Site-archief
Moeder
Willem Elsschot
.
Ik moest vandaag denken aan een literaire wandeling die ik maakte met collega’s door Antwerpen aan de hand van een verhaal van Willem Elsschot. Uit het verzameld werk van Willem Elsschot (1882 -1960) heb ik daarom het gedicht ‘Moeder’ gekozen. Omdat ik zin had om iets van Elsschot met jullie te delen en omdat de taal van Elsschot zo heerlijk vol zit met woorden en uitdrukkingen waarvan ik geen weet heb maar waar ik zeer van kan genieten.
.
Moeder
.
Als vader slaapt gelijk een rustig beest,
en in zijn droom herkauwt en zalig lacht,
dan ligt gij wakker, starend in den nacht,
en roept uw zoons en dochters voor den geest.
.
Zij zijn gevloôn, als gieren voor ’t tempeest,
met stukken van het oude nest bevracht,
waarin gij dubbend op hun terugkeer wacht,
maar op de klok het woord des tijds niet leest.
.
Laat niet uw dagen slinken in verdriet;
geen macht die tanden aan uw mond verstrekt,
of ooit weer zog in uwe borsten wekt.
.
Er is niets aan te doen, zoals gij ziet.
Drink dus een borrel bij een passend lied,
daar schele Piet reeds met uw tenen trekt.
.
Zomeravond
Schoolslag
.
Nu de herfst in alle hevigheid is losgebarsten lijkt het me het juiste moment om wat zonneschijn door te laten sijpelen middels een gedicht van Herman de Coninck. Het is zondag tenslotte. Daarom vandaag uit de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 een gedicht zonder titel over de zomer.
.
Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.
Laat je strelen, kom.
Ik hou ervan je lichaam te verdelen
in van alles twee, zoals ik deze zomer
de zee verdeelde toen ik schoolslag zwom.
.
Driehoek
Onbegonnen werk
.
Deze zondag een gedicht van Herman de Coninck uit zijn bundel ‘Onbegonnen werk, gedichten 1964 – 1982’ uit 1984 met de titel ‘Driehoek’.
.
Driehoek
.
Het leek wel een goeie driehoeksverhouding:
ik hield van jou
en van mij.
.
Ik hield van jou zoals je dat alleen maar
voor het eerst doet: alsof het elke keer
voor het laatst is.
.
Ik hield van jou om de manier waarop ik je
in alle stàten bracht,
in België, Frankrijk, Nederland, Joegoslavië,
geluk was inderdaad zo uitgestrekt als hele landen
en telkens net zo onderling verschillend.
.
Ik hield van jou om de manier waarop je,
over mijn schouder meelezend, kon zeggen:
jaja, schrijven hoe goed je het kan,
dàt kan je wel, maar laat maar eens zien.
.
En ik hield van mij, o, wat hield ik
even nadien van mij, want hoe zalig was het
mezelf te zijn
in jouw armen.
.
Omwille van de nacht
Even
.
Vandaag een liefdesgedicht op Herman de Coninckzondag. uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ het werkelijk prachtige gedicht ‘Even’.
.
Even
.
Geluk is ineens, zaterdagmiddag in de trein
naar Amsterdam, weten dat het niet voor jou is weggelegd.
En daar hoe dan ook erg rustig van zijn.
Goed, dat weten we dan, dat hoeft niet meer gezegd.
.
Er vallen tenslotte nog andere dingen te beleven.
We gaan naar Amsterdam kijken, en niet naar elkaar.
En er is een voorzichtig-zijn met wat je even
mag hebben, hooguit voor een paar jaar.
.
Zoiets als elke dag opnieuw weer honger krijgen,
zoiets als elke keer met jou hijgen
en hijgen en hijgen. En dan is het voorbij.
En wie weet, nooit gebeurd. Dan blijven ik en jij.
.
Geluk is vandaag nog dingen willen schrijven
als ‘jouw ogen en hun sterrelingse pracht’.
Godgod, nee zeg. Maar het is koud. En ik wil blijven
bij jou. Omwille van de nacht.
.
33-27
Herman de Coninck in Tirade
.
Zondag, dus Herman de Coninck. In het literair tijdschrift ‘Tirade’ verschenen in 1978 (jaargang 22) een aantal gedichten van Herman de Coninck. Het gedicht ’33-27′ vind ik persoonlijk erg mooi, grappig en ontroerend.
.
Taarlo
Herman de Coninckzondag
.
Uit de bundel ‘Met de klank van hobo’ uit 1981 vandaag het “najaarsgedicht” met de titel ‘Taarlo’.
.
Taarlo
Wij lopen door het najaar met ons twee.
En dat gevoel heb ik ook in de lente
Wij lopen door veel bruine kroegenbruin van blaren
en door veel donkerrood gemis, appellation controlée,
dat dieper wordt in de kelder van de jaren.
Wij lopen door de beiger wordende bossen van Drenthe.
Hoor de wind door de henna-bomen varen
met een klank van hobo,de zwerver onder de instrumenten.
33, en in het midden van het donker woud
des levens. En met een gevoel van nergens horen
in de bossen thuis en thuis verloren.
Zullen wij later, misschien, ooit?
De zomer is voorbij, er wordt niet meer gehooid.
Het hier is nergens, en het nu is nooit.
.
Verlanglijstje
Zondag: Herman de Coninck
.
Na mijn overpeinzing van afgelopen zondag kreeg ik meerdere reacties om toch vooral nog even door te gaan met de Herman de Coninck-zondag. Zoveel bijval voor continuering kan ik natuurlijk niet negeren dus ook de komende weken nog op zondag een gedicht van deze prachtige dichter.
Vandaag het gedicht ‘verlanglijstje’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1981.
.
Verlanglijstje
Geef me Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef me na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
Geef mij alles en zeg: het is niets.
Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.
.
Co. 7
Eriek Verpale
.
Eriek Verpale (1952 – 2015) zijn werkelijke naam was Eric Verpaele was een Vlaams dichter,schrijver, toneelschrijver. Hij werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de Joodse cultuur. Hij heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan (hij studeerde onder andere twee jaar Hebreeuws). Verpale ontving in 1992 de prestigeuze NCR literatuurprijs in België voor ‘Alles in het klein’ uit 1990.
Uit “Op de trappen van Algiers’ uit 1980 het gedicht Co. 7
.
Co. 7
.
Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –
zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:
niets daarvan wil ik bewaren, laat staan
in een verouderd vers als dit verdoken
tot het mijne maken
.
Maar het dunne stof, geschud
uit diepe mantelzakken, oud
speelgoed dat eens op je kamer stond,
of de beduimelde bril
– ik bewonder de dikke glazen –
.
Alleen dàt wil ik van je sparen.
.
Wat een ander niet krijgen wil
zal ik van je hebben:
.
Het hoogste bod zal de wereld
niet eens verbazen.
.
Najaar
Paul Van Loon
.
In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.
‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).
Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)
.
Najaar
.
Vandaag heb ik het teveel aan woorden
bij elkaar geharkt, het overtollige
gesnoeid en alle dorre takken
uit mijn taal in as gelegd
.
Mijn einder heb ik bijgekleurd
met het weemoedige oker van oktober,
de kruiden uit de tuin vergaard
voor de geur van een gedicht
.
En ’s avonds bij de wijn, hoe
wij ons leegstaand hart verwarmen
aan de open haard van ons verlangen
.
en hoe wij zwijgzamer dan ooit
ons koesteren aan de nagloei, onder
de uitgedoofde ogen van de nacht.
.
Hier
Herman de Coninck-zondag
.
Vandaag op ‘Herman de Coninck-zondag’ een gedicht in twee delen uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991, getiteld ‘Hier [1]’ en ‘Hier [2]’.
.
Hier [1]
.
Je hebt onder je ogen niets meer aan.
Het nu ligt op de grond.
Je bent eruit gestapt.
.
Een meter onder je ogen
kom ik in je, ver,
tot waar ik achter je ogen
meekijk naar mij.
.
Later word ik wakker.
Ik mis me.
Je slaapt allebei.
.
.
Hier [2]
.
Er is niet veel nodig om te wonen.
Iemand die ‘hier’ zegt tegen het onmetelijke
.
En een medaillon op de schouw,
een pasfotootje. Zo klein
is het onvergetelijke.
.















