Site-archief
Ondertussen
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.
Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.
.
Ondertussen
.
Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken
hoe de rode straatstenen donker worden. eerst
door regen en nog eerder door de wolk
die daaraan vooraf over kwam drijven.
.
Dan zit ik er al een tijdje. Dan
begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes
van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in
en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren
van het tapijt de donkere kant op, daar
durf ik niet goed iets van te zeggen.
.
Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.
.
En ik kan kijken naar de lucht
alsof iemand erboven met een lepeltje
zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht
struift de regen naar beneden. Hier
is het voor altijd droog.
.
Dan kan ik denken:
er komen nog zoveel dagen waarop we
warme broodjes kunnen maken, vandaag
ga ik in de barstjes van het raam groot
en donker als straten worden.
.
Weemoed
Zondag
.
Op de dag die ik nog altijd speciaal vrij hou voor een gedicht van de grote Vlaamse dichter Herman de Coninck, vandaag opnieuw een gedicht, dat verscheen in Tirade jaargang 23 (1979), zonder titel.
.
33-27
Herman de Coninck in Tirade
.
Zondag, dus Herman de Coninck. In het literair tijdschrift ‘Tirade’ verschenen in 1978 (jaargang 22) een aantal gedichten van Herman de Coninck. Het gedicht ’33-27′ vind ik persoonlijk erg mooi, grappig en ontroerend.
.
Afscheid
Adriaan Morriën
.
Adriaan Morriën (1912-2002) was dichter, essayist, vertaler en criticus. In 1935 debuteerde hij met een gedicht in het, door Menno ter Braak, E. du Perron en Marice Roelants opgerichte, tijdschrift Forum.
Morriën was een bijzonder man binnen de letteren. Zo schreef hij vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool en werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Maar hij was ook betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren en werkzaam als redacteur van een aantal literaire tijdschriften waaronder Tirade. Daarnaast was hij adviseur van de uitgeverijen van Oorschot en De Bezige Bij.
Maar hij was ook dichter. Tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 15 poëziebundels waaronder zijn ‘Verzamelde gedichten’ in 1994 waaruit het volgende gedicht afkomstig is.
.
Afscheid
.
Zul je voorzichtig zijn?
.
Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis
.
je kus is licht
je blik gerust
en vredig zijn je hand en voet
.
Maar achter deze hoek
een werelddeel
achter dit ogenblik
een zee van tijd
.
Zul je voorzichtig zijn?
.
Met dank aan het ANP Historisch Archief
Smaak
Anton Korteweg
.
Anton Korteweg (1944) is dichter en neerlandicus en was directeur van het Letterkundig museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Toen in 2009 het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart werd opgezet in de bibliotheek van Maassluis was hij één van de leden van het comité van aanbeveling.
Sinds zijn debuut in Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. In zijn enigszins afstandelijke stijl bedient hij zich van woordspelingen en archaïsmen en maakt hij gebruik van alledaagse woorden voor verheven onderwerpen. In 1986 ontving hij de A. Roland Holst-Penning.
.
Uit de bundel ‘Voortgangsverslag’ uit 2005 het gedicht ‘Smaak’.
.
Smaak
.
De liefste muziek blijft toch die
waarbij je afwassen kan,
ouderwets, zonder machine,
met teiltje en afwaskwast.
.
Lepels tegen een kopje,
geplop, gerinkel van glaswerk,
een botsend bord, vallende vorken
doen er geen afbreuk aan.
.
Ik kom dan al snel terecht
bij Carmen, Bolero, Liszt,
Traviata, Eroica,
maar Mahler gaat me te ver.
.
Dik bovenop, vettig, tering,
let niet op een haaltje extra,
luid, schmierend, duidelijk.
.
Lekkere, hoerige ordi’s
niet om aan te horen zo plat,
die doen het bij mij altijd wel.
.
Geranium
Hans Vlek
.
Uit de fijne bundel ‘Voor wie dit leest, Proza en poëzie van 1950 tot heden (1977) een gedicht van Hans Vlek. Hans Vlek (1947) Dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en veroorzaakte enige commotie in Maastricht, waar hij bij een poëzie-manifestatie in de schouwburg naakt optrad. In de jaren zeventig verbleef hij enige tijd in psychiatrische klinieken. Vlek was medewerker van onder andere Tirade en De Gids en redacteur van Manifest. Het gedicht Geranium verscheen in zijn bundel Zwart op wit.
.
Geranium
.
Vanuit de slechtzittende
schoolbank in een geur van stof
oud hout en pis, onder hoge ramen
in bladderend kozijn: het rood
van de geranium
.
Mijn grootmoeder zwoegend boven
een tobbe in de tuin, en naast
het keurig tegelpad in rij, in het rood
waarvan mijn opa op vergaderingen
sprak: geraniums.
.
Thuis hadden wij er een
die nooit bloeien wilde omdat
iedereen zijn peuken doofde
in de pot. O god, de triestheid
van zijn harig-groene, knokelige
steel!
.
Geranium, prachtige bloem
die niet mooi is, wijn
van de kruidenier, kip
tussen de vogels, sieraad
van alles wat arm en goedkoop is.
.













