Site-archief

Unicorn

New Women Poets

.

Het aardige van bundels en boeken die al wat ouder zijn is dat er vaak later blijkt dat er een belofte wordt ingelost. In de bundel ‘New Women Poets’ uit 1990 las ik het gedicht ‘The unicorn is a symbol of virginity’ van Christiania Whitehead (1969). In dit boek wordt ze nog als aanstormend talent beschreven, net afgestudeerd en met een paar gedichten in verzamelbundels.

Inmiddels is Dr Christiania Whitehead niet alleen afgestudeerd in de middeleeuwse Engelse literatuur in Oxford, vmaar is ze ook sinds 1996 staff member bij Warwick  bij het departement Engels. Ze doceert middeleeuwse literatuur en heeft boeken gepubliceerd over architectonische allegorie en devotionele schrift voor vrouwen, evenals een poëzieverzameling , ‘The Garden of Slender Trust’ (Bloodaxe). Uit die bundel komt ook het gedicht dat opgenomen is in New Women Poets.

.

The Unicorn is a Symbol of Virginity

.

Dun brown tomorrow. The unicorn

looks surprised. It had faintly expected

always to stay white.

“Does that mean my horn will

creep back into my head?” whispers

the miscreant, and it paws the ground

a little, as if in protest.

Tush, rocking horse. You have nothing

but milk teeth to talk with,

you are only the little creature

the woman chuckles with,

when she is feeling holy.

Perched there amongst

the shamrocks and thorn roses –

you were never meant to last,

but came down through the ages

on a prayer cushion or in locket form,

eluding the bonny cavalry

by dint of a streak up a tree.

Mother of Jesus, what did you start?

Of course the horn must go.

.

Politiek

Yeats

.

Toen ik de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ aan het doorlezen was, wist ik bij het lezen van het gedicht ‘Politiek’ of ‘Politics’ zoals het origineel getiteld is, meteen dat ik hier iets over ging schrijven.

In deze bundel staan de mooiste gedichten van Yeats in de oorspronkelijke Engelse taal en in vertaling van een aantal vertalers waaronder Jan Eijkelboom die het gedicht ‘Politics’ vertaalde.

Waarom dan hier dit gedicht? In een tijd waarin de politieke meningen polariseren en waarin het steeds moeilijker lijkt om een kabinet te vormen (dat krijg je met zo’n versnipperd politiek landschap) is het misschien goed om af en toe even als Yeats te denken. Laat alle problemen hoe groot ook eens even los en denk aan het liefhebben van (in zijn geval) een meisje. Maar een jongen mag natuurlijk ook. Hoe dan ook een mooie gelegenheid om weer eens iets van deze prachtige dichter te plaatsen.

.

Politics

.

‘In our time the destiny of man presents its meaning in political terms‘ – Thomas Mann

.

How can I, that girl standing there,

My attention fix

On Roman or on Russian

Or on Spanish politics?

Yet there’s a travelled man that knows

What he talks about,

And there’s a politician

That has read and thought,

And maybe what they say is true

Of war and war’s alarms,

But O that I were young again

And held her in my arms!

.

Politiek

.

‘In onze tijd drukt het lot van de mens zich uit in politieke termen’ – Thomas Mann

.

Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,

terwijl daar dat meisje staat,

bij wat er in Rome of Rusland,

of Spanje, aan politiek omgaat?

Toch is hier een bereisde man

die weet waarover hij het heeft

en daar is een politicus

die nadenkt en veel leest,

en ’t kan wel waar zijn wat ze zeggen

over oorlog en oorlogsgevaar,

maar o, wat was ik liever jong

en vrijde ik me haar!

.

 

Kalamazoo

Muurgedichten

.

Zoals velen weten is Leiden de onbetwiste hoofdstad van Nederland als het gaat om muurgedichten. Uiteraard zijn er veel meer steden en dorpen in Nederland waar gedichten op muren zijn geplaatst. Zo ook in het buitenland. Ik kwam een mooi voorbeeld tegen van een muurgedicht in Kalamazoo. Ik heb even moeten googelen in welk land dit lag (ik dacht zelf ergens bij Australië) maar het is dus een stad in Michigan in de Verenigde Staten. Dat het hier niet zomaar een onbekend gat betreft blijkt uit het feit dat de wereldberoemde Gibson gitaar hier vandaan komt.

Vanaf 1980 is men begonnen met het aanbrengen van gedichten op muren. Maar bij elk gedicht werd een mural of muurschildering aangebracht door Conrad Kaufman en juist deze schilderingen maken deze muurgedichten iets bijzonders. De Kalamazoo Friends of Poetry kiezen de locaties uit en bepalen samen met Kaufman welk gedicht waar verschijnt. Door de bijzondere schilderingen vielen ze mij op en hieronder wil ik er enkele met jullie delen van respectievelijk Meredith Adams, Julie Stotz-Ghosh, Mark (acht jaar oud) en Emily Kunz, allemaal met schilderingen van Conrad Kaufman.

.

Haat gedicht

Julie Sheehan

.

Heel veel gedichten gaan over de liefde, over mooie momenten, herinneringen en fraaie zaken maar over haat gaan gedichten maar zelden. De Amerikaanse dichter Julie Sheehan schreef in haar bundel ‘Orient point’ uit 2006 een prachtig Haat gedicht getiteld ‘Hate poem’.

Op haar website http://juliesheehan.com/about/hate-poem/ schrijft ze over dit gedicht: This is not the story behind the hate—there is no story behind the hate, or if there is, I’m not telling. Instead, I have an observation, one that has probably occurred to many: hate and love can be described in the same, outlandish, hyperbolic and indistinguishable terms, probably because hate and love require the same degree of passionate intensity. Don’t say Yeats didn’t warn us, but it may be that hate and love are the same thing. Surely both are equally capable of mass destruction.

Kortom, als je de woorden ‘hate’ veranderd in ‘love’ dan heb je ineens een gedicht vol passie over liefde. Gaat het toch weer over de liefde.

.

Hate poem

.

I hate you truly. Truly I do.
Everything about me hates everything about you.
The flick of my wrist hates you.
The way I hold my pencil hates you.
The sound made by my tiniest bones were they trapped in the jaws of a moray eel hates you.
Each corpuscle singing in its capillary hates you.
Look out! Fore! I hate you.
The little blue-green speck of sock lint I’m trying to dig from under my third toenail, left foot, hates you.
The history of this keychain hates you.
My sigh in the background as you pick out the cashews hates you.
The goldfish of my genius hates you.
My aorta hates you. Also my ancestors.
A closed window is both a closed window and an obvious symbol of how I hate you.
My voice curt as a hairshirt: hate.
My hesitation when you invite me for a drive: hate.
My pleasant “good morning”: hate.
You know how when I’m sleepy I nuzzle my head under your arm? Hate.
The whites of my target-eyes articulate hate. My wit practices it.
My breasts relaxing in their holster from morning to night hate you.
Layers of hate, a parfait.
Hours after our latest row, brandishing the sharp glee of hate,
I dissect you cell by cell, so that I might hate each one individually and at leisure.
My lungs, duplicitous twins, expand with the utter validity of my hate, which can never have enough of you,
Breathlessly, like two idealists in a broken submarine.
.
.
                                                                                                                                                                                                                          Foto: Kelly Ann Smith

Charles Bukowski is my dad

Elaine Feeney

.

Poëzie is niet alleen iets van het verleden. Dus mag in een Ierse dichtersweek ook de moderne Ierse poëzie niet ontbreken. Elaine Feeney (1979) is geboren in Galway. Zij won in 2008 de Cúirt Grand Slam. Dit festival was van oorsprong een poëziefestival maar heeft de laatste jaren een verandering ondergaan naar een breed jaarlijks literatuurfestival.  Zij is opgeleid in het Presentation College van de stad en studeerde Engels op St. Jarlath’s College, Tuam. Feeney heeft internationaal gepresteerd sinds haar eerste slam succes. Zij wordt beschouwd als een van de ‘meest provocerende vrouwelijke dichters van het afgelopen decennium uit Ierland’.  Zij heeft 4 poëziebundel uitgegeven en een CD en werkt aan een roman. Haar gedichten werden wereldwijd gepubliceerd in magazines en tijdschriften en in verzamelbundels.

Uit haar bundel ‘The radio was gospel’ uit 2013 het gedicht met de intrigerende titel ‘Charles Bukowski is my dad’.

.

Charles Bukowski is my Dad
He stands with me in the
best-dressed-lady-line,
holding open my pearl lace
umbrella to the
ravaging Galway rain.

He calls me up on
blue Mondays and gives me
whiskey on bold Fridays.

He fills up my father-space
He fills up my mind-space
He fills up my hot-water bottle

His advice fills up my cheer
and revives my rotted liver,

but that’s a small price to pay
because Bukowski’s my Dad.

He’s my feather pillow
and my guitar string.

He’s my soccer coach and sex therapist

He paints my nails
pepperminty green and sings

raindrops keep falling on my head
on wicked trips to the racetrack.
But that’s a small price to pay
because Bukowski’s my dad.

.

Seamus Heaney

Ierse dichtersweek

.

In een Ierse dichtersweek zijn er twee zekerheden: W.B. Yeats en Seamus Heaney (1939 – 2013). Yeats was gister aan de beurt en vandaag Seamus Heaney. Deze dichter, toneelschrijver, vertaler en docent  ontving in 1995 de Nobelprijs voor de Literatuur. In 1966 debuteerde Heaney met  ‘Death of a Naturalist’ dat achtereenvolgens de Cholmondeley Award, de Gregory Award, de Somerset Maugham Award en de Geoffrey Faber Memorial Prize. Uit zijn debuutbundel ‘Death of a naturalist’ uit 1966 het gedicht ‘Follower’.

.

Follower

.

My father worked with a horse-plough,
His shoulders globed like a full sail strung
Between the shafts and the furrow.
The horse strained at his clicking tongue.

An expert. He would set the wing
And fit the bright steel-pointed sock.
The sod rolled over without breaking.
At the headrig, with a single pluck

Of reins, the sweating team turned round
And back into the land. His eye
Narrowed and angled at the ground,
Mapping the furrow exactly.

I stumbled in his hob-nailed wake,
Fell sometimes on the polished sod;
Sometimes he rode me on his back
Dipping and rising to his plod.

I wanted to grow up and plough,
To close one eye, stiffen my arm.
All I ever did was follow
In his broad shadow round the farm.

I was a nuisance, tripping, falling,
Yapping always. But today
It is my father who keeps stumbling
Behind me, and will not go away.

.

                                                                                                                                                                                                                         Seamus Heaney in 1970

W.B. Yeats

The Lake Isle of Innisfree

.

Natuurlijk mag de dichter W.B. Yeats in de Ierse dichtersweek niet ontbreken. Waarschijnlijk de meest geliefde dichter onder de Ieren. Toen in 1999 de vraag gesteld werd aan de Ieren door de Irish Times welk gedicht zij als het mooiste Ierse gedicht verkozen kwam daar als winnaar het gedicht ‘The Lake Isle of Innisfree’ uit van William Butler Yeats. Yeats schreef dit gedicht op zijn 23ste in 1889 toen hij in Londen woonde. Het gedicht beschrijft het verlangen van de dichter om terug te keren naar een simpeler en meer natuurlijke leefwijze.

.

The lake Isle of Innisfree

.

I will arise and go now, and go to Innisfree,
And a small cabin build there, of clay and wattles made;
Nine bean rows will I have there, a hive for the honey bee,
And live alone in the bee loud glade.

And I shall have some peace there, for peace comes dropping slow,
Dropping from the veils of the morning to where the cricket sings;
There midnight’s all a glimmer, and noon a purple glow,
And evening full of the linnet’s wings.

I will arise and go now, for always night and day
I hear lake water lapping with low sounds by the shore;
While I stand on the roadway, or on the pavements grey,
I hear it in the deep heart’s core.

.

Ierland’s 100 meest favoriete gedichten

Ierse dichtersweek

.

In 1999 mochten de lezers van de Irish Times hun favoriete gedicht kiezen. In 2000 werd de lijst van 100 meest favoriete Ierse gedichten gepubliceerd op http://ireland-calling.com/100-favourite-poems/

Bij deze 100 gedichten zaten maar liefst 25 gedichten van W.B. Yeats. Op een gedeelde 18e plaats staat het gedicht van Padraic Pearse met de titel The Wayfarer. Patrick Henry Pearse (ook bekend als Pádraig Pearse of in het Iers Pádraig Anraí Mac Piarais) (1879 – 1916) was leraar, dichter, schrijver en politiek activist. Net als Kavanagh was hij een van de leiders van de paasopstand in Dublin in 1916. Voorafgaand aan de Paasopstand werd hij door de opstandelingen gekozen tot eerste president van de nog uit te roepen Ierse Republiek.

The Wayfarer is een wat somber gedicht. Pearse schrijft over de vreugdevolle momenten in het leven maar eindigt met de negatieve opmerking dat aan al dat moois ook een eind komt.

.

The Wayfarer

The beauty of the world has made me sad.
This beauty that will pass.

Sometimes my heart has shaken with great joy
To see a leaping squirrel on a tree
Or a red ladybird upon a stalk.

Or little rabbits, in a field at evening,
Lit by a slanty sun.

Or some green hill, where shadows drifted by,
Some quiet hill,
Where mountainy man has sown, and soon will reap,
Near to the gate of heaven.

Or little children with bare feet
Upon the sands of some ebbed sea,
Or playing in the streets
Of little towns in Connacht.

Things young and happy.

And then my heart has told me –
These will pass,
Will pass and change,
Will die and be no more.

Things bright, and green.
Things young, and happy.

And I have gone upon my way, sorrowful.

.

                                                                                                                                                                                                           Standbeeld van Padraic Pearse in Kerry

Patrick Kavanagh

Tweede Ierse dichtersweek

.

De tweede Ierse dichter tijdens deze Ierse dichtersweek is Patrick Kavanagh ( 1904 –  1967). Kavanagh werd geboren in County Monaghan als zoon van een boer/schoenmaker.

In 2000 stelde de krant The Irish Times een lijst samen van de meest geliefde Ierse gedichten, en er waren 10 gedichten van Kavanagh in de top 50. Na W.B. Yeats was hij hierdoor de meest populaire dichter in de lijst. Wat opmerkelijk is want buiten Ierland zijn dichters als Samuel Beckett, James Joyce en Oscar Wilde bekender dan Kavanagh. Waarschijnlijk komt dit omdat Kavanagh heel bekend is geworden omdat zijn gedicht ‘On Raglan Road’ bekend  is geworden als een lied, gezongen door onder andere Van Morrison, Luke Kelly, Mark Knopfler en Sinéad O’Connor.

Naast gedichten schreef hij ook een autobiografie, ‘The Green Fool’, die in 1938 werd uitgebracht, maar wegens laster werd deze al snel weer uit de handel genomen. een opvolger, ‘Tarry Flynn’ (1948) was realistischer dan de vorige autobiografie, en deze stond kort op de zwarte lijst.

.

                                                                                                                                                                                         Beeld van Patrick Kavanagh bij het Grand Canal in Dublin.

Tweede Ierse dichtersweek

Thomas MacDonagh

.

Begin Mei 2014 was ik in Ierland en mede daarom was er mijn blog die week Ierse dichtersweek. Nu, 3 jaar later, wilde ik weer wat extra aandacht geven aan de dichters die Ierland heeft voortgebracht. Bekende namen maar ook wat minder bekende namen. Vandaag een wat minder bekende naam namelijk Thomas MacDonagh.

Thomas MacDonagh (1878 – 1916) was een Iers verzetsstrijder, toneelschrijver en dichter. In 1902 debuteerde hij met de dichtbundel ‘Through the Ivory Gate’ nadat hij de priesteropleiding had verlaten om lid te worden van de Gaelic league en een baan aan te nemen als leerkracht en later directeur van een school.  Als overtuigd Republikein was hij een van de ondertekenaars van de proclamatie waarmee de Paasopstand ( de Ierse republikeinse opstand tegen de Engelsen) begon in 1916. Voor zijn aandeel in de strijd werd hij door de Britten ter dood veroordeeld. Op 3 mei werd hij geëxecuteerd in Kilmainham Gaol.

Als prominent figuur en dichter in het literarire Dublin werd hij in verschillende gedichten herdacht door dichters als W.B. Yeats en in het gedicht van zijn vriend Francis Ledwidge met als titel ‘Lament for Thomas MacDonagh’. Begin deze eeuw werden er een treinstation en een winkelcentrum naar hem vernoemd.

.

In Absence

.

Last night I read your letters once again–
Read till the dawn filled all my room with grey;
Then quenched my light and put the leaves away,
And prayed for sleep to ease my heart’s great pain.
But ah! that poignant tenderness made vain
My hope of rest — I could not sleep or pray
For thought of you, and the slow, broadening day
Held me there prisoner of my throbbing brain.

Yet I did sleep before the silence broke,
And dream, but not of you — the old dreams rife
With duties which would bind me to the yoke
Of my old futile, lone, reluctant life:
I stretched my hands for help in the vain strife,
And grasped these leaves, and to this pain awoke.

.