stond een bericht over een oude man die was gestorven in een verpleeghuis. Het verplegend en verzorgend personeel dat de kamer van Mak Filiser moest leeg maken na zijn overlijden kwam tot hun grote verrassing een gedicht van zijn hand tegen met de veelzeggende titel ‘Cranky Old Man’.
In dit gedicht verteld Mak over zijn leven, van jonge jongen tot oude man, hoe het is om als oude man zijn laatste dagen te slijten in een verpleeghuis. Over een jonge geest in een oud lichaam. Een verpleegster kopieerde het gedicht en deelde het uit, het haalde deze website en er is zelfs een Nederlandse vertaling van dit bericht geplaatst op http://www.trendnova.nl/verpleegkundige-in-verpleeghuis/
Omdat ik de Engelse tekst net iets mooier en pakkender vind hier het origineel.
.
Cranky Old Man
.
What do you see nurses? What do you see?
What are you thinking…when you’re looking at me?
A cranky old man…not very wise,
Uncertain of habit…with faraway eyes?
Who dribbles his food…and makes no reply.
When you say in a loud voice…I do wish you’d try!’
Who seems not to notice…the things that you do.
.
And forever is losing…A sock or shoe?
Who, resisting or not…lets you do as you will,
With bathing and feeding…The long day to fill?
Is that what you’re thinking? Is that what you see?
Then open your eyes, nurse…you’re not looking at me.
I’ll tell you who I am . . . . .. As I sit here so still,
.
As I do at your bidding…as I eat at your will.
I’m a small child of Ten…with a father and mother,
Brothers and sisters…who love one another
A young boy of Sixteen…with wings on his feet
Dreaming that soon now…a lover he’ll meet.
A groom soon at Twenty…my heart gives a leap.
Remembering, the vows…that I promised to keep
.
At Twenty-Five, now…I have young of my own.
Who need me to guide…And a secure happy home.
A man of Thirty…My young now grown fast,
Bound to each other…With ties that should last.
At Forty, my young sons…have grown and are gone,
But my woman is beside me…to see I don’t mourn.
At Fifty, once more…Babies play ’round my knee,
Again, we know children…My loved one and me.
.
Dark days are upon me…My wife is now dead.
I look at the future…I shudder with dread.
For my young are all rearing…young of their own.
And I think of the years…And the love that I’ve known.
I’m now an old man…and nature is cruel.
It’s jest to make old age…look like a fool.
The body, it crumbles…grace and vigor, depart.
There is now a stone…where I once had a heart.
But inside this old carcass a young man still dwells,
.
And now and again…my battered heart swells
I remember the joys…I remember the pain.
And I’m loving and living…life over again.
I think of the years, all too few…gone too fast.
And accept the stark fact…that nothing can last.
So open your eyes, people…open and see.
Not a cranky old man.
Look closer…see…ME!!
.
Van een oplettende lezer kreeg ik de tip dat dit gedicht een verbastering of aangepaste versie is van een gedicht van David L. Griffith met als titel ‘Too soon old’. Hier te lezen: http://www.spotlightdavid.com/TooSoonOld.html
Zang Di over Seamus Heaney
Chinees eerbetoon aan Seamus Heaney
.
Toen de dichter en Nobelprijswinnaar Seamus Heaney in 2013 overleed werd er over de hele wereld veel over geschreven. Ook werd er in gedichten stil gestaan bij het overlijden van deze bijzondere dichter. Zo ook in China. Daar schreven verschillende dichters over hem in het Chinees en één van deze dichters was de in China bekende dichter Zang Di.
Hieronder zijn eerbetoon aan Seamus Heaney in dichtvorm in het Chinees en in het Engels. De vertaling is van Eleanor Goodman.
.
After the New Society for Wisdom
–in memory of Seamus Heaney 1939-2013
The love of Ireland. Far enough
but not unfamiliar. With every dig,
Ireland’s orchids follow
that new wisdom, and find in the language of loneliness
a supreme support. The deep green tips of leaves sway
the careful heart. How will the pistils trembling
in those worded intentions regard
this side of human life, now poetry’s prisoners.
As for the hole left by the digging, only sweat
can fill it. Only this kind of hole
leads to a deeper trust in this wearisome world.
Call the after-images—
they’ve already persisted this long
in a landscape set in the landscape. Love is ice.
If you don’t believe it, you can go see for yourself.
The last day of August came like an elephant.
Don’t look at me that way—for now, I’m blind.
Blind men for dark times.
As Delmore Schwartz, Humboldt’s model
in Humboldt’s Gift, painfully said—
“For like a gun is touch.” All grim,
but still you open the blacksmith’s oily shop curtain,
to teach me to be like a hammer, to trust in every touch.
.
随着那新鲜的深度协会
——纪念谢默斯·希尼( Seamus Heaney 1939- 2013)
爱尔兰的爱。足够遥远
但绝不陌生。每一次挖掘,
爱尔兰的兰,都会随着
那新鲜的深度,在孤独的语言中
找到美妙的支撑。深绿的叶尖摇动
一个细心。动摇的花蕊
在这样的口风中,会如何看待
人生的片面,已成为诗的俘虏呢。
至于挖掘留下的坑,只有汗水
才能填满。也只有这样的坑,
才能在时世的艰难中加深一次信任。
给倒影打一个电话吧——
既然它们已在风景中的风景里
坚持了这么久。爱是冰。
不信的话,你可以自己动手试一试。
八月的最后一天,像一头大象。
别这么看着我。我现在是个盲人。
这样的底线,就该有这样的盲人。
德尔默·施瓦茨,即“洪堡的礼物”中
洪堡的原型,他悲伤地说过——
“接触是一杆枪”。情况的确很严峻,
但是你,坚持掀开油腻的铁匠铺门帘,
教会我像铁锤一样,去信任每一次触摸。
.
Met dank aan http://blog.bestamericanpoetry.com/
Poezebeest
Jotie T’ Hooft
.
Het trieste verhaal van de zeer veel belovende dichter Jotie T’Hooft (1956 – 1977) is wel bekend. Op veel te jonge leeftijd overleden aan een overdosis heroïne. Zijn gedichten spreken echter nog steeds veel mensen aan en zijn nagedachtenis wordt onder andere door een literaire prijs die naar hem vernoemd is, in ere gehouden.
Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit de bundel ‘Poezebeest’ die postuum in 1978 werd gepubliceerd.
.
Als jij doodgaat
.
Als jij doodgaat zal ik ook.
Als jij voor korte tijd bevroren
en dan leeg vat zonder geest
erin maar stil erboven zwevend
begraven bent, kom ik langs.
.
Ik zal vaak langskomen, en heb ik
geen kleed dat langs de halmen ruist
en dat je dan zou horen en weten
ik heb alleen mijn nerveuze, slepende
stap, als jij doodgaat zal ik ook.
.
Beter laat dan..
Toyo Shibato
.
Toen Toyo Shibata op 92-jarige leeftijd vanwege rugklachten moest stoppen met klassieke Japanse dans, raadde haar zoon Kenichi haar aan gedichten te gaan schrijven. De gedichten die ze schreef stuurde ze op naar de lokale krant die ze publiceerde. Zeven jaar later (op 98 jarige leeftijd) bundelde ze haar haiku-achtige verzen. Haar debuut raakte de harten van vele Japanners: er werden er meer dan anderhalf miljoen van verkocht. ” In eenvoudige, lichtvoetige verzen haalt Toyo herinneringen op aan haar leven, haar man en haar familie en mijmert ze over haar zoon en haar verzorgers. Intussen laat ze zien dat je altijd kunt dromen, hopen en liefhebben, ook als je hoogbejaard bent. Ze spoort haar lezers aan tijd te maken om naar de lucht te kijken en momenten van vriendschap te koesteren. Haar toon is monter, de levenswijsheid klinkt in elk woord door en het optimisme spat er vanaf.” (bespreking van haar bundel ‘Geef de moed niet op’ van uitgeverij Lebowski, op nrclux.nl.
Op 101 jarige leeftijd overlijdt Toyo Shibato een natuurlijke dood.
.
Een voorbeeld van een (in het Engels vertaald) gedicht van haar:
.
My Reply
In my ears the wind
Invited me
In intoxicating tones
“Shall we go now
To the other side?”
So, I
Quickly replied
“I’ll stay here
Just a bit longer
There are still some things
Left undone”
The wind
With a pout on her face
Swiftly returned from whence she
came.
.















