Site-archief
Indische poëzie
Tj. A. de Haan
.
In de boekhandel kwam ik de bundel ‘Album van de Indische poëzie tegen, een bloemlezing samengesteld door Bert Paasman en Peter van Zonneveld. Dichters en poëzie uit en over voormalig Nederlands Indië zijn bij mij eigenlijk niet zo bekend. In deze bundel wordt aan de hand van een aantal thema’s (taal, cultuur, dagelijks leven, reis, aankomst, historische personen,Japanse bezetting, revolutie, heimwee, herinneringen) de geschiedenis van ons land met Indië geschetst. In deze bloemlezing krijgt de beeldvorming van Indië, vanaf de VOC-tijd tot heden, gestalte in gedichten, liedjes, cabaretteksten en in allerhande rijmende verzen. Bijna alle bekende Nederlandse dichters, ook van wie je dat niet zou verwachten, hebben iets over Indië geschreven. Naast een aantal bekende namen van dichters zoals Bilderdijk, Slauerhoff, Vestdijk, Lucebert, Cola Debrot, Drs. P., Willem Wilmink en liedtekstdichters (Ernst Jansz, Wieteke van Dort) ook namen van dichters die ik niet ken zoals Tj. A. de Haan.
Bij deze bundel is ook een CD bijgesloten waarop Willem Nijholt een selectie van 44 gedichten voordraagt. Een bijzonder fraai vormgegeven boek met een zorgvuldige bronvermelding.
Van de dichter Tj. A. de Haan heb ik geen informatie kunnen vinden, de Minangkabau uit de titel is een etnische groep die leeft op West Sumatra.
.
Minangkabau
.
Dit land is anders dan de andere landen.
Hier woont de geest nog, uit het bergenwoud.
Hier bruist het water onder steile wanden,
De sawahs, teer en groen, tussen het hout.
.
Een bruidegom zal zijn bruid gaan trouwen.
De kleuren, zwart en rood en goud.
Een volk gaat verder aan de toekomst bouwen.
Een volk, zo jong en toch zo trots en oud.
.
De nacht zal hier de dag omarmen
Fèl als een beek, die van de bergen stort.
Een graf zal liggen onder kokospalmen.
Oók van de bruid, die nú verkoren wordt.
Jij en ik
Willem Wilmink
.
Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.
.
Jij en ik
.
Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.
’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.
Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.
Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’
Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.
.
Johan Cruijff
Hard Gras
.
Toen Johan Cruijff in 1997 50 jaar werd, besteedde het voetbaltijdschrift Hard Gras een heel nummer aan hem. Het eerste deel van dit tijdschrift bevat gedichten van dichters en schrijvers over Johan Cruijff. Van o.a. Willem Wilmink, Toon Hermans, K. Schippers, Ronald Giphard, Aad Nuis tot Michel van der Plas. Maar er staat ook een gedicht in van Arnon Grunberg met de intrigerende titel ‘Johan Cruijff heeft het zelf gezegd.
.
Johan Cruijff heeft het zelf gezegd
.
Kijk, met schrijven is het zo:
Je boeken verkopen
of niet.
En dan is er altijd nog wel werk
op het postkantoor.
.
Maar Johan Cruijff heeft gezegd:
ik ben geen dief
van mijn eigen portemonnee.
.
Ik ook niet.
.
Humor
Voor elk wat wils
.
Humor in de poëzie, het is een boeiend thema waarover heel verschillend gedacht wordt. De een vindt humor bijna een onmisbaar element als het gaat om de aantrekkelijkheid of leesbaarheid van poëzie, de ander is het een gruwel, poëzie is niet louter ter vermaak. Ik denk dat humor in de poëzie heel goed kan, kijk naar grote namen als Willem Wilmink, Jules Deelder, Lévi Weemoedt, Drs. P. Allemaal voorbeelden van dichters die humor een centrale plaats gaven in hun poëzie of er in ieder geval gebruik van maakte en maken.
Vindt je humor een onmisbaar onderdeel van poëzie dan zijn er voorbeelden genoeg om te lezen en blij van te worden, heb je niets met humor in poëzie dan zijn er genoeg dichters die daar juist niets mee doen. Voor ieder wat wils dus. Ik hou van humor in poëzie maar waardeer serieuze poëzie net zo goed. De ene dag wel en de andere dag niet of wat minder. Je hebt tenslotte ook niet elke dag zin in het zelfde eten of drinken. Voor de liefhebbers van humor in de poëzie wat voorbeelden.
.
Relatief
.
Het navelstaren
der barbaren
wordt bij hun buren
vaak kil turen.
.
Th. Sontrop
.
Ode aan een bandrecorder
.
Met een kater
luister ik
naar het inschenken der borrels.
.
J. Bernlef
.
Kunst
.
‘Wie van de aanwezigen
houdt er van kunst?’
.
‘Ikke.’
.
‘Prachtig! Dan kunt u
mij vast wel even helpen
met het ophangen van de
schilderijen.’
.
Jules Deelder
.
Capitaine Mobylette
.
Van zwart haar moet ‘k zo huilen.
Van blond krijg ik ’t benauwd…:
ach! vind je ’t erg als jij vannacht
je bromfietshelm ophoudt?
.
Lévi Weemoedt.
.
Ik heb de liefde lief
Herman Gorter
.
In 1993 verscheen de verzamelbundel ‘Ik heb de liefde lief’ met daarin de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Deze bundel werd samengesteld door Willem Wilmink en bevat, naast vele bekende liefdesgedichten, een aantal liefdesgedichten die ik nog niet kende. Sommige daarvan zijn uit de eeuwen voor de 20ste eeuw maar er zijn er ook bij van recenter jaren. Zo kwam ik een gedicht tegen van Herman Gorter (1864-1927) dat ik niet nog kende maar dat van een eenvoud en schoonheid is dat ik, toen ik het gedicht las, wist dat ik op dit blog zou plaatsen. Het titelloze gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Verzamelde lyriek tot 1905’ uit 1977.
.
Hé ik wou jij was de lucht
dat ik je ademen kon
en je zien in het hooge licht
en door je gaan kon.
.
Waar zijn je armen en je handen
en die witte overschoone landen
van je schouders en schijnende borst-
ik heb zoo’n honger en dorst.
.
De meisjes uit vervlogen dagen
Willem Wilmink
.
In de Wereld draait door stond de afgelopen maanden de dichter Willem Wilmink (1936 – 2003) centraal. In bijna elke aflevering werd wel een gedicht van deze grote dichter en liedjesschrijver voorgedragen of gezongen. Bladerend door het zeer uitgebreidde oeuvre van Wilmink kwam ik het gedicht ‘De meisjes uit vervlogen dagen’ uit de bundel ‘Voor een naakt iemand’ uit 1977. Dit heerlijke melancholische gedicht wil ik hier met jullie delen.
.
de meisjes uit vervlogen dagen
.
de meisjes uit vervlogen dagen
we weten niet meer waar ze wonen
nooit zullen zij zich meer vertonen
waar wij weleer hun lichaam zagen
de buren hun adres te vragen
zal in geen straat de moeite lonen
we weten niet meer waar ze wonen
de meisjes uit vervlogen dagen
de liefdesnacht met zijn sjablonen
wanneer die eindelijk ging vervagen
dan lag het schaamrood op de konen
van meisjes uit vervlogen dagen
soms was de nacht zo wonderschoon
dat hij de ochtend kon verdragen
bij de meisjes uit vervlogen dagen
die wij niet meer weten te wonen
de liefdesnacht met zijn sjablonen
wanneer die eindelijk ging vervagen
dan lag het schaamrood op de konen
van meisjes uit vervlogen dagen
soms was de nacht zo wonderschoon
dat hij de ochtend kon verdragen
bij de meisjes uit vervlogen dagen
die wij niet meer weten te wonen
.
Willem Wilmink
Johan Cruyff
.
Bij De Wereld Draait Door op de televisie heeft men dit seizoen extra aandacht voor de dichter Willem Wilmink (1936 – 2003). Terecht natuurlijk want Willem Wilmink heeft een groot en mooi oeuvre achtergelaten. Dat was voor mij een reden om zijn ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ die in 1986 ter ere van zijn 50ste verjaardag werd gepubliceerd, weer eens ter hand te nemen. Lezend in deze dikke bundel kwam ik het gedicht ‘De heilige Johan’ tegen. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Goejanverwellesluis’ uit 1971. Na de lotgevallen van het Nederlands Elftal van de afgelopen weken zal menig een nog wel eens met weemoed terugdenken aan de hoogtijdagen van het Nederlands voetbal en aan Johan Cruyff. In dit gedicht stip Wilmink ook even de andere kant van Cruyff aan.
.
De heilige Johan
.
eens toen ik in de floodlight
voetballers een doelpunt
zag spinnen zich bewegend
als elven over het gras,
wist ik dat uit deze hoek
de verlosser ophanden was.
.
en zie: Johan Cruyff de danser
de faun de adelaar
der dalen
.
maar toen we zijn bergrede kwamen halen
had hij het over belasting betalen.
.
Huilen is gezond
Willem Wilmink
.
Het kan aan mij liggen maar ik heb het idee dat ik tegenwoordig mensen makkelijker hoor spreken over hun huilgedrag. Op de televisie, in kranten en magazines en in mijn persoonlijke omgeving, huilen is geen taboe (voor vrouwen noch mannen). Op zichzelf een gezond gegeven, huilen is een heel gezonde manier van omgaan met pijn, stress, verdriet en verlies. Willem Wilmink schreef in de bundel ‘Het beloofde land’ uit 2002 een mooi positief gedicht over huilen en hoe gezond dat is.
.
Huilen is gezond
.
Leg nu die krant maar even neer,
echt lezen doe je toch niet meer,
huil nou maar even.
Ja, tegen iemands lichaam aan
zou dat natuurlijk beter gaan,
maar huil nou even.
Dat jij de enige niet bent,
dat is een troost die je al kent,
dus huil maar even.
Een ander troosten voor verdriet
dat kan ook niet, dat kan ook niet,
maar huil toch even.
Altijd maar flink zijn is niet goed:
als je niet weet hoe ’t verder moet,
huil dan toch even.
Straks, met nog tranen langs je kin
denk je ineens: ik heb weer zin,
om door te leven.
.
Televisie
Willem Wilmink
.
Vorige week las ik in een bericht van een bibliotheekcollega onder andere dat tegen 2030 niemand meer naar de televisie kijkt. Als ik zo om me heen kijk naar jongeren van tegenwoordig dan geloof ik dat wel. Jongeren hebben nog maar weinig op met televisie. Of dat betekent dat in 2030 de stekker eruit getrokken kan worden weet ik niet (volgens mij kijken nog steeds grote groepen mensen van 30+ naar de televisie en die zijn dan maar ca. 15 jaar ouder) maar het mediagebruik veranderd, dat staat vast.
Schrijver en dichter Willem Wilmink (1936 – 2003) schreef jaren geleden al over het einde van de televisie in zijn gedicht ‘Televisie’. Dat gedicht is te lezen in de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 2004.
.
Televisie
.
men was allang vergeten dat het kon
maar het gebeurde: met een zacht gereutel
stierf de tv. het sprekend paard verbleekte
het licht werd opgestoken en de vader
aanzag zijn zoon die bij een storing werd verwekt
en zei: wat ben je oud geworden, jongen.
.
LNK Infotree, van Gintaras Karosas. Een 700 meter groot beeld met 3000 televisies, in het Europapark in Purnuškės in Litouwen.














