Site-archief
Het Jawoord
Herman de Coninck
.
Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag uit ‘De gedichten’ en aar weer uit het hoofdstuk ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Het Jawoord’. Dit gedicht verscheen eerder in 1973 in ‘Ruimten’, in 1974 in ‘Kreatief’ en in 1975 in ‘De Vlaamse Gids’.
.
Het Jawoord
.
‘misschien is er niet eens zoveel nodig
voor geluk: een andere man dan ik
met een andere vrouw dan jij’, zei ik
.
‘en misschien kunnen we beter samen
ontevreden zijn dan elk voor zich’, zei jij.
.
‘en als we dat nou eens in capri
gingen doen?’
.
‘ja’.
.
Ik lees geschiedenis
Ter ere van de goedertieren maan
.
Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.
Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:
Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler. De gedichten ademen een soort luguber realisme.
Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.
.
Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.
Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd
en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd
en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.
.
En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen
en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt
door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen
en door de absurde energie, daaraan gewijd.
.
Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat
heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.
Maar hoeveel moediger is niet een man
.
die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,
dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,
kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.
.
Toekomst
Met een klank van hobo
.
Zondag, Herman de Coninckdag. Vandaag uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 het gedicht ‘Toekomst’.
.
Toekomst
.
Weggaan. En terugkomen.
Dromen. En niet meer dromen.
En niet meer weggaan.
.
En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was
maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.
De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.
.
Ik steek nog even een sigaar
niet op, drink nog even niet van een glas Marc,
wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.
.
Want we hebben de tijd.
Je bent in mij als schemer in de kamer.
We hebben de verleden tijd.
.
Wie zie je het liefst?
De hectaren van het geheugen
.
Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze komen te vallen op het titelloze gedicht dat begint met de regel ‘Wie zie je het liefst, de poes’ uit de bundel ‘De hectaren van het geheugen’ uit 1985.
.
‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.
En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.
Als ik haar optil, slaat ze haar armen
om me heen omdat ze anders valt.
Als ik haar neerzet loopt ze weg
en ik haar na.
Nader is een comparatief die nooit
eindigt, zoals vader.
.
Ik
Maandag in plaats van Zondag
.
Omdat gisteren de laatste dag was van de Poëziebus geen Herman de Coninck-zondag. Maar speciaal voor alle liefhebbers en fans van de Coninck vandaag dan een gedicht van zijn hand. Vandaag heb ik voor het gedicht ‘Ik’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.
.
Ik
.
Ik, de bij gebrek aan beter
dan maar mezelf zijnde: een soort
De Slegte voor tweedehandse
onverkochte emoties
.
ik kwam jou tegen, je was zo lief
voor mijn melancholie, dat soort
reuma van het gevoelsleven,
maar als ik het warmhield,
bij voorbeeld in jouw armen,
viel het best te harden.
.
Eigenlijk pasten we zo mooi bij elkaar
dat ik sinds je weggaan een derde
ben geworden.
Ik herinner me na twee jaar nauwelijks wie het is
die jou mist.
.
Herman de Coninckzondag
Zonder titel
.
Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.
.
Ik herinner me een gedicht dat ik nooit
schreef, waarin het woord bunker
veel wind door zich heen laat gaan
en rijmen moet op hunker.
.
Het tocht er van hartstocht.
Alles moet zich vasthouden.
Als het over is blijken wij
.
elkaar vast te houden.
Wat nu.
.
Nu, dus.
.
Foto’s http://veiling.catawiki.nl/
Braille
Herman de Coninck
.
Het is zondag en dus een gedicht van Herman de Coninck voor iedereen die zijn gedichten kent en lief heeft en voor alle anderen die zijn poëzie zo kunnen leren kennen.
Vandaag het gedicht ‘Braille’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980.
.
Braille
.
Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken
“Het houdt op met zachtjes regenen’ weet te staan,
zo hoef ik jou niet meer te zoeken,
alleen te vinden.
.
Jou bij mekaar tastend als een blinde
een andere blinde. Maar ziende, ziende,
en mekaar begrijpend zonder er wat van te verstaan.
Liefde is houden van mekaars gebrek eraan.
.
Is het soort gemak van kom binnen,
ach, ben jij het maar.
En een paar uur later van: ik ben moe,
.
kom jij maar klaar.
En terwijl ik nadien al slaap
jou nog horen zeggen; slaap nu maar.
.
Zwaan
Herman de Coninck
Zoals beloofd op zondag een gedicht van Herman de Coninck. Volgens mijn vriend en dichter Hervé Deleu misschien zijn mooiste liefdesgedicht, vandaag uit de bundel ‘De lenige liefde’ het gedicht ‘Zwaan’.
.
Zwaan
.
Er drijft een zwaan
de oevers trekken het water
strak aan
zodat het niets verraadt
van zijn diepste wieren en vissen
als een beschaafd gelaat
en niets geschiedt
er drijft een zwaan
en ze weet het niet
.
Ze heeft alles om te zoenen
Herman de Coninck
.
Lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck besluit ik dat ik de komende tijd (weet niet hoelang ik dit ga volhouden) jullie elke zondag op een gedicht van hem ga trakteren. En een traktatie is het, de poëzie van Herman de Coninck is zo bijzonder, zo intens en intiem, dat ik het als mijn opdracht zie om hem te introduceren bij al degene die hem nog niet kennen.
Daarom vandaag al eerste zondag in een reeks het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Het meervoud van geluk’ uit 1990 (een kleine bundel van 16 pagina’s gedrukt in een oplage van 35 stuks).
.
Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,
.
haar moeder met nieuwe kleren. Koketteren,
dan zal het wel mogen.
Of ze bij me slapen mag? Ze probeert te knipogen.
(Onder vier ogen mag het niet, misschien onder drie.)
.
Als ik later, tegen haar aan,
zeg: ‘het is hier lekker warm,’
antwoord ze in haar slaap: ‘dat heb ik
speciaal voor jou gedaan.’
.

















