Site-archief
Zonder liefde ben je nergens
Karel Eykman
.
Afgelopen zaterdag mocht ik als BABS (buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand) een bevriend stel trouwen. Uitgangspunt voor mijn verhaal was de liefde en toen ik in het proces was van het schrijven van het verhaal, stuitte ik op het gedicht ‘Zonder liefde ben je nergens’ van Karel Eykman, uit de gelijknamige bundel uit 2003.
Het gedicht is een afgeleidde van de tekst in 1 Korinthiërs 13. Waar de tekst (door Paulus geschreven, een verstokte vrijgezel) een sterk religieus karakter heeft, is in het gedicht van Eykman hier weinig van over. Juist bruidsparen zijn nogal verzot op de psalm om haar inhoud.
Zo ook het gedicht van Karel Eykman. Het betreft hier geen exclusief liefdesliedje bedoeld voor geliefden maar eerder een loflied op de liefde geschreven voor iedereen aanwezig, heel inclusief dus. Omdat het zo’n wonderschoon gedicht is wil ik het hier met jullie delen.
.
Zonder liefde ben je nergens
.
Al kon ik nog zozeer
in prachtige preken
mijn redes afsteken
en wist wijze woorden op ieder gebied
maar had de liefde niet
dan was het toch meer
wat trommelgekletter
gezwets en geschetter
had ik de liefde niet.
Al blies ik trompet
hoog van de toren
al zong ik in koren
de sterren van de hemel, het hoogste lied
maar had de liefde niet
dan klonk het toch net
als toeters en bellen.
Ik had niets te vertellen
had ik de liefde niet.
Zonder liefde ben ik nergens
zonder jullie stel ik niets voor.
Had ik jullie niet bij me
dan ging ik er aan onderdoor.
Want liefde is echt
en liefde is aardig
is open, oprecht
en eerlijk, rechtvaardig.
’t Is liefde die ziet
hoe opnieuw te beginnen
die ieder verdriet
ook de dood kan overwinnen.
.
Nieuw gedicht
Leegstand
.
Op mijn Instagram account volg ik verschillende mensen die leegstaande huizen en panden fotograferen. Die zijn vaak een een grote schoonheid, juist door het verval en het soms glorieuze verleden van zo’n gebouw. Naar aanleiding van een aantal foto’s heb ik het volgende gedicht geschreven.
.
Leegstand
Een verlaten huis leeft in één adem
met haar vroegere bewoners. Klapt de
deuren dicht in hun gezicht. Trapt na en
vervuilt zichzelf. Een onaantrekkelijk pantser
om terugkeer te voorkomen. Stel je voor!
De geur van schimmel en verrotting trekt
als nieuwe eigenaar in haar vertrekken.
De tijd sluipt door haar gangen als stille sloper.
Gooi haar ramen in, trap haar deuren open!
Wie oog heeft voor haar solide fundatie kan
haar redden, haar verweerde karkas jonge
lucht inblazen. Haar lethargie doorbreken.
Behoeden voor een langzame dood,
of een snelle door de slopershamer.
.
Foto: Wouter van Heiningen (Arnhem)
Liefdesbed
Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca
.
In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.
.
Jean Cocteau
.
Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten
En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;
Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,
Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.
.
Federico Garcia Lorca
.
O bed in het hotel! O bed zo zoet!
Van witte vlekken en van dauw het laken.
O het geluid dat onze lijven maken!
O grot van schemer, vlam, katoenen goed!
.
O dubbellier, door liefde als een tak
in vuur en kille nardus van je dijen!
O schommelboot , o klare stroom, bij tijden
een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!
.
Ik heb het rood van het joodse bruidje lief
Pierre Kemp
.
Van sommige dichtbundels of bloemlezingen weet ik nog precies wanneer of bij welke gelegenheid ik ze voor het eerst zag of las. Dat geldt zeker voor de bloemlezing ‘Ik heb het rood van het joodse bruidje lief’ uit 1988 en samengesteld door Ton van Deel. Ik herinner het mij zo goed omdat ik destijds net was begonnen met het collectioneren voor de bibliotheek waar ik werkte. De recensie was niet bijzonder positief, maar mijn interesse was gewekt zodat ik de bundel toch heb aangeschaft terwijl poëzie voor zo’n kleine bibliotheek zeker geen automatisme was om aan te schaffen (eerder het omgekeerde).
Toen ik de bundel een aantal weken later in handen kreeg sloeg ik als eerste het gedicht van Pierre Kemp met de (bijna) gelijknamige titel op. Bij het gedicht een afbeelding van het schilderij van Rembrandt (in zwart-wit, dat wel maar de afbeelding stond op de voorkant in kleur). Toen, en nog steeds, leest het gedicht als een liefdesgedicht, de liefde van de dichter die hij voelde voor het schilderij en de schilder toen hij het schilderij bezag.
.
Het Rood van het Joodse Bruidje
.
Levensinkt
Mark Boninsegna
.
Zelfverklaard ‘Rock & Roll Poet’ Mark Boninsegna (1976) ken ik al jaren als een hele gedreven, in zijn hart Rotterdamse, dichter. Hoewel hij jaren in Rotterdam woonde is Mark geboren en al weer jarenlang woonachtig in Berkel & Rodenrijs waar hij ook gemeentedichter is (van de gemeente Lansingerland). Mark was in 2014 bedenker en initiatiefnemer van de prachtige Rotterdamse bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ waar ik als uitgever met MUG books bij betrokken was. Omdat dit de eerste papieren bundel was die bij MUG books verscheen heeft de bundel (ook door zijn inhoud, de deelnemende dichters en de poëzie) nog steeds een speciaal plekje in mijn hart.
In oktober 2018 verschijnt nu eindelijk het solodebuut van mark bij uitgeverij Douane getiteld ‘Levensinkt’ en ik kijk uit naar deze bundel. Hoewel Mark druk was met allerlei projecten zoals bijvoorbeeld ‘A Fetish for Poetry’ https://afetishforpoetry.com/author/boninsegna/ en was hij juryvoorzitter van de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2017, is het alweer even geleden dat ik nieuw werk van hem las. Maar daar komt dus verandering in.
Nieuw werk dus in oktober en daarom nu nog een ouder gedicht van Mark getiteld ‘Thuishaven’.
.
Thuishaven
Uit haar mond een
bijeenkomst van letters
Klank producerend op
een urban ritme
Dansend op adem van
haar en ons
Een weg vindend door
straten en onder
bruggen noord en
zuid verbindend uit
alle windrichtingen
Geuren van thuis en
ver weg op smaak
brengend
Ze doet de haven eer
als de glinsteringen in
golven de stad
laat schitteren
Uit haar mond een
bijeenkomst van letters
Danken uit een ver
land produceren
een thuishaven voor
haar en ons
.
De liefste
Louise Labé
.
In de bundel ‘de liefste’ onsterfelijke liefdesverzen uit 1990, samengesteld en vertaald door Paul Claes, staat een prachtig liefdesgedicht van Loise Labé. Deze Louise Labé (1526 – 1566) was een Frans renaissancedichter, schrijfster van amoureuze sonnetten en salonnière (deelnemer aan literaire salons, bijeenkomsten (meestal bij iemand thuis) waar verschillende schrijvers, dichters, filosofen en kunstenaars elkaar regelmatig ontmoeten om literatuur, poëzie, filosofie en soms andere (beeldende) kunsten en politiek te bespreken).
Louise Labé was samen met dichter Maurice Scève het middelpunt van een groep dichters, de Ecole de Lyon. Rond Labé verzamelden zich andere vrouwelijke dichters als Pernette du Guillet. In de bundel ‘De liefste’ staat het volgende sonnet van haar dat ik hier met jullie wil delen.
.
Kus mij, kus mij opnieuw en blijf me kussen:
Geef mij van je waanzinnigste er een,
Geef mij van je aanminnigste er een,
Ik geef er vier weer die niet zijn te blussen.
Wat klaag je? Kom, laat mij je lijden sussen,
Ik geef er jou tien andere meteen.
Wij mengen onze kussen kussen zacht dooreen
En vinden in elkaars genot intussen.
Zo vangt voor elk een dubbel leven aan.
Elk zal in zich en in zijn vriend bestaan.
Laat, Liefde, mij van deze dwaasheid dromen:
Steeds voel ik wrevel om dit kalm bestaan,
En ik ben nooit geheel en al voldaan
Indien ik uit mezelf niet los kan komen.
.
Een appel rust
Homero Aridjis
.
Homero Aridjis (1940) is een schrijver, dichter, milieu-activist, journalist, en diplomaat bekend om zijn rijke fantasie, zijn lyrisch poëtische gedichten en zijn ethische onafhankelijkheid. Zijn poëzie werd in vele talen vertaald, hij mocht als schrijver en milieu-activist al meer dan 20 internationale prijzen op zijn palmares bijschrijven en specifiek voor zijn poëzie ontving hij de Prix Roger Caillois (1997, Frankrijk), de Smederevo Gouden Sleutel voor Poëzie (2002, Servië) en de Premio Internazionale di Poesia (2013 en 2016, Italië). Voorwaar geen kleine dichter. Vanaf 1960 publiceerde hij 18 dichtbundels in Mexico. Nog een leuk weetje: Homero Aridjis was ambassadeur voor Mexico, onder andere in Nederland.
Dichters als Octavio Paz en Juan Rulfo zijn bewonderaars van Aridjis en Seamus Heaney zei over zijn poëzie: “Zijn gedichten openen een deur naar het licht”. In 1977 verscheen in Nederland zijn vertaalde bundel ‘Dagboek zonder data’ en uit die bundel het gedicht zonder titel in een vertaling van Laurens Vancrevel.
.
Een appel rust
op het zachte groen
van zijn eigen rijpheid
.
een glas weerspiegelt
de vermoeide stralen
van de herfstmiddag
.
een vrouw verschijnt
in de halfopen deur
van een eetkamer
.
vanaf een gele sofa
kijkt een meisje naar haar
alles is op zijn plaats
.
het ligt in de glazen
legt witte muziek
op gezichten en dingen
.
en een ogenblik lang
zijn voor eeuwig samen
mandarijnen en handen.
.
Erotiek en poëzie
Pierre Kemp
.
Pas geleden kocht ik wat kleine bundeltjes uit de jaren 50’en 60′ met onooglijke kaftjes. De inhoud vergoedt, zoals zo vaak echter veel. In het bundeltje met op de omslag slechts de letters BP (hetgeen staat voor Beeldende Poëzie zo lees ik op de titelpagina) uit 1960 gaat het over ‘De vrouw’.
Uit tal van dichtbundels bracht Adriaan Morriën een aantal gedichten samen die over de vrouw gaan. Hij leidde de bundel in en voorzag deze van bio- en bibliografische gegevens. In dit bundeltje staan naast de gedichten ook vele foto’s van vrouwen gemaakt door Herman J. Hahndiek.
Toen ik de bundel aan het lezen was bleef ik bij het gedicht ‘Verloofden’ van Pierre Kemp steken. Dit gedicht lijkt in eerste instantie een mooi klein liefdesgedicht maar toen ik het nog eens las bleek de subtiele erotiek die Kemp in dit gedicht stopte. Juist de subtiele verwijzingen naar het fysieke contact, de aarzeling van de vrouw, gevolgd door de laatste zinnen van dit gedicht maakt dat ik dit met veel overtuiging een plaats geef in mijn minirubriekje Erotiek op zondag.
.
Verloofden
.
Als hij mij een hand geeft,
kleedt hij mijn vingers uit,
Toch verlang ik zo naar dit
contact met mijn huid.
Als hij met een vinger de split
van mijn vingers beroert, word ik rood
en voel ik mijn schoot.
Wij glimlachen, het doet ons goed.
Is het wel, als het moet?
Maar ik geef toe
en doe, en doe, en doe.
.

















