Site-archief
Misschien later
Alijd Brink
.
Dichter en kunstenaar Alijd Brink (1911-2002) debuteerde in 1958 met de dichtbundel ‘Stenen stromen ook’. In totaal publiceerde ze 9 dichtbundels, een aantal romans, een hoorspel en een toneelstuk. Haar werk werd gepubliceerd in bloemlezingen waaronder in de ‘Dichtersomnibus zevende bloemlezing’ uit 1961 en in tijdschriften als ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’, ‘Gevleugeld Woord’ en ‘Nieuwe Stemmen’.
Toen ze een jaar of achttien was ontdekte ze dat ze lesbisch was. Ze wilde kunstenares worden, maar onder druk van haar ouders ging ze de verpleging in, maar ze ging wel avondtekenlessen aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam volgen. Ze werkte drie jaar op het atelier van P. van Wijngaerdt.
Uit haar bundel ‘Het onbekommerd zwijgen’ uit 1961 nam ik het gedicht ‘Misschien later’.
.
Misschien later
.
Toen ik haar zag
door haar huid heen
werd de tijd stil
en vroeger
was een rimpelloos water
dat ons omstroomde,
een koel meer was het,
vol van later
.
“Ken je me nog” vroeg zij
en sprak niet.
.
Ik zweeg haar een schuilplaats
Ik zweeg mij een ruimte
.
Kan kunst ons redden
Siel Verhanneman
.
Pas nog bij Eus’ Boekenclub op televisie en daarvoor al in MUGzine nummer 11 (2022) was Siel Verhanneman (1989) in de publiciteit (ze was uiteraard op vele plekken te zien en te horen maar deze pik ik er nu even uit), dit keer om haar nieuwe bundel ‘Wat wij doen dat heet bewaren’ van eind 2024 onder de aandacht te brengen.
Deze nieuwe bundel is een ode aan het verzamelen, het rangschikken, het doorgeven, het bepalen van wat blijft en onherroepelijk verdwijnt. Het vraagstuk ‘Kan kunst de wereld redden?’ staat centraal in deze bundel. In een tijd waarin kunst en cultuur onder druk staan van allerlei megalomane, dictatoriale leiders en politici, ook in Nederland, is deze vraag relevanter dan ooit.
Uit de bundel koos ik dan ook het gedicht ‘Kan kunst ons redden’. Vooral de eerste strofe trof me. Ik herinner me de eerste keer dat ik de Venus van Milo in het Louvre zag, haar op de rug bezag en daar denk ik wel een kwartier lang met open mond naar heb staan kijken. Iets in mij viel open, zoals Siel het zo treffend schrijft.
.
Kan kunst ons redden
.
We vragen niet veel, enkel de kunst om ons te helen,
net als de dichter toen ze voor het eerst
een echte Francis Bacon zag, iets in haar viel open.
.
Zo ook onze monden en ogen wanneer ze start met preken,
collectief op zoek naar het beeld dat ons ontsluit,
een dans waar ons hart in klopt, die ene zin scanderen we vanbuiten.
.
‘Ik wil schrijven zoals de schilder denkt,’ zei de dichter en wij,
hangend aan haar lippen rijmen met haar mee.
.
We vragen niet veel, in dit land dat smelt en drijft.
Slechts dat kunstwerk vinden, ons eraan hechten en genezen.
In het reine willen we zinken, het juiste pronkstuk in handen.
.
Ach, de dichter zou zo trots op ons zijn,
zij had het altijd al geweten.
.
Een spiegel in de aarde
Sasja Janssen
.
De laatste bundel van Sasja Jansen ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ die begin 2024 verscheen werd bekroond met de Awater Poëzieprijs. Het was niet de eerste keer dat haar werk bekroond werd, zo ontving ze in 2022 diezelfde Awaterprijs voor haar bundel ‘Virgula’ die ook nog eens genomineerd werd voor De Grote Poëzieprijs, de Herman de Coninckprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, en poëziebundel van het jaar 2021 voor de KANTL poëzieprijs was, en kreeg ze voor ‘Virgula’ de eerste Johan Polak Poëzieprijs. In 2024 kreeg ze voor haar hele oeuvre de A. Roland Holst-Penning. Een dichter om eens wat extra aandacht aan te besteden kortom.
Sasja Janssen (1968) is een Nederlands dichter en schrijver van romans en korte verhalen. Zij geeft les op de Schrijversvakschool en Crea. De reacties op haar bundel ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ waren wat verdeeld, waarschijnlijk doordat de verwachtingen na ‘Virgula’ hoog gespannen waren. Desalniettemin heeft Awater toch deze bundel bekroond en wil ik hier het gedicht ‘een spiegel in de aarde’ uit deze bundel met jullie delen. Het gedicht is opgedragen aan Chen Yuhong, een van de grootste dichters van Taiwan wier werk internationaal bekroond is.
.
een spiegel in de aarde
.
Voor Chen Yuhong
.
het schemert niet
toch is er geen licht, toch is er geen donker
aan de oever kijk ik naar de krans van bladeren om haar hoofd
een wilgentwijg in haar hand, de rok gulzig uitgespreid
.
we houden ons stil, stil
.
de zwartgroene onderwereld, de doorzichtige bovenwereld
houden haar op het meer dat toekomst en verleden mengt
in zijn oog dat nooit sluit
de narcissen buigen, een uil draait zijn kop, vlinders geborgen
.
dan zinkt ze en duikt op het gedicht als nieuwste tijd
.
Flamingo / Kameleon
Charlotte Van den Broeck
.
Hoe de dingen soms kunnen lopen. Afgelopen zondag keek ik naar Studio Sport en een van de voetballers (even opgezocht: van PSV) heet Ryan Flamingo. Topnaam natuurlijk. Maandag las ik de krant een artikel over een serie waar de hoofdpersoon (een meisje) een Flamingo in haar kamer had staan. En nu lees ik in de poëziebundel ‘Kameleon’ gedichten uit 2015, van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en wat kom ik daar tegen? Een gedicht met als titel ‘Flamingo’.
Hoeveel aansporing heeft een mens nodig? Dat bedoel ik. Blijkt dat ik het gedicht ‘Flamingo’ al een keer gedeeld heb op dit blog. Daarom heb ik gekozen voor een ander gedicht uit deze bundel en wel het titelgedicht ‘Kameleon (II)’, een ietwat tragisch liefdesgedicht.
.
Kameleon (II)
.
Ik spreek in een slepende melodielijn van ‘hier’ en ‘nu’ en ‘blijf ‘
herhaal dit zo vaak tot het schuurt
tot je me terug in je mond rolt, me onuitgesproken
op je deinende tong legt, zachtjes
zoals kleine meisjes met overgewicht zachtjes
stuiteren bij het lopen.
.
En ik wil dat je me opnieuw zegt, dat je niet kan ophouden mij te zeggen
dat ik uit de holte van je mond breek
en je me nieuwe namen geeft, de verkeerde
zoals ‘lief’ en ‘klein’ en ‘traag’
dat ik me daarnaar ga gedragen als een geconditioneerde hond,
voortaan mijn borsten bedek
als je onverwachts de badkamer binnenkomt.
.
Laten we ergens tussen tong en tanden
analoge liefde in dit hoofdkussen liegen.
Misschien schieten we elkaar alsnog te binnen.
Misschien herinneren we ons de plek
waar het schudden begon
en we het ritme niet meer vonden.
.
Twist en schuld
Delphine Lecompte
.
Na lange tijd lees ik weer in de vuistdikke roman ‘Wie heeft Delphine Lecompte vermoord’ van de gelijknamige Vlaamse schrijver en dichter Delphine Lecompte (1978). Dit boek, deze roman, een monumentale levensschets, waarin Delphine Lecompte stekelig grof villein schalks mystiek en briljant is. Dit werk toont haar leven, van haar jeugd in De Panne tot vandaag in de huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Dat alles in een taal die enkel Lecompte durft te hanteren, binnen een universum waarover alleen zij heerst. Zo bezweert zij een leven van misbruik en destructie, zo kan zij haar leven redden.
Zelden zo’n bijzonder boek van zo’n bijzondere schrijver en dichter gelezen. Zonder gene, met veel oog voor detail en bijvoeglijke naamwoorden (zoals hierboven stekelig grof villein etc.) beschrijft Lecompte een leven Zoals je maar heel zelden leest. Maar niet alleen in dit boek schrijft ze zo, ook in haar poëzie is haar verbeelding grenzeloos en haar gedichten worden bevolkt door talloze wonderlijke figuren, waardoor het lezen nooit gaat vervelen.
Toch is haar poëzie geen freakshow, geen losgeslagen fantasie die verzandt in de meest wonderlijke en schaamteloze beschrijvingen. Een voorbeeld is het gedicht ‘Twist en schuld’ dat verscheen haar bundel ‘De dieren in mij’ uit 2009.
.
Twist en schuld
.
Ik heb het wijwatervat gevuld
met vocht dat menselijk en dus
verwerpelijk is
‘schuldgevoelens zijn aangeleerd
prevelde ik tien keer na elkaar
maar het hielp niet.
.
Plots was ik aan de kust
de treinrit met zijn voorbijflitsende waslijnen en
lethargische hoenderen
is aan me voorbijgegaan
zoals lauwe koffie op een begrafenismaaltijd.
.
We zitten op jouw tapijt
zeven generaties zaten hier voor ons
ze gaven zich over aan hun ambacht en hun lust
ze lieten zich in met vraatzucht en ambitie
ze verloren zich in hypochondrie en spijt
daar eindigde het tapijt.
.
Wat je hebt
Maaike de Wolf
.
In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.
Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.
Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.
In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”
.
Wat je hebt
.
Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.
Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat
het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.
Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt
Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.
Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.
.
Sylvia Plath
Heavy Women
.
Afgelopen week beluisterde ik een podcast over een nieuwe hit op Netflix getiteld ‘Adolescence’ over de dertien-jarige Jamie Miller die ervan wordt beschuldigd zijn klasgenootje Katie te hebben vermoord. In deze podcast van de Volkskrant wordt ingegaan op hoe worden jonge mannen online beïnvloed worden, en hoe ze aan ongezonde ideeën over mannelijkheid komen, zonder dat ouders of leraren dit door hebben? Belangrijk onderdeel van dit gesprek was de online manosphere, een heterogene groep misogiene websites, blogs en online fora die een bepaalde vorm van mannelijkheid (masculinisme) en sterke oppositie tegen feminisme promoten.
Ik moest hier aan denken toen ik het gedicht ‘Heavy Women’ van Sylvia Plath (1932-1963) las uit haar bundel ‘Crossing the Water’ uit 1971. Het gedicht weerspiegelt de maatschappelijke verwachtingen en het geïdealiseerde beeld van het moederschap dat in Plaths tijd heerste en waar jongens en mannen uit de manosphere een dubieus verlangen naar hebben. De vrouwen worden afgebeeld als ‘prachtig zelfvoldaan’, wat een gevoel van tevredenheid en zelfgenoegzaamheid oproept. Hun ‘zware magen symboliseren het leven dat ze dragen, terwijl hun kalme gezichten een loskoppeling suggereren van de potentiële pijn en complicaties die gepaard gaan met de bevalling. Helemaal in sync met het idee van de tradwives (een samenvoeging van de woorden ‘traditional’ en ‘wife’, Engels voor traditionele echtgenote). Een tradwife is een westerse vrouw die een levensstijl met een traditionele heteronormatieve rolverdeling verkiest, dat helemaal past in de ideeën van de manosphere.
De verwijzing naar ‘Venus, geplaatst op een halve schelp’ trekt parallellen met de klassieke weergave van schoonheid en vruchtbaarheid, wat het geïdealiseerde beeld van de zwangere vrouw nog meer benadrukt. Het gedicht hint echter naar een donkerdere onderstroom, met het ‘donker koestert nog steeds zijn geheim.’ en de naderende komst van de winter, wat suggereert dat er mogelijke uitdagingen en onzekerheden in het verschiet liggen.
Hieronder het gedicht in vertaling uit De Tweede Ronde, jaargang 9 (1988) in een vertaling van B.E. van Hasselt en P.J. Stokhof en in het oorspronkelijke Engels.
.
Zware vrouwen
.
Na de liefde
Stefan Hertmans
,
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken een dichtbundel eruit gepakt. Het was dit keer de bundel ‘Een beeld van jou’ gedichten over de liefde uit 2016 van de Vlaamse dichter Stefan Hertmans (1951). De bundel in de hand genomen en zomaar willekeurig geopend (pagina 43 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Na de liefde’. Nu check ik voor de zekerheid altijd even of ik dit gedicht niet al eens plaatste (de bundel komt tenslotte uit mijn boekenkast) maar dat is niet het geval. Wel stuit ik op een (door mij) vertaald gedicht met dezelfde titel van de Duitse dichter Dirk von Petersdorff met als Duitse titel ‘Nach der Liebe’.
.
Na de liefde
.
Hoe vormloos uit de wasbak
hangt de warmte, bij het licht
dat van de daken springt,
over de bomenrij tot in het raam:
.
een t-shirt met je naam,
iets overhuivend dat ik niet
kan zien. Een afdruk van
je lijf misschien.
.
Alles wat je snel doet,
ben je kwijt.
Wat je niet doet,
leeft in een andere tijd.
.
Diep in de straat,
bij de platgeslagen zomer
en het opspringende hondje
.
danst de spijt nog naast je mee,
maakt een rondje, laat je dan alleen.
.
Maar je bent nog altijd
met ons tweeën.
.















